Spellen met lange en korte klanken

Annemarieke van den Berg

Om woorden correct te spellen, moet er voldoende basiskennis zijn over lange en korte klanken. Helaas is dit voor ouders vaak moeilijk uit te leggen. Dankzij autocorrectie op onze mobiele telefoons en in schrijfprogramma’s als Word hoeven we nog amper zelf na te denken over een correcte spelling. Daarom is het goed om de vuistregels even weer op te frissen. Dit kan helpen bij het uitleggen van lezen en schrijven aan je kind.

Het verschil uitleggen tussen een letter en een klank

Kinderen zien vaak geen onderscheid tussen letters en klanken. Leg daarom uit dat het alfabet 26 letters heeft: van a tot en met z. Dat is basiskennis. Onze gesproken taal heeft veel meer dan 26 letters aan klanken. Dat komt doordat letters niet altijd hetzelfde klinken.

Letters krijgen vaak een andere klank aan het begin, midden of eind van een woord. Hoe letters klinken, hangt ook af van of het een lange of een korte klank is. Het is belangrijk om korte en lange klanken te begrijpen, omdat dit het houvast is om te leren lezen en schrijven. Een kind dat denkt dat een klank en een letter hetzelfde is, ontcijfert het woord verkeerd. Dat heeft een negatieve invloed op het lezen en schrijven van woorden.

Enkele klinkers onthouden

Om lange en korte klanken te oefenen, is het belangrijk te begrijpen dat er enkele en dubbele klinkers zijn. Deze moeten uit het hoofd geleerd worden. De enkele klinkers zijn a, e, i o, u. Op de basisschool leert je kind deze klinkers kort uit te spreken, als ah, eh, ih, oh, uh.

Het zou te veel zijn om meteen te beginnen met verschillende klanken. Daarom wordt de klinker eerst als één klank geleerd, zodat er een basisbegrip ontstaan. Dat de letter ‘i’ ook als ‘ie’ kan klinken (als in: ski), wordt nog nog niet behandeld.

Dubbele klinkers oefenen

De dubbele klinkers zijn aa, ee, ie, oo en uu. Deze dubbele klinkers vinden we terug in woorden als ‘baat’, ‘beet’, ‘biet’, ‘boot’ en ‘buut. Kinderen leren deze klinkers als één letter, ook al zijn het er twee. Het woord ‘boom’ wordt vaak gebruikt om klanken te ontbinden.

Medeklinkers

Bij de korte klank is het noodzakelijk dat er voldoende kennis aanwezig is over de medeklinkers. In het alfabet hebben we er 20 van. De s/z, de f/v, de p/b/ en de t/d lijken in uitspraak te verschillen, maar soms is er geen verschil in de letters te horen. De plaats van de medeklinker bepaalt hoe ze klinken in een woord.

Zo klinkt de letter ‘d’ in het woord ‘pad’ als een ‘t’, maar als een ‘d’ in ‘paden’. En een stapje moeilijker: in het woord ‘cacao’. Hier zit geen ‘k’, maar twee ‘c’’s in, die als een ‘k’ klinken.

Lange klanken oefenen

Hoe weet jouw zoon of dochter nu wanneer er een lange klank wordt gebruikt of een korte klank? En hoe moet er dan omgegaan worden met de spelling? Bij een lange klank geldt de volgende vuistregel:

‘Als je aan het eind van een lettergreep een lange klank hoort (aa, ee, oo of uu), dan gebruik ik daar maar één letter voor’. Er moet dus een a, e, o of u geschreven worden. We zien dit terug in de woorden ‘kamer’, ‘beren’, ‘bomen’ en ‘buren.

Dit kan ook onthouden worden aan de hand van dit ezelsbruggetje:

‘Lange klanken hebben pech, ik haal gewoon een letter weg! Behalve de ee, die doet niet mee’ In plaats van één letter schrijf je bij ‘ee’ er toch twee.

Korte klanken oefenen

Korte klanken worden vaak als iets gemakkelijker ervaren, omdat het woord zo geschreven mag worden zoals je kind het hoort. Ui, ei, ij, oe, eu, au, ou en ie worden precies als de klank geschreven. We noemen deze korte klanken ook wel ‘tweetekenklanken’, omdat ze twee tekens hebben.

Voorbeelden van woorden met een tweetekenklank zijn ‘buiken’, ‘meiden’, ‘kijken’, en ‘boeken’. Let wel op de ie, want daar geldt een uitzondering voor: ‘liter’, ‘gitaar’, ‘finale’, ‘diploma’ en ‘idee’ worden niet met ‘ie’, maar een i gespeld.

De volgende regel moet onthouden worden:

‘Hoor je een korte klinker aan het eind van een lettergreep? Ga dan met twee dezelfde medeklinkers door!’

Twee voorbeelden:
Knopen klinkt als ‘knoopen’, dus er moet één medeklinker geschreven worden.
Knoppen klinkt als ‘knoppen’, dus dubbele medeklinkers.

Welke onderwijsmethode werkt écht voor jouw kind?

Annemarieke van den Berg

Veel structuur of juist veel vrijheid, een creatieve inslag, maandelijkse vieringen, ontdekkend leren of toch extra focus leggen op samenwerking? We hebben in Nederland een gevarieerd aanbod in onderwijsmethodes. Hartstikke fijn, maar veel keuze kan soms ook twijfel zaaien…Welke vorm van onderwijs past nu het beste bij jouw kind en waar moet je allemaal op letten? Hoe komt jouw kind het beste tot bloei; lees snel verder en ontdek!

Onderweg voor die ene onderwijsmethode

Los van de keuze voor een specifieke onderwijsmethode is het in de eerste plaats goed om je af te vragen of het voor je kind belangrijk is om dicht bij huis naar school te gaan. Daarna komen de overtuigingen en wensen van jou als ouder aan bod. Is er een school in jullie nabije omgeving die daarbij aansluit? Het is goed om na te denken over het feit dat de veiligheid en het comfort van een school dichtbij huis voor sommige kinderen zwaarder kan wegen dan de vorm van onderwijs. Maar ook andersom kan het geval zijn: misschien zie jij als ouder op tegen een lang stuk rijden in de ochtendspits, maar biedt die ene school op 10 kilometer afstand wel nét datgene waar jouw kind behoefte aan heeft.

Welke vormen van onderwijs bestaan er?

In Nederland bestaan er diverse vormen van basisonderwijs: er is een rijk aanbod! Er is bijna voor iedereen wel een school die aansluit op de behoeftes en overtuigingen. In de eerste plaats kunnen we het basisonderwijs ‘opdelen’ in het regulier onderwijs en het speciaal onderwijs. Binnen het reguliere basisonderwijs kun je vervolgens nog 2 keuzes maken:

  1. Keuze voor denominatie (religieuze/levensbeschouwelijke richting): je maakt allereerst een keuze op basis van je wel of niet aanwezige geloofsovertuiging. Er bestaan in Nederland bijvoorbeeld onder andere Christelijke en Islamitische scholen.
  2. Keuze voor onderwijsmethode: vervolgens maak je wel of niet een keuze voor een specifieke onderwijsmethode. De meest bekende zijn: Dalton, Jenaplan, Montessori, Vrije-school en Ontwikkelingsgericht-onderwijs. Een korte introductie van alle verschillende onderwijsmethodes vind je hier.

Check de onderwijsbehoefte van je kind!

Het is belangrijk om het aanbod en de onderwijsmethodes van de diverse scholen in jullie omgeving goed te kennen, maar het is nóg belangrijker om de wensen en behoeftes van je kind te (blijven) onderzoeken. Maakt je kind graag zijn eigen keuzes? Dan is het Dalton-onderwijs wellicht passend. Denkt en werkt je kind graag op een creatieve manier? Dan is de Vrije-school wellicht passend. Werkt je kind graag samen in groepsvorm? Dan is het Jenaplan wellicht passend. Leert je kind sneller door zelf op onderzoek uit te gaan? Dan is Ontwikkelingsgericht-onderwijs wellicht passend. Houd er bij het maken van je keuze ook rekening mee dat er binnen de diverse scholen en onderwijsmethodes ook een overlap is in aanpak en aanbod.

Een samenwerking tussen gevoel en verstand

Let goed op zowel de gedrags – en karakterkenmerken van je kind als op zijn manier van leren. Elk kind heeft weer verschillende hulp(middelen) nodig om tot leren te komen. Dit hoeft ‘m niet altijd te zitten in een bepaalde methode, ook een gevoel kan overheersen en je kind veel brengen. Als de Dalton-school bij jullie in de straat nu qua methode niet hélemaal perfect aansluit bij jullie kind, maar de sfeer op de school ontzettend warm en veilig voelt voor jouw kind, dan kan dat ook de doorslag geven. Onthoud dat een kind zich eerst veilig moet voelen om überhaupt tot leren te komen. Maak de schoolkeuze dus niet alleen met je hoofd, maar ook met je hart!

Als het anders uitpakt…

Maar wat nu als het heel anders loopt op de basisschool (en onderwijsmethode) die jullie met zorg hebben uitgekozen? De eerst stap is om te kijken hoe jullie op deze school, binnen deze onderwijsmethode, voor een gelukkiger kind kunnen zorgen. De tweede stap is om dit te evalueren en bij gebrek aan vooruitgang breder na te denken over waar en hoe jullie kind beter tot bloei kan komen. Een geheel nieuwe leeromgeving, een verhuizing naar een nieuwe school, kan wellicht een verrassende invloed hebben. Denk met een open vizier en boven alles: denk vanuit de behoefte van jullie kind!

Tips voor jullie zoektocht naar de juiste vorm van onderwijs

  • Laat je kind een ochtend meedraaien op de school (of scholen) van jullie voorkeur. Je kind proeft zo de sfeer in het gebouw, ontmoet de leerkrachten en maakt kennis met het lesaanbod. Als je kind zich thuis voelt, dan zegt dat alles!
  • Schrijf 5 kenmerken van je kind op: woorden die omschrijven wie hij is, hoe hij te werk gaat, wat hij nodig heeft. Bijvoorbeeld: zelf keuzes kunnen maken, ruimte om de rust op te zoeken, mogelijkheid tot bewegen tussen het werk door, behoefte aan een duidelijk kader, werkt graag alleen. Verdiep je vervolgens, met deze 5 kenmerken/behoeftes in je achterhoofd, eens in het aanbod van de scholen in jullie omgeving.
  • Probeer in contact te komen met een aantal ouders of leerlingen die verbonden zijn aan de school of scholen van jullie voorkeur. Praat met ze en stel al je vragen, door de ogen van jullie kind. Houd in gedachten dat dit uiteraard meningen zijn van ouders en kinderen die wellicht weer andere (onderwijs)behoeftes hebben, maar het kan zeker een voorgevoel bevestigen en je een stapje dichter brengen bij de juiste schoolkeuze.
  •  Maak een overzicht op een A4-tje van bijvoorbeeld 3 scholen die passend zouden kunnen zijn voor jouw kind. Schrijf onder elke school 1 kolom met de voordelen en 1 kolom met de nadelen voor jouw kind (en voor jou als ouder). Arceer vervolgens nog het zwaarst wegende voordeel en het zwaarst wegende nadeel bij elke school. In 1 oogopslag heb je hier je eigen advies voor je liggen!



Eerste hulp bij spellingproblemen: zo help jij je kind!

Annemarieke van den Berg

Heeft jouw kind moeite met spelling en wil je hem of haar graag helpen met oefenen? Lang werd gedacht dat het simpelweg het lezen en overschrijven van woordjes zou helpen bij het onthouden van de spellingregels. Uit onderzoek (SLO, 2009 – PDF) blijkt echter dat dit helemaal niet zo effectief is. In dit blog leg ik uit wat spellingproblemen zijn en geef ik je 6 tips om thuis spelling te oefenen.

Hoe leren kinderen spelling?

Er zijn verschillende manieren om spelling te leren:

  • Woorden lezen/overschrijven;
  • De juiste klank of letter kiezen op een open plek in het woord;
  • Het woord mondeling spellen;
  • Een woord enkele seconden zien, daarna op opschrijven en vervolgens de spelling controleren.

Welke manier denk jij dat voor jouw kind het beste werkt? Ik zal je verklappen wat er onderzocht is op dit gebied. Uit onderzoek van Bosman en de Groot (1991) blijkt dat de laatste manier de meest succesvolle is voor zowel goede als zwakke spellers. Met deze manier schrijven kinderen woorden over, moeten ze het zich herinneren en krijgen ze direct een correctie op fouten. Zo wordt het woord mét de juiste schrijfwijze beter onthouden. Daarnaast blijkt het verklanken van woorden (het woord hakken in klankgroepen) voordat je het opschrijft een effectieve manier.

Bijvoorbeeld:
Bomen: Bo-men (ik hoor een lange klank (oo) aan het einde van de eerste klankgroep, dus ik schrijf maar één teken: bomen met één m)

Wanneer heeft je kind een spellingprobleem?

Kinderen met spellingproblemen hebben moeite met het fonologisch verwerken van taal. Dit betekent dat ze moeite hebben om gesproken taal te koppelen aan geschreven taal. Ze schrijven dan letterlijk op wat ze horen. Herken je dit bij je eigen kind? Dit is vaak de oorzaak:

Meestal proberen kinderen alle woorden en hun schrijfwijze ‘los’ te onthouden. Maar dat is veel te veel om te onthouden. Daarom worden op school spellingregels aangeleerd om bij meerdere woorden toe te passen. Toch hebben kinderen dan ook vaak moeite om alle spellingregels te onthouden (en toe te passen). Uitzonderingen op een spellingregel, of woorden waarvoor weinig of geen regels bestaan (ei/ij, au/ou) zijn dan extra moeilijk. Wil je graag weten wat jouw kind precies lastig vindt? Doe dan de spellingtest op Squla en ontvang een uitgebreide foutenanalyse per mail.

Wanneer er na zeer intensieve oefening (bijv. 6 maanden intensief oefenen) er geen verbetering is, of wanneer kinderen meerdere jaren achtereenvolgens onvoldoende scoren op spellingtoetsen kan er wellicht een andere oorzaak zijn van de spellingproblemen zoals dyslexie of dysorthografie.

Tip 1: stap voor stap spelling oefenen

Oefen met dezelfde regels van school. Vaak heeft elke lesmethode een woordenlijst met spellingregels die in dat schooljaar aan bod komen. Of vraag aan de leerkracht welke spellingcategorie jouw kind lastig vindt.

  • Stap 1: lees het woord hardop.
  • Stap 2: dek het woord af met een papiertje of je hand.
  • Stap 3: hak het woord in stukjes.
  • Stap 4: wat is het spellingprobleem (welke spellingregel hoort daarbij?).
  • Stap 5: schrijf het woord op.
  • Stap 6: controleer of het woord goed geschreven is.

Tip 2: spellingregels leren

Met een spellingregel (zoals bij d/t: maak het woord langer, hond > honden) kun je veel woorden op de juiste manier leren schrijven. Kinderen leren spellingregels in de klas, maar ieder jaar komen er nieuwe regels bij. Vaak zit het probleem bij oudere kinderen bij het niet goed toepassen van de spellingregels. Op Spelling.nl kun je lezen hoe de regels in elkaar steken. Bijvoorbeeld bij weet-, luister- en werkwoorden.

Tip 3: maak een spiekschrift

Het werkt vaak goed om een spiekschriftje te maken met die regels: Noteer of plak de spellingregel zoals die in de klas is geleerd is op een bladzijde en schrijf er woordjes onder die bij deze regel horen. Het spiekboekje kun je gebruiken bij het maken van spellingopdrachten om zo de regels goed te leren en ook toe te passen.

Tip 4: spelenderwijs oefenen

Met Squla TaalExtra kun je spelenderwijs spelling oefenen. De oefenmethode TaalExtra is er voor kinderen die spellingproblemen, maar niet per se dyslexie hebben. Je kind volgt een persoonlijke leerroute, waarbij stap voor stap de spellingregels worden behandeld en uitgelegd.

Tip 5: oefendictees

Een dictee is een manier van spelling die veel toegepast wordt in het onderwijs. Als je dit thuis wilt oefenen; richt je dan vooral op het doel ‘oefenen’ van woorden. Je hebt namelijk twee soorten dictees. Een oefendictee (gericht op het aanleren van de juiste manier van schrijven) en een controledictee (gericht op het controleren van de spelling). Focus dus thuis vooral op oefendictees.

Probeer bij het oefenen zowel visueel als auditief te dicteren (dus laten zien en horen). Je laat het woord eerst zien en horen en daarna pas opschrijven. Vervolgens controleren jullie samen of het goed geschreven is.

Tip 6: geef opbouwende kritiek

Niet goed kunnen spellen betekent niet dat je kind dom is. Toch voelen kinderen dit wel vaak zo. Bij een spellingdictee is je prestatie heel zwart/wit: het woord is goed of fout. Focus daarom tijdens het oefenen op wat er wél goed gaat. ‘De eerste woorden heb je knap geschreven, kijk nog eens even naar het derde woordje (ruimte tot verbetering laten). Het geven van positieve complimenten op de inzet van je kind is belangrijk in het geven van opbouwende kritiek.

Geef ook complimenten over het proces.
‘Je hebt heel hard geoefend en je goed ingezet bij deze moeilijke opdracht’.
‘Gisteren vond je deze spellingregel nog lastig, maar nu heb je al wel 3 woordjes die erbij horen goed geschreven!’

Zo oefenen jullie gezellig samen spelling op een positieve manier!

Bronnen:
Huizenga, 2016, Taal & didactiek – Spelling, Noordhoff uitgevers
Stichting leerplan ontwikkeling (SLO), 2009, Spelling in het basisonderwijs http://taalunieversum.org/sites/tuv/files/downloads/slo_spelling_in_het_basisonderwijs_2010.pdf (PDF)
Malmberg, 2019, Taal Actief 4 – Malmberg Uitgeverij


Dit blog is geschreven door Shelby Vos, intern begeleider en leerkracht in het basisonderwijs.

Weg met die frustraties. Met deze 7 tips wordt het schrijven leuk!

Annemarieke van den Berg

Schrijven is zo leuk! Je kan je eigen verhalen vertellen, een brief schrijven aan je opa of stiekeme liefdesbriefjes geven aan Eva waar je zo hotel-de-botel op bent. Maar eh. Wat als schrijven niet zo makkelijk gaat? Dan kan het nogal eens uitmonden in propjes papier die woedend door de kamer vliegen. In dit blog geef ik je een paar tips om met je kind aan de slag te gaan, zodat gefrustreerde propjes verleden tijd zijn.

Zo maak je van schrijven een succesverhaal

  1. Geef je kind een aantal ​steekwoorden​, bijvoorbeeld ‘auto’, ‘onderweg’, ‘dierentuin’ en ‘ijsje’. Laat je kind een kort verhaaltje schrijven waarin deze woorden verwerkt moeten worden.  Zo ontstaan er bijzondere fantasieverhalen!

    Tip: laat je kind een passende tekening bij het verhaal maken, zo komt het verhaal pas echt tot leven.
  2. Er is niets leukers dan echte post! Stimuleer je kind om een penvriend(in) te zoeken of bijvoorbeeld met opa en oma te schrijven. Zo leert een kind om boeiende ​brieven​ te schrijven, maar is het ook iedere keer een feestje om een brief terug te krijgen (en die dan weer zélf te lezen).
  3. Is jouw kind meer visueel ingesteld? Ga samen op avontuur en laat hem foto’s ​maken met jouw telefoon of een (wegwerp)camera. Print de foto’s uit en laat hem vervolgens een verhaaltje schrijven over wat er op de foto staat. 

    Tip: maak een een stripverhaal met de foto’s waarbij je kind zélf de ondertekst moet verzinnen en schrijven!
  4. Thuis hebben wij een letterbord en een old school houten letterbak. Op deze manier zijn ze nog niet heel afhankelijk van de techniek van het schrijven maar wel van het verzinnen van woorden, zinnen of verhalen en het bij elkaar zoeken van de juiste letters. Dat zorgt voor minder frustraties, want te gekke verhaaltjes zijn met deze letters zo geschreven!
  5. Heeft je kind een mooie tekening gemaakt? Stimuleer hem om in het kort op de achterkant een zin te schrijven over wat de tekening voorstelt. Naam erbij en tadaa! Een gepersonaliseerd kunstwerk is een feit.

    Tip: verzin samen met je kind een eigen handtekening met zijn initialen óf achternaam.
  6. Wie heeft dit spel niet gespeeld en daar vervolgens heel hard om gelachen? Het doorgeefverhaal! Iedere speler heeft pen en papier nodig.
    1. Iedereen schrijft een persoon aan de bovenkant van een stuk papier. Het leukste is als je daar nog wat bijschrijft, bijvoorbeeld ‘een vrolijke bakker’, ‘een oude dame’, ‘het leukste hondje van de straat’ …’ etc. Vouw het papiertje met de persoonsomschrijving naar achteren, zodat het niet meer te lezen is en geef het papier door.
    2. De volgende schrijft dan een plaats op, waar een persoon zich kan bevinden. Schrijf ook hierbij extra bijvoeglijke naamwoorden. Bijvoorbeeld: ‘in een saaie winkel’, ‘op een drukke straat’, ‘in het donkere bos’, etc. Vouw wat je geschreven hebt weer naar achteren, zodat het niet meer te lezen is en geef het papier door.
    3. Als derde wordt er omschreven op welke manier de persoon een uitspraak doet. Begin met: ‘zegt’, ‘schreeuwt’, ‘roept’ of ‘fluistert’ en zet daar eventueel ook nog een emotie of een andere toevoeging bij. Bijvoorbeeld: ‘zegt heel verdrietig’, ‘roept boos,’ ‘fluistert jaloers’, ‘zegt met een hoge piepstem’.
    4. Als vierde wordt er een uitspraak opgeschreven. Bijvoorbeeld: “Hè, hè, even zitten!”, “Oh, wat ruikt het hier lekker!”, “Nou zeg, wat doe jij nou?”.
    5. En dan… leest iedereen de gekke en vaak hele grappige combinatie voor. Het wordt nog leuker als je er een beetje bij toneelspeelt. Maak gebruik van je stem, mimiek en lichaamstaal om het verhaaltje zo leuk mogelijk voor te lezen. Dikke pret gegarandeerd
  7. Scheerschuimschrijven​! Als een kind nog jong is en de motoriek nog niet helemaal goed ontwikkeld, dan is schrijven in scheerschuim een hele leuke en goede oefening. Spuit een flinke dot scheerschuim op een tafel en laat het kind daar letters of woorden in schrijven. Jij noemt een woord op, het kind ‘schrijft’. Bij lekker weer is schrijven met stoepkrijt of zand ook een leuke optie.

Schrijven maakt alles leuker

Met deze tips vind je binnenkort misschien zomaar liefdesbriefjes van jouw kind tussen je boterhammen of scoort hij een 10 op zijn moeilijkste vak met een zelfgeschreven… spiekbriefje! En hartje – Eva – hartje? Die zit hand in hand met hem op de bank. Zo zie je maar weer waar schrijven goed voor is 😉

Spelen met spelling. Onze 9 tips.

Annemarieke van den Berg

Ai, soms gaat spellen best moeizaam en dan is het ineens helemaal niet zo leuk meer! En laten we eerlijk zijn: die-hard oefenen is gewoon saai. Maar het kan leuker als je er een spelletje van maakt. Met deze 9 tips kun je samen aan de slag en is jouw kind zo een spelkampioen!

Spel(l)en maar! Onze tips:

  1. Speel een potje ​Halli Galli​ met klanken: je zet een bel midden op tafel en vraagt je kind om zich te focussen op een bepaalde klank: bijvoorbeeld de ‘cht’ klank. Jij roept vervolgens een woord (bijv. ‘zacht’, ‘goed’ of ‘school’). Als de ‘cht’ klank voorkomt in het woord, moet hij zo snel mogelijk op de bel slaan. Zit de​ ​klank​ ​niet​ ​in​ ​het​ ​woord,​ ​dan​ ​mag​ ​de​ ​bel​ ​niet​ ​aangeraakt​ ​worden.  Wie o wie krijgt de meeste punten?!
  2. Dobbelen is leuk! Voor dit ​Dobbelspel ​heb je alleen een dobbelsteen, pen en papier nodig. Stap één is samen verzinnen welke klank er bij welk cijfer hoort. Bijvoorbeeld: 1 = een woord met een ei, 2 = een woord met een –ng, etc. Gooi de dobbelsteen en kijk wat voor woord jullie moeten opschrijven. Je kunt zelf ook mee doen, zo kunnen jullie elkaar na het opschrijven van een woord steeds controleren. 

    Tip: Kies hier klanken waar je kind moeite mee heeft, máár ook klanken die je kind al goed onder de knie heeft. Op die manier blijft het leuk, uitdagend en is het goed voor het zelfvertrouwen van je kind!
  3. Wat is er nu leuker dan gezellig samen een potje kwartetten? Probeer dit klankenkwartetspel eens! Hiermee oefent je kind spelenderwijs met de klank-woordkoppeling tijdens een leuk potje kwartet. Wie roept als eerste ‘kwartet‘?
  4. Heb je een echte creatieveling in huis, die houdt van knutselen? Dan kunnen jullie samen een poster maken met woorden waarin de moeilijke klanken zitten. Neem bijvoorbeeld ​‘au’​ en ‘​ou’ . Laat je kind twee posters maken: één voor de ‘au’ en één voor de ‘ou’. Zoek in tijdschriften, kranten of op het internet plaatjes van woorden met de ‘au’ of met de ‘ou’ en plak ze op de juiste poster. Schrijf vervolgens het juiste woord onder het plaatje. Hang de poster op een leuke plek in huis, bijvoorbeeld op een deur, de w.c. of op een prikbord. Iedere keer als je kind de poster ziet wordt hij weer even herinnert aan de klank!
  5. Speel samen het klassieke ​slangen- en ladderspel​, maar dan met de woorden-variant. Wie bereikt als eerste de top?
  6. Nu de herfst is aangebroken, is er niets gezelligers dan samen onder een dekentje een boek lezen. Het lezen van boeken stimuleert het taalgevoel van je kind en door woorden en zinnen regelmatig te zien, wordt je kind sneller beter in het spellen van die woorden! Help je kind door samen een boek van zijn AVI-niveau te lezen, maar lees hem ook een wat moeilijker boek voor. Zo vergroot de woordenschat en stimuleer je de wil om zelf ook zulke mooie boeken te kunnen lezen (of misschien wel schrijven!).
  7. Op ​Squla vind je veel gratis werkbladen om met spelling, lezen en taal te oefenen. Waaronder het ouderwetse ganzenbord in een nieuw (spelling)jasje.
  8. Wat bij ons thuis héél goed werkte was een old school houten letterbak. Het spellen van hun eigen naam en de zoektocht naar de juiste letters werkte voor mijn kinderen top.

    Welke letters heb je nodig voor het woord ‘boom’ en hoe schrijf je eigenlijk ‘auto’? Met de o’tjes ou of de a’tjes au? En voor ik het wist wilden ze hele verhalen schrijven en speurden we samen naar de juiste letters!
  9. Een ander succes is een zelfgeschreven verhaal, met bijvoorbeeld letters uit de letterbak of letters geknipt uit tijdschriften, op het kopieerapparaat leggen. Daar hebben ze wel even wat hulp bij nodig, maar zo hebben ze uiteindelijk het resultaat op één papier, zonder knip, plak en lijmresten. Leuk voor op de koelkast of extra trots boven hun bed!

En nog zoveel meer…

Zo zijn er nog talloze andere spelletjes te verzinnen. Het internet staat er bomvol mee! Er gaat een wereld voor je open. Deze spelletjes helpen om je kind te leren begrijpen waarom een woord zo gespeld wordt. Zo breng je samen het plezier in leren terug en speel je er tegelijkertijd op los!

Met deze 7 tips, wordt lezen leuk!

Annemarieke van den Berg

De koude wintermaanden zijn ideaal om rustig op de bank onder een dekentje of in bed, lekker weg te dromen in een fijn verhaal. Dat kun je samen doen, maar het is ook een ideaal rustmoment voor je  kind, in plaats van een filmpje op tv. Maar als jouw kind moeite heeft met lezen, is het helemaal niet zo chill en wordt het juist een grote frustratie. We zetten een aantal tips voor je op een rijtje, zodat je kind straks niet meer uit de boeken weg te slaan is.

Tips om van lezen een feestje te maken!

Spelling, taal en lezen hebben vaak met elkaar te maken. Kinderen die moeite hebben met het een, vinden het andere vaak ook lastig. En dat levert in plaats van plezier een hoop frustraties op. We geven je tips om het lezen leuker en makkelijker te maken. 

  1. Ga het wereld wijde web op en zoek op internet naar een werkblad ‘racelezen’. Bij ​racelezen​ leest een kind 3 keer, zo snel mogelijk, een A4 vol met woorden op. Dit helpt om sneller te leren lezen en spellingsregels te automatiseren. Bovendien werkt het motiverend voor kinderen om te zien dat ze steeds iets meer woorden kunnen voorlezen.  

    Tip: lukt het jouw kind om keer op keer een beetje sneller te lezen?
  2. Zet eens een ​luisterboek​ op, hiermee stimuleer je de woordenschat en het leesplezier van jouw kind. Bij menig winkel kun je inmiddels luisterboekjes kopen, vaak is dat een Disneyverhaal dat ze zelf mee kunnen lezen terwijl ze naar het verhaal vanaf de cd luisteren. Zo hoort je kind niet alleen de woorden, maar ziet hij ze ook! Of beluister luisterboeken bijvoorbeeld via Storytel. Ook op Spotify staan inmiddels genoeg luisterboeken. Bij ons is op Spotify “De gouden boekjes” favoriet en op Storytell doen “Dolfje Weerwolfje”, “Pim en Pom” en “De Griezelbus”, het heel goed. Ze ontspannen ervan voor het slapen gaan, máár ze zijn ook vreselijk handig tijdens lange autoritten!
  3. Verwerk het lezen in een ​andere activiteit​. Gaan jullie een nieuw spel doen? Laat je kind dan de spelregels voorlezen. Gaan jullie een cake bakken? Een kind kan het boodschappenlijstje oplezen in de supermarkt en het recept lezen tijdens het bakken. En zitten jullie in de auto? Vraag je kind om te lezen wat er op de verkeersborden staat (deze tip vereist wat snelheid!).
  4. Vergeet het ​voorlezen​ niet, bijvoorbeeld voor het slapen gaan. Net als bij een luisterboek helpt dit bij de woordenschat en het leesplezier. Varianten hierop zijn om-de-beurt-lezen​, waarbij jullie om de beurt een regel lezen, of laat je kind jou voorlezen in de plaats van andersom. Kies voor thema’s die aansluiten bij de interesses van je kind, bij een gespreksonderwerp dat jullie gehad hebben of bij het seizoen. Wie geniet er nou niet van een mooi sint- of kerstverhaal of een spannend avontuur in een sneeuwstorm?
  5. Ga naar de bieb! Iedere bibliotheek heeft een ​Makkelijk Lezen Plein​ voor kinderen die niet van lezen houden of hier moeite mee hebben. Op die plek staan leuke boeken zo gepresenteerd dat het makkelijker wordt om leuk leesmateriaal te vinden en het leesplezier te vergroten!
  6. Bingo! Speel een week lang een potje ​leesbingo. Lees 15 minuten op de de wc, met twee verschillende sokken aan of fluisterend. Nog leuker om hier een wedstrijdje van te maken met broertjes of zusjes. Door het lezen in grappige opdrachten te verpakken, motiveer je jouw kind.
  7. Bij ons thuis staat een letterbord in de keuken. Ik wilde mijn kinderen meer met taal laten spelen. Om en om mogen ze bedenken wat ze erop gaan schrijven. In het begin waren het (uiteraard) teksten als “Mama heeft een poepdrol op haar hoofd”. Maar hé, taal is taal. Gelukkig was de lol daar snel vanaf en werden de teksten mooier, grappiger of werden er boodschappen voor elkaar achtergelaten. Maar ook kreten als “Over 10 nachtjes komt Sinterklaas!” kwamen voorbij. Bijzonder en leuk om een inkijkje in de belevingswereld van je kind(eren) te krijgen.

De gouden tip

Misschien een inkoppertje maar: geef het goede voorbeeld. Installeer je op de bank met een boek en lees. Wedden dat jouw kind in no time naast je kruipt en vraagt wat je leest? En waar het over gaat? Desnoods lees je een (geschikt) stukje voor of je verzint wat. Zien lezen, doet lezen!

Educatieve uitstapjes: tips en inspiratie!

Annemarieke van den Berg

Jullie hebben besloten om een uitstapje te plannen met het hele gezin: leuk! En dan begint de zoektocht naar een bestemming die voor iedereen iets in zich heeft. Er zijn zoveel leuke uitstapjes te verzinnen; van gratis tot betaald, van uitdagend tot rustgevend. In dit blogbericht de nodige inspiratie voor verrassende uitjes voor het hele gezin en telkens met een educatief tintje, want plezier en leren kunnen altijd samengaan. Je kinderen zullen het niet eens doorhebben dat ze iets geleerd hebben! (meer…)

Waarom buitenspelen goed is voor je kind

Annemarieke van den Berg

Terug naar school na die relaxte zomervakantie is best pittig voor veel kinderen. Zo ook voor mijn gezin, want voor ik het wist zaten ze na school weer op de bank te Roblox’en. Want dat is “chill” na een lange schooldag. Maar is dat wel zo? Want ik zat s ’avonds met twee stuiterballen, die alles behalve chill waren. Mijn oplossing? Buitenspelen!

Uit onderzoek blijkt dat 1 op de 7 kinderen nooit buiten speelt. En 58% van de kinderen speelt zelfs minder buiten dan het landelijk gemiddelde (8,4 uur per week). Zonde, want buitenspelen is leuk en leerzaam. 

In deze blog zetten we de voordelen van buitenspelen op een rijtje en geef tips ik je tips om je kind die frisse buitenlucht in te krijgen.

Buitenspelen is leren

Gezondheid, motoriek en respect voor elkaar. Allemaal voordelen van buitenspelen! Maar er zijn er nog meer. We zetten er een paar voor je op een rijtje: 

  • Rennen, springen, rollen, hinkelen… De grove motoriek viert feest als er buiten wordt gespeeld. En zijn ze gevallen? Kusje erop! 
  • Door buiten te spelen, kunnen kinderen veel beter ruimte, diepte, afstand en snelheid inschatten.
  • Niet weer een snotneus! Het medicijn: naar buiten! Spelen in de frisse lucht versterkt het immuunsysteem. Kou of regen? Met de juiste kleding aan, kunnen ze ook dan lekker uitrazen. En daarna slapen ze als roosjes. Pluspunten!
  • Overgewicht is een steeds groter probleem bij kinderen. Lekker buiten ravotten is een goede manier om dat tegen te gaan.
  • Buitenspelen leert ze ook omgaan met elkaar. Respect, vriendjes maken, onderhandelen en ruzies oplossen, je leert het allemaal op straat.

Grenzen en regels

Het begin van zo’n buitenspeelcarrière vond ik heel spannend. Want wat als ze niet uitkijken met oversteken? Wat als ze vreselijk vallen en ik ben er niet bij? En wat (horror!) als ze ondanks alle waarschuwingen, toch meegaan met die enge meneer? Ik raadpleegde wat doorgewinterde ‘buitenspeel’ ouders en ze zeiden allemaal hetzelfde: afspraken maken. Zoals deze:

  • Wijs herkenbare punten aan zoals dat blauwe hek, zodat je kind weet tot waar hij mag spelen. 
  • Gaat hij met een vriendje op pad, dan blijven ze bij elkaar: samen uit, samen thuis. 
  • Gaat hij bij iemand gaat spelen? Dan moet hij dat even komen zeggen. 
  • En ja, vertel ze dus ook over dat hele enge onderwerp: vreemden. Daar mag je geen snoepjes van aannemen of meelopen om puppy’s te aaien.

Dus met het angstzweet op mijn rug liet ik hem gaan. En tegen die angst heb ik ook nog een tip: schaam je niet om zeker in het begin, even te checken waar je kind is en wat het doet.

Mijn kind wil niet naar buiten!

En dan blijkt dat jouw kind een huismus is of vastgelijmd zit aan de iPad. Hoe krijg je die Minecraft-verslaafde dan naar buiten? Een paar tips:

  • Geef het goede voorbeeld en leg zelf die telefoon eens weg.
  • Ga samen fietsen of bloemen plukken en ga daarna lekker picknicken!
  • Laat je kind een keer spelen met een vriendje dat wel graag buiten speelt. Zo ervaart het hoe leuk het is!
  • Doe mee! Bouw die hut en ga los met stoepkrijt.

En wat bij mij erg goed werkte:

  • Heb je een die-hard gamer in huis? Speel hun lievelingsgame na voor het “echie”.
  • Ik verplaatste hun favoriete speelgoed naar buiten. Een grote bak Duplo en een kleedje zorgde voor uren buitenpret.

Nadelen

Nou eh, die zijn er niet. Maar wel voor jezelf. Ik schrik mij regelmatig wild van de staat waarin ze thuiskomen. Je kan de modder er letterlijk vanaf bikken. Dus bereid je voor op veel baddersessies en ladingen vieze was, zorgen of alles wel goed gaat en mijn persoonlijke ervaring: een abonnement op de kleermaker!

Maar er is wel één groot voordeel aan buitenspelen voor ouders: ze.zijn.buiten. Oftewel: me-time! Dus schop die schoenen uit, zet een kopje koffie, plof op de bank en wees onverbiddelijk: hup! Naar buiten met dat grut.

Vijf manieren om je kind beter te leren spellen

Annemarieke van den Berg

Het is belangrijk voor je kind om al vroeg te beginnen met het aanleren van correct Nederlands. Er zijn een aantal manieren om kinderen beteren te leren spellen. Deze manieren kunnen worden toegepast op elke taal ter wereld. Deze tips zijn afkomstig van de Amerikaan Richard Gentry. Hij promoveerde op dit onderwerp. In dit blog sommen wij 5 tips voor jou op. Zo kan je samen met jou kind aan de slag en wordt hij of zij een kei in spellen!

Manier 1: Spelling interessant maken

De meeste kinderen vinden spelling maar saai en frustrerend. Er zijn zoveel moeilijke regels om te onthouden. Je kunt als ouder het spellen interessanter maken door samen films over spelling te kijken. Denk bijvoorbeeld aan Spellbound en Akeelah and the Bee. Dit zijn films die gaan over Amerikaans spellingwedstrijden. Je kunt thuis zo’n mini-spellingwedstrijd organiseren.

Kortom: zorg ervoor dat spelling meer gaat leven. De associatie met aan een tafeltje zitten en schrijven komt dan wat meer op de achtergrond te staan. Misschien kun je een mini-spellingwedstrijd nog leuker maken door daadwerkelijk een prijs aan de wedstrijd te binden.

Manier 2: Woorden opschrijven (in de lucht)

Voor veel ouders is het moeilijk voor te stellen dat zoon of dochter zal vragen hoe een woord gespeld wordt, maar dat moment gaat een keer komen. Vraag hem of haar eerst zelf een poging te doen en maak duidelijk dat het niet erg is om fouten te maken. Het woord hoeft niet per se op papier opgeschreven te worden.

Vaak wordt nog wel eens geoefend met het spellen in de lucht. Je kind maakt dan de beweging met de vinger, in de lucht. Dit helpt om de spelling te onthouden. Op deze manier staat er minder druk op het schrijven op papier. Wel is het goed om op een gegeven moment toch echt het schrijven op papier te oefenen.

Manier 3: Spelend leren

Spelend leren is leuker leren. Het blijft beter hangen dan eindeloos de spellingsregels opdreunen. Oefen door woordspelletjes te doen. Zo kun je bijvoorbeeld kaartjes schrijven en doorknippen. De letters moeten dan bij elkaar gepuzzeld maken. Bij spelling met een d of een t aan het eind zou je bijvoorbeeld de eindletters weg kunnen knippen. Je maakt dan twee kaartjes met een d en een t erop. Deze kunnen achter het woord gelegd worden.

Zo zijn er nog talloze andere spelletjes te verzinnen. Google maar eens naar dit soort spelletjes. Er gaat een wereld voor je open. Deze spelletjes helpen om je kind te leren begrijpen waarom een woord zo gespeld wordt.

Heb je iets minder inspiratie? Doe samen eens een kruiswoordpuzzel of een woordzoeker. Veel kinderen vinden dit leuk, omdat het resultaat meteen verschijnt. Leuk voor het slapengaan!

Manier 4: Het woordenboek en apps

Laat je kind ook zelf uitzoeken hoe een woord gespeld moet worden. Doe dit door woorden samen op te zoeken in het woordenboek. Probeer in eerste instantie gebruik te maken van een fysiek woordenboek. Dan leert je kind ook meteen hoe hij of zij een woordenboek gebruikt. Je mag natuurlijk helpen, maar laat je kind het eerst zelf proberen.

Je kunt ook een online woordenboek of een app gebruiken. Het gaat erom dat je niet voorzegt hoe iets gespeld moet worden, maar dat er echt een opzoekopdracht aan verbonden is.

Manier 5: Boeken lezen

Boeken lezen is één van de beste manieren om goed te leren spellen. Daarin hebben ouders een belangrijke rol: ze moeten een goed voorbeeld geven. Tegenwoordig wordt vaak het argument gegeven dat kinderen al veel lezen van computerschermpjes, maar dit is niet ten voordele van de spelling.

Dat zit zo: appjes van vrienden en berichten op Facebook zijn niet altijd correct gespeld. Hierdoor kan je kind foutieve spelling overnemen. Door boeken te lezen, worden woorden geleerd die 100% goed gespeld zijn. Laat je kind voor het slapengaan een leuk boek uitzoeken. Bied variatie in boeken van eigentijdse schrijvers.

Persbericht: Zo belangrijk is een rijke woordenschat als een kind leert lezen

Annemarieke van den Berg

Hoeveel woorden een kind kent, heeft invloed op zijn taalvaardigheid. Het bepaalt hoe goed hij leert lezen en luisteren op de basisschool. Begint een kind in groep 3 al met een lage woordenschat, dan kan hij daar de rest van zijn (school)carrière last van hebben.

Goedmaken, ridder, versiering, metselen. En wat dacht je van mengen, avondeten en kruispunt? Het is zomaar een greep uit de Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters (BAK), met daarop zo’n 2000 woorden die een kind zou moeten beheersen als hij naar groep 3 gaat. De lijst is ontwikkeld in opdracht van de Gemeente Amsterdam om taalachterstanden in de klas tegen te gaan. Want hoewel de meeste kinderen bij de start van de basisschool genoeg woorden kennen, zijn er ook kleuters die maar 300 woorden beheersen, of zelfs nog minder. Door deze achterstand hebben niet alle kinderen een gelijke startpositie op de basisschool. 

Waarom is dat erg? Uit internationaal onderzoek blijkt dat woordenschat een voorspellende factor is voor leesvaardigheid op latere leeftijd. Anders gezegd: hoe meer woorden een kleuter kent, hoe makkelijker hij leert lezen op de basisschool. Dat is belangrijk, want lezen helpt niet alleen bij het vak taal, maar ook bij rekenen, aardrijkskunde en zelfs bij gym. Denk maar eens aan het interpreteren van instructies: daar heeft een kind een goede dosis taalkennis voor nodig.

Meer laaggeletterdheid

Kinderen die aan het begin van de basisschool niet goed leren lezen, halen deze achterstand maar moeilijk in. Dit heeft ook gevolgen voor de verdere (school)carrière. De Onderwijsinspectie concludeerde eerder dit jaar dat leerlingen steeds minder goed presteren op vakken als taal en rekenen en dat een groeiende groep jongeren zelfs laaggeletterd van school komt. Volgens Stichting Lezen en Schrijven hebben 2,5 miljoen volwassenen in Nederland moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. 

Om die reden ontwikkelde het Instituut voor Taalonderzoek en Taalonderwijs Anderstaligen (ITTA) de BAK. Docenten van basisscholen in heel Nederland gebruiken deze woordenlijst om taalachterstanden in de klas weg te werken, en om te zorgen dat elk kind aan het einde van groep 2 min of meer dezelfde woorden kent. Zo begint iedereen op hetzelfde niveau met leren lezen. Ook Squla vindt het belangrijk dat elk kind met gelijke kansen aan groep 3 begint. Daarom werd WoordExtra ontwikkeld: een gratis tool waarmee kleuters en peuters op een leuke manier BAK-woorden kunnen leren.

Leren lezen

Jeanne Kurvers was universitair hoofddocent aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Tilburg. Nu ontwikkelt ze lesmaterialen voor kinderen en volwassenen die Nederlands leren. Hoe belangrijk woordenschat is bij het begrijpen van taal, legt ze uit aan de hand van een voorbeeld. ‘Stel: je ziet een plaatje met een fiets, een auto en een vliegtuig. De vraag luidt: Wat is het minst snelle voertuig? Als je wel het woord ‘snel’ kent, maar niet in combinatie met ‘minst’, beantwoord je de vraag waarschijnlijk verkeerd.’ 

Nu is er niet meteen reden tot zorg als een kind nog nooit het woord ‘hupsakee’ (ook op de BAK-lijst) heeft uitgesproken. Of als hij geen idee heeft wat een woonwagen is. ‘Als de woordenschat van een kind nog niet op peil is, betekent dit niet automatisch dat hij achter blijft lopen,’ legt Kurvers uit. ‘Of je goed leert lezen, is van veel meer factoren afhankelijk. Hoe makkelijk je leert en hoe intensief je wordt begeleid, bijvoorbeeld.’

Voorlezen helpt

Maar het kan nooit kwaad om de woordenschat van je kleuter op te krikken. Wat kun je als ouders doen? De eerste tip van Kurvers: ‘Lees voor, lees voor, lees voor. Elke dag.’ En: betrek je kind bij huishoudelijke klusjes. ‘Bijna alle belangrijke woorden zitten in één wasmand. Daar vind je rood, blauw, geel, groot, klein, bolletjes, strepen, stipjes. Als je samen met je kind de was opvouwt en in de la legt, kun je veel woorden laten passeren. En zo kom je ook bij een bezoekje aan de kinderboerderij een heel eind.’ 

Ook handig: uitgebreid antwoord geven op de vragen van je kind. Als hij vraagt ‘Mag ik een snoepje?’ kun je ‘Nee’ zeggen, maar je kunt ook uitleggen waarom dat niet zo slim is als hij net zijn tandjes heeft gepoetst. Hetzelfde geldt voor het benoemen van plaatjes. Kurvers: ‘Stel daar ook vervolgvragen bij. Bijvoorbeeld bij een huilend kindje in de speeltuin: ‘Waarom huilt hij, denk je? En wat zal hij daarna doen?’ Een kindje leert zo verbanden te leggen. En dit helpt weer bij het begrijpen van taal.’

—————————— EINDE PERSBERICHT ——————————

Noot voor de redactie:

Bronnen:

  • Stæhr, L. S. (2008). Vocabulary size and the skills of listening, reading and writing. Language Learning Journal, 36(2), 139-152.
  • Lervåg, A., & Aukrust, V. G. (2010). Vocabulary knowledge is a critical determinant of the difference in reading comprehension growth between first and second language learners. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 51(5), 612-620.
  • Kleemans, T., Segers, E., Verhoeven, L. (2018). Role of linguistic skills in fifth-grade mathematics. Journal of Experimental Child Psychology 167 (2018) 404–413
  • Grienfield Spira, E., Storch Bracken, S.& Fischel, J. (2005). Predicting Improvement After First-Grade Reading Difficulties: The Effects of Oral Language, Emergent Literacy, and Behavior Skills. Developmental Psychology Copyright 2005 by the American Psychological Association 2005, Vol. 41, No. 1, 225–234 

Over Squla
Squla is de afgelopen negen jaar uitgegroeid tot marktleider op het gebied van online lesprogramma’s. Op dit moment oefenen en spelen ruim 150.000 kinderen gemiddeld 90 minuten per week thuis op Squla. Squla biedt voor scholen een gratis login om ook tijdens schooltijd de les te verrijken met de online quizzen en games. Meer dan 600.000 basisschoolleerlingen maken hier op dit moment gebruik van. Voor alle peuters en kleuters heeft Squla WoordExtra ontwikkeld, een gratis tool waarmee kinderen de noodzakelijke woorden kunnen leren die ze nodig hebben voor een goede start in groep 3. Wilt u meer weten of een proefaccount aanvragen, neemt u dan contact op met Inge Verberk, telefoonnummer 06-48793094 of inge.verberk@squla.com.