Een kind met een stoornis… of beter gezegd: een talent!

Annemarieke van den Berg

In de afgelopen jaren wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar leer- en gedragsstoornissen. Heeft jouw kind autisme, dyslexie, AD(H)D of een andere stoornis? Ben je bang dat je kind nu een ‘label’ heeft? In mijn werk als leerkracht en intern begeleider begeleid ik zorgleerlingen en hun ouders in dit proces. In deze blog vertel ik je mijn visie op kwaliteiten van kinderen mét of zonder stempel.

Waarom onderzoeken we kinderen?

Soms gaat het allemaal niet vanzelf thuis of op school, je kind is opstandig, krijgt het lezen maar niet onder de knie, luistert niet naar de leerkracht of begrijpt de lesstof niet. Dit hoeft niet meteen reden te zijn om te onderzoeken, vaak probeert de leerkracht eerst allerlei manieren uit om je kind zo goed mogelijk te begeleiden bij wat hij moeilijk vindt. En ook jij als ouder zult verschillende manieren hebben uitgeprobeerd.
Maar wat als je kind thuis of op school nog steeds vast loopt? En je je kind ongelukkiger ziet worden, of de achterstand in lezen zo groot wordt dat het je kind steeds meer gaat belemmeren? Dan kan een onderzoek een verklaring geven van het gedrag of de leerproblemen. Maar veel belangrijker nog: het kan je ook inzicht geven in wat de beste manier is om het kind te helpen en te begeleiden.

Inzicht en extra hulp

Als er vermoedens zijn van autisme en dit wordt bevestigd door onderzoek kan dit jou als ouder meer inzicht geven in hoe je je kind het beste kunt benaderen. Ook de leerkracht zal zijn/haar benadering daarop kunnen aanpassen. Het kan een verklaring zijn voor gedrag. Daarnaast kan het zo zijn dat je door een vastgestelde stoornis of leerprobleem extra hulp en individuele begeleiding kunt aanvragen voor je kind. Zo hebben kinderen met een dyslexieverklaring bijvoorbeeld recht op extra hulp bij een dyslexiebehandelaar. En komen kinderen met een gedragsstoornis eerder in aanmerking voor extra individuele ondersteuning met bijvoorbeeld een arrangement op school.

Een onderzoek: niet alleen een label

Een onderzoek wordt meestal door een Orthopedagoog afgenomen. Hij/zij kijkt op een brede manier naar het kind en de omgeving. Zowel ouders als de leerkracht moeten vragen beantwoorden en ook zal er meestal een gesprekje met het kind plaats vinden voorafgaand aan het onderzoek. Na het onderzoek zal de uitkomt met ouders besproken worden en vaak ook met school (als je hier toestemming voor geeft). Daarnaast krijg je een onderzoeksverslag. In dit verslag staat een samenvatting van de gesprekken, de resultaten van het onderzoek, de conclusie en is ook een hoofdstuk met adviezen opgenomen.

De adviezen uit een onderzoek kunnen heel waardevol zijn. Soms kun je namelijk wel een ‘vermoeden’ hebben dat een kind een leerprobleem heeft; maar als uit onderzoek blijkt dat hij voornamelijk een probleem heeft bij het verwerken (noteren en uitwerken van de leerstof) en juist verbaal (mondeling verwoorden) heel goed is; dan kun je die kwaliteit gebruiken. Zo heb ik eens een leerling in de klas gehad die de aardrijkskunde toetsen altijd onvoldoende maakte; maar toen hij mondeling getoetst werd het ineens het wél kon!

Waarom toets je dan niet al op voorhand mondeling zou je zeggen? Natuurlijk probeer je als leerkracht bepaalde benaderingen uit; maar het is wel goed om dit gedegen te doen. Stel je voor dat je vanaf groep 3 zomaar aanneemt dat een kind dyslexie heeft als hij slecht is in lezen; maar later blijkt dat hij oogproblemen had, of gewoon geen interesse had in lezen? Door onderzoek te doen maak je verantwoorde keuzes om de lesstof aan te passen en het kind passend onderwijs te bieden.

Hoe praat je over kinderen?

Veel ouders zijn bang dat hun kind een stempel krijgt. En het is te begrijpen dat je het niet fijn vindt dat jouw kind ‘ADHD-er’ of ‘autist’ wordt genoemd. Echter in de praktijk hoor ik vaker dat kinderen die ‘druk’ zijn en nog helemaal geen onderzoek hebben gehad gekscherend ADHD-er door ouders zélf wordt genoemd. Ook wordt er heel gemakkelijk gezegd dat een kind ‘lastig’ is. Terwijl gedrag vaak verklaard kan worden.

Soms is het juist een puzzelstukje wat op zijn plaats valt als je weet dat die frustratie en boosheid van een kind door zijn autisme komt. Zodat je de omgeving kunt uitleggen dat je een woede-uitbarsting kunt voorkomen door vooraf al even te vertellen wat er gaat komen, omdat kinderen met autisme vaak moeite hebben met onverwachte situaties. Door erkenning van een gedrags- of leerprobleem kun je daardoor het gedrag beter begrijpen. En is het kind niet ‘lastig’, maar heeft het een iets andere benadering nodig.

Kwaliteiten en zelfvertrouwen

Een stoornis, leerprobleem of gedragsprobleem zijn helaas woorden die negatief klinken. Vergeet niet dat ieder kind zijn eigen kwaliteiten en talenten heeft. Maar dat een stoornis ook zijn ‘voordelen’ en kwaliteiten heeft. Zo kan iemand met ADHD juist heel spontaan, open en gezellig zijn. En kunnen autisten vaak uitblinken op een bepaalde interesses zoals techniek, zijn dyslecten soms heel creatief of muzikaal en ga zo maar door. Een diagnose die in beeld brengt wat je kind niet kan, vertelt helaas niet meteen waarin jouw kind kan uitblinken. Toch als je eens zoekt op bekende dyslecten, ADHD-ers of autisten; kom je heel wat beroemde mensen tegen die juist door hun kwaliteiten zo ver gekomen zijn. Beroemde dyslecten zijn bijvoorbeeld: Leonardo Da Vinci, Wolfgang Amadeus Mozart en Albert Einstein.

Positief praten over kinderen

Een groot dilemma als ouder is ‘wat anderen zullen denken’. Als ouder kun je enorm onzeker worden van de reactie van anderen en hoe er over je kind gepraat wordt. Heb er vertrouwen in dat leerkrachten en de school er naar streven om met respect over kinderen te praten.  Toch zul je altijd mensen tegen komen die het gedrag van je kind niet begrijpen. Helaas kun je de ander niet veranderen, maar je kunt wel zelf beslissen of je iets met de negativiteit van de ander doet. Iedere ouder is wel eens onzeker op zijn tijd, en bedenk je dat degenen die de grootste kritiek hebben; vaak zelf ook soms met de handen in het haar zitten. Door zelf op een positieve manier uitleg te geven over een leer- of gedragsprobleem kun je meer begrip kweken.

Psycho-educatie: uitleg aan je kind

Als je kind ouder wordt zal hij/zij zelf ook steeds meer gaan beseffen dat hij ergens moeite mee heeft. Dit kan soms zorgen voor extra onzekerheid. Vaak wordt dan ook vanaf de bovenbouw ervoor gekozen om kinderen zelf te betrekken bij de diagnose.

Er zijn verschillende manieren om kinderen spelenderwijs uit te leggen wat sommige stoornissen inhouden. Het is verstandig om dit samen met het onderzoekbureau of Orthopedagoog te doen, zij hebben ervaring hoe je dit met kinderen kunt bepreken. Er zijn speciale spellen en boeken om kinderen spelenderwijs inzicht te geven in bijvoorbeeld autisme.

‘Brainblocks’ is een bekende methode die vaak gebruikt wordt om autisme spelenderwijs uit te leggen (vaak samen met een begeleider). Brain Blocks is ontstaan met als doel psycho-educatie te geven over autisme door inzichtelijk te maken hoe het (blokjes) brein met en zonder autisme werkt.

Andere kinderen

Kinderen zien het onderling als een ander kind vaak straf heeft, dingen niet snapt of boos of verdrietig is. Op jonge leeftijd zeggen ze al gauw dat iemand ‘stout’ is en begrijpen nog niet waardoor dat komt.

Als je kind in de bovenbouw zit is het meestal een goed moment om ook in de klas te bespreken waarom jouw zoon of dochter zich zo gedraagt. Meestal gebeurd dit samen met de begeleider die bijvoorbeeld uitleg komt geven over ADHD, of soms geven kinderen zelf een spreekbeurt over dyslexie. Ik heb al vaak gezien dat dit veel onderling begrip geeft bij de klas.

Een gedrags- of leerprobleem kan inderdaad een ‘stempel’ zijn. De manier hoe je naar die stempel kijkt maakt dat je ook kunt focussen op de talenten en kwaliteiten, waarbij je weet wat de ‘valkuilen’ zijn en waarbij je moet ondersteunen. Daarom kan een ‘stempel’ ook zeker positief zijn!

Dit artikel is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht en intern begeleider in het basisonderwijs. Na de Master SEN- gedragsspecialist heeft ze veel gewerkt met kinderen met gedragsproblemen. Focussen op ‘wat wél werkt’ bij gedrag is haar missie bij de omgang met kinderen met gedragsproblemen. 

5 redenen om Squla in de klas te gebruiken

Annemarieke van den Berg

Zo’n 20.000 leerkrachten gebruiken Squla in de klas als aanvulling op de lesstof. Niet zo gek ook, want leerlingen vinden Squla leuk! Om leerkrachten beter inzicht te geven in de resultaten per leerling is het Squla in de klas-account nu aangevuld met de mogelijkheid om een account te creëren voor alle leerlingen. Nog een goede reden om Squla in de klas te gebruiken. Deze en 4 andere redenen hebben we voor u op een rij gezet.

1. Squla is de meest complete aanvulling op de lesstof

Squla bevat als enige online oefenprogramma álle basisschoolvakken. Leerlingen kunnen oefenen in rekenen, taal en begrijpend lezen, maar ook in topografie, geschiedenis en natuur & techniek. Daarnaast bevat Squla nog Engels, aardrijkskunde en spelling. Extra op Squla zijn de vakken sociale vaardigheden, Checkit en de toetsen-modules.

2. Squla is gratis voor leerkrachten

Squla is kosteloos voor gebruik in de klas. Dat was het, dat is het en dat blijft het. Leerkrachten zijn de spil van het onderwijs, en we vinden dat juist zij die voor de klas staan gebruik moeten kunnen maken van Squla om de lessen nóg leuker en gevarieerder te maken.

3. Als leerkracht bepaalt u zelf hoe u Squla inzet

U kunt Squla op een digibord spelen of juist uw leerlingen individueel aan het werk te zetten. Zo horen wij van klassen die Squla gezamenlijk op vrijdagmiddag spelen, maar ook dat leerkrachten Squla inzetten om individuele leerlingen die moeite hebben met bepaalde vakken extra te laten oefenen. Of kinderen die al wat verder zijn in de lesstof een groep hogen te laten oefenen. U houdt zelf de regie om te bepalen hoe u Squla wil gebruiken in uw lessen.

4. Uw leerlingen kunnen oefenen met de Cito-vraagstelling

Regelmatig horen wij dat leerlingen goed op niveau zijn maar dat de Cito-toetsen toch niet op zo goed worden gemaakt. Kinderen schrikken soms van de manier waarop de vragen op de Cito-toetsen worden gesteld omdat deze anders is dan die van de juf of meester. Oefenen met deze vraagstelling helpt ze om toch goed te scoren op de Cito-toets. Squla bevat Cito-modules vanaf groep 3, dezelfde groep als waarin de Cito-toetsen worden afgenomen.

5. Nieuw: maak een eigen account aan voor uw leerlingen!

Het is vanaf nu ook mogelijk om voor al uw leerlingen een eigen account aan te maken. In de plaats van te spelen op 1 Squla in de klas-account te spelen, kunnen zij met een eigen inlognaam en wachtwoord op Squla. Hiervoor heeft u het nieuwe Squla in de klas-account nodig. Heeft u al een Squla in de klas-account? Zet deze hier gemakkelijk om naar het nieuwe account. Indien u nog geen Squla in de klas-account heeft, kunt u zich hier aanmelden.

De voordelen van het nieuwe account

  • U krijgt inzicht in de voortgang van alle leerlingen, uitgesplitst per vak.
  • De leerlingen krijgen een volledig eigen account om in te spelen.
  • Squla in de klas is kosteloos voor leerkrachten en leerlingen

Direct aan de slag met het nieuwe Squla in de klas? Zet uw account gemakkelijk om naar het nieuwe account en voeg uw leerlingen toe! Heeft u nog vragen? Zoek uw vraag op in onze FAQ’s, of stuur een e-mail naar klantenservice@squla.nl.

Werkwoordspelling: d of t aan het eind?

Annemarieke van den Berg


Werkwoordspelling wordt door veel kinderen als ingewikkeld ervaren. Er zijn talloze regels die onthouden moeten worden. Gelukkig zijn er simpele voorbeelden te verzinnen om de spelling te onthouden. Voor veel ouders is het ook even geleden dat ze voor het laatst een dictee hebben gehad en de sms-taal heeft ook niet bijgedragen aan de spelling. Daarom is deze opfriscursus ook voor ouders bedoeld, zodat zij de volgende generatie ook goed kunnen leren spellen.

Werkwoorden in de tegenwoordige tijd spellen

Om werkwoorden op een goede manier te vervoegen, moet het kind de stam van een werkwoord te ontdekken. Deze kan ontdekt worden aan de hand van de ik-vorm: ‘ik loop’, ‘ik fiets’, en ‘ik ren’ kunnen als voorbeeld dienen.

Leg uit dat er een paar regels zijn bij het spellen. Werkwoorden met ‘Ik’ ervoor krijgen geen extra letter, maar ‘Jij’ wel, namelijk een ‘t’. Ook ‘hij, zij en het’ krijgen een ‘t’. Bij de meeste kinderen gaat het vervoegen van werkwoorden zonder een d aan het eind van de stam prima, maar het gaat fout bij letters die met een d eindigen.

Een voorbeeld van een woord met een d aan het eind van de stam is ‘worden’. De stam is ‘word’. Dat houdt niet in dat het ‘ik wordt’, jij wordt’, ‘hij wordt’ of ‘ik word’, ‘jij word’ of ‘hij word’ is. De regels blijven gelden, ondanks de letter d. Daarom is het dus ‘ik word’, ‘jij wordt’ en ‘hij wordt’.

Bij de jij-vorm is een verschil. Daar komt geen ‘t’ als het werkwoord voor ‘jij’ staat. Dus ‘Loop jij?’ in plaats van ‘Loopt jij?’. De t wordt weggelaten bij werkwoorden met een ingebouwde d.

De verleden tijd en het voltooid deelwoord

Veel kinderen hebben moeite met de verleden tijd en het voltooid deelwoord. Het is goed te onthouden dat bij de verleden tijd een werkwoord nooit op ‘dt’ tegelijk eindigt. Voltooid deelwoorden kunnen het best worden vervoegd in de verleden tijd. Wat je kind hoort, schrijft hij of zij op als voltooid deelwoord. Hoe werkt dit nu precies?

Allereerst de verleden tijd. Dat is altijd stam + te of de. Dat is gemakkelijk om te onthouden: ‘ik rende’, ‘jij rende’ en ‘hij rende’. Hetzelfde kan met een ‘t’: ‘ik pakte’, ‘jij pakte’ en ‘hij pakte’. Tot dusver is het goed te onthouden.

Bij het voltooid deelwoord wordt het echt ingewikkeld. Veel kinderen schrijven ‘Het vliegtuig is geland’ als ‘Het vliegtuig is gelant’. Ze zitten nog met die -t aan het eind van het werkwoord. Dit kan worden voorkomen door het voltooid deelwoord in de verleden tijd te zetten. Je hoort een d in ‘Het vliegtuig landde’, daarom geldt ook een d bij het voltooid deelwoord. Bij ‘maken’ is de verleden tijd ‘maakte’. Je hoort een t. Daarom schrijf je bij het voltooid deelwoord ook een t.

Ook het aloude kofschip of fokschaap kan worden gebruikt. Het komt er op neer dat woorden waarvan de stam eindigen op ‘k’ of ‘f’ geen d, maar een t krijgen aan het eind.

Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord

Nog ingewikkelder is het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord. Als een kind eenmaal herkent dat het om een bijvoeglijk naamwoord gaat, wordt het gemakkelijker. Met ‘bijvoeglijk’ bedoelen we altijd dat er een eigenschap wordt toegegeven. Met andere woorden: het zegt iets over het woord dat erachter staat. Het is belangrijk om dit helder te krijgen.

Een voorbeeld: ‘het schip strandde’ is de verleden tijd en ‘het schip is gestrand’ is het voltooid deelwoord. Wat is dan het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord? ‘Het gestrande schip’. Je kind mag onthouden dat we deze altijd zo kort mogelijk schrijven. Dubbele klinkers zijn dus overbodig.

Er is wel een uitzondering: als het voltooid deelwoord een korte klinker heeft. Bijvoorbeeld bij ‘verrot’: ‘het hout verrotte’ is de verleden tijd, ‘het hout is verrot’ is het voltooid deelwoord en ‘het verrotte hout’ is het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord.

De gebiedende wijs

De gebiedende wijs lijkt verwarrend omdat het een uitzondering is, maar het is simpel. In alle gevallen geldt dat er geen extra t wordt toegevoegd. Daarom schrijven we dus: ‘Kom erbij!’, ‘Loop harder!’ en ‘Houd je vast!’

Hoe vergroot je de woordenschat van je kind?

Annemarieke van den Berg

Het vergroten van de woordenschat is een taak waar op school veel aandacht aan wordt besteed. We staan er niet zo vaak bij stil, maar naarmate een kind ouder wordt, groeit de woordenschat mee. Dit is een proces waar ouders een belangrijke bijdrage kunnen leveren.
Al in groep 1 begrijpen kleuters ongeveer 4000 woorden. Daarvan gebruiken ze de helft om zelf gesprekken te kunnen voeren. Ieder jaar komen er duizenden woorden bij. Aan het eind van de basisschool kunnen kinderen ongeveer 15000 woorden actief gebruiken.

Waarom is een grote woordenschat belangrijk?

Het is belangrijk dat kinderen een grote woordenschat hebben. Het is onlosmakelijk verbonden met succes op school. Alle taalvaardigheden zijn gestoeld op woordbegrip. Of het nu gaat om begrijpend lezen of om het kunnen leren en lezen van teksten.

De woordenschat wordt aangeleerd door te spreken, luisteren en te lezen. In groep 3 leert je kind lezen. Kinderen die nog geen voldoende woordenschat hebben, ervaren vaak moeilijkheden met het leren lezen. Uit onderzoek blijkt ook dat kinderen met een beperkte woordenschat minder goed presteren op school. Voor deze kinderen heeft Squla WoordExtra ontwikkeld. Met leuke spelletjes worden de 2000 woorden die zouden moeten kennen geoefend. Alle woorden worden hardop voorgelezen zodat ook de juiste uitspraak wordt geleerd. Verder in dit blog geven wij vijf tips hoe jij als ouders kan helpen om de woordenschat van je kind te vergroten.

Tip 1: Voorwerpen benoemen

Nu het duidelijk is waarom kinderen moeten werken aan hun woordenschat, vraag je je misschien af: “Hoe kan ik mijn kind helpen?” Een eerste goede stap is al het benoemen van voorwerpen. Denk bijvoorbeeld aan voorwerpen in huis of onderweg naar school. Je doet er goed aan om meteen het lidwoord erbij te zeggen.

Wijs bijvoorbeeld naar de stoep en zeg: ‘De stoep’. Laat je kind het woord nazeggen. Gebruik niet alleen maar makkelijke woorden, maar ga ook een keer voor een moeilijk woord. Je zou ook ‘trottoir’ kunnen gebruiken in plaats van ‘de stoep’. Dit is voor je kind nog een gek woord, maar door het vaker te oefenen en uit te leggen dat ‘de stoep’ en ‘het trottoir’ hetzelfde zijn, worden er associaties gelegd.

Tip 2: Hetzelfde boek vaker voorlezen

Kinderen houden van herhaling en vertrouwdheid. Lees daarom regelmatig hetzelfde boek voor. Uit onderzoek van de Britse psycholoog Jessica Horst blijkt dat het voorlezen uit hetzelfde boek helpt om nieuwe woorden te onthouden en te herkennen. Volgens de psycholoog leren kinderen beter als informatie herhaald wordt.

Tip 3: Kinderwoordenboeken gebruiken

Er zijn speciale woordenboeken voor kinderen verkrijgbaar. Deze woordenboeken helpen ook om de woordenschat te vergroten. Een woordenboek klinkt misschien saai, maar dat zijn kinderwoordenboeken zeker niet. Ze sluiten namelijk aan bij bepaalde thema’s en bij welke woorden op een bepaald punt in de schoolcarrière in het vocabulaire opgenomen moet zijn. Deze boeken zijn ook verkrijgbaar als prentenboeken.

Tip 4: Woorden bij elkaar zoeken

Leren associëren is belangrijk. Organiseer daarom een spelletje waarbij woorden bij elkaar moeten worden gezocht. Zoek er ongeveer drie of vier. Schrijf ze op kaartjes en vergeet niet het lidwoord ervoor te zetten. Je kunt de kaartjes opfleuren door er een foto bij te zetten, leuke kleurtjes en een leuk lettertype te gebruiken.

Een voorbeeld kan zijn: de auto – de fiets – de trein – de taxi. Het gaat hier dan om manieren van vervoeren. Je kunt ook tegenstellingen gebruiken. Bijvoorbeeld: de nacht – de dag, groot – klein en beleefd – onbeleefd.

Het is belangrijk om de kaartjes op te hangen op een zichtbare plek en ze vaak te bespreken. Ga er een aantal keren per week mee aan de slag. Over het algemeen moet een kind zes tot twintig keer het woord hebben gezien en geassocieerd om het te onthouden.

Tip 5: 15 minuten per dag lezen

Kinderen die veel lezen, leren veel nieuwe woorden. Door 15 minuten per dag te lezen, leren ze 1000 nieuwe woorden erbij. Dit is een mooie aanvulling op het woordenschatonderwijs. Op school leren kinderen ongeveer 400 tot 800 nieuwe woorden per jaar.

Zorg ervoor dat het lezen geen verplicht nummertje wordt. Het moet leuk zijn om te doen. Zoek daarom samen een leuk boek uit, dat niet te moeilijk is om te lezen en spannend is opgebouwd. Of gebruik de de leesBINGO! 15 minuten gelezen met twee verschillende sokken aan? Of op de wc? Dan mag het vakje worden ingekleurd. Zijn alle vakjes ingekleurd? Maar dan jullie eigen leesBINGO.

Leestekens leren gebruiken

Annemarieke van den Berg

Zelfs voor volwassenen is het nog een hele klus: het juist gebruiken van leestekens. Waar hoort ook al weer een komma in de zin? En schrijf je wel alle afkortingen met puntjes? We vergissen ons er nog vaak in. Ook voor onze kinderen is het gebruiken van leestekens geen eitje. Squla zet daarom nog een keer alle regels op een rijtje.

Een punt zetten

Wanneer moet je een punt gebruiken? Het is goed om allereerst te beginnen met de regel dat ieder eind van de zin een punt krijgt. Ook afkortingen krijgen punten, als ze achteraan de zin staan: “De bouwmarkt verkoopt hout, tuinproducten, enz.”

Het is verwarrend dat niet alle afkortingen punten krijgen. Zo krijgen vaak afkortingen van organisaties geen punten. We spellen daarom gewoon: ‘CDA’, ‘NEC’, ‘EEG’ en ‘VARA’.

Wanneer gebruik je een komma?

Leg je kind uit dat we komma’s gebruiken om zinnen overzichtelijk te maken. Je kunt het uitleggen als: ‘Zonder een komma wordt een zin een brei van woorden.’ Niemand snapt een zin zonder komma’s. Wanneer gebruiken we komma’s?

  • Een komma gebruik je op een plaats in de zin waar je bij het hardop lezen even pauze neemt.
  • Bij een zin, die eigenlijk meerdere zinnen heeft, plaats je de komma voor en na de zin. Bijvoorbeeld: “Jan Peter, die altijd een appel meeneemt naar school, at vandaag een mandarijn.”
  • Als er twee persoonsvormen na elkaar komen. Bijvoorbeeld: “Toen ze thuis kwam, zag ze dat mama al een kopje thee voor haar had gezet.”
  • Als er een bijstelling wordt gebruikt (dit wordt vaak geleerd in de hogere groepen). Een voorbeeld: “Anna, het meisje met het blonde haar, heeft vandaag een paardenstaart.” 
  • Bij een opsomming. Hiermee bedoelen we: een lijst in een zin. Bijvoorbeeld: “Voor het avondeten kocht mama aardappels, groenten, vlees en een toetje.”

Uitroeptekens gebruiken

Een uitroepteken gebruiken we altijd aan het eind van een zin met een bevel of als je iets roept. “Hou daar mee op!” en: “Wat goed!” zijn voorbeelden van zinnen die een uitroepteken krijgen.

Misschien kent je kind het woord ‘bevel’ nog niet. Leg dit uit als een woord dat vertelt dat je iets moet doen. Niet over een tijdje, maar onmiddellijk. Waak er ook voor dat je kind niet achter elke zin een uitroepteken plaatst. Dit wordt vaak gedaan, omdat kinderen denken dat ze iedere zin kunnen uitroepen.

Vraagteken aan het eind van een vraag

Je kind kan het gebruik van een vraagteken onthouden aan de hand van de regel: ‘Een vraagteken komt aan het eind van een vraag.’

Een voorbeeld hiervan is: “Was jij de eerste in de les vandaag?”. Een voorbeeld waarbij geen vraagteken kan worden gebruikt, is: “De leraar vroeg me of ik de eerste was in de les”. Hoewel het woord ‘vragen’ in de zin wordt gebruikt, is het geen vragende zin.

Kinderen onthouden vragen aan de klank. Er wordt ze op school geleerd de zin lang af te sluiten en een hoge toon te plaatsen: “Was jij de eerste in de les vandaaaaaaaag?”

Puntkomma als scheiding

Een puntkomma zorgt voor een scheiding in de zin. Dit wordt pas in de bovenbouw geleerd. Sommige leerlingen op de middelbare school hebben nog moeite met de puntkomma. Het is daarom niet erg als er hier en daar nog foutjes worden gemaakt. Vaak wordt de puntkomma verward met de dubbele punt, omdat ze zo op elkaar lijken.

Een puntkomma scheidt twee zinnen. Je kunt je kind laten onthouden dat je een puntkomma ook zou kunnen vervangen door een punt. Een voorbeeld hiervan: “Ik ga het liefst op vakantie naar Zuid-Frankrijk; daar schijnt de zon altijd.”

Dubbele punt voor een opsomming of voor een zin

Een dubbele punt gebruiken we voor een opsomming, een verklaring of voor een zin die iemand gaat zeggen.

Bij een opsomming ziet dat er zo uit: “De voordelen van een nieuwe fiets zijn: je kunt er nog jaren op mee, hij ziet eruit als nieuw en de fiets is nu in de aanbieding.” Er komt geen komma voor het woord ‘en’.

Een dubbele punt kan ook komen als iemand een verklaring doet. Bijvoorbeeld: “Ik wil niet naar school: ik vind mijn klasgenoten niet aardig.”

Tot slot kan iemand ook iets gaan zeggen. Dit noemen we ook wel de directe rede. Een voorbeeld hiervan: “Ik zei: ‘Ik wil van de zomer niet naar Frankrijk’

Zijn er trucjes?

Voor veel vakken zijn er trucjes, maar voor de Nederlandse spelling geldt vaak dat er geleerd moet worden aan de hand van regels. Je kunt niet veel anders doen dan met je kind oefenen. Dit kan bijvoorbeeld met de oefeningen van Squla. Het gaat erom dat er een verband wordt gelegd tussen het leesteken en de bijbehorende regel.

Plastic-bende: Kom thuis in actie!

Annemarieke van den Berg

‘Mama, wacht heel even’ roept je dochter op het strand “ik raap deze rondslingerende verpakking even op, want anders komt het in de plastic-soep en dát willen we niet”. Er zijn gelukkig al veel kinderen die zich enorm bewust zijn van de grote hoeveelheid plastic die uiteindelijk in onze natuur uitkomt. Al het plastic dat niet netjes wordt opgeruimd, heeft grote gevolgen voor de natuur en dus ook direct voor de toekomst van jouw kind. Laten we vroeg beginnen en ze meteen leren: hoe minder plastic je gebruikt, hoe mooier de wereld is waarin je groot wordt! Lees verder voor meer info over hoe je samen kunt gaan voor minder plastic in jullie huishouden…

Plastic-soep

Of je nu op je werk bent, thuis of in de supermarkt; overal om je heen is wel iets te ontdekken van plastic. Plastic is echt overal in ons leven en sinds enkele jaren wordt pijnlijk duidelijk wat dit voor gevolgen heeft. Plastic verpakkingen, visnetten, plastic flesjes, plastic zakjes en tasjes vormen een grote ‘vuilnisbelt’ in het water. Dit plastic valt in de loop van de tijd uit elkaar in kleinere deeltjes en tijdens dit proces kunnen er giftige stoffen vrijkomen. Dieren die leven in de zee zien deze plastic deeltjes aan voor voedsel met als gevolg dat ze hier ziek van worden of zelfs dood  zullen gaan. 

Plastic in de grond

De plastic-soep is een bekend fenomeen, maar wist je dat plastic de rest van de natuur ook ernstig bedreigt? Onderzoekers hebben bijvoorbeeld plastic deeltjes aangetroffen in honing, melk en zelfs in drinkwater. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe de deeltjes in deze voedingsmiddelen terechtkomen, maar vermoedelijk gebeurt dit in de productieketen. Een bij neemt vermoedelijk bijvoorbeeld tijdens het opslaan van de nectar miniscule deeltjes plastic mee. En een koe neemt mogelijk tijdens het grazen in het gras microscopische deeltjes plastic uit de grond op. Of dit daadwerkelijk zo gaat, dat is nog de vraag, hier wordt nog uitvoerig onderzoek naar gedaan. Het merendeel van de plastic deeltjes is afkomstig van verzorgingsproducten, zoals scrub, tandpasta, shampoo en douchegel. Ze komen in het riool terecht en kunnen zich zo in het milieu verspreiden. Het belang van het verminderen van het gebruik van plastic is dus groot, want het bedreigt ook onze voedselketen.

Recycling & upcycling

Het plastic-probleem is een feit, maar gelukkig kunnen we er wel tegen in actie komen. Het is fijn dat er al vele initiatieven zijn en dat recycling al behoorlijk ingeburgerd is bij iedereen, ook bij de nieuwe generatie. Elk kind kent wel de plastic-recylezakken of kliko’s die thuis worden gebruikt. En ook op scholen en in openbare ruimtes verschijnen steeds vaker verschillende prullenbakken, zodat het recycle-proces ook daar plaats kan vinden. Naast recycling is up-cycling ook in ontwikkeling. Met name voor creatieve kinderen is up-cycling ook ontzettend leuk: iets moois of handigs maken van spullen die je normaal gezien weg zou gooien. Kijk hier voor inspiratie en ga samen aan de slag!

Anti-plastic-plan

‘Een beter milieu begint bij jezelf’ zegt men al jaren. Naast upcycling, recycling en de hoop houden dat grote bedrijven ook hun foodprint scherp in de gaten houden kunnen jullie thuis zeker nog meer doen om de gevolgen van overmatig plastic-gebruik tegen te gaan:

  • Ga samen voor minder plastic verpakkingen. Maak voortaan bijvoorbeeld thuis al je ijsjes zelf. Koop duurzame recyclebare ijsvormpjes en ga aan de slag met vers fruit en yoghurt. Probeer dit recept maar eens: JAMMIE!
  • Een boterhamzakje is snel gepakt. Er is haast in de ochtend en je moet door! Begrijpelijk, er zitten in dat ochtendritueel vaak te weinig minuten voor je gevoel. Probeer hierop te anticiperen door de avond van tevoren iedereen zijn broodtrommel en eventuele fruitbakjes al klaar te zetten op het aanrecht. Zo hoeven jullie niet meer te grijpen naar de zakjes…
  • Jullie gaan boodschappen doen: de meeste kinderen vinden het heel leuk om mee te gaan! Een uitstekende gelegenheid om eens goed op jullie plastic-consumptie te letten. Hebben jullie een boodschappentas of -kratje mee? Welke groentes en welk fruit zitten verpakt in het plastic en is hier ook een alternatief voor dat je kunt pakken? Denk ook eens aan het gebruik van deze zakjes voor het afwegen van je fruit en groente.
  • Is je kind te oud geworden voor zijn speelgoed? Gooi het niet weg, maar breng het samen naar de plaatselijke kringloopwinkel. Door het hele land zitten ook diverse ´speelgoedbanken´ die er ontzettend blij van worden als jullie het speelgoed afgeven: het speelgoed verdwijnt niet als vuilnis, maar krijgt nog een tweede leven. 
  • Daag je gezin uit en doe eens een ‘plastic-vrije-dag-challenge’. Probeer samen een dag door te brengen waarbij je geen plastic-producten of etenswaren verpakt in plastic aanschaft en waarbij je dus ook een hele dag geen plastic hoeft weg te gooien. Bedenk samen de voorwaarden en bespreek ’s avonds het eindresultaat: het is een uitdaging, maar het gaat jullie vast lukken. Weg met die plastic-bende!

Maak je kind sterk: geef complimenten!

Annemarieke van den Berg

Jij hebt dat project echt goed begeleid´, zegt een collega. ´Je ziet er echt stralend uit in die nieuwe blouse´, hoor je van een goede vriend. ´Je zorgt altijd zo goed voor mij´, fluistert je dochter zachtjes in je oor. Al deze complimenten geven je een warm gevoel van binnen, toch? Complimenten doen iedereen goed, dus ook zeker jouw eigen kind! Lees verder voor tips en inspiratie om je kind te laten groeien door complimenten…

De kracht van complimenten en positieve woorden

Complimenten, groot of klein, zijn voor iedereen fijn om te ontvangen. Een compliment bevestigt immers direct dat je ´het waard bent´. Het is dus telkens een bevestiging dat je gezien en gewaardeerd wordt voor wie je bent. Als volwassene is het zeer waardevol om een compliment te ontvangen, maar op het hart van kinderen heeft het misschien nog wel een grotere impact. Het zelfvertrouwen van een kind is nog aan het groeien. Een kind is zijn persoonlijkheid aan het vormen en zijn gedrag langs de lat aan het leggen van alle normen, waarden en regels om hem heen. Een simpel en treffend compliment kan je kind telkens de bevestiging geven dat hij op de goede weg zit.

Onzekerheden uitwissen

Je kind leren houden van zichzelf is misschien wel de grootste uitdaging van het ouderschap en misschien ook wel een van de allerbelangrijkste opgaves. Hoe cliché misschien ook; als je jezelf leuk vindt, dan kun je de wereld beter aan en sta je sterker. Helaas sluipen er bij bijna alle kinderen in de loop der jaren onzekerheden in hun systeem, bijvoorbeeld door kwetsende opmerkingen van anderen of doordat ze zelf de lat veel te hoog leggen. Uitspraken als ´ik kan niks´ of ´ik hoor er niet bij´ raken je als ouder diep. Maar er is goed nieuws: het compliment biedt altijd uitkomst en ook belangrijk: het biedt zichtbaar resultaat. Dus laat die grote complimenten-stroom maar komen. Het is echt nooit teveel! Het kan ook helpen bij het zelfvertrouwen voor een belangrijke toets.

Een liefdevol gebaar

De een heeft het meer in zich om met complimenten te strooien dan de ander. Misschien ben je zelf helemaal niet opgegroeid met het krijgen van positieve feedback, of ben je juist introvert van aard en uit je je gevoel niet makkelijk. Hou het simpel en moedig je kind aan in wat voor vorm dan ook. Dit hoeft echt niet alleen maar in de vorm van het gesproken woord. Ook een liefdevolle blik, een aai over zijn of haar rug of een kort briefje geven je kind het gevoel geliefd te zijn en gewaardeerd te worden.

4 Tips voor complimenteus ouderschap

  1. De kracht van herhaling is de grootste sleutel tot succes. Des te vaker je een compliment herhaalt, des te beter blijft het hangen in het hoofd van je kind. Afwisseling is natuurlijk leuk, maar test die kracht van herhaling maar eens een paar maanden uit met 1 compliment dat je vaker terug laat komen. Het is simpel, het kost weinig moeite en het effect is groots!
  2. Verras je kind met een mooie handgeschreven brief, bijvoorbeeld elk jaar op zijn of haar verjaardag of aan het einde van het schooljaar. Je kunt hierin kort de afgelopen periode doornemen, aangeven waar hij in gegroeid is en waar je van hebt genoten samen. Een prachtig aandenken: ook later als je kind volwassen is zal hij kunnen lezen waar jij toen al trots op was.
  3. Versterk het zelfvertrouwen van je kind extra door een compliment te geven in het bijzijn van zijn vriend(en) of familie. Je geeft je kind bewust even een podium om te stralen en oprecht trots te zijn op zichzelf. Iedereen mag daar van meegenieten!
  4. Heeft je kind ontzettend zijn best gedaan voor een toets op school? Verras hem na afloop met een mooi ingepakt boek als compliment voor zijn inzet én als motivatie om op dezelfde voet verder te gaan. Schrijf op de eerste pagina van het boek waarom je dit geeft, zodat je kind telkens weer kan teruglezen waar hij een compliment voor heeft gekregen. Zet het zwart op wit! TIP: Je hoeft echt niet altijd iets nieuws te kopen om je kind te verrassen: een eigenhandig beschilderde en vrolijk ingepakte ´complimenten- steen’ bijvoorbeeld kan net zo waardevol zijn.

Lees meer over het geven van effectieve en motiverende complimenten geven aan kinderen ->

Zo leer je je kind de lengtematen

Annemarieke van den Berg

Lengtematen zijn een belangrijk onderdeel van het rekenen. Kinderen beginnen er al mee als ze aan de watertafel in groep twee bekertjes water staan over te gieten. Door de jaren heen wordt het steeds moeilijker, omdat het steeds meer theoretisch wordt. In groep 5 komen kinderen voor het eerst in aanraking met millimeters, decimeters, hectometers en kilometers. Het gaat zeker gebeuren dat jouw zoon of dochter om hulp vraagt. Voor ouders zijn de maten zo vanzelfsprekend, dat het soms moeilijk is om het goed uit te leggen. Hoe kun je je kind het beste helpen met rekenen en lengtematen?

Tip 1: Laten meten met de handen

Het is niet heel nauwkeurig, maar het geeft wel een praktisch beeld van de lengtematen: meten met de handen. Hoeveel handen kun je naast elkaar leggen op tafel? Als je weet hoe breed de tafel is, kun je je kind een idee geven van hoe lang bijvoorbeeld een meter is. Zo kan een tafel bijvoorbeeld 15 handen zijn.

Om te laten zien dat er verschillende lengtematen zijn, kun je ook je onderarmen gebruiken. Op die manier wordt duidelijk dat je hetzelfde op verschillende manieren kunt meten, maar je dan wel moet omrekenen.

Tip 2: Hoe groot is?

Aansluitend op de eerste tip kun je je kind leren hoe dik, breed of groot iets ongeveer is. Je kunt het menselijk lichaam hiervoor gebruiken. Leer je kind bijvoorbeeld dat een millimeter even dik is als een nagel en dat een centimeter ongeveer de breedte van een nagel is.

Een decimeter is ongeveer de lengte van het puntje van de duim tot het begin van de pols. Een meter is een hele grote stap. Dit werkt prima voor kleinere maten, maar op een gegeven moment komen ook de grotere maten in het spel.

Een decameter is 10 meter: ‘10 hele grote stappen’. Je kunt dit aantonen door de afstand van de voordeur tot de achterdeur te laten zien, als je in een rijtjeswoning woont. Een hectometer is tien keer zoveel: de afstand van jullie huis naar een buurjongen.

Om een besef te geven van kilometers, leg je een punt in de buurt vast. Dat kan bijvoorbeeld school of de supermarkt zijn. Dankzij Google Maps kun je dit ook weergeven op een kaart, waardoor er ook al enig kaartenbesef ontwikkeld wordt.

Tip 3: Pak het meetlint erbij

Laat elke lengtemaat zien op een meetlint of op de rolmaat. Toon aan dat 10 kleine streepjes (millimeters) in een centimeter passen. Dan wordt het logisch dat er 10 centimeters in een decimeter passen: oftewel 10 keer 10 millimeter. In een meter zitten dan ook 10 decimeters. Door dit aan te leren, kun je je kind een schema aanleren.

Tip 4: Kan het dametje met de centimeter meten?

Uit onderzoek van David Mitchell blijkt dat geheugenstrategieën en ezelsbruggetjes goed werken voor kinderen. Bij lengtematen wordt vaak het ezelsbruggetje ‘Kan het dametje met de centimeter meten’ gebruikt. Hierbij pak je de eerste letters van de woorden:

Kan (=km) het (=hm) dametje (=dam) met (=m) de (=dm) centimeter (=cm) meten (=mm)

Het kan helpen dit zinnetje in kleur op te schrijven. Iedere lengtemaat krijgt dan een aparte kleur. Hang het papiertje op, op een zichtbare plek. Denk bijvoorbeeld aan de koelkastdeur, naast het bed van je kind of op het toilet. Daardoor wordt het gemakkelijk om het zinnetje uit het hoofd te leren.

Het is belangrijk te onthouden dat iedere stap naar rechts x10 is, en iedere keer naar links :10 is. Nog een keer: Rechts is keeR, Links is deLen. Let op de letters in dit ezelsbruggetje.

Tip 5: Moet ik vermenigvuldigen of delen?

Je kunt pijltjes toevoegen aan het schema, maar op sommige kinderen heeft dit een negatief effect. Het ziet er al snel veel te moeilijk uit, of je kind snapt misschien niet zo goed waar die pijlen ook alweer voor staan. Daarom kun je je kind ook de volgende regels leren:

  • Als ik moet omrekenen naar een kleinere maat, wordt het getal groter. In het woord ‘groter’ zit de letter r, net als in ‘keer’. Dus moet ik ‘keer’ doen. De komma gaat naar rechts en er komen nullen bij.
  • Als ik moet omrekenen naar een grotere maat, wordt het getal ‘kleiner’. Daarin zit de letter ‘l’, net als in ‘delen’. Ik moet dus delen. Er gaan nullen af en de komma verschuift naar links.

Tip 6: Leer ook grammen en liters

Hetzelfde idee werkt ook voor grammen en liters. In plaats van het woord ‘meter’ gebruik je dan het woord ‘gram’ of ‘liter’. De voorstelling van het gewicht, de hoeveelheid of de lengte blijft in alle gevallen hetzelfde. Het is goed om te weten dat op school bijna nooit met kiloliters, hectoliters en decaliters wordt gerekend.

Zorg ervoor dat eerst het begrip rond de lengtematen duidelijk is, alvorens te beginnen aan grammen en liters. Kinderen verschillen, dus het verschilt ook per kind hoelang het duurt voordat lengtematen vanzelfsprekend zijn.

Beginnen met breuken

Annemarieke van den Berg

Ieder kind krijgt op de basisschool te maken met breuken. Het ene kind vindt het gemakkelijk, de andere worstelt er behoorlijk mee. Gelukkig zijn met een paar tips de breuken onder de knie te krijgen. Al in groep vijf worden halven, kwarten en derden aangeleerd en in groep zes wordt dit uitgebreid. Vanaf dat moment komen ze ook voor in de Cito-toets.

Het is belangrijk dat kinderen leren rekenen met allerlei soorten breuken, ook met achtsten of negenden. Anders kunnen ze problemen krijgen met wiskunde op het voortgezet wetenschappelijk onderwijs of het hoger algemeen voortgezet onderwijs.

Wat is een breuk?

Rekenen met breuken kan alleen als je kind begrijpt wat een breuk nu eigenlijk is. Dit kun je het beste uitleggen aan het concept dat er iets gebroken en er iets verdeeld moet worden. Daarom is er een breukstreepje, ook wel een deelstreepje genoemd.

In principe is een breuk niets anders dan een rekensom die op een andere manier wordt opgeschreven. Kinderen leren dat ze de hele berekening op moeten schrijven, of het zelfs nog verhalend mogen opschrijven. Dat wordt nu afgeleerd: we hebben het nu over ‘vier tweede’ als we het hebben over vier pannenkoeken die worden verdeeld over twee kinderen. Dit is vaak nog gemakkelijk voor kinderen. Het is een even aantal dingen dat over een even aantal personen moet worden verdeeld.

Iets moeilijker wordt het als slechts één ding (in dit geval: een pannenkoek) verdeeld moet worden over een aantal mensen. Dit is waar het principe van een breuk pas echt komt kijken: een breuk ontstaat als het aantal te verdelen dingen niet gelijk is aan het aantal personen waardoor het gedeeld moet worden. Nog voordat kinderen leren om ½ te te schrijven, weten ze al dat een pannenkoek gedeeld door twee personen de helft is.

Verbeeldend denken

Het helpt om dingen te delen door een aantal te personen. Kinderen denken en leren met verbeelding. Als ze zich ergens een voorstelling van kunnen maken, maakt dit de som begrijpelijker. Daarom gaat het uitrekenen van een breuk vaak goed zolang het over bijvoorbeeld koekjes, pizza’s of pannenkoeken gaat.

Veel kinderen lopen vast als de breuk ingewikkelder wordt. Het vergelijken van breuken, het versimpelen ervan en het optellen en het aftrekken is vaak moeilijk. Dat komt doordat ze het overzicht kwijtraken; waar rekenen ze nu precies mee en wat is de situatie? Ouders en leraren kunnen weer terugvallen op de eerste uitleg.

Eerlijk leren delen

Het begrijpen van breuken kan worden gezien als eerlijk leren delen. Bij een breuk gaat het immers om een manier van delen waarbij de delen even groot moeten worden. In rekenboeken komt vaak voor dat er een taart eerlijk moet worden verdeeld. Veel kinderen tekenen van links naar rechts stroken op de tekening. Dat houdt in dat het concept van een breuk nog niet goed wordt begrepen.

De bedoeling is dat het kind begrijpt dat er twee kwarten ontstaan als hij of zij een helft doormidden snijdt en er vier achtsten zijn als hij of zij deze kwarten weer doormidden snijdt. Er moet hierbij begrepen worden dat de individuele stukken kleiner zijn, maar de stukken tezamen weer een taart vormen die even groot is.

Praten in breukentaal

Het is belangrijk dat je kind de juiste terminologie gebruikt. Oftewel: je kind moet leren praten in breukentaal. Waar we eerst spraken van: ‘Een zesde deel van een taart’, spreken we nu van ‘een zesde’.

Vaak gaat het hier ook fout. Bij ‘vijf zesde’ stellen kinderen zich vaak vijf stukken van een zesde voor. De bedoeling is juist dat het kind een groot stuk van vijf zesde voor zich ziet. Oftewel: de verhouding tussen het deel en het geheel.

Naast de online spellen van Squla is het ook een goed idee om oefenmateriaal te gebruiken. Dit kunnen bijvoorbeeld ronde, lineaire of vierkante breukensets zijn. Welke set het best bij jouw kind past, kan verschillen van andere kinderen. Daarom is het ook mogelijk dat het kind beter presteert met een andere breukenset dan die hij of zij op school gebruikt. Laat je kind daarom meehelpen met het uitzoeken van een set.

Tips om breuken te leren

Om het rekenen met breuken beter te leren, kun je het best visueel de breuken presenteren. Laat je zoon of dochter eens de rookworst verdelen bij de stamppot of een taart aansnijden op een verjaardag. Dat kun je natuurlijk niet eindeloos blijven doen, dus zijn er ook andere opties.

Zo zijn er bijvoorbeeld ook werkboekjes verkrijgbaar met bijvoorbeeld redactiesommen. Ook de genoemde breukensets kunnen een uitkomst bieden. Blijf vooral oefenen, op deze manier leert het kind het meest.

Natuur en techniek zijn de bom!

Annemarieke van den Berg

´Mam, hoe kan het dat Whatsappjes meteen na verzending al op een andere telefoon staan? En hoe is het mogelijk dat een zwerm vogels elke avond op exact dezelfde tijd een prachtige show weggeeft vlak boven ons huis? En waarom bestaan er eigenlijk brandnetels? En hoe wordt plastic nou precies gerecycled?´ Er is voor je kind zoveel te ontdekken in een wereld die bol staat van technologische ontwikkelingen en almaar groeiende kennis over de natuur. Lees hier meer over hoeveel plezier je kind kan beleven aan ´natuur & techniek´! Wie weet steek je er zelf ook nog wat van op, want de ontwikkelingen gaan sneller dan het licht…