Reken samen op heldere regels
Als je gamen in gaat zetten als ‘tool’ om te oefenen met rekenen, dan is het belangrijk dat jullie van tevoren samen goede regels afspreken. Houd daarbij rekening met de leeftijd van je kind, het rekenniveau en de grenzen van je kind. Je kunt bijvoorbeeld afspraken maken over:
- De duur van het gamen. Het ene kind heeft een langere aandachtsspanne dan het andere. Het is belangrijk om dit in de gaten te houden. Dit is vaak afhankelijk van het karakter van je kind en uiteraard ook van de leeftijd. Als je te lang doorgaat en je kind heeft geen interesse meer, dan wordt het rekenen geassocieerd met iets vervelends, terwijl het gevoel achteraf geassocieerd zou moeten worden met ‘leren met plezier’.
- Het doel van het gamen. Spreek samen een duidelijk doel af, zoals bijvoorbeeld het leren van de tafel van 4. Als jullie klaar zijn met het gamen, dan stelt dit doel jullie in staat om achteraf nog even kort te evalueren wat je kind geleerd heeft en of het gamend rekenen ondersteunend is geweest.
- De aard van de games. Kies samen voor games die passen bij het karakter en de interesses van je kind. Is je kind erg competitief ingesteld? Kies in dat geval voor een game waarbij je samen strijdt voor een bepaald doel in plaats van dat je kind alleen speelt. Het gevoel zelf te willen winnen gaat anders boven het doel om te spelen met cijfers.
Zit je helemaal op één lijn met je kind wat betreft het gamen? Aan de slag! Ready, set en….rekenen maar! Maak een begin met educatief gamen middels onderstaande 5 game-tips.
1. Meetkunde in Minecraft
Meetkunde is onderdeel van alle rekenmethodes in het basisonderwijs. Het spel Minecraft biedt ontzettend veel mogelijkheden om hiermee te oefenen. In Minecraft draait namelijk alles om het bouwen met blokken in de ruimte; erg bevorderlijk dus voor het ruimtelijk inzicht. De mogelijkheden zijn echt eindeloos! Er zijn online vele werkbladen en voorbeelden te vinden om te oefenen met rekenen in Minecraft. Creëer bijvoorbeeld je eigen doolhof en geef daarbij aan je kind de uitdaging mee dat het te bewandelen pad een x aantal meter mag zijn in totaal, bouw je eigen huis en meet de omtrek op of maak je eigen boomhut met meerdere verdiepingen (bepaal samen vooraf hoe hoog elke verdieping moet worden). Pas maar op met al dat digitaal bouwen; voor het je weet is je kind verslaafd aan meetkunde 😉.
2. Meters maken met Mario
Mario moet vast ook dol zijn op rekenen, getuige alle cijfers in Mario Kart. Deze game staat bol van de opties om samen met je kind een potje te rekenen, terwijl jullie snoeihard over de baan racen. Schrijf bijvoorbeeld na elke race je eindstand op en tel 3 eindstanden bij elkaar op, vermenigvuldig 2 van je eindstanden met elkaar of tel alle standen van iedereen die deelneemt bij elkaar op.
Hebben jullie als gezin een hogere score dan 4 willekeurige andere deelnemers samen?
In de modus ‘tijdrace’ kun je ook proberen om je persoonlijke record te verbeteren. Zet de race na afloop vliegensvlug op pauze en laat je kind razendsnel berekenen hoeveel seconden er sneller is geracet dan voorheen. Je zult zien dat ook deze berekeningen op een zeker moment niet de bocht uitvliegen, maar pijlsnel naar de finish schieten!
3. Breinkraker: de Tectonic
Houden jullie van breinkrakers? Probeer dan zeker eens een Tectonic. Het is een variant op de welbekende Sudoku; net zo verslavend, maar net even anders. Er zijn een aantal eenvoudige basisregels voor het invullen van een Tectonic. Puzzels als deze stimuleren het brein van je kind op meerdere manieren: het verbetert de concentratie en het versterkt het geheugen. Daarnaast zetten deze puzzels je kind aan tot het uitdagen van zichzelf en dat is ook gunstig voor de hersenen; de stofwisseling gaat omhoog en het bloed gaat harder stromen. Dit is gunstig voor een aantal verbindingen in de hersenen. Kortom; met het woord ‘breinkraker’ is niets te veel gezegd. Er is op internet een ruim aanbod te vinden aan digitale Tectonics en er zijn diverse (gratis) apps beschikbaar die Tectonics aanbieden.
4. Rekenen met ‘Old school’ Tetris
Een trip down memory lane voor vele ouders: de game Tetris. Was je vroeger in het bezit van een Game Boy? Dan heb je vast en zeker uren Tetris gespeeld… Nog steeds, al die jaren later, is Tetris een geweldig spel! Je kind ontwikkelt het ruimtelijk inzicht en daarnaast biedt Tetris talloze mogelijkheden om samen sommen te maken. De tafel van vier is bijvoorbeeld perfect te oefenen met deze game. Start Tetris op en begin meteen met het tellen van elke vorm. Tel de individuele blokjes allemaal bij elkaar op. Er komen er telkens vier bij! Hoe lang gaat je kind dit volhouden? Bij elke nieuwe game is er weer de mogelijkheid om het persoonlijk record te verbeteren.
5. Reken je rijk op de transfermarkt
Deze game maakt alle jongens en meiden blij die van voetbal houden; rekenen was nog nooit zo leuk! Laat je kind rekenen met geld op de zogenaamde ‘transfermarkt’ in de bekende voetbal-game FIFA. In FIFA is het de bedoeling dat je een team samenstelt met voetbalspelers. Als je goede spelers in je team hebt, dan vergroot je je win-kans. Hiervoor moet je op zoek naar de crème de la crème onder de voetbalspelers en deze vind je op de transfermarkt. Neem een dikke portemonnee mee (de munten die je verzameld hebt in het spel), want de beste spelers kosten een behoorlijke duit. Welke spelers kan je kind betalen met de reeds verzamelde munten? Hoeveel geld blijft er over als jullie besluiten om Messi of Mbappé aan te schaffen of moeten jullie nog veel sparen? Het potje FIFA kan zo mee het klaslokaal in!
En dan nog een laatste tip voor de ouders die moegestreden zijn door de overschreden schermtijden, overhitte accu’s en rood doorlopen ogen. Het ouderwetse potje Rummikub, dat vroeger de keukentafel van je oma regelmatig opsierde, biedt nog altijd fantastische mogelijkheden om je kind te laten spelen met getallen. Open de Rummikub-doos gewoon ook weer eens wat vaker en vraag je kind zelf wat voor rekenopdrachten er allemaal bedacht kunnen worden met dit spel. Dit stimuleert niet alleen hun reken-skills, maar ook hun creatieve vermogen.
Veel (digitaal) rekenplezier toegewenst!
Vormen betekenis geven
Als ik aan mijn zoon vraag waar hij aan denkt bij een kubus noemt hij een dobbelsteen. Kan een dobbelsteen ook rond zijn, vraag ik. Ik heb er wel eens een in mijn handen gehad. Een bol noemen we dat. Hoe zou die werken?En wat is nou handiger als je een spel speelt?
Boeiende gesprekjes die kinderen laten nadenken over de eigenschappen van vormen, de voor- en nadelen daarvan. Zo krijgen lastige begrippen als kubus en bol meer betekenis en linkt je geheugen het aan reeds opgedane kennis. De verbindingen worden sterker, de begrippen krijgen meer inhoud.
Tips om te oefenen met figuren
We weten door hersenonderzoek dat herinneringen waaraan een emotie gekoppeld is beter beklijven. Bibian Mentel gaf ons ook die levensles mee ‘maak herinneringen!’ Plezier, verwondering, gezelligheid blijven je bij. We zetten wat tips op een rij om te oefenen met verschillende vormen.
- Maak een eigen kubus
Zo kan je met je kind zelf een kubus maken van een bouwplaat die je op internet kan vinden. Je kan er een dobbelsteen van maken of een doosje dat je mooi kan versieren. Over verwondering gesproken, voor gevorderden heb je de magische kubus! - Bak wat lekkers in een leuke vorm
Een kubus, balk of cilinder? Je hebt alleen deeg, meel en eieren nodig en je kan een cake bakken in een eigen vorm. Dat is niet alleen leuk, maar ook lekker!
Maar ga ook lekker naar buiten en verwonder je. Laat de zintuigen prikkelen! Ook zo sla je meer informatie op rond een begrip. - Zoek vormen in de natuur
Is er een kubus vorm te vinden in de natuur? Hoe zou dat komen? Is een boomstam een cilinder? En herken je vormen in de bolletjes bloemen die uitkomen en de bladeren die weer aan de struiken en bomen groeien? Is het lijfje van een bij een bol? Wanneer spreek je van een cirkel en wanneer van een bol? Wat zijn de verschillen en de overeenkomsten? Herken je vormen in een paddestoel? Ga met je kind op zoek naar vormen in de natuur. Plezier gegarandeerd! - Trek erop uit
In verschillende steden zitten ook vormen verstopt. In Rotterdam loop je natuurlijk even langs de Kubuswoningen, heel indrukwekkend! Of ga je de vlakken van de Pyramide van Austerlitz tellen? En je verwonderen hoe de Egyptenaren dat vroeger toch voor elkaar kregen.
Heel veel plezier en laat de 3D figuren je verwonderen!
Tip 1: geef uitleg over dyslexie
Eén van de onderdelen van een dyslexietraining die kinderen na een diagnose krijgen is psycho-educatie. Dit betekent dat er uitleg gegeven wordt over wat dyslexie is. Waarschijnlijk weet je kind al wel dat het een leesprobleem is. Moeilijke dingen bespreken gaat vaak beter als je dit spelenderwijs doet, door er bijvoorbeeld samen over te lezen. Leuke en leerzame boeken (ook voor jou als ouder) over dyslexie zijn:
- Ik heb dyslexie, nou en!, Ilonka De Groot. In dit prentenboek vertellen vijftien kinderen wat dyslexie voor hen betekent. Op de rechterbladzijde staat telkens een verhaaltje met een tekening, op de linkerbladzijde een tip voor ouders en leerkrachten.
- Nu weet ik eindelijk wat dyslexie is, Chantal Engbers. Het boekje is tweeledig opgesteld: een linkerpagina voor de ouders met informatie over de hersenwerking bij dyslexie, en een rechterpagina met een tekening en een eenvoudigere tekst voor de kinderen.
- De dyslexie survivalgids, Annemie De Bondt, Nico de Braeckeleer. Deze survivalgids staat boordevol met informatie over hoe dyslectische kinderen zichzelf kunnen helpen. Oefeningen, softwarepakketten, nuttige websites, quizzen, mopjes, bekende personen met dyslexie, illustratieve tekeningen en verhalen van lotgenoten.
Tip 2: breng de kwaliteiten van je kind in beeld
Onze hele maatschappij, op het internet, de televisie en op school draait het grotendeels om geschreven taal. En dat is voor veel dyslectische kinderen dus vaak een confrontatie met de moeilijkheden die ze daarmee hebben. Besteed extra aandacht aan de dingen waar je kind wél goed in is en bespreek dat er veel meer kwaliteiten zijn dan alleen goed kunnen lezen. Bijvoorbeeld creatief zijn, goed kunnen presenteren, mondeling jezelf goed verwoorden etc. Geef gerichte en gemeende complimenten over de dingen waar jouw kind in uitblinkt. Dus niet alleen ‘goed gedaan’, maar ‘jij kunt hele originele knutselideeën bedenken!’ Doordat jij met die positieve bril naar je kind kijkt, breng je de kwaliteiten in beeld en vergroot je de eigenwaarde van je kind.
Tip 3: laat je kind zelf meedenken in wat ‘helpt’
Omdat je kind vaak al wat ouder is wanneer de diagnose dyslexie gesteld is, geeft dit ook kansen om kinderen zelf mee te laten denken in wat helpt. Geef je kind bijvoorbeeld zelf ook instemming voor het oefenen, laat je kind meedenken welk moment van de dag hiervoor het fijnste is en wanneer er even niet geoefend hoeft te worden. Maak zo samen een plan, en noteer dit bijvoorbeeld in een schema. Dan is het meteen een vaste afspraak en wordt het een routine zonder al te veel weerstand.
Tip 4: zoek met je kind naar bekende dyslecten
Kinderen met dyslexie kunnen soms het gevoel hebben dat ze ‘anders’ of ‘dom’ zijn, en daardoor minder kunnen bereiken dan hun klasgenootjes. Zeker vanaf groep 5 gaan kinderen hun prestaties meer vergelijken met andere kinderen. Kijk dan eens samen naar lijstjes van beroemde mensen met dyslexie op internet. Bijvoorbeeld Leonardo DaVinci, Albert Einstein, Steven Spielberg en Robbie Williams. Allemaal beroemdheden die heel veel bereikt hebben met hun talent!
Tip 5: zorg voor een goede afstemming met de leerkracht
Als je kind naar de volgende groep gaat, is er meestal een overdracht geweest van de ene naar de andere leerkracht. Hierdoor weet de juf of meester vaak al wel wat de aanpak was in het vorige schooljaar. Toch is het altijd handig om tussentijds wat dingen af te stemmen. Niet alle teksten uit het lesprogramma zijn geschikt voor dyslecten. Zo heb ik weleens ouders gehad van een leerling die meehielpen om teksten om te zetten naar de voorleessoftware. Ook is het handig dat de leerkracht weet waar je kind tijdens de dyslexiebehandeling mee bezig is. Je kunt bijvoorbeeld toestemming geven dat de behandelaar overlegt met de meester of juf om bijvoorbeeld de spellingregels of elkaar af te stemmen.
Tip 6: bekijk met je kind hulpmiddelen voor dyslexie
Dyslexie is niet te genezen, maar er zijn wel heel veel hulpmiddelen op de markt die je kind kunnen helpen. Bekijk ze samen en laat je kind meedenken in wat voor hem/haar kan helpen. In het dyslexie-onderzoeksverslag staan vaak aan het einde diverse tips en hulpmiddelen die geadviseerd worden. Voorbeelden van hulpmiddelen zijn:
- Leeslinialen op kleur
- Vergroot linialen
- Dyslexie lettertype (gratis te downloaden, zoek op: “dyslexiefont” of “dyslexie lettertype”)
- Dyslexie voorleespen of Daisyspeler
Tip 7: lees en oefen spelenderwijs
Waarschijnlijk krijgt je kind vanuit de dyslexietraining huiswerk voor begrijpend lezen of spelling. Soms kan het prettig zijn om het ’teksten lezen’ eens af te wisselen met leesspelletjes. Gekke stemmetjes lezen, om de beurt lezen, zingend lezen of kies eens een ander genre zoals een moppenboek.
Tip 8: stem de dyslexiebegeleiding af met school en thuis
Op sommige scholen bestaat de mogelijkheid om de dyslexiebegeleiding op school te laten plaatsvinden. Hierdoor hoeft je kind niet op een vrije middag óók nog naar dyslexietraining. Zorg dus voor een goede afstemming tussen school en thuis. Ook zie ik dat leerkrachten kinderen met dyslexie soms veel extra leeswerk meegeven. Natuurlijk is oefenen goed, maar blijf waakzaam dat je kind niet overvraagd wordt. Soms wordt er dan gekozen om luisterboeken in te zetten voor een ontspannen leesmomentje en leesplezier.
Tip 9: Lees samen boeken over dyslexie
Er zijn diverse leuke kinderboeken rond het thema dyslexie. Hierdoor herkennen kinderen zichzelf in een boek. Bijvoorbeeld:
- Henk en de dansende letters, Henk Linskens. Wanneer Henk probeert te lezen ziet hij “dansende letters”, waardoor hij achterblijft op school. Hij trekt zich dan maar terug in de zaken waar hij wel goed in is: tekenen, knutselen en dagdromen. In een van die dagdromen ontmoet hij Pablo Picasso, die zelf ook aan dyslexie lijdt en Henk van een inspirerend advies voorziet.
- Een genie met dyslexie, Anja Cocquyt. Rika heeft een geheim: ze heeft dyslexie. Wanneer Tim dit te weten komt, probeert hij haar te helpen. Maar dit gaat helaas niet zo vlot als hij had gehoopt. In dit boek komen verschillende dyslectische genieën ter sprake, wat illustreert dat dit geen levenslange beperking hoeft te zijn.
- Dwarrelletters, Simone Foekens. Wanneer Maartje probeert te lezen, beginnen de letters voor haar ogen te dwarrelen en van plaats te veranderen. Dit maakt haar onzeker over haarzelf omdat ze nooit zeker is over wat ze leest.
- Een kroon voor een kanjer, Liesbeth Tilanus & Monique van der Zanden. Raf wordt op school gepest met zijn dyslexie. Wanneer zijn klas op een onbewoond eiland terechtkomt, ontpopt hij zich tot de held van het verhaal. Een verhaal dat dyslectische kinderen meer zelfvertrouwen geeft.
- Ik ben niet bom! Marion van de Coolwijk. Sander heeft een probleem met lezen, waardoor hij wordt gepest op school. Wanneer hij getuige is van een inbraak op zijn school, gaat hij samen met zijn vrienden op detectivetocht. Door het verhaal kan hij zijn klasgenoten eindelijk duidelijk maken dat hij niet dom is omdat hij een leesachterstand heeft.
Tip 10: Wees alert op automatiseringsproblemen
Veel kinderen met dyslexie hebben ook problemen met automatiseren. Dit zie je bijvoorbeeld terug in het rekenen. Het automatiseren van sommen onder de 20 of het automatiseren van de tafels kan extra lastig zijn. Sommige kinderen mogen daarom na verloopt van tijd gebruik maken van een tafelkaart. Maar ook topografie met moeilijke plaatsnamen en bijbehorende schrijfwijze kan een flink struikelblok zijn. Soms helpt het om met de leerkracht af te spreken dat topografie mondeling getoetst wordt.
Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht en intern begeleider groep 5-8 in het basisonderwijs. Als intern begeleider is ze verantwoordelijk voor het opstellen van dyslexiedossiers voor de aanvraag van EED dyslexieonderzoeken.
Tip 1: zet de ondertiteling aan
Hoe heb jij de Engelse taal geleerd, afgezien van woorden stampen op de middelbare school? Juist ja, je keek veel Engelstalige series of films met ondertiteling. Baywatch, McGyver of The A-Team of ER (bouwjaar ’82 hier) hadden mij zo aan de praat! Zo werkt het met mijn kids nu ook. Ze komen zoveel met de Engelse taal in aanraking dat het vrij rap gaat. Vooral vanaf het moment dat ze redelijk kunnen lezen. Bij de jongste ging de ondertiteling in het begin nog te snel, dus soms zetten we een lange zin even op pauze. Harry Potter wordt dan wel een lange zit, maar met genoeg popcorn overleeft iedereen dat wel.
Tip 2: bekijk je favoriete serie in een andere taal
Heeft je kind die ene aflevering van Peppa al een miljoen keer gezien? Zet hem dan eens in een andere taal. Eerst ondertiteld (als dat kan) en later zonder. Hij kent het verhaal al en kan het inmiddels meepraten (en jij helaas ook), maar die kennis helpt om het in een andere taal te begrijpen. En wie weet praat hij na een tijdje die aflevering ook mee (en ja, jij ook.) Yo soy Peppa Pig!
Tip 3: wissel je taalinstellingen
Het is een bekend geintje: de tablet, mobiel of laptop in een andere taal zetten. Het liefst een hele moeilijke zoals in het Japans. Zie dat maar eens terug te zetten. Maar het is nog niet zo’n gek idee. Van het omzetten naar een andere taal leer je ook veel nieuwe woorden. Maar niet in een te moeilijke taal natuurlijk, want dat is helemaal not funny!
Tip 4: luister naar muziek in een andere taal
Hier luisteren ze heel veel muziek, in het begin Nederlandstalig, maar al vrij snel ook in het Engels of Spaans of Frans… Ze wilden op een gegeven moment graag weten waar dat liedje nou over ging. Als je zelf niet zo’n kei bent in die taal (we spreken niet allemaal Koreaans) kan dat lastig zijn, maar met een beetje googelen tover je zo vertalingen van songteksten tevoorschijn. Soms is een liedje wel heel cryptisch, dus ook voor degene met een talenknobbel: Google is je vriend.
Tip 5: bekijk YouTube tutorials
YouTube bevat zoveel meer dan de hilarische (vind ik dan) Dylan Haegens of gamevideo’s (niet hilarisch). Er is een schat aan taal te vinden. Googel “youtube kind Spaans leren” en er gaat een wereld voor je open. Je kiddo “habla Español” nog voordat hij zijn veters kan strikken.
Easy peasy
Met deze vier tips is het leren van een nieuwe taal easy peasy! Ook Squla biedt de mogelijkheid om spelenderwijs van steenkolen Engels, ‘superb’ Engels te maken. Dat kan al vanaf groep 1. Nog even wachten en dan lach je weer om de grapjes van Murdock (daar is dat bouwjaar weer), maar dan wel gezellig met z’n tweeën.
1. Drielandenpunt
Heb je ooit met één been in Duitsland en het andere in België gestaan? Dat kan! Op het hoogste punt van Nederland, vlakbij het gezellige Vaals, vind je het Drielandenpunt. Daar komen Nederland, België en Duitsland samen. Je pakt gewoon drie landen in een klap!
Genoeg gereisd? Laat je kiddo dan los in het grootste en spannendste labyrint van Nederland, waar hij of zij spuitende watermuren en andere spannende dingen moet trotseren. Nog niet doorweekt genoeg? Ga dan naar het waterspeelplein met tientallen fonteinen. Leuk om te zien, maar nog veel leuker om doorheen te lopen!
Liever speuren? Hang de Sherlock uit op één van de twee speurtochten en plof daarna neer voor iets lekkers in Taverne de Grenssteen.
2. Wildlands Adventure Zoo Emmen
Alle avonturiers verzamelen! In Wildlands in Emmen maakt jouw kleine ontdekkingsreiziger een wereldreis in één dag. Zelfs Freek Vonk zou zeggen: HOLY MOLY!
Ontdek per boot of te voet de jungle, spot neushoorns en giraffen van heel dichtbij tijdens een truck safari en ga op poolexpeditie en sta oog in oog met ijsberen en pinguïns.
Maak het vooraf lekker spannend door samen de plattegrond te bestuderen. Want echte wereldreizigers weten ook waar het oppassen geblazen is. Waar zit die kudde olifanten, die groep bavianen, troep leeuwen of die harige vogelspin? Zo weet je zeker dat iedereen weer heelhuids thuiskomt.
Nog niet genoeg bewogen? (Maar echt, hoe dan?!) Dan kan je slingeraap los in Animazia, waar hij naar hartenlust kan klauteren (of graven of glijden) en een piratenschip of Maya-tempel kan ontdekken. En hoera, zien we daar horeca (cafeïne!) aan de horizon?
3. Chinatown in Den Haag
“Eventjes” naar China? Dat kan in Chinatown Den Haag! Zodra je onder de prachtige Chinese toegangspoort gaat, waan je je in een andere wereld. Eet er een hapje bij een van de vele Chinese restaurants of knusse eethuisjes en verken een toko. Dat laatste klinkt misschien een beetje saai voor een kind, maar bij ons thuis is de toko een regelrechte hit. Een woord (oké 2): koekjes en snoepjes. Mijn kids mogen een aantal dingen kiezen die ze lekker lijken. En dat is altijd heel spannend want: wat is het?! Eenmaal thuis is het dolle pret! Want die chips blijken ineens van zeewier en die koekjes zijn goddelijk! (Maar we hebben ook al de “direct boven de prullenbak hang”-versies gehad.)
Tip: film elkaar als je iets voor het eerst proeft, gegarandeerde pret achteraf.
Al met al is Chinatown is een bijzondere ervaring, onder alle straatnaamborden staat de Chinese vertaling en op een aantal stoepranden ‘lees’ je Chinese gezegden. Hoewel het midden in het Haagse centrum ligt, voelt het alsof je even helemaal ergens anders bent.
4. Tropenmuseum
Het Tropenmuseum Junior is het kindermuseum van het Tropenmuseum in Amsterdam én het oudste kindermuseum van Nederland. Met wisselende interactieve kindertentoonstellingen dompelen ze kinderen helemaal onder in nieuwe werelden. Deze zomervakantie kan je kleine reiziger op ontdekkingstocht door Suriname op de expositie ‘Sabi Suriname’. Op verdieping -7 (oe spannend!) komt hij alles te weten over dit bijzondere land. Van de geschiedenis tot de Surinaamse keuken waar hij in de toko boodschappen doet voor een heerlijk Surinaams gerecht. Allemaal aan tafel!
5. De Floriade in Almere
Meer over bloemen en bijtjes weten? Dat kan op de Floriade! Dit jaar staat de wereldtuinbouwtentoonstelling in Almere. Landen van over de hele wereld showen er hun ideeën voor een groene(re) wereld. Übersaai voor kinderen? Echt niet! Het is de meest toffe wereldreis in een dag! Er is een voedselbos en vijf bijzondere speelplekken, ze kunnen speuren naar sporen van de wilde bevers (de échte bewoners van het park). Ondertussen redden ze nog even de wereld in het Bostheater en voor de durfals is er een 850 meter lange kabelbaan op 35 meter hoogte en het Oerbos met een monster erin! Er is bijna teveel om op te noemen, dus hup! Gaan met die biologisch geteelde banaan!
Cultuur proeven
Kinderen zijn altijd heel nieuwsgierig en ontdekken graag de wereld om zich heen. Zeker het leren kennen van nieuwe culturen vergroot hun blik op hun eigen leven en de wereld. En met deze culturele zomeruitjes is het ook nog eens dikke pret geblazen! Welk kind kan nou vertellen dat hij in de zomervakantie een wereldreis gemaakt heeft op een dag?! Vertel dát maar eens in het kringgesprek!
Zo begin je met het zoeken naar een oppas
Het is best spannend en lastig om voor het eerst een oppas in huis te nemen. Ik wilde eerst ook het liefst een oppas die ik via via kende. Dat herken ik van vroeger: ik paste ook op bij mensen die ik kende. Via via voelt het meest vertrouwd, je hebt vaak al iets gehoord of gezien over die persoon. Je kunt dus rondvragen in de buurt of aan andere ouders. Maar tegenwoordig kun je ook op andere manieren een oppas vinden, zoals via onze app van Charly Cares. Daar willen we ook dat je je als ouder vertrouwd voelt met de oppas en het ook als ‘via via’ voelt. We checken daarom elke oppas persoonlijk en vragen om 2 referenties van eerdere oppasgezinnen voordat ze bij ons mogen starten. Zo kan de ouder al een ervaring van een eerder gezin lezen. Dat werkt geruststellend, merk ik zelf ook.
Zo pak je het aan: een eerste keer een oppas in huis
Spannend, de eerste oppas ooit komt langs! Dat vond ik zelf ook even wennen. Maar toen ik het eenmaal een keer had gedaan, merkte ik gelijk dat het daarna veel makkelijker werd. Gelukkig!
Mijn tip: plan de eerste keer een kennismaking in. Dat kan in verschillende vormen, kijk wat bij jou past. Je kunt bijvoorbeeld even videobellen van tevoren, zodat je elkaar alvast gezien hebt. Dan kun je de oppas ook aan je kids laten zien en andersom. Wil je elkaar liever in het echt zien, kun je een avondje afspreken dat de oppas even langskomt om kennis te maken. Ook kun je vragen of de oppas op de dag van de oppasdienst een half uur eerder komt. Zo kun je alles rustig uitleggen en hoef je niet gehaast weg.
Een goede voorbereiding? Dit kun je van tevoren bespreken
Vertel wat over jezelf, je gezin en of er specifieke dingen zijn die de oppas moet weten over jouw kind(eren). Bijvoorbeeld over haar bedtijd en -routine, wat ze kunnen eten of drinken of wat ze leuk vinden om te doen. Ook vraag ik altijd even terug naar wie de oppas is, want ik ben ook benieuwd wat haar achtergrond is, wat ze doet in het dagelijks leven en hoe lang ze oppast. De eerste keer dat een nieuwe oppas komt, neem ik uitgebreid de tijd om het huis te laten zien, waar alles ligt en om verwachtingen uit te spreken. Ook kun je vragen naar de verwachtingen van de oppas: bijvoorbeeld qua uurtarief, type uitbetaling, eindtijd en taken. Bij Charly Cares is dat grotendeels in de app al vastgelegd, dus dat scheelt dan weer.
Even over geld… wat kost een oppas?
De uurtarieven van oppassers kunnen best verschillen, tussen de €8 en €13 bijvoorbeeld. Maar wat is normaal? Dat is soms lastig inschatten. Waar je sowieso altijd op kunt letten is de leeftijd en aantal jaren ervaring van een oppas. Het is logisch dat iemand van 22 met 6 jaar ervaring meer vraagt dan iemand met 2 jaar ervaring. Daarnaast kun je onderscheid maken in een tarief voor overdag en ‘s avonds. Overdag oppassen kan best intensief zijn, terwijl ‘s avonds oppassen natuurlijk vaak rustig is als de kinderen al op bed liggen. Een uurtarief overdag mag dus best wat hoger liggen. Vergelijk het maar eens met de prijzen van een kinderopvang.
Daarnaast: je geeft de zorg voor je dierbaarste bezit uit handen, daar mag best iets tegenover staan, vind ik.
En voor alle oppassers, tips voor een gezellige oppasdienst
Ik vond het vroeger als oppas altijd super fijn als ik echt iets kon bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. Dat kun je doen door de oppas kinderen te helpen met hun schoolwerk, bijvoorbeeld met behulp van Squla. Als beloning kun je daarna gezellig naar buiten gaan om in het park of de speeltuin te spelen: dat is altijd een hit! Bij regen: maak het binnen gezellig. Doe wat spelletjes of ga iets lekkers bakken. Leuk voor de kids én voor jou!
Op zoek naar een oppas? Charly Cares!
Charly Cares betekent zorgeloos zorgen voor je kinderen. In onze alles-in-een app leg je contact met de Oppas Angels en chat, boek en betaal je voor de hulp die je afneemt. Vind zelf een Angel die bij past, of laat je vinden via ons Jobboard. Door ons uitgebreide netwerk weet je zeker dat jouw vraag wordt beantwoord. Elke Oppas Angel is door ons persoonlijk gecheckt, dus wij weten precies wie er bij jou thuis komt. En mocht het toch nodig zijn dan is er de Angel verzekering of onze Customer Care om op terug te vallen.
Uitproberen? Gebruik nu de code Squla2023 en ontvang €10 oppastegoed bij Charly Cares.
Zo kun jij rustig rondkijken in de app.
– Geldig t/m 31 september 2023
– Alleen geldig voor ouders die nog niet eerder een oppas hebben geboekt bij Charly Cares
De 10 meest voorkomende spellingfouten
De Nederlandse taal kent veel logische en onlogische spellingregels. Sommige regels zijn eenvoudig, maar anderen zorgen voor veel verwarring voor je kind. Vanaf groep 4 wordt er vaak voor het eerst expliciet aandacht besteed aan ‘regels’ hoe je iets schrijft. En leert je kind dat er ook bepaalde ‘weetwoorden’ zijn waarvan je niet kunt horen hoe je ze schrijft. Dit zijn veel voorkomende fouten:
- Weetwoorden met au of ou: dauw of kou.
- Weetwoorden met ei of ij: peilen of pijlen.
- Wanneer schrijf je ch of g: licht of ligt. Voorbeelden zijn:
nieuwschierig in plaats van nieuwsgierig, gragt of gracht, dagt in plaats van dacht. - Woorden met ‘d’ of ’t’ aan het einde: lind of lint
Zodra kinderen de regel van een woord langer maken kennen, zie je in groep 8 nog wel fouten bij moeilijkere varianten zoals: gebaat bij of gebaad bij. Dit heeft ook weer te maken met de regel van ’t Kofschip X voor werkwoordspelling die in de bovenbouw geleerd wordt en vaak erg lastig is. - Woorden met de ‘b’ aan het eind van een woord: krab of krap.
- Werkwoordspelling: wanneer schrijf je word of wordt? Vanaf eind groep 6 maken kinderen pas voor het eerst kennis met de regels van werkwoordspelling en in groep 7 en 8 zit het wekelijks in het lesprogramma.
- Verdubbeling van de medeklinker is één van de meest lastige spellingregels: bijvoorbeeld: klopen in plaats van kloppen. Of een moeilijke variant voor de bovenbouw: trompeteren in plaats van trompetteren.
- De zogenaamde verenkelingsregel of ook wel open lettergreep genoemd is ook heel moeilijk voor kinderen. Dan moet je denken aan woorden zoals reegen in plaats van regen. Of koopen waar kopen moet staan. Hier worden zelfs in groep 8 nog fouten mee gemaakt.
- Leestekens: heel vaak vergeten kinderen op de juiste plaats een komma, vraagteken of uitroepteken te noteren. En vooral de punt aan het einde van de zin wordt regelmatig vergeten. Zelfs in de bovenbouw zijn kinderen hier nog slordig in, wat onnodig foutjes bij een dictee kost!
- Hoofdletters: meestal worden ze aan het begin van de zin wel geschreven, maar de regel voor hoofdletters bij namen, plaatsen, landen en feestdagen die kinderen vanaf de middenbouw leren wordt bij zinnendictees vaak vergeten toe te passen. Een veel voorkomende slordigheidsfout!
Twijfelwoorden
Woorden en regels waar veel kinderen over twijfelen zijn bijvoorbeeld:
- Boederij of boerderij.
- Polisie of politie.
- Jou of jouw in het juiste verband gebruiken.
- Wand of want, welke variant gebruik je wanneer?
- Een twijfel is ook vaak bij woorden waarbij je de ’t’ niet hoort maar wel schrijft: ‘ondekken’ in plaats van ontdekken. Die ’t’ hoor je immers niet.
- Het woord ‘enige’ gaat ook heel vaak mis: enege.
- Werkwoordspelling van het werkwoord ‘vinden’.
Hij vind of hij vint in plaats van: hij vindt.
Overigens wordt in de onderbouw nog geen nadruk gelegd op werkwoordspelling. En zijn dit soort foutjes dan ook nog niet erg. - Vaak fout geschreven woorden zijn: ‘misschien’, ‘wanneer’, ‘sowieso’ en ‘juffrouw’. Veel voorkomende varianten zijn: mischien/meschien, waarneer, zowiezo, jufvrouw.
Manieren om spelling te leren
Spelling wordt als het ware opgebouwd op de basisschool. In de onderbouw begint het eerst nog bij het woord opsplitsen in klanken of klankgroepen en letterlijk op schrijven wat je hoort. Overigens is dit een hele belangrijke voorwaarde om goed te kunnen spellen!
Bij het goed schrijven van woorden zijn er verschillende manieren om te werk te gaan. De manieren die mogelijk zijn om tot de juiste schrijfwijze te komen, noem je spellingstrategieën.
De 5 spellingstrategieën die je kind leert
Deze spellingstrategieën leren kinderen op school (Huizenga, 2016).
De directe spellingstrategie: Het woord is vaak genoeg geschreven en er hoeft niet meer over de regel nagedacht te worden. Dit is als de spelling echt goed beheerst wordt. Dit is dus eigenlijk het eindpunt van spellingonderwijs. En er zijn vijf indirecte spellingstrategieën die kinderen op school leren.
- Klankclusterstrategie: een woord wordt opgedeeld in klankgroepen. Bepaalde klankgroepen worden namelijk altijd met dezelfde lettercombinaties geschreven:
Ooj schrijf je als ooi, uuw wordt uw. Veel voorkomende klankgroepen zijn aai, ooi, oei, uw, eeuw, ieuw, eer, oor, eur, nk. - Woordbeeldstrategie: dit is een visuele strategie; je weet hoe je een bepaald woord schrijft. Bij deze strategie wordt er een beroep gedaan op het woordgeheugen. De koppeling maken naar de betekenis is ook erg belangrijk. Bijvoorbeeld een ‘wand’ (muur) is met een ‘d’, en een ‘want’ als handschoen is met een ’t’.
- Analogiestrategie: dit doe je als je een woord schrijft wat lijkt op een ander woord doordat ze dezelfde klankvorm hebben: schrapen – slapen – apen
Of woorden kunnen schrijven die een overeenkomst hebben in betekenis:
vertrouwelijk – trouwen – trouw - Hulpstrategie: een (zelfbedacht) geheugensteuntje, hulpregel of ezelsbruggetje gebruiken.
- Regelstrategie: bij het schrijven van een woord een spellingregel toepassen. Veel voorkomende spellingregels: verlengingsregel, verenkelingsregel, verdubbelingsregel.
TIP: maak een spiekboekje bij de regel!
Benieuwd welke foutjes jouw kind nog maakt? Doe de spellingtest!
Geraadpleegde bronnen:
Huizenga, 2016, Taal & didactiek – Spelling, Noordhoff uitgevers
Malmberg, 2019, Taal Actief 4 – Malmberg Uitgeverij
Praktijkvoorbeelden uit de klas en van een dyslexiebehandelaar ontvangen.
Dit blog is geschreven door Shelby Vos, intern begeleider en leerkracht in het basisonderwijs.
Wat is een groeimindset?
Sommige mensen denken dat kwaliteiten, intelligentie en persoonlijkheid vaststaan, terwijl anderen juist van mening zijn dat zij dit kunnen ontwikkelen door te leren en ervaringen op te doen. Reken jij jezelf tot de laatste categorie? Dan heb je een groeimindset. Mensen met een op groei gerichte mindset zijn constant bezig om de beste versie van zichzelf te worden.
Wie een groeimindset heeft, wil nieuwe dingen proberen, zet door bij tegenslagen, leert van fouten maken en haalt inspiratie en lessen uit successen van anderen. Als je op zo’n manier denkt, wordt het bereiken van het doel dat je voor ogen hebt een stuk makkelijker. Daarbij komt dat jij je potentieel volledig benut als je een groeimindset hebt.
Jezelf leren kennen
Carol Dweck benadrukt dat het van belang is om jezelf goed te leren kennen. Als je je eigen sterktes en zwaktes goed in het vizier hebt, dan kun je immers beter inschatten wat je wel en (nog) niet aankunt. Mensen die hun talent extreem succesvol hebben ontplooid bleken vaak verrassend goed te zijn in het inschatten van hun sterktes en zwaktes én ze bleken daarnaast ook te beschikken over een positieve mindset. Als je weet waar je goed in bent en wat je ontwikkelpunten zijn, dan weet je ook op welke momenten het handig voor je kan zijn om de positieve mindset in de praktijk te brengen. Elk pad naar een persoonlijk leerdoel – klein of groot – kent een zijweggetje met hobbels in de weg. Het is de kunst om deze hobbels te leren overwinnen om zo toch dat einddoel te behalen. Als je weet waar je sterktes en zwaktes liggen, dan kun je beter inschatten op welke wijze je de hobbels kunt trotseren en je doel kunt behalen.
Misverstand
In de loop der jaren zijn er een aantal misverstanden ontstaat rondom de mindset-theorie. Een van deze misverstanden is het idee dat je een groeimindset hebt óf een vaste mindset. In werkelijkheid heeft iedereen in het dagelijkse leven een mix van mindsets. In de ene situatie heb je bijvoorbeeld een vaste mindset en in een andere situatie, op dezelfde dag, ben je in staat om een mindset aan te nemen die gericht is op groei. Een ander misverstand: er wordt vaak ten onrechte gedachte dat een groei mindset in elke situatie even nuttig is. Uit onderzoek blijft dat het ontwikkelen van een groei mindset het meest nuttig is in een leeromgeving met duidelijke geformuleerde uitdagingen die van je vragen om door te zetten. Een groeimindset is niet nuttig bij taken die eenvoudig zijn of bij taken die nog niet duidelijk gedefinieerd zijn.
Een groeimindset is geen ‘state of mind’, het is een ‘copingstrategie’ (een manier om ergens mee om te gaan). Als een kind in de klas werkt aan een nieuwe rekenopdracht waar nog alle uitleg van moet worden gegeven, dan is een groeimindset niet per se nuttig. Het kind kan dan beter vragen om extra ondersteuning van een leerkracht als de lesstof na de uitleg nog steeds niet duidelijk is. Als het kind alle uitleg heeft gehad, de lesstof beheerst en dan een uitdagende som voor de neus krijgt, dan is dat hét moment voor de groeimindset om tevoorschijn te komen en te helpen bij het doorzetten.
Zoveel kinderen, zoveel uitdagingen
Voor elk kind betekent een uitdaging in het leerproces iets anders: voor de een is een bepaalde taak eenvoudig en voor de ander juist een uitdaging. Het is daarom belangrijk om altijd te kijken naar het unieke leerproces van elk kind. Iedereen heeft zijn eigen uitdagingen en momenten waarop het vereist is om door te zetten. Op deze specifieke momenten is het buitengewoon nuttig om een groeimindset te leren aannemen, want hier liggen de kansen om te groeien en slimmer te worden. Het is de kunst om deze momenten goed te leren herkennen en ze te leren benoemen waar je kind bij is.
Het kneedbare brein
Maar wat nu als je mindset (nog) niet zo altijd zo gericht is op groei? Goed nieuws! Je mindset is veranderbaar en het brein is kneedbaar. Wetenschappers hebben lang gedacht dat het brein zich maar ontwikkeld tot een bepaalde leeftijd. Inmiddels is bewezen dat niets minder waar is: de hersenen zijn kneedbaar en nog tot op late leeftijd veranderbaar. Door het aangaan van uitdagingen maakt het brein telkens weer nieuwe en sterke verbindingen. Hier wordt je langzaamaan sterker en slimmer van! Hoog tijd dus om je als gezin ervan bewust te worden dat het lichaam niet alleen een bezoekje aan de ‘gym’ nodig heeft, maar dat de hersenen ook graag een aantal gewichten hoog willen houden om sterker te worden. Hoe vaker je iets nieuws aan durft te gaan en fouten durft te maken, hoe sterker je brein wordt en hoe positiever je mindset zal worden. Je zult namelijk langzamerhand gaan merken dat je steeds beter wordt in het aangaan van iets nieuws en je ontdekt dat juist op de momenten dat iets (nog) niet lukt, je aan het groeien en leren bent.
Een leven lang leren
Het trainen van de groeimindset bij kinderen zorgt er voor dat het – in de woorden van grondlegster Carol Dweck – ‘players for life’ worden. Kinderen die al jong de positieve effecten leren van het aannemen van een groeimindset staan meer open voor leren en groei. Hun brein is al op jonge leeftijd sterker geworden door telkens kleine en grote uitdagingen aan te gaan en met veel doorzetten hun doelen te bereiken. Als ouder kun je juist op deze uitdagende momenten een positieve invloed uitoefenen en je kind stimuleren in zijn of haar persoonlijke ontwikkeling. Wees geïnteresseerd in het groeiproces en minder in het resultaat. Je kind is een mens in ontwikkeling. Elk dag komen er nieuwe ervaringen bij (positief en negatief). Het gaat er om wat je doet met deze ervaringen. De groeimindset helpt je om door te blijven gaan om je doelen te bereiken, omdat je gelooft in je eigen kracht. Bekrachtig je kind dus elke dag op zijn of haar pad en stimuleer je kind telkens weer opnieuw om door te zetten.
Lang leve de fouten
Het leren gaat een leven lang door. Met vallen en opstaan, met succeservaringen en faalmomenten. Vier niet alleen de successen thuis, maar omarm ook de ervaringen van falen. Vanuit deze ervaringen kan juist de liefde voor leren ontstaan. Het leren gaat namelijk niet in een rechte lijn omhoog, maar volgt een kronkelig pad dat voor elk kind uniek is. Het grote verschil tussen mensen met een vaste mindset en mensen die vaker een groeimindset aannemen is dat de groeimindset-groep een grotere kans heeft om hun volledige potentieel waar te maken. De mensen met een vastere mindset zullen op een bepaald level blijven steken, terwijl ze wellicht nog veel meer in hun mars hebben.
Laat die liefde voor leren maar oplaaien dus en zet dat kneedbare brein aan het werk! Laat je kind oefenen op Squla en stimuleer je kind om uitdagingen aan te gaan. Een mooie kans voor jou als ouder om te benoemen dat het je een heel fijn gevoel kan geven als je doorzet, hard werkt en de uitdaging ook daadwerkelijk haalt 💪.
Taal in groep 8 – de andere mogelijkheden van taal
Taal in groep 8 gaat naast zinsontleding, woordenschat en woordbegrip nu ook om hoe je die taal precies inzet. Je kind leert het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik, het verschil tussen iets letterlijk en figuurlijk uitdrukken, en leert nog meer spreekwoorden en gezegden. Vaak leren de kinderen in de klas ook met elkaar discussiëren. Kijk dus niet vreemd op als je kind met argumenten aan komt zetten. Tip: je kind is nu goed in staat zichzelf uit te drukken. Hanteer het taalgebruik dat je ook met volwassenen hanteert. Hier leert je kind extra veel van.
Rekenen in groep 8 – hetzelfde, maar dan moeilijker
Breuken, procenten, verhoudingen, komma-getallen. Je kind kende ze allemaal al van de rekenlessen in groep 7, alleen worden de opgaven steeds iets moeilijker. En tellen tot 1.000.000.000? Moet geen probleem meer zijn. De stof wordt uitgediept en moeilijker gemaakt. Ook gaat het tempo omhoog: je kind krijgt minder tijd om sommen te maken. Echt klaarstomen voor het tempo van de middelbare school.
De hele wereld bij topografie
Zoek je zelf nog maar even op hoe het ook alweer precies zat met die landen in het Midden-Oosten, want je kind weet het binnenkort ook. De hele wereld gaat misschien niet lukken, maar de belangrijkste topografie komt aan de orde. Voor topo oefenen met Squla betekent dat niet alleen de landen aanwijzen op de kaart, maar per goed antwoord krijgt je kind een extra leuk weetje over het land of de stad.
Huiswerk
Je kind is vast al bekend met huiswerk, maar in groep 8 wordt het huiswerk opgeschroefd, om de overgang met de middelbare school te verkleinen. Plan dus tijd in voor je kind om het huiswerk te maken, en voor jezelf om de stof te overhoren. Samen schoolwerk maken werkt stimulerend! Daarnaast is huiswerk maken en plannen hiervan echt nog iets wat je kind op deze leeftijd moet leren, het is dus helemaal niet gek als je kind hier nog jouw hulp bij nodig heeft.
De afscheidsmusical
Zonder afscheidsmusical of iets wat daar op lijkt, mag je kind de school eigenlijk niet verlaten. Al speelt je kind een boom of een koe, het gevoel om samen op dat podium te staan is een kroon op acht jaar schooltijd. Voor de laatste keer samen met de kinderen met wie je kind al die tijd in de klas zat – een mooi ritueel. Neem je zakdoek mee, zelfs de stoerste vader houdt het niet droog. Het is dan toch echt wel een momentje dat je kind de vertrouwde basisschool gaat verlaten.
De doorstroomtoets en het schooladvies
Daar is hij dan: de doorstroomtoets. Zorg ervoor dat je kind niet te veel stress ervaart. Dat zal nooit leiden tot een beter resultaat! Wees er voor je kind, zorg dat hij of zij op tijd naar bed gaat, en begeleid je kind met het schoolwerk. Meer kun je niet doen, behalve oefenen samen met je kind. Richting het einde van groep 8 krijgt je kind het schooladvies van de leerkracht en moet je je kind aanmelden bij de middelbare school.
Groep 8: nog even de oudste, straks weer de jongste
Nu is je kind de oudste van de hele school – dat geeft een goed gevoel! Daarom is het straks extra wennen op die grote, nieuwe, middelbare school. Met al die pubers en rugtassen en verschillende lokalen… Laat je kind dus vooral genieten van dit laatste, bijzondere jaar van de basisschool. Vaak mogen ze klusjes doen voor de school zoals spullen klaar zetten voor een optreden of helpen bij de kleuters. Deze verantwoordelijkheid vinden kinderen in groep 8 vaak erg leuk.
Tip voor ouders van kinderen in groep 8: oefen samen met je kind
Samen oefenen is voor je kind heel waardevol. Dat kan met Squla, maar dat kan ook onder het eten, in de auto, tijdens het ontbijt, wanneer je maar wilt. Komt er een groot getal voorbij? Maak daar een leuke rekensom van. Zie je een moeilijk woord, vraag aan je kind wat het betekent en of hij of zij nog synoniemen kent. Maak cryptogrammen om het taalinzicht van je kind te vergroten – allemaal leuke trucs om de nieuwsgierigheid en hersenen van je kind te prikkelen! En niet te vergeten je éigen kennis en inzicht natuurlijk. Straks als de echte puberteit komt zal je kind zich meer onafhankelijk willen maken en zijn jouw tips ‘onzin’. Nu kun je je kind nog goed helpen bij het plannen en organiseren van dingen, want ondanks dat ze de oudste op school zijn; zijn ze soms ook nog heel klein.