Schermtijd, wat laat je je kind zien?

Juf Shelby

Schermtijd is voor veel ouders een uitdaging. Enerzijds biedt de online wereld kinderen veel leerzaams, anderzijds brengt het ook content met zich mee die je liever niet wilt dat ze zien. In deze blog deel ik hoe ik omga met schermtijd voor mijn kinderen en geef ik praktische inzichten om je bewust te maken van wat ze aan prikkels te verwerken krijgen.

Hoe ga je om met schermtijd?

Toen mijn kinderen nog geen vier waren, had ik als ouder volledige controle over wat ze keken en hoe lang. Nu ze ouder worden, maken ze zelf keuzes en klikken ze zelfstandig op video’s. Dit betekent dat ze soms beelden te zien krijgen die ik liever vermijd. Hoe houd je hier grip op?

  • Vaste schermmomenten: Bijvoorbeeld alleen tijdens het koken, zodat het afgebakend en kort blijft.
  • Geen schermen op de achtergrond: We kiezen bewust: óf spelen, óf een filmpje kijken, maar niet beide tegelijk.
  • Maximum schermtijd instellen: De tijd vliegt voorbij, vooral als je als ouder met iets anders bezig bent. Een automatische timer helpt hierbij.
  • Duidelijke regels: Geen schermen aan de eettafel. Eten is bij ons een sociaal moment, ook als we uit eten gaan. Daarom neem ik altijd offline entertainment mee, zoals magnetische spelletjes, tekentabletten, kleurtjes of stickers.
  • Let op schermafstand: Een scherm te dicht bij het gezicht kan vermoeide ogen en bijziendheid veroorzaken. Houd minimaal 30-40 cm afstand en laat je kind regelmatig wegkijken om de ogen te ontspannen.

Wat laat je je kind zien?

Youtube-kids: reclame vrij en op leeftijd… maar let op!

Wauw ik dacht het gevonden te hebben, Youtube Kids! Je kunt een profiel op leeftijd instellen en mijn kleuter zou alleen filmpjes krijgen voor 4-6 jarigen, zonder reclame. Perfect dacht ik! Maar toen ik meekeek, zag ik dat mijn kleuter Chinese kinderliedjes en Poolse family-vloggers te zien kreeg. Niet per se schadelijk, maar ook niet wat ik voor ogen had. Bovendien ben ik geen fan van family-vloggers waarin kinderen overladen worden met speelgoed en perfecte uitjes beleven (hallo ‘nep wereld’ waarin alles perfect lijkt).

Gelukkig kun je een YouTube Kids-account zo instellen dat je als ouder video’s of hele kanalen handmatig goedkeurt. Het kost even tijd om in te stellen, maar zo bepaal je zelf welke content je kind ziet. Bijvoorbeeld rondom thema’s als Sinterklaas zorg ik ervoor dat relevante video’s vaker getoond worden.

Schadelijke programma’s?

Ik ben er van overtuigt dat de dingen die we vaak zien uiteindelijk onze mentale waarheid worden, en met name opgroeiende kinderen hebben nog niet het besef om werkelijkheid van fantasie te onderscheiden. Vroeger bood de tv duidelijke kinderprogramma’s met een kijkwijzer, terwijl het huidige online aanbod eindeloos en zonder controle is. Bij ‘Tiktak’ hoefde je je geen zorgen te maken of het té overprikkelend was 😉

De online wereld is veel groter en met veel minder controle gemaakt. Ik ben bewust gaan zoeken naar de inhoud en boodschap achter kinderprogramma’s en kwam schokkende verhalen tegen. Sommige populaire kinderprogramma’s zijn zelfs ontworpen om kinderen aan het scherm te kluisteren. Zo las ik over Cocomelon, een serie die bewust extra prikkels zoals snelle overgangen, herhalende muziek en felle kleuren toevoegt om de aandacht van kinderen zo lang mogelijk vast te houden. Wat kan leiden tot een vorm van verslaving aan het scherm.

De makers testen dit door kinderen naar twee schermen tegelijk te laten bekijken:
1. Een aflevering van Cocomelon.
2. Een rustig fragment.

Als een kind wegkijkt naar het rustige fragment, voegen ze in de volgende scène nóg meer prikkels toe. Het resultaat?
– Kinderen kunnen niet meer wegkijken, zelfs als ze willen.
– Kinderen raken overprikkeld.
– Ze worden afhankelijk van steeds meer prikkels om zich prettig te voelen.

Geen wonder dat kinderen na schermtijd driftbuien hebben of overprikkeld raken! Sinds ik dit weet, let ik bewuster op de inhoud en het prikkelgehalte van video’s. En ik kies liever voor series met een positieve boodschap, zoals:

  • Bing: Papa Flop spreekt liefdevol en geduldig, en de serie behandelt herkenbare peuter- en kleutersituaties met sociale vaardigheden zoals ‘sorry zeggen’ en ‘omgaan met teleurstellingen’.
  • Bluey: Gaat over familie, vriendschap en verbeelding, en behandelt thema’s als empathie, doorzettingsvermogen en inclusiviteit.

Prikkelgevoeligheid van video’s

Daarnaast let ik ook op de vele effecten van een filmpje: licht, geluid, flitsen, snel wisselende beelden. Krijgt je kind er veel prikkels van te verwerken? Amerikaanse kinderontwikkelingsdeskundige Jerrica Sannes heeft veel geschreven over dit onderwerp. Volgens haar zijn veel filmpjes verslavend en slecht voor het brein van jonge kinderen. Volgens Sannes maakt het brein dopamine aan tijdens schermtijd. Hoe meer prikkels, hoe sterker het effect, waardoor kinderen steeds moeilijker rust vinden.

“Hoe meer ze naar zulke series kijken, hoe meer de hersenen verlangen naar dezelfde hoeveelheid intense prikkels. Creatief spelen zonder entertainment wordt daardoor onmogelijk”. (Jerrica Sannes)

Meekijken van peuter tot puber

Een mooie tip die ik kreeg bij een cursus van Bureau Halt over pubers en schermtijd: kijk als ouder al op jonge leeftijd bewust mee mét interesse! Door al vanaf jonge leeftijd mee te kijken en samen te praten over wat je kind leuk of spannend vindt, wordt het normaal om online content te bespreken. Dit helpt ook later bij pubers om het gesprek open te houden over wat ze online doen en zien. Vraag dus niet alleen ‘hoe was je dag?’ Maar ook: hoe was je dag ‘online’?

Scherminstelling in de avond (geel licht)

Blauw licht van schermen vermindert de aanmaak van Melatonine, waardoor kinderen moeilijker in slaap vallen. Natuurlijk kun je schermtijd voor het slapengaan beperken, maar soms is een filmpje in de avond gewoon even fijn. Wat helpt, is de scherminstellingen aanpassen, zodat het licht automatisch donkerder en geler wordt na een bepaalde tijd.

Educatieve schermtijd zonder zorgen

Wil je dat je kind online speelt en leert zonder reclame of ongewenste content? Squla biedt een veilige en educatieve omgeving waarin kinderen spelenderwijs hun vaardigheden ontwikkelen. Met interactieve oefeningen en leerzame spellen kunnen ze rekenen, taal en andere schoolvakken oefenen, terwijl jij als ouder met een gerust hart weet dat de content geschikt is. Een mooie manier om schermtijd op een verantwoorde manier in te zetten!

Tot slot, balans is the key!

Eerlijk is eerlijk, ook ik bingewatch weleens urenlang Netflix, terwijl ik weet dat een boswandeling beter voelt. Persoonlijk vind ik dit een van de grootste uitdagingen in het ouderschap, en mijn kinderen zijn nog jong. Ik merk nu al hoe verleidelijk schermen zijn, zowel voor hen als voor mij. Soms is een filmpje een uitkomst, en dat is helemaal prima. Uiteindelijk draait het om bewust kiezen en de juiste balans vinden.

Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.

Geraadpleegde bronnen:
Sannes, J. (2023, 25 september). Amerikaanse expert waarschuwt voor bekende peuterseries: “Het is verslavend”. Kek Mama. https://www.kekmama.nl/artikel/kind/amerikaanse-expert-waarschuwt-voor-bekende-peuterseries-het-verslavend.
Rappé, M. (2024, 20 december). Zijn kinderseries zoals ‘CoComelon’ schadelijk? “Het is van alles te veel”, zegt ontwikkelingspsycholoog. VRT NWS. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2024/12/20/kinderen-series-televisie-cocomelon-youtube/

Je kind voor het eerst naar school: Wat moet je weten?

Juf Shelby

Voor je gevoel was je zoon of dochter gisteren nog een baby, en ineens is daar die eerste schooldag! In deze blog neem ik je mee in mijn ervaring als mama én als kleuterjuf. Wat kun je verwachten van die eerste schooldag? Wat moet je kind al kunnen voordat het naar school gaat? Wat geef je mee in de schooltas? En hoe kun je het gesprek over de schooldag op gang brengen?

De periode tot de eerste schooldag of wen-dag

Een aantal weken voor de eerste schooldag maakten we thuis een aftelkalender. Mijn dochter werd blij van ieder kruisje dat dichter bij de grote dag kwam, maar ik vond dat de tijd véél te snel ging. Ik genoot extra van de ochtenden waarbij we niet op de klok hoefden te kijken en ze nog lekker thuis bij mij was… maar uiteindelijk brak de grote dag aan.

Om haar goed voor te bereiden, deden we de volgende dingen:

  • Zelf een broodtrommel en beker laten uitkiezen.
  • MIJN TIP: De bekers met een gewone draaidop van Mepal zijn fijn, lekken niet snel en zijn eenvoudig voor je kleuter om zelf open te maken. De Mepal-bekers met een pop-up drinktuit zijn ook handig, maar gaan bij ons thuis snel kapot. Zorg dat je meerdere setjes hebt, want je hebt elke dag een schone nodig!
  • Boeken lezen over de eerste schooldag: Aanrader: Hoi, naar school! van Vivian den Hollander – een realistisch boek over hoe het er in de meeste kleuterklassen aan toegaat.
  • Samen de website van de school bekijken: Bekijk foto’s van de leerkrachten en het klaslokaal, zodat je kind alvast een beeld krijgt van de school.
  • Langs de school fietsen en een kijkje nemen: Even zwaaien naar de juf en het toekomstige klaslokaal bekijken kan de eerste schooldag minder spannend maken.
  • Een aftelkalender maken: Door elke dag een kruisje te zetten, krijgt je kind grip op het moment waarop het écht zover is.
  • Samen gymschoenen en een leuke tas kopen: MIJN TIP: De ZEBRA-schooltassen zijn degelijk, stevig en eenvoudig open te ritsen. Misschien wat prijzig, maar absoluut de investering waard!

De eerste schooldag

De avond voor de grote dag loop ik nog even haar slaapkamer in. De tas is gepakt, haar lievelingsjurkje ligt klaar… een brok in mijn keel, wat is ze ineens groot! Ik moet haar loslaten en ga haar aanwezigheid thuis ook echt missen. Als juf heb ik talloze ouders met hun kind verwelkomd in mijn kleuterklas en dacht ik altijd dat de eerste schooldag ‘leuk’ was. Maar als mama vind ik het stiekem helemaal niet zo leuk. Ik weet dat mijn dochter veel gaat leren en zich gaat ontwikkelen, maar mijn moederhart moet dat kleine meisje nu toch loslaten. En dat maakt me, onverwacht, best emotioneel.

De volgende ochtend maken we samen fruit en broodjes klaar. Ze mag haar tas dragen en vol trots lopen we naar school. In de klas maakt een ander meisje meteen een praatje met haar en mijn dochter lijkt op haar gemak. Met een gerust hart laat ik haar achter. En geloof me… na die eerste dag is het loslaten de tweede dag al een stukje makkelijker😉.

Moeite met afscheid nemen?

Heeft je kind moeite met afscheid nemen en klampt het zich als een kleine koalabeer aan je vast? (I’ve been there… met mijn zoontje. En ik heb ook genoeg kleuters in mijn klas gehad die dit hadden!)

  • MIJN TIP: Houd het afscheid kort en bondig. Hoe langer het duurt, hoe lastiger het voor je kind wordt. Blijf niet door het raam kijken. Jij bent namelijk de trigger voor het verdriet van je kind.
  • Bedenk vooraf een duidelijke afsluiting, bijvoorbeeld: “Ik geef je nog één knuffel en dan geef ik je aan de juf.” Doe dat dan ook! Loop niet nog twee of drie keer terug.
  • Heb vertrouwen en zeg dat ook tegen je kind: “Je gaat het goed doen en ik kom je straks weer ophalen!
  • Lees een verhaal over afscheid nemen. Het boek ‘Anna mist mama’ (Kathleen Amant) hielp hier thuis enorm om ‘het elkaar missen’ bespreekbaar te maken.
  • Kinderen worden meestal snel rustig zodra de les begint. Vertrouw op de juf of meester: ze weten hoe ze hiermee om moeten gaan!

Hoe was het op school? “Weet ik niet…”

Sommige kinderen zitten na hun eerste schooldag vol verhalen, maar veel kinderen antwoorden simpelweg met: “Weet ik niet…” of “Goed.”

  • Start rustig: In plaats van direct een vragenvuur, kun je beter zeggen: “Wat fijn om je weer te zien!
  • Kies een ontspannen moment: Tijdens een spelletje of in bad praten kinderen vaak makkelijker dan direct aan tafel.
  • Bedtijd is voor veel kinderen een goed moment: Veel kinderen vertellen pas op bed over hun dag, ze hebben dan eerst de tijd gehad om de dingen te verwerken.
  • Maak het visueel: Na de eerste schooldag heb ik mijn dochter het boek ‘Slaapklets‘ gegeven. Een boek wat op speelse wijze met behulp van smileys de dag op school nabespreekt met iedere dag een leuke oefening om de dag rustig af te sluiten met een spelletje of ontspanningsoefening.

Wat moet je kind kunnen voordat hij naar school gaat?

Je kind gaat naar school om daar te gaan leren, dus er is geen checklist waaraan het ‘moet’ voldoen. Maar sommige basisvaardigheden zijn handig om alvast te oefenen:

  • Zelf de jas aan- en uittrekken (de rits helemaal dichtdoen mag nog een leerpuntje zijn).
  • Zelf schoenen aan- en uittrekken en de tas op de rug doen.
  • Zelf kleding aan- en uittrekken voor de gymles (de juf helpt uiteraard als dat nodig is).
  • Zelf naar het toilet gaan en zichzelf afvegen (billen afvegen moet je kind ook zelf kunnen!).
  • Meehelpen met het maken van fruit en brood en leren hoe de drinkbeker open/dicht moet (Vooral het dicht maken van de beker is handig om aan te leren: om lekkende bekers met restjes drinken na een schooldag te voorkomen 😉)

Wat geef je je kind mee naar school?

MIJN TIP: Kies een wat grotere rugzak (bijvoorbeeld de ZEBRA maat M), zodat er voldoende ruimte is om gemaakte knutselwerkjes in te doen en je kind niet met zijn armen vol met spullen dagelijks naar buiten loopt.

  • Naam en telefoonnummer van papa en/of mama (ook handig als je kind ergens gaat spelen!).
  • Extra kleding als je kind nog wel eens een ongelukje heeft.
  • Bekers en bakjes – allemaal voorzien van een naamsticker!
  • Gymschoenen – ook voorzien van naam!

Wat doe je in de broodtrommel?

Op school krijgen de hersenen van je kind veel prikkels en drukte te verwerken. Voeding die de hersenen de juiste brandstof geeft is naar mijn idee dus belangrijk! Zelf ben ik daarom voorstander van bewust gezonde voeding (en ja mijn kids mogen thuis gerust een snoepje of suikerproducten hoor! Maar standaard iets om te snoepen naar school meegeven doe ik liever niet). Ik vind voeding die verzadigd en gezond is een meerwaarde. Ik kies bijvoorbeeld voor:

  • 2 volkoren boterhammen met iets eiwitrijks, zoals kipfilet, 100% pindakaas of kaas.
  • Gezonde snack zoals een gekookt eitje, stukjes avocado, paprika, tomaat of komkommer.
  • MIJN TIP: Gebruik plastic ijsblokjes in de broodtrommel om eten gekoeld te houden op warme dagen!
  • 2 drinkbekers bij een continurooster: Eén voor het fruitmoment en één voor de lunch. Hierdoor is het voor je kind makkelijk te doseren en te verdelen hoeveel hij bij ieder eetmoment moet drinken.
  • Op de website van het Voedingscentrum vind je nog meer inspiratie voor gezonde schoollunches.

Doe de bekers ook niet té vol. Dit geldt voor de broodjes; kies dezelfde hoeveelheden als je kind thuis eet en houd er rekening mee dat je kind vaak (helaas) kort de tijd heeft om zijn lunch op te eten (en veel afleiding heeft tijdens het lunchen om wat langzaam te eten). Het is dan fijn dat het je kind wel lukt om de trommel op tijd leeg te krijgen.

Verwerking van het naar school gaan

In de eerste maanden dat mijn dochter naar school ging merkte ik wel dat het een intense periode was voor haar. Soms had ze ineens toch behoefte aan een middagslaapje. Of wilde ze gewoon even rustig op de bank liggen. Bewust planden we niet te veel activiteiten in de weekenden. Persoonlijk zou ik dus niet gelijktijdig met de eerste school periode andere nieuwe dingen oppakken zoals starten met zwemles of een nieuwe hobby. Daarnaast merkte ik dat wandelend of met de fiets naar school gaan een mooie manier was om de indrukken van de schooldag langzaam los te laten.

Tot slot:

De eerste schooldag is een mijlpaal, zowel voor je kind als voor jou. Het voelt misschien als een grote stap, maar bedenk dat je kind hiermee een prachtige nieuwe fase ingaat. Nieuwe vriendjes, spelenderwijs leren en stap voor stap zelfstandiger worden, het hoort er allemaal bij.

Gun je kind (en jezelf) de tijd om te wennen. Geniet nog even lekker van de relaxte ochtenden voordat je straks dagelijks om 08:25 aan het hek moet staan.
Voor je het weet, rent je kleuter enthousiast de school in zonder om te kijken. En terwijl jij nog even blijft staan, beseffend hoe snel de tijd gaat, weet je: het komt helemaal goed 🙂

Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.

Zelfstandigheid bij kleuters, de belangrijkste vaardigheid?

Juf Shelby

In deze blog deel ik mijn ervaring en visie als juf, gedragsspecialist en mama van twee op zelfstandigheid bij jonge kinderen. Waarom is dit zo belangrijk, wellicht zelfs één van de belangrijkste vaardigheden die je je kind mee kunt geven voor zijn verdere leven? In dit blog leg ik je uit waarom ik dagelijks mijn kinderen stimuleer zelfstandig de dingen te doen en geef ik je een aantal praktische tips om de zelfstandigheid van je peuter en kleuter te vergroten.

Zelf doen! Waarom is dit zo belangrijk?

In de peuterfase heb je vast gemerkt dat je kind ineens alles zelf wilde doen. Als jij zijn jas aantrok, moest die meteen weer uit, zodat je kind het opnieuw en nu ZELF kon proberen. Dit kan soms frustrerend zijn, vooral als je haast hebt en het ‘even snel’ wilde doen. Toch is deze fase een belangrijke stap in de ontwikkeling naar zelfstandigheid. Zoals psychologen Deci en Ryan, bekend van de Zelfdeterminatietheorie, stellen:

“Wanneer mensen zich autonoom voelen en het gevoel hebben dat ze bekwaam zijn, leidt dit tot grotere intrinsieke motivatie en psychologisch welzijn.”

(Deci & Ryan, 2000)

Zelfstandige kinderen durven uitdagingen aan te gaan, leren omgaan met tegenslagen en voelen zich competenter. Ook op latere leeftijd heeft je kind hier voordelen van: ze nemen meer verantwoordelijkheid, kunnen beter beslissingen nemen en passen zich makkelijker aan in verschillende situaties.

Relatie, competentie en autonomie

Relatie, competentie en autonomie zijn drie fundamentele behoeften die centraal staan in de ontwikkeling en motivatie van kinderen. Luc Stevens, hoogleraar orthopedagogiek, benadrukt het belang van deze psychologische basisbehoeften. Hij stelt dat wanneer aan deze behoeften wordt voldaan, kinderen zich goed voelen, gemotiveerd zijn en zin hebben om te leren.

“Als in voldoende mate is voldaan aan de behoefte aan relatie (‘anderen waarderen mij en willen met mij omgaan’), aan de behoefte aan autonomie (‘ik kan het zelf, hoewel niet altijd alleen’) en aan de behoefte aan competentie (‘ik geloof en heb plezier in mijn eigen kunnen’), is er welbevinden, motivatie, inzet en zin in leren.”

(Luc Stevens, NIVOZ)

  • Relatie verwijst naar het gevoel van verbondenheid en acceptatie binnen de groep.
  • Competentie betreft het vertrouwen in eigen kunnen en het effectief omgaan met leeractiviteiten.
  • Autonomie betekent dat kinderen de ruimte krijgen om eigen keuzes te maken en hun leerproces te sturen.

Wanneer aan deze drie behoeften wordt voldaan, ervaren kinderen meer motivatie en welzijn. Als juf in groep 1/2 merkte ik een enorm verschil bij kinderen die al veel verantwoordelijkheid en zelfstandigheid hadden meegekregen vanuit thuis. Ze waren zelfverzekerder, trots op hun eigen kunnen en wilden ook graag andere kinderen helpen.

Zelfstandigheid

Zelfstandigheid bij kleuters is belangrijk voor hun ontwikkeling. Kinderen ontwikkelen hierdoor zelfvertrouwen, probleemoplossend vermogen en doorzettingsvermogen. Wanneer kinderen tussen de 3 en 6 jaar zelf dingen mogen proberen, leren ze niet alleen praktische vaardigheden, maar ontwikkelen ze ook een gevoel van trots op hun eigen kunnen.

Om zelfstandigheid te bevorderen, kun je kleuters betrekken bij dagelijkse routines, zoals zelf hun jas aantrekken, speelgoed opruimen of helpen met tafel dekken. Geef ze keuzemogelijkheden, bijvoorbeeld: “Wil je eerst je schoenen aandoen of je jas?” Dit versterkt hun gevoel van controle. Daarnaast is het belangrijk om geduld te hebben en niet te snel in te grijpen: fouten maken hoort bij het leerproces! Beloon de inspanning in plaats van alleen het eindresultaat, zodat je kind plezier krijgt in het zelfstandig ontdekken. ‘Je hebt goed zelf geprobeerd om je jas aan te trekken, ik help je bij het laatste stukje.’

Wat kan je je kind dan al zelfstandig laten doen?

Zelfstandigheid ontwikkelen kost op het begin extra tijd en oefening (én heel veel geduld van jou als ouder 😉 ), maar uiteindelijk wordt het zowel voor je kind als voor jou makkelijker. Hier zijn wat ideeën die je kunt inzetten om de zelfstandigheid te stimuleren.

Voorbereiding op de basisschool (2,5-3,5 jaar)

Zelfredzaamheid in de dagelijkse routine

  • Zelf handen wassen – Met een krukje kunnen ze zelf bij de kraan.
  • Eten met bestek – Geef peutervriendelijk bestek en laat ze zelf proberen.
  • Beker vasthouden en drinken – Oefenen met een gewone beker.
  • Schoenen aan en uit proberen te doen – Eerst schoenen met klittenband of instappers maken het makkelijker.
  • Zelf een doekje pakken en opruimen als ze iets geknoeid hebben – Zo leren ze verantwoordelijkheid.
  • Zindelijk worden: zelf billen afvegen – Laat je kind eerst zelf afvegen en veeg eventueel nog na. Maar voor je kind naar school gaat moeten ze dit echt zelf kunnen!
  • Jas aandoen – Jas op de grond leggen en over het hoofd zwaaien werkt goed!

Zelfstandig spelen en opruimen

  • Speelgoed opruimen – Geef een vaste plek voor spullen (TIP: stickers met plaatjes/pictogrammen op de speelgoedbakken om het makkelijker te maken)
  • Bladeren oprapen in de tuin – Kleine taakjes helpen bij verantwoordelijkheid.
  • Zet vooraf 2 keuzes klaar in speelgoed – Zorgt voor nieuwe ideeën om mee te spelen en geeft keuze mogelijkheid.

Ons zelfgemaakte kleuter-bureau van IKEA kastjes en een boomstamblad voor mijn dochter (4 jaar) met pictogrammen om alles zelf op te leren ruimen.

Helpen in het huishouden

  • Eten in een bakje doen – Bijvoorbeeld fruit in hun eigen schaaltje scheppen.
  • Met een stofdoek afstoffen of stofzuigen – Een eenvoudige taak waarmee ze kunnen helpen.
  • Was in de wasmand doen – Leuk om samen te doen!
  • Planten water geven met een kleine gieter – Dit stimuleert zowel de motoriek als het verantwoordelijkheidsgevoel.

Wat kan een kleuter zelfstandig doen? (4-6 jaar)

Zelfredzaamheid

  • Zelf eten bestellen in een restaurant – stimuleert beleefdheid en ergens om durven vragen.
  • Veters strikken – koop bewust schoenen met veters, dan is er ook een reden om het te leren.
  • Zelf iets doorgeven aan de juf – bijvoorbeeld wanneer je kind eerder opgehaald wordt. Je kunt altijd nog een aanvullend berichtje naar de juf sturen.
  • Gordel zelf los en vast maken in de auto – met een extra check.
  • Zelf aankleden en schoenen aandoen – Geef je kind de tijd om zelf zijn kleding aan te trekken.
  • Zelf tanden poetsen (met een beetje controle na afloop) – Goed oefenen met een vaste routine.
  • Zelf hun tas inpakken voor school of uitjes – Laat je kind nadenken over wat hij nodig heeft.
  • Zelf de rits dichtmaken en handschoenen aandoen – Aan het begin van de winter is het een investering in je geduld, maar het is zo fijn als je kind dit zelf kan! Als tussenstap kun je ook eerst zelf de onderkant van de rits vast maken en je kind zelf de rits omhoog laten trekken. Juist die kleine toevoegingen in zelfstandigheid maken het verschil!

Zelfstandig spelen en opruimen

  • Ook bij speelafspraakjes of bezoekjes samen opruimen – door samen op te ruimen als jullie ergens op visite zijn geweest stimuleer je om dit als normaal te vinden.
  • Zelf iets laten ‘regelen’ – In veel (kinder)restaurants krijgen kinderen soms muntjes om een speelgoedje uit te kiezen: laat je kind dit volledig zelfstandig ‘regelen’.

Helpen in het huishouden

  • Tafel dekken en afruimen – Stimuleert verantwoordelijkheid.
  • Zelf drinken inschenken (met een kleine kan) – Oefening baart kunst!
  • Zelf brood smeren – Begin met met zachte smeerproducten zoals jam of smeerkaas. Stimuleert ook de motoriek!

Tot slot: Kijk mama, ik kan het zelf!

Zelfstandigheid is naar mijn mening één van de belangrijkste dingen die jouw kind kan helpen groeien in zelfvertrouwen en verantwoordelijkheid. Het helpt om je kind te zien als een actieve deelnemer in zijn eigen leven en leerproces, waarbij hij steeds meer loskomt van jou. Je kind is iemand die die zijn eigen ontwikkeling doormaakt. En dat is iets wat je als ouder steeds minder van hem moet overnemen. Zelf vind ik ‘loslaten’ als ouder één van de grootste uitdagingen in het ouderschap, want vanaf de geboorte ben je sterk verbonden met je kind. Toch weet ik dat juist door los te laten, ik mijn kinderen meer help dan wanneer ik ‘letterlijk’ met alles help. Waardoor ik mijn kinderen uiteindelijk juist verder help in het leven!

Het aanmoedigen van zelfstandigheid in kleine dagelijkse taken zorgt voor een soepele overgang naar de basisschool en bereidt je kind voor op de toekomst, waarin hij ook als volwassene zelf keuzes durft te maken. Gun je kind de tijd en ruimte om te oefenen en geniet van de momenten waarop hij of zij trots roept: “Kijk mama, ik kan het zelf!!!”

Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.

Bronnen: Deci & Ryan, 2000, Self-Determination Theory and the Facilitation of Intrinsic Motivation, Social Development, and Well-Being)
Stevens, L, https://nivoz.nl/nl/luc-stevens-zorg-ervoor-dat-een-kind-zichzelf-als-actor-gaat-zien?


Omgaan met spanning in de toetsperiode

Juf Shelby

Toetsen kunnen ook op de basisschool al spannend zijn voor kinderen. Als ouder zie je misschien dat je doorgaans vrolijke en ontspannen kind ineens last heeft van buikpijn, slecht slaapt of juist tegendraads en brutaal gedrag vertoont. Dit kunnen signalen zijn van stress rondom toetsen. In deze blog lees je wat je kunt doen om je kind te helpen spanning te verminderen en met meer zelfvertrouwen een toets in te gaan.

Wat zijn signalen van stress bij kinderen?

Kinderen uiten stress op verschillende manieren. Let op de volgende signalen:

  • Fysieke klachten: Buikpijn, hoofdpijn of misselijkheid komen vaak voor, vooral buikpijn wordt vaak gelinkt aan spanning.
  • Gedragsveranderingen: Sneller huilen, boosheid of juist stil en teruggetrokken gedrag. Veel ouders merken dat hun kind ‘een kort lontje’ heeft.
  • Verminderde concentratie: Moeite om aan tafel of op school gefocust te blijven, of steeds van activiteit wisselen zonder iets af te maken.
  • Slaapproblemen: Moeite met inslapen of nachtmerries.
  • Negatieve uitspraken: “Ik kan het toch niet” of “Ik ben niet slim genoeg” zijn veelgehoorde opmerkingen. Maar ook negatieve uitspraken die je in eerste instantie niet koppelt aan toetsen. Bijvoorbeeld ineens ergens geen zin in hebben. 
  • Weerstand tegen leren: Als je kind tegendraads is bij het oefenen, kan dit voortkomen uit onzekerheid.

Wat kun je als ouder doen?

1. Blijf rustig en positief

Kinderen spiegelen het gedrag van hun ouders. Ben jij ontspannen, dan helpt dat je kind ook. Vermijd druk als “Als je niet oefent blijf je zitten” en focus op het leren en proberen. Bedenk dat weerstand voor leren/oefenen vaak voortkomt uit spanning of vermijding.

2. Normaliseer spanning

Leg uit dat een beetje spanning normaal is en zelfs kan helpen om scherp te blijven. Deel een eigen ervaring waarin iets spannend leek maar goed uitpakte. Positieve affirmatiekaartjes, zoals ‘Regenboogkracht’, kunnen ook helpen om de dag positief te beginnen.

3. Help met plannen

Stress kan ontstaan als een kind niet weet hoe het moet beginnen. Maak samen een eenvoudige planning met korte oefenmomenten van 15-20 minuten. Plan ook ontspanning in en laat je kind zelf meedenken over de planning.

4. Focus op inspanning, niet op resultaat

Complimenteer je kind voor de moeite die het doet. Zeg bijvoorbeeld: “Ik ben trots op hoe hard je hebt gewerkt” in plaats van “Goed zo, je hebt een 8.”

5. Stimuleer ontspanning

Ademhalingsoefeningen, mindfulness of een korte wandeling kunnen stress verminderen. Mindfulness hoeft niet zweverig te zijn: bewegen in de natuur of samen iets creatiefs doen is vaak al voldoende. Bespreek met je kind welke activiteiten ervoor zorgen dat zijn/haar hoofd leeg wordt (lezen, Mandalas kleuren, iets bakken, iets maken; iets timmeren, sporten). En plan om zo’n activiteit samen te gaan doen. 

6. Creëer een veilige thuisbasis

Een veilige omgeving waarin je kind zich gehoord voelt, helpt enorm. Luister zonder oordeel en geef niet meteen advies. Een moment van onverdeelde aandacht, zoals samen een spel spelen, kan een wereld van verschil maken. Speel eens mee met het lievelingsspel of speelgoed van je kind. Laat je kind leiden en geniet van jullie moment samen. Het mooiste geschenk wat je kunt geven is liefdevolle aandacht!

7. Plan niet te veel prikkelrijke activiteiten

Voorafgaand en tijdens drukke toetsperiodes is het verstandig om niet te veel extra uitjes met veel prikkels te plannen. Zelfs leuke activiteiten zoals een speelparadijs, kinderfeestjes, sportwedstrijden kunnen voor extra overbelasting zorgen. Je hoeft natuurlijk niet alle activiteiten af te zeggen, maar probeer wel onnodige ‘extra’ uitjes te minderen.

8. Naar buiten

Buiten spelen of wandelen in het bos werkt ontprikkelend voor kinderen doordat het hen de ruimte geeft om even los te komen van de constante stroom van prikkels die ze binnen ervaren, zoals schermtijd, schoolwerk en de algehele drukte van toetsen. Buiten zijn kinderen meer in contact met de natuur, kunnen ze hun energie kwijt en krijgen ze de kans om op een meer ontspannen manier hun zintuigen te gebruiken. Dit helpt niet alleen om stress te verminderen, maar bevordert ook hun creativiteit en het vermogen om zich beter te concentreren.

Zoals de beroemde psycholoog Jean Piaget ooit zei:

De natuur biedt de beste gelegenheid voor kinderen om hun denken te ontwikkelen.” (Piaget)

Helpt oefenen tegen spanning voor toetsen?

Weten wat je kunt verwachten en het gevoel hebben dat je de controle hebt, zorgt ervoor dat je kind met meer rust en zekerheid aan een toets begint. Zo wordt leren niet alleen effectiever, maar ook een stuk leuker

Oefenen met Squla kan een waardevol hulpmiddel zijn om deze druk te verminderen. Door regelmatig te oefenen met de leuke en leerzame quizzen en opdrachten op Squla, raakt je kind vertrouwd met de soort vragen die in toetsen voorkomen. Deze voorbereiding geeft niet alleen een beter inzicht in de stof, maar helpt ook om zelfvertrouwen op te bouwen. 

Wat als je kind weerstand heeft als je over de toets wilt praten?

Soms wil je als ouder meteen oplossingen om te leren voor een toets aandragen, maar dat kan averechts werken. Kinderen kunnen zich hierdoor niet gehoord voelen of onzeker worden. Probeer deze aanpak:

  • Luister en benoem gevoelens: “Het klinkt alsof je het lastig vindt om te beginnen met oefenen.”
  • Breng structuur aan: Benoem de verschillende kanten: “Je vindt oefenen saai, maar je wilt wel een goed cijfer halen.”
  • Stel vragen: “Wat denk je zelf dat je kunt doen om je voor te bereiden?”
  • Geef inspiratie: “Misschien kun je een klasgenoot vragen hoe hij oefent?”
  • Deel je mening respectvol: “Ik snap dat je het moeilijk vindt. Kun je je voorstellen dat ik het belangrijk vind dat je leert hoe je je kunt voorbereiden?”

Deze aanpak helpt je kind om zelf na te denken en zelfvertrouwen op te bouwen.

Jouw voorbeeldrol als ouder

Als ouder ben je een belangrijke inspiratiebron. Praat open over hoe jij met spanning omgaat en laat zien hoe jij je fouten als leermomenten ziet. Kinderen leren niet alleen van wat je zegt, maar vooral van wat je doet. Laat zien dat spanning erbij hoort en geen ramp is.

MIJN PARENT-HACK: een relaxte start van de ochtend maakt je dag. Zelf merk ik dat wanneer ik als ouder ’s morgens niet in de gehaaste ochtendroutine-modus zit; mijn kinderen veel rustiger de dag starten. Ik sta zelf vroeger op en haal ook de kinderen vroeger uit bed dan nodig. Hierdoor hebben we ’s morgens meer tijd en verloopt alles iets soepeler dan wanneer we gehaast zijn… al blijft die race tegen de klok van 08:30 iedere dag een uitdaging 😉

Vier de kleine overwinningen

Of het nu een voldoende is of gewoon het feit dat je kind zijn best heeft gedaan voor de toets, vier elke stap. Dit motiveert en helpt je kind toetsen te zien als kansen om te groeien, in plaats van obstakels. In plaats van cadeautjes: vier het succes door aandacht te geven aan je kind. Een moment van samen zijn is waardevoller en laat je kind voelen dat inzet belangrijker is dan materiële beloningen. Met jouw steun en positieve woorden kun je samen werken aan meer zelfvertrouwen en minder toetsstress.

Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel (juf Shelby) | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) gedragsspecialist | Leerkracht – Intern begeleider in het basisonderwijs.

Zo bereid je je voor op het rapportgesprek.

Juf Shelby

Het rapportgesprek op de basisschool is een kort moment om inzicht te krijgen in hoe je kind zich ontwikkelt op school. Als ouder kun je veel uit zo’n gesprek halen, maar een goede voorbereiding helpt om het meeste uit dit korte moment te halen. In deze blog lees je tips voor een goede voorbereiding, welke vragen je kunt stellen en hoe je omgaat met een situatie waarin er geen klik is met de leerkracht.

Hoe bereid je je voor op een rapportgesprek?

Lees het rapport vooraf goed door

Neem de tijd om het rapport van je kind vooraf rustig door te lezen. Let niet alleen op de cijfers, maar ook op de opmerkingen of toelichtingen van de leerkracht. Hieruit kun je vaak belangrijke informatie halen over het gedrag, de inzet en sociale ontwikkeling van je kind.

Noteer vragen en aandachtspunten

Denk na over wat je tijdens het gesprek wilt bespreken. Noteer vragen die je hebt over het rapport, zoals:

  • Hoe kan mijn kind zich verder ontwikkelen in … (rekenen, spelling etc.) ?
  • Wat valt op in het gedrag of de samenwerking met andere kinderen?

Betrek je kind

Vraag je kind voorafgaand aan het rapportgesprek hoe hij of zij het zelf vindt gaan op school. Zijn er dingen waar je kind trots op is of juist moeite mee heeft? Of zijn er dingen die hij/zij niet durft te zeggen of te vragen aan de leerkracht? Dit geeft je waardevolle input voor het gesprek. Steeds meer scholen hebben rapportgesprekken met het kind erbij.

Wees open en nieuwsgierig

Houd in gedachten dat het gesprek een samenwerking is tussen jou en de leerkracht. Stel je open op en ga uit van een gezamenlijke wens om je kind zo goed mogelijk te ondersteunen.

Welke vragen kun je stellen?

Het stellen van de juiste vragen helpt om een goed beeld te krijgen van hoe je kind functioneert op school. Bijvoorbeeld:

Vragen over leerprestaties

  • Welke sterke punten en ontwikkelpunten zien jullie bij mijn kind?
  • Waar heeft mijn kind extra ondersteuning bij nodig?

Vragen over de sociale ontwikkeling

  • Hoe gaat mijn kind om met klasgenoten?
  • Laat mijn kind initiatief zien in groepsactiviteiten?
  • Zijn er sociale situaties waarin mijn kind extra begeleiding nodig heeft?

Vragen over gedrag:

  • Hoe is de concentratie van mijn kind in de klas?
  • Zijn er opvallende gedragingen waar ik thuis op kan letten?
  • Wat kan ik doen om mijn kind te helpen met bijvoorbeeld zelfstandigheid?

Wat als je je zorgen maakt over je kind?

Soms zijn er grotere zorgen over de ontwikkeling of het welzijn van je kind, of zit een specifieke gebeurtenis je erg hoog. In zulke gevallen is het verstandig om al vooraf contact op te nemen met de leerkracht. Geef aan waar je mee zit of waar je het over wilt hebben, zodat de leerkracht zich hierop kan voorbereiden. 

Als het onderwerp veel tijd of aandacht vraagt, kun je voorstellen om een aparte afspraak te maken op een rustiger moment. Dit voorkomt dat het tienminutengesprek onder tijdsdruk plaatsvindt.

Soms kan in overleg met de leerkracht de intern begeleider worden betrokken bij het gesprek. Deze kan extra ondersteuning bieden bij het bespreken van complexe of gevoelige onderwerpen en helpt om samen tot een plan te komen dat het beste is voor je kind.

Alleen of samen met je partner naar het rapportgesprek?

Het is niet verplicht, maar als leerkracht vond ik het altijd waardevol om beide ouders bij het rapportgesprek te hebben. Samen ben je immers de 3 belangrijkste opvoeders rondom je kind en breng je veel tijd met je kind door. Voor jullie als ouders is het ook fijn om samen aanwezig te zijn en daarna over het gesprek te kunnen napraten.

Voor gescheiden ouders is het extra waardevol om het gesprek gezamenlijk te voeren. Twee aparte gesprekken zijn nooit hetzelfde, en voor het kind is het geruststellend om te weten dat beide ouders betrokken zijn bij zijn of haar ontwikkeling, ondanks dat jullie als partners uit elkaar zijn.

Ontdek hoe leuk leren kan zijn!

Squla (pages - bovenbouw - soft cta/blog cta)

Doelgericht oefenen met Squla.
Twijfel je? 14 dagen geldteruggarantie!

Wat als er geen klik is met de leerkracht?

Blijf professioneel

Het kan gebeuren dat jij of je kind geen klik voelt met de leerkracht. Probeer dit niet persoonlijk te maken. Blijf professioneel en richt je op het gezamenlijke doel: de ontwikkeling van je kind. Probeer niet in het bijzijn van je kind negatief over de leerkracht te praten, dit brengt je kind in een tweestrijd tussen twee volwassenen die hij gedurende de week beiden veel uren ziet.

Benoem wat je ervaart

Als je merkt dat communicatie stroef verloopt, benoem dit op een oplossingsgerichte manier. Bijvoorbeeld: “Ik merk dat we elkaar soms niet helemaal begrijpen. Hoe kunnen we beter samenwerken om (naam van je kind) te helpen?

Vraag om concrete afspraken

Als er specifieke knelpunten zijn, stel dan voor om samen afspraken te maken. Bijvoorbeeld hoe jullie elkaar op de hoogte houden of hoe bepaald gedrag aangepakt wordt.

Schakel hulp in

Als je ondanks alle inspanningen blijft worstelen met de communicatie, kun je overwegen om een gesprek met de intern begeleider aan te vragen. Deze kan bemiddelen en helpen om de samenwerking te verbeteren.

Wat vertel je je kind wel en niet over het rapportgesprek?

Na het rapportgesprek kun je de besproken punten thuis doornemen met je kind. Veel kinderen zijn nieuwsgierig wat papa en mama en de leerkracht samen besproken hebben. Bespreek de positieve feedback en de aandachtspunten op een rustige en ondersteunende manier. Vraag ook hoe je kind zelf het in de klas ervaart en welke doelen hij of zij heeft voor de komende periode. Wees alert wat je tegen je partner vertelt over het gesprek waar je kind bij is (kleine oortjes horen alles!)

Probeer negatief praten over de leerkracht te vermijden. Dit kan je kind namelijk in een tweestrijd brengen: enerzijds wil het loyaal zijn aan jou, anderzijds moet het dagelijks samenwerken met de leerkracht. Focus liever op hoe jullie samen de besproken punten kunnen oppakken en benadruk de gezamenlijke wens van jou en de leerkracht om het beste voor je kind te bereiken.

Jouw betrokkenheid bij school en hoe je positief opbouwend praat over de ontwikkeling van je kind geeft je kind het vertrouwen en de motivatie om zich verder te ontwikkelen!

Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel (juf Shelby) | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) gedragsspecialist | Leerkracht / Intern begeleider in het basisonderwijs.

Wat als je kind niet lekker in zijn vel zit?

Juf Shelby

Veel ouders zeggen: “Als mijn kind maar lekker in zijn vel zit.” Maar wat als dat even niet zo is? Wat kun je als ouder doen als je kind boos, verdrietig of teruggetrokken is? Hoe bereik je je kind, en hoe kun je in samenwerking met school een positieve verandering stimuleren?
In dit blog deel ik praktische tips om je kind te ondersteunen én vertel ik hoe je jezelf als ouder kunt inzetten om een veilige basis te creëren.

Stop met zoeken naar de oorzaak

Als ouders hebben we vaak de neiging om ons te focussen op de oorzaak van het probleem. Waarom zit mijn kind niet lekker in zijn vel? Is het de juf, een klasgenoot of een andere situatie? Hoewel begrijpen wat er speelt belangrijk kan zijn, helpt het uiteindelijk niet om hierin te blijven hangen.

De sleutel ligt in het accepteren dat de situatie is zoals die is en je te richten op wat wél binnen je invloed ligt. Hoe jij reageert op de situatie, en hoe je je kind helpt ermee om te gaan, maakt vaak het grootste verschil.

Laat emoties er zijn (en luister écht)

Stel je voor: je hebt een zware dag gehad op je werk en je vertelt dit thuis. Je partner reageert met: “Ach joh, het valt wel mee.” Hoe zou dat voelen? Waarschijnlijk voel je je niet begrepen. Wat je op zo’n moment nodig hebt, is iemand die erkent wat je voelt en echt luistert.

Kinderen hebben precies hetzelfde nodig. Als ouder willen we vaak meteen oplossingen bieden, maar soms is ‘gewoon luisteren‘ het beste wat je kunt doen. Laat je kind vertellen wat er speelt en geef erkenning:

  • Vat samen wat je hoort:Dus de juf deed dit, en dat maakte je boos. Klopt dat?
  • Vraag wat je kind nodig heeft:Hoe kan ik je helpen? Heb je misschien een knuffel nodig?”

Vaak is alleen luisteren al genoeg. Geef je kind de ruimte om te voelen zonder direct met adviezen te komen.

Maak emoties visueel

Wanneer je kind boos of verdrietig is, kan het lastig zijn om de situatie helder te krijgen. Een praktische manier om je kind te helpen is door samen de gebeurtenis te visualiseren. Dit kan bijvoorbeeld door te tekenen:

  • Teken eenvoudige stokpoppetjes om de situatie na te bootsen als een soort stripverhaal.
  • Gebruik denkwolkjes om te laten zien wat je kind denkt en voelt.

Samen kun je vervolgens brainstormen over mogelijke oplossingen of manieren om met de situatie om te gaan. Je kind leert dat het de situatie misschien niet kan veranderen, maar wél hoe het daarop reageert.

“Je hebt geen invloed op wat er gebeurt, maar wel op hoe je ermee omgaat.”  Stephen R. Covey

Bespreek het met school

Scholen hebben vaak meer mogelijkheden om je kind te ondersteunen dan je denkt. Een gesprek met de leerkracht kan bijvoorbeeld helpen om je kind meer persoonlijke aandacht te geven.

  • Vraag toestemming van je kind om de situatie met de leerkracht te bespreken.
  • Overweeg of een intern begeleider, vertrouwenspersoon of maatschappelijk werker kan ondersteunen.

Soms is een externe blik waardevol, omdat je als ouder te dichtbij staat. Door open te communiceren met school kun je samen een plan maken dat je kind verder helpt.

Geef zelf het goede voorbeeld

Kinderen spiegelen ons gedrag. Hoe ga jij om met stress of verdriet? Zoek je afleiding op je telefoon, of deel je eerlijk hoe je je voelt? Door te laten zien hoe jij omgaat met moeilijke momenten, leer je je kind dat gevoelens bespreekbaar zijn.

Durf ook te zeggen: “Ik voel me vandaag even niet zo blij.” Dit maakt praten over emoties normaal en laat zien dat het oké is om soms niet lekker in je vel te zitten.

Spelenderwijs praten over gevoelens

Praten over emoties werkt vaak beter in een ontspannen sfeer. Directe vragen terwijl je na een schooldag aan de keukentafel levert soms weerstand op, terwijl een gesprek tijdens een gezamenlijke activiteit natuurlijker en ontspannen verloopt.

Enkele tips:

  • Gebruik spelletjes zoals het Lekker in je vel spel, emotiekaarten of affirmatie kaartjes.
  • Doe samen iets actiefs: bak een cake, werk in de tuin of maak een wandeling. Tijdens deze momenten komen gesprekken vaak vanzelf op gang.

Tot slot

Als je kind niet lekker in zijn vel zit, is het belangrijk om een veilige basis te bieden. Laat gevoelens er zijn, luister met aandacht en help je kind stap voor stap weer grip te krijgen op de situatie. Samen met school, en door je eigen voorbeeldgedrag, kun je een groot verschil maken.

Wees geduldig, wees er voor je kind en onthoud: ook kleine stappen zijn vooruitgang.

Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel (juf Shelby) | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) gedragsspecialist | Leerkracht – Intern begeleider in het basisonderwijs.

Het voorlopig advies in groep 8

Juf Shelby

Het schooljaar is in volle gang en voor veel ouders van groep 8-leerlingen is dit een periode vol vragen. Eén van de belangrijkste onderwerpen die nu speelt, is het voorlopig advies voor het voortgezet onderwijs. Wat houdt dit advies precies in? Waar baseert de leerkracht dit op? En hoe kun je als ouder je kind hierin ondersteunen?

Wat is het voorlopig advies?

Het voorlopig advies is een eerste inschatting van het niveau dat het beste past bij de leerprestaties, talenten en behoeften van jouw kind. Het is geen definitieve beslissing, maar eerder een momentopname die richting geeft. Dit advies helpt jou en je kind om alvast na te denken over een passende middelbare school. In sommige gevallen wordt het voorlopig advies later naar boven bijgesteld, bijvoorbeeld na de doorstroomtoets of als er nog groei zichtbaar is in de ontwikkeling van je kind.

Hoe bepaalt de leerkracht het voorlopig advies?

Het advies is gebaseerd op meerdere factoren. De leerkracht kijkt bijvoorbeeld naar:

  1. (Toets) resultaten: de resultaten die je kind de afgelopen jaren op de Leerlingvolgsysteem toetsen (LVS) heeft behaald. Bekende LVS toetsen die scholen gebruiken zijn bijvoorbeeld De ‘Cito-LIB toetsen’ of de ‘IEP toetsen’.
  2. Dagelijkse werkhouding in de klas: Hoe pakt je kind zijn of haar werk aan? Is er doorzettingsvermogen, zelfstandigheid en concentratie?
  3. Sociaal-emotionele ontwikkeling: Kan je kind goed omgaan met uitdagingen, teleurstellingen en klasgenootjes?
  4. Inzet en motivatie: Talent is belangrijk, maar motivatie speelt minstens zo’n grote rol. Welke inzet laat jouw kind in de klas zien of bij het maken van zijn of haar huiswerk.
  5. Observaties uit de klas: Hoe gaat je kind om met leerstof, maar ook hoe het presteert in de praktijk.

Deze factoren geven samen een compleet beeld. Geen enkele toets is doorslaggevend; het gaat om het totaalplaatje.

Het schooladvies: waar kijken leerkrachten vooral naar?

De scores voor begrijpend lezen en rekenen wegen zwaar mee in het advies, omdat deze vakken de basis vormen voor veel andere schoolvakken. Begrijpend lezen helpt bijvoorbeeld bij vakken als geschiedenis en aardrijkskunde, terwijl rekenen essentieel is voor wiskunde en andere bètavakken.

Maar het advies gaat verder dan alleen cijfers. Leerkrachten kijken ook naar:

  • Zelfstandigheid: kan je kind zichzelf motiveren en zelfstandig werken? Lost het kleine problemen zelf op? Of heeft het jouw hulp als ouder nog vaak nodig?
  • Zelfvertrouwen: heeft je kind genoeg geloof in zichzelf om door te zetten zonder voortdurend bevestiging te vragen?
  • Huiswerk maken: maakt je kind huiswerk uit zichzelf en levert het dit op tijd in?
  • Manier van leren: vindt je kind theoretische lessen leuk en zoekt het zelf informatie op? Of bloeit jouw kind juist op van praktische opdrachten?
  • Concentratie: kan je kind zich langere tijd richten op een taak? Welke schoolvakken bloeit jouw kind zo van op dat hij of zij zich langer kan concentreren?

Deze factoren samen geven een compleet beeld van de ontwikkeling en het potentieel van je kind. Ze helpen bij het kiezen van een passend schoolniveau én een leeromgeving waarin je kind kan groeien en kan doorstromen naar een beroep waar hij of zij gelukkig van wordt.

Oefen nu voor de toetsen met Squla!

Squla (pages - bovenbouw - soft cta/blog cta)

Doelgericht oefenen met Squla.
Twijfel je? 14 dagen geldteruggarantie!

Wat betekent het voor jou en je kind?

Het voorlopig advies is vooral bedoeld als richtingwijzer om je samen met je kind te oriënteren op het best passende voortgezet onderwijs. Het is ook een goed moment om te praten met je kind over zijn of haar eigen dromen en ambities. Het is belangrijk dat je kind voelt dat zijn of haar mening telt, maar ook dat er realistische verwachtingen worden gesteld. Soms kan het voorlopig advies tegenvallen voor jou of je kind. Er zijn ook kinderen die dit als extra stimulans voelen om een stapje harder te zetten in de maanden die volgen in groep 8.

Wil je je kind extra ondersteunen bij begrijpend lezen, rekenen en spelling? Met Squla kan je kind gericht oefenen en oefenen met de vraagstelling van de doorstroomtoets. Dit kan een mooie manier zijn om de basisvaardigheden te versterken en met meer zekerheid de toetsperiode in te gaan.

Tips voor ouders

  • Blijf positief en ondersteunend: dit is een spannend proces voor je kind. Geef vertrouwen en benadruk dat dit een tussenstap is. Ook als het voorlopig advies voor jou als ouder ’tegenvalt’. Probeer je eigen gevoel hierbij eerst even te parkeren en luister eerst naar wat jouw kind voelt en vindt van het voorlopig advies. Praat niet in het bijzijn van je kind tegen anderen dat het advies jou ‘zo tegenvalt’. Onbewust geef je hiermee een negatieve afkeurende boodschap aan je kind.
  • Stimuleer de zelfstandigheid van je kind: in de bovenbouw mag je je kind het vertrouwen geven dat het dingen zelf kan oplossen. Laat je kind zelf boodschappen aan de leerkracht doorgeven (bijvoorbeeld een bezoekje aan de dokter),zelf brood smeren en denken aan zijn of haar huiswerk. Eén van de grootste valkuilen is dat je te veel blijft ondersteunen terwijl je kind nu mag groeien naar autonomie en zelfstandigheid. Een voorbereiding op de middelbare school; maar ook een vaardigheid waar de leerkracht naar kijkt bij het bepalen van het advies.
  • Verken scholen samen: open dagen en meeloopdagen zijn geweldige manieren om samen met je kind een gevoel te krijgen bij verschillende scholen.
  • Focus op groei, niet op perfectie: laat je kind merken dat het oké is om te leren en fouten te maken. Het gaat om de reis, niet alleen om het resultaat. Zeker het voorlopig advies heeft niet voor niets de naam ‘voorlopig’. Er is nog voldoende ruimte om te groeien!

Tot slot

Het voorlopig advies is een belangrijk moment, maar het is niet het hele verhaal. Kinderen ontwikkelen zich vaak nog enorm in de laatste maanden van groep 8. De school heeft het doel om samen met jullie als ouders het beste uit jullie kind te halen en een school te vinden waar hij of zij gelukkig is én kan groeien.

Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel (juf Shelby) | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.

Motivatie in de klas: deze 10 trucjes gebruiken leerkrachten om kinderen te motiveren

Juf Shelby

Als je iets leuk vindt, dan leer je het gemakkelijker… het klinkt zo logisch. En toch is motivatie één van de lastigste dingen in de klas; want hoe motiveer je (alle) kinderen? In dit blog deel ik 10 manieren die leerkrachten gebruiken om leerlingen te motiveren.

Motivatie of ‘MOETivatie’

Kinderen zijn van nature nieuwsgierig, gemotiveerd om de wereld te ontdekken en nieuwe dingen te leren(Hornstra et al., 2016). Echter op school is niet ieder kind in de klas even gemotiveerd. Vooral de dingen die ‘moeten’, worden vaak gedaan omdat het van de juf ‘moet’ maar niet omdat het kind er zelf voor gemotiveerd is. Gemotiveerde leerlingen leren makkelijker, met meer plezier én onthouden beter wat ze geleerd hebben. Geen wonder dat er veel aandacht besteed wordt aan de motivatie in de klas.

Om intrinsiek (dus vanuit je eigen belang) gemotiveerd te kunnen zijn hebben kinderen volgens Hornstra et al. (2016) behoefte aan autonomie, dat betekent dat ze zelf mee kunnen sturen en zelfstandig keuzes kunnen maken vanuit hun eigen interesse. Daarnaast hebben kinderen het nodig om zich competent te voelen (Yes, ik kan het!). Vanuit dit perspectief krijg je de beste motivatie. Daarom is het belangrijk om te streven naar intrinsieke motivatie.

Leerkrachten gebruiken verschillende trucjes in de klas om kinderen te motiveren.

1. De belevingswereld van kinderen gebruiken

Door aan te sluiten bij thema’s en onderwerpen die kinderen bezig houden, zijn ze gemakkelijker te motiveren voor een opdracht. Een opdracht die gaat over bouwen in ‘Minecraft’ is een stuk leuker dan een opdracht in het rekenboek over bouwen. Het doel van ‘ruimtelijk inzicht aanleren’ blijft hetzelfde, maar doordat het kinderen aanspreekt gaan ze er met veel meer goede zin mee van start. Door juist in verhalen of een opdracht zoeken naar onderwerpen die kinderen aanspreken, ontwikkelen ze meer motivatie. Ook werkt het vaak goed om met ‘echte’ materialen te werken; dus echte proefjes doen of blokken bouwen in plaats van alles uit het boek. Dit doe je door bijvoorbeeld:

  • Kinderen materialen van thuis mee laten nemen die passen bij het onderwerp.
  • Proefjes te laten doen, voorwerpen gebruiken, zelf laten ontdekken.
  • De leerkracht neemt een voorwerp mee van thuis (eerst verstoppen onder een kleed om de nieuwsgierigheid te wekken).
  • Namen van kinderen uit de klas gebruiken in plaats van de voorbeeldnamen uit het boek (niet: ‘Jantje telt 7 appels… maar een naam uit de klas gebruiken).

2. Verschillende werkvormen toepassen

Door bij de ene opdracht in tweetallen en bij een andere opdracht in groepjes te werken wordt een opdracht afwisselender. Samen leren is vaak leuker dan alleen. Ook zetten leerkrachten deze zogenaamde coöperatieve werkvormen in bij stukjes van de les, zoals bij de introductie van een nieuw onderwerp kinderen eerst in tweetallen laten praten over wat ze al van een onderwerp weten. Andere werkvormen zijn bijvoorbeeld:

  • Denken-delen-uitwisselen: kinderen denken eerst zelf na over het antwoord, delen het dan met een klasgenootje en vervolgens wordt het klassikaal uitgewisseld.
  • Om de beurt: de kinderen zitten in tweetallen. De leerkracht stelt een vraag waarbij meerdere, korte antwoorden mogelijk zijn. Bijvoorbeeld: Welke landen in Europa ken je? De kinderen geven om de beurt een antwoord.
  • Dobbelen: in de klas wordt een tekst gelezen en nabesproken. Daarna gaan de kinderen in groepjes zitten. Elk groepje heeft één of twee dobbelstenen, waarop bijvoorbeeld staat: ‘wie, wat, waar, wanneer, hoe, waarom‘.

3. Afwisseling in verwerking van de leerstof

De manier waarop een opdracht gemaakt wordt, kan ook afgewisseld worden. Het hoeft niet altijd het lesje opschrijven te zijn. Het kunnen ook werkvormen zijn zoals presenteren op een poster wat je geleerd hebt, of een stripverhaal maken over de Romeinen bij geschiedenis. Daarnaast worden er door afwisselende verwerkingsvormen ook andere talenten van kinderen ingezet. Kinderen die muzikaal zijn maken bijvoorbeeld een rap over het onderwerp en kinderen die creatief aangelegd zijn een werkstuk. Deze manier van werken wordt steeds vaker ingezet bij de zaakvakken zoals aardrijkskunde en geschiedenis.

4. Autonomie: zelf meedenken

Uit onderzoek blijkt dat de inbreng van kinderen zelf een positieve invloed heeft op de motivatie. Hierbij krijgen kinderen de mogelijkheid om zelf te kiezen (ook wel autonomie genoemd). Welke opdracht willen ze uitvoeren, met wie en in welke volgorde? Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het werken met een weektaak.

  • Laat kinderen zelf een planning maken.
  • Laat leerlingen zelf inschatten hoeveel tijd ze nodig hebben en hoe ze taken gaan maken.
  • Laat kinderen zelf nakijken.
     

5. Doel van de les uitleggen

Als je weet waarom iets belangrijk is om te leren, dan motiveert dat ook meer om er mee aan de slag te gaan. Aan het begin van de les vertellen leerkrachten dan ook vaak wat er in die les geleerd wordt. Ook zie je de doelen steeds vaker in de lesboeken staan bij het begin van de les. Leerlingen willen graag weten dat wat ze doen de moeite waard is en waarom het nuttig is om te leren. Hierdoor zijn ze meer gemotiveerd als ze begrijpen dat de stof zinvol is en als ze een link kunnen leggen naar hun eigen leefwereld.

6. Manieren van feedback geven

De feedback die kinderen krijgen is ook van invloed op het welbevinden en dus ook de motivatie. Feedback kan prestatie- of inzetgericht zijn. Prestatiegerichte feedback is gebaseerd op het cijfer dat leerlingen gehaald hebben (Een acht, hartstikke goed). Inzetgerichte feedback gaat over hoe het kind zich heeft ingespannen (Ik kan zien dat je hard gewerkt hebt, hartstikke goed). Daarnaast kun je in de feedback aandacht besteden aan het proces (Je hebt het volgens mij beter begrepen dan vorige keer, volgens mij heb je erg je best gedaan). Doelgerichte en persoonlijke complimenten laten kinderen stralen, en werkt motiverend!

7. Belonen als motivatie

Op school worden diverse manieren van belonen gebruikt. Meestal geen ‘materiële’ zaken zoals cadeautjes, maar bijvoorbeeld wel in de vorm van een momentje vrij tekenen, langer buiten spelen of een spel mogen kiezen bij de gymles. Ook werken sommige leerkrachten met een beloningssysteem waar bijvoorbeeld door middel van punten of stickers gespaard wordt voor een beloning. Vaak zijn kinderen hier erg gemotiveerd voor. Als je bijvoorbeeld met de klas samen werkt aan hetzelfde doel ‘je vinger opsteken als je iets wilt vragen’ geeft dit ook een goed groepsgevoel om dit met elkaar te doen. En de beloning is ook met zijn allen!

Soms wordt ook wel eens gekozen om een individueel beloningssysteem in te zetten voor een persoonlijk leerdoel van een kind. Een veelgebruikte methode hiervoor is bijvoorbeeld ‘Kids Skills’. Hierbij werken kinderen aan een eigen vaardigheid en mogen ze aan het einde als beloning kiezen hoe ze dit gaan vieren als het doel bereikt is. Beloningen in de klas zijn bijvoorbeeld:

  • Een klusje of taakje mogen doen voor de leerkracht.
  • Een spelletje tussendoor.
  • Een filmpje kijken of een liedje op het digibord luisteren (zelf gekozen door een leerling).

8. Verplaats je in de kinderen

Elk kind heeft de behoefte om ergens bij te horen en zich gewaardeerd, gerespecteerd en verbonden te voelen. Zowel met klasgenoten als met de leraar. Wanneer de leerkracht luistert naar de wensen, meningen en gevoelens van kinderen is er meer wederzijds begrip. Hierbij erkent de leerkracht weerstanden en probeert hij/zij zich in te leven in de wereld van de kinderen.

9. Erbij horen en verbondenheid

Veel leerkrachten betrekken de kinderen door bijvoorbeeld een schema te maken wie welke klusjes mogen doen. Sommige leerkrachten hebben takenborden of takenlijstjes waarop taakjes staan die kinderen mogen doen. Kinderen voelen zich vaak heel belangrijk als ze een taak mogen doen op school. Ook een positieve sfeer in de klas draagt bij aan de verbondenheid. Kinderen moeten zich vrij voelen om vragen te stellen en niet bang zijn om fouten te maken.

10. Positieve benadering

Het is belangrijk dat de leerkracht persoonlijke aandacht biedt, belangstelling toont en dat kinderen gestimuleerd en bevestigd worden in positief gedrag. Veel leerkrachten gebruiken het trucje van de positiviteit.

  • Eens kijken wie er al netjes klaar zit…
  • Niet: ‘wat zijn jullie druk’, maar ‘wat is er aan de hand?
  • In een les waar kinderen door elkaar heen praten: ‘Ik hoor zoveel goede ideeën, maar ik hoor ze allemaal tegelijkertijd ‘.

Deze 10 voorbeelden zijn manieren die veel leerkrachten toepassen. Natuurlijk heeft iedere leerkracht zijn eigen stijl, maar ik denk dat alle leerkrachten hun kinderen graag zien leren in de klas. De leerkrachten die ik gesproken heb gaven vaak aan dat ze vooral de ‘relatie’ met een kind als belangrijkste eerste stap vonden om vervolgens tot leren te komen. Als je lekker in je vel zit, je goed voelt in de klas dan is dat een grote meerwaarde om met plezier te leren.

Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht en intern begeleider in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO heeft ze zich gespecialiseerd in gedrag met de Master SEN- gedragsspecialist.

Geraadpleegde bronnen:
Naast gesprekken met leerkrachten, begeleiders en collega’s heb ik de volgende bronnen geraadpleegd:
– Hornstra, L., Weijers, D., van der Veen, I., & Peetsma, T. (2016). Motiverend lesgeven handleiding voor docenten [Website]. https://www.leraar24.nl/app/uploads/motiverend_lesgeven_handleiding.pdf
Inzichten uit onderzoek over motivatie. (2019, 18 maart). Leerling 2020. https://leerling2020.nl/inzichten-uit-onderzoek-over-motivatie/
– Kerpel, A. (2019, 6 mei). Coöperatieve werkvormen. wij-leren.nl. https://wij-leren.nl/cooperatieve-werkvormen-artikel.php

Met zelfvertrouwen toetsen maken: tips en adviezen

Juf Shelby

In de laatste groepen van de basisschool krijgen kinderen voor het eerst te maken met toetsmomenten. Denk aan een topografie-toets, het verkeersexamen in groep 7 of de doorstroomtoets in groep 8. Momenten waarop kinderen best een beetje spanning kunnen ervaren. Hieronder staan een aantal tips voor kinderen in groep 7 en 8, zodat ze met zelfvertrouwen toetsen tegemoet kunnen gaan.

Waar wordt je kind met de LVS-toets op getoetst?

Juf Shelby

Heb je de toetsweek al op de schoolkalender gespot? Het is weer zover! Veel basisscholen hebben aan het begin van het nieuwe jaar de LVS-toets weer in de planning staan. Hieronder vind je per groep wat je kind kan verwachten.