Een eerste, snelle blik
Als je op Squla een thema aanklikt, komen de verschillende missies in beeld. Elke missie heeft een korte titel en een uniek icoon, dit icoon geeft een tipje van de sluier van het onderwerp van de tekst! Uiteindelijk draait het natuurlijk om de inhoud. Laten we verder inzoomen.
Thema’s op groepsniveau
Begrijpend lezen is te spelen vanaf groep 3. Iedere groep heeft begrijpendleesteksten binnen zes thema’s: reizen, sport en hobby’s, beroepen, wetenschap, griezelen en dieren.
Deze thema’s sluiten aan bij de verschillende interesses van kinderen. Je kind kan namelijk zelf kiezen over welk onderwerp hij graag leest! Zelf kiezen motiveert én dat komt het leesplezier ten goede. De thema’s komen elk leerjaar terug, zo zijn ze herkenbaar voor je kind én raakt je kind vertrouwd met de thema’s. Je kind leest meerdere teksten over hetzelfde onderwerp. En daarmee breidt hij zijn algemene kennis over deze onderwerpen stap voor stap uit.
Ieder thema heeft verschillende soorten teksten. Het leesniveau van de teksten is afgestemd op het juiste AVI-leesniveau. Logisch, een kind kan een tekst pas begrijpen als het de tekst technisch goed kan lezen. Binnen een leerjaar verschilt het leesniveau. Aan het begin van groep 4 is het leesniveau van een kind hoogstwaarschijnlijk lager dan aan het eind van groep 4. Daarbij lezen niet alle kinderen even goed. In de quizzen is hier rekening mee gehouden door de teksten te differentiëren naar drie niveaus: makkelijk, gemiddeld en moeilijk. Een minder sterke lezer doet er verstandig aan om te starten met de makkelijke tekst. Een goede lezer kan met een gerust hart de teksten op het moeilijke niveau aan.
Voor ieder wat wils
De teksten op Squla variëren in lengte. Heel lange teksten komt je kind echter niet tegen, dat is niet goed voor de spanningsboog én lange teksten online lezen werkt niet prettig.
Er zijn vijf categorieën teksten en binnen elke categorie vind je verschillende tekstsoorten:
- informatieve teksten – verslag, interview, krantenartikel, e-mail, brief, schema, blogpost
- instructieve teksten – recept, gebruiksaanwijzing, tips, knutselinstructie, spelregels
- betogende teksten – reclame, advertentie, recensie, betoog, column
- verhalende teksten – strip, mop, fantasieverhaal, realistisch verhaal, sprookje, fabel
- poëzie – liedtekst, gedicht, rap
Deze diversiteit aan tekstsoorten prikkelt de nieuwsgierigheid van de kinderen. Ze kijken uit naar de volgende tekst: wat zou het nu weer voor tekst zijn? Ook de titels van de teksten zijn uitnodigend en zetten aan tot lezen: Vouwen met geld, De grappendetector, De zingende mummie, Dromenbouwer én nog veel meer!
Structuur
Alle teksten hebben een duidelijke structuur. In een informatieve tekst betekent dit bijvoorbeeld dat de opbouw van de tekst helder is: een titel, een inleiding, diverse alinea’s met aparte kopjes en een afsluitende alinea. De structuur van een instructieve tekst bestaat uit een ‘stappenplan’ met genummerde stappen. Als je vaak teksten leest met een heldere structuur, kun je daar je voordeel mee doen. Het is bijvoorbeeld heel nuttig om te weten dat de eerste zin van een alinea in een informatieve tekst vaak de kernzin is. Met dit inzicht kun je iedere tekst sneller begrijpen.
De vragen onder de loep
De quizzen hebben een duidelijke opbouw. De eerste vraag is een globale vraag over de tekst. De rest van de vragen zijn tekstgericht. Ze gaan over de inhoud van de tekst. Alle antwoorden zijn ook écht in de tekst terug te vinden. Je kind hoeft geen voorkennis te hebben over het onderwerp. De tekstgerichte vragen gaan bijvoorbeeld over de bedoeling van de schrijver (Wat wil de schrijver hiermee zeggen?), synoniemen (Welk woord betekent ongeveer hetzelfde als ‘rap’?), verwijswoorden (Wat betekent ‘dat’ in die tekstregel?) en woordenschat (Wat betekent ‘luiert’?).
Squla zet leesstrategieën niet centraal als doel op zich. Je komt dus geen vraag tegen als: ‘Welke leesstrategie gebruik je als je bedenkt wat je al van dit onderwerp weet?’ De kinderen die de quiz spelen, kiezen hun eigen leesstrategieën.
De laatste vraag is een afsluitende vraag. Bijvoorbeeld een vraag waarbij de kinderen de tekst in één zin moeten samenvatten of een vraag die aanzet tot nadenken over een alternatieve titel van de tekst.
Conclusie:
- De gekozen thema’s en teksten zijn aantrekkelijk voor iedere doelgroep.
- De quizzen verschillen in niveau en lengte.
- Er is een grote variatie in tekstsoorten binnen de vijf tekstcategorieën. Voor elk wat wils!
- De teksten hebben een overzichtelijke structuur.
- Binnen de vijf vragen per quiz zit een duidelijke opbouw.
- Drie typen vragen wisselen elkaar af.
- De wistjedatjes geven inhoudelijke feedback.
Nu is het jouw beurt!
Wil je weten hoe onderzoekers slangengif maken? Heb je inspiratie nodig om een leuk proefje thuis te doen? Of wil je gewoon lekker lachen om gekke moppen? Speel dan eens (stiekem) mee met jouw kind en doe samen een begrijpendleesquiz van Squla. Ik durf te wedden dat jullie lol hebben én er iets van leren!
Met de leuke quizzen en games van Squla oefent je kind van groep 4 t/m 8 met alle spellingregels en leert deze spelenderwijs toepassen.
Squla biedt een grote variatie aan oefenvormen, die aansluiten bij belevingswereld van je kind. Alle oefeningen zijn ontwikkeld door onderwijsexperts en sluiten naadloos aan op de lesstof van de school. Ook worden er steeds nieuwe quizzen toegevoegd.
Met deze quizzen kun je heel gericht een spellingregel oefenen die je moeilijk vindt! Zo leert je kind op zijn eigen tempo en niveau. Squla werkt bovendien met leuke plaatjes en met een professionele stemacteur, waardoor de woorden en dicteezinnen duidelijk uitgesproken worden.
Hoe leer je beter spellen met Squla?
Op school is er veel aandacht voor spellingonderwijs. Spelling staat echter niet op zich; het is belangrijk voor het schrijven bij alle vakken op school. In de lesstof worden diverse ‘spellingcategorieën’ behandeld.
Voorbeelden zijn: woorden met –lijk (lelijk) of -ig (keurig), meervouden en verkleinwoorden (schip-schepen, duim-duimpje) en leenwoorden/woorden uit een andere taal (bureau,chauffeur).
Bij de quizzen van Squla komen al deze spellingcategorieën, in een logische opbouw per jaargroep aan bod.
De quizzen zijn als Missie te spelen. In een missie staan de quizvragen als een serie na elkaar, en bouwt de nieuwe vraag op de vorige vraag voort. Beantwoordt je kind een vraag fout, dan komt deze later terug zodat hij of zij de vraag opnieuw kan beantwoorden. Als de missie is uitgespeeld, dan heeft je kind de stof echt onder de knie.
- Kinderen maken visueel kennis met de spellingregel
- Kinderen passen de regel toe in oefeningen
- Moeilijkere oefeningen om de regel onder de knie te krijgen
Alle woorden van level 2 en 3 komen al aan bod in level 1. Deze herhaling is goed om spelling te leren. Je leert dus eigenlijk in 3 stapjes!
Wist je dat?
Na het maken van een vraag verschijnt er een ‘Wistjedatje’.
Dit is een pop-up met de spellingregel en ook worden moeilijke woorden uitgelegd. Bijvoorbeeld: Woorden op -ee krijgen in het meervoud een -s (dictees) of -ën (ideeën).
Indeling woordsoorten:
- Werkwoorden
Wat is het voltooid deelwoord van ‘landen’ (‘Het vliegtuig is geland.’)? En de verleden tijd? (‘Het vliegtuig landde’ is met dubbel -d.). Werkwoordspelling wordt door veel kinderen als ingewikkeld ervaren. Bij Squla wordt daarom vanaf groep 4 t/m groep 8 uitgebreid aandacht besteed aan het oefenen met werkwoordspelling.
- Luisterwoorden: schrijf het woord zoals het klinkt.
Bij luisterwoorden schrijf je het woord precies zoals het klinkt. Sommige woorden worden verkeerd geschreven omdat ze verkeerd worden uitgesproken (weps- wesp); als je het goed uitspreekt hoor je eigenlijk precies hoe je het moet schrijven. - Weetwoorden: onthoud hoe je het woord schrijft.
Weetwoorden zijn woorden waar geen regels voor zijn. Je moet onthouden hoe je deze woorden schrijft. Bijvoorbeeld woorden met ‘ei’ of ‘ij’, zoal eik of ijs. Er is geen regel voor wanneer je een -ei of -ij schrijft, je moet het gewoon onthouden. Door de weetwoorden veel te oefenen en te herhalen onthoudt je kind deze woorden.
- Regelwoorden: pas de spellingregel toe.
Spellingregels zijn een hulpmiddel bij het goed spellen van een woord. Woorden waar een regel voor is, noemen we daarom ‘regelwoorden.’ Je kunt namelijk niet horen hoe deze woorden gespeld moeten worden. Om het woord op de juiste manier te schrijven, moet je de regel kunnen toepassen. Bijvoorbeeld: hak-hakken; na een korte klank volgt altijd een dubbele medeklinker.
Overigens geldt voor de regelwoorden hetzelfde als voor de werk- luister- en weetwoorden: door de spellingregels dagelijks te oefenen en te herhalen leert je kind op de juiste manier spellen.
Geen foute woordbeelden
Uit onderzoek blijkt dat vragen waarin de foute spelling zichtbaar zijn, een negatief effect hebben op de spellingontwikkeling van het kind. Bij speciale dicteevragen wordt daarom de fout die het kind maakt wel opgeslagen, maar niet getoond: zodra een leerling een foute letter intypt bij een vraag, ziet hij deze letter niet verschijnen. Anders zou de foute schrijfwijze ‘ingeprent’ kunnen worden in het geheugen, en je wilt juist dat het kind het goede woordbeeld onthoudt! Bijvoorbeeld: Maak het woord langer om te horen of je het met een /d/ of /t/ schrijft.
Directe feedback
Feedback op de gespelde woorden is noodzakelijk voor het leerproces. Feedback die verder gaat dan alleen goed/ fout en gerichte informatie geeft, waardoor kinderen echt tot leren komen. Direct feedback geven is daarbij effectiever dan feedback achteraf: daarmee voorkom je herhaling van fouten. Ook laat Squla kinderen hun fout zelf corrigeren, daar leren ze het meeste van. Bijvoorbeeld: Dit woord schrijf je met een c. Dat moet je onthouden. Of: Maak het woord langer om te horen of je het met een /d/ of /t/ schrijft.
Hoe maakt Squla de lesstof leuk?
Naast ‘gewone’ open- en meerkeuzevragen biedt Squla nog andere vraagtypes voor het vak spelling, zoals:
- Dicteevraag
Dictees zijn bewezen effectief bij spellingonderwijs. Daarom biedt Squla bij alle quizzen dicteevragen aan. Als je kind een foutje maakt, dan komt de fout niet tevoorschijn, maar krijgt hij direct feedback met een hulpletter en uitleg van de spellingregel. Hierdoor kan hij zijn eigen fout verbeteren. - Flitswoorden
Hierbij moet je de woorden hardop uitspreken.
Uitspreken van de te oefenen woorden voor of tijdens het schrijven is effectief voor het leren spellen!
En om het extra leuk te maken, zitten de spellingregels ook verweven in een spelvraag, bijvoorbeeld:
- Matchingvraag
- Bubbelprikker
- Vul in
- Ordeningsvraag
Betekenisvol en werken in thema’s
Oefenen van woorden binnen een context (binnen een zin of tekst en binnen een thema) is van belang voor het leerproces. In de oefeningen van Squla worden vaak voorbeeldzinnen gebruikt, waarin de betekenis van de woorden verduidelijkt wordt. Spelling wordt vooral geoefend met woorden die kinderen ook echt kennen. De betekenis van een woord wordt verduidelijkt met een voorbeeldzin of een aansprekende afbeelding. De thema’s sluiten aan op de leefwereld van leerlingen, zoals ‘vakantie’, ‘helden’ en ‘sport’.
Zo wordt leren effectiever en leuker. Aan de woorden zijn herkenbare afbeeldingen (illustraties en foto’s) gekoppeld, zo is spelling niet saai, maar komt taal echt tot leven!
Waarom laten scholen kinderen doubleren?
In ieder leerjaar komen bepaalde basisvaardigheden aan bod die kinderen moeten beheersen. Natuurlijk wordt er rekening gehouden met verschillen tussen kinderen. Per leerjaar zijn er een aantal minimumdoelen waarvan je hoopt dat de klas die beheerst om het jaar daarna op verder te bouwen. Dit is vooral als de school werkt met het leerstofjaarklassen systeem (leerlingen zijn dan op leeftijd bij elkaar in een groep ingedeeld).
Sommige kinderen ontwikkelen zich in een ander tempo en hebben wat meer leertijd nodig. Dan is een extra jaar opnieuw aanbieden van de leerstof soms helpend om de vaardigheden eigen te maken. Echter de overweging van een doublure hangt van nog veel meer factoren af.
Afwegingen om te doubleren
- De emotionele ontwikkeling: doet het kind jonger voor dan zijn leeftijdsgenootjes en is het speelser, dan is dat vaak een reden dat een kind wellicht wat meer tijd nodig heeft en ook sociaal-emotioneel gezien goed past in een jongere groep.
- Geboortedatum: kinderen die in oktober, november of december instromen in groep 1 gaan soms het schooljaar daarop al naar groep 2. De oude ‘1 oktober regeling‘ geldt op de meeste scholen niet meer; er wordt naar de ontwikkeling van het kind gekeken. Dit kan betekenen dat je kind dus een ‘jonge’ leerling is en na een half schooljaar groep 1 al naar groep 2 gaat.
- Zelfvertrouwen: een onzeker kind, of een kind die een moeilijke tijd heeft gehad (bijv. echtscheiding van ouders) kunnen een reden zijn om ondanks grote leerachterstanden toch niet te laten doubleren. Dit kan namelijk nog eens een extra negatief effect hebben op het zelfvertrouwen wat er voor zorgt dat je kind ook niet tot leren komt.
- Wisseling van school: bij de instroom van nieuwe leerlingen wordt soms de keuze gemaakt om te doubleren: kinderen hebben nog geen bestaande vriendschappen opgebouwd omdat ze ‘nieuw’ zijn. Instromen op het juiste niveau als er veel leerachterstanden zijn kan dan een goed moment zijn.
- Intelligentie: Als er een intelligentie-onderzoek is afgenomen, is er meer bekend over de manier van leren van je kind. Kinderen met een lage IQ score kunnen bijvoorbeeld juist ‘handelend’ heel sterk zijn en later wellicht uitblinken in een praktisch beroep. Deze kinderen komen dan misschien niet tot hoge prestaties bij rekenen en taal, maar hebben hun kwaliteiten op een ander vlak liggen. Ze zullen na het basisonderwijs instromen bij een praktijkschool en je ‘kwelt’ ze eerder met 9 jaar onderwijs i.p.v. 8 jaar. Daarnaast is het leerrendement bij een ‘zeer moeilijk lerend kind’ vaak zo laag, dat de achterstanden na een jaar doubleren niet ingehaald worden. Het heeft dan weinig nut om te doubleren.
- Andere diagnoses: is er sprake van een vastgestelde diagnose zoals dyslexie of oogproblemen en heeft dat je kind enorm belemmerd om dingen te leren voordat de officiële diagnose gesteld is? Dan kan dat een reden zijn om het jaar over te doen. Anderzijds is dyslexie niet te ‘genezen’ dus ook niet met een jaar doubleren. Het is logisch dat er bij een dyslectische leerling een leesachterstand is, dus je kijkt dan vooral naar de achterstanden op de andere vakken.
- Persoonlijke groei: op het basisonderwijs zitten kinderen die straks uitstromen naar praktijkonderwijs, VMBO, HAVO, VWO of Atheneum allemaal bij elkaar in de klas. Kinderen zullen daarom ook op toetsen verschillend scoren. Belangrijk is om te kijken naar de persoonlijke groei die een kind t.o.v. zichzelf laat zien. Is er sprake van groei? Of stagneert de ontwikkeling?
Wanneer een leerling zwak is in één vak, kan het meestal wel door naar de volgende klas. Eventueel met een aangepast programma of leerlijn voor het betreffende vak. Is een leerling zwak in meerdere vakken, dan kan dit een reden zijn tot zittenblijven. Leerlingen die ‘op hun tenen moeten lopen’ in het schooljaar dat zij blijven zitten, hebben bij herhaling van dat jaar een kleine voorsprong op hun medeleerlingen, wat een positief effect kan hebben op hun zelfvertrouwen. Als zittenblijvers echter daarna weer nieuwe leerstof aangeboden krijgen wordt deze voorsprong weer minder.
In welke groep kun je het beste blijven zitten?
Er wordt in onderwijsland vaak gesproken over welk jaar ‘ideaal’ is om te doubleren. Vaak zijn zwakke lezers in groep 3 net te goed om geheel groep 3 over te doen. Groep 3 begint namelijk weer van voor af aan met woordjes lezen en die basis hebben kinderen vaak wel onder de knie. Het stapje daarna van zinnen lezen en het leren rekenen zit ook in de groep 4 lesstof. Waardoor dat een ‘ideaal’ schooljaar is om te doubleren. Dit geldt ook voor groep 5 wat een basisjaar is met leerstof die je nodig hebt in de bovenbouw.
Ook een verlengd kleuterjaar wordt regelmatig toegepast. In de kleuterklas is soms beter zichtbaar dat een kind sociaal emotioneel nog niet toe is aan het leerproces in groep 3. Redenen voor een verlengd kleuterjaar zijn bijvoorbeeld:
- Nog niet toe zijn aan de cognitieve eisen van groep 3.
- Een zwakke werkhouding: het kind speelt nog erg graag.
- De motorische, emotionele en sociale vaardigheden van het kind zijn nog onvoldoende ‘gerijpt’ (Bouwman, 2016)
- Er is sprake van (taal)achterstanden.
Doubleren na groep 6 is zeldzamer. Soms wordt er in de bovenbouw gewerkt met eigen leerlijnen zodat kinderen met aangepaste einddoelen uitstromen naar het voortgezet onderwijs. Daarnaast wordt in de bovenbouw duidelijker welk vervolgonderwijs passend kan zijn. Kinderen die uitstromen naar het VMBO hoeven niet alle doelen van groep 8 behaald te hebben. Dit betekent dat als ze voor een aantal vakken op eind groep 6 niveau zitten ten tijde van groep 8; dit ook al aansluit op het VMBO-BB niveau van het voortgezet onderwijs.
Doubleren na de Coronatijd
Het beleid om te doubleren is op elke school anders. Bij ons op school hebben we als één van de criteria aangehouden dat er vóór de Coronacrisis ook al sprake moest zijn van (leer)problemen die al besproken waren met de IB-er en/of ouders. Normaal gesproken waren gesprekken over doublure rond het tweede rapport met ouders besproken; een achterstand zie je als leerkracht namelijk al langer en niet pas na de Coronacrisis.
Wel kan het zo zijn dat je kind voor de crisis een al een ’twijfelgeval’ was, en dat deze tijd helaas nog een extra negatief effect heeft gehad. Waren de achterstanden t.o.v. de klas al groot en wordt het verschil nu nog groter dan is het misschien beter om dit jaar nog eens te herhalen.
Alleen een achterstand ontstaan door de Coronacrisis wordt door de meeste scholen niet enige indicator gebruikt gelukkig. Kinderen zijn flexibel, na orkaan Katrina hadden de kinderen in Florida ook ruim 7 weken geen onderwijs gehad, maar bleek uit onderzoek van John Hattie dat de kinderen een groot herstelvermogen hadden. Kinderen zijn flexibel en kunnen hun achterstand ook weer inhalen, ook in het leerjaar daarna. Lees ook mijn blog over leerachterstand na de Coronacrisis.
LVS toetsen na de Coronatijd
De Leerlingvolgsysteemtoetsen (LVS toetsen) zoals CITO toetsen worden normaal gesproken in de periode januari en juni afgenomen. Cito heeft scholen geïnformeerd dat de juni toetsen ook in september afgenomen kunnen worden met een aangepaste normering omdat de afnamedatum veranderd is. Toch nemen veel scholen de toetsen in juni af. Kinderen zitten nu weer enkele weken in het onderwijsproces en de toetsen kunnen juist nu een beeld geven van waar de kinderen staan. Een (Cito) toets score alleen is niet de enige indicator om te doubleren maar kan wel het beeld verhelderen. Daarnaast is het een mooie beginmeting waar de kinderen staan voor de leerkracht van het jaar daarna.
Wel of niet doubleren?
Het blijft een moeilijke keuze of het voor een kind beter is om wel of niet te doubleren. Voor jou als ouder, maar ook voor de leerkracht. Er zijn altijd voor- en tegenargumenten. En ook de situatie van het schooljaar speelt mee:
- Groepsgrootte van de nieuwe groep of de groep om te doubleren
- De klik met de huidige leerkracht. Een positieve relatie tussen leerkracht-leerling is namelijk zeer effectief, vooral voor de kwetsbare leerlingen.
- De mogelijkheid van extra ondersteuning
Toch denk ik dat als de twijfel om wel of niet te doubleren zo groot is, je toch de overweging moet maken om door te stromen naar de volgende groep. De leerresultaten van de zittenblijvers zijn volgens Pameijer (2018) over het algemeen in het zittenblijfjaar wel beter dan die van hun jongere klasgenoten. Deze voorsprong wordt echter kleiner als ze ouder worden.
Hoe bespreek je het met je kind?
Leerlingen ervaren zittenblijven vaak als negatief en het tast hun zelfbeeld aan. ‘Ik kan niet zo goed leren als de leerlingen die overgaan’. Zeg dus nooit tegen je kind dat als hij niet goed zijn best doet; hij misschien blijft zitten. Want als je kind echt moet blijven zitten; zal het voelen dat hij/zij faalt. Als je ziet dat je kind en de school hun best doen, heeft het geen enkele zin om je kind sancties op te leggen of op andere manieren onder druk te zetten. Het kind heeft de steun van thuis juist hard nodig. Juist als het naar eigen gevoel gefaald heeft op school. Bespreek met je kind op een positieve manier dat doubleren helemaal niet erg is.
Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht en Intern Begeleider groep 5-8 in het basisonderwijs.
Geraadpleegde bronnen:
– Bouwman, A. (2016). Kleuterverlenging: zinvol of niet https://www.cps.nl/blog/2016/04/12/Kleuterverlenging-zinvol-of-niet, geraadpleegd op: 22-6-2020
– Pameijer, N, (2018) Doubleren of doorstromen: wat is zinvol in het primair onderwijs?, https://wij-leren.nl/doubleren-doorstromen-zittenblijven-voordelen-nadelen.php, geraadpleegd op 22-6-2020
– Vos – van der Hoeven, T. (2012), Ik moet je iets vertellen, https://www.opvoedadvies.nl/slechtnieuws.htm geraadpleegd op: 22-6-2020
Soorten dictees
Voor elke groep zijn er twee ‘gewone’ dictees om te oefenen. Bij het ene dictee wordt een zin voorgelezen en wordt uit die zin één woord herhaald dat je kind moet typen. Het andere dictee is een zinnendictee. Hierbij moet je kind de hele zin typen. De zin wordt eerst helemaal voorgelezen en daarna nog een keer in stukjes.
Daarnaast is er voor elke groep nog een puzzeldictee en een themadictee. Bij het puzzeldictee vormen alle antwoorden samen een zin of een woord. Bij het themadictee passen alle voorgelezen zinnen binnen een thema dat aansluit bij de interesses van de groep. Zo is er voor groep 4 een sprookjesdictee en voor groep 8 een dictee met interessante weetjes. Zo weet je zeker dat je kind een dictee oefent dat hij leuk vindt!
Wat werkt wel en wat niet?
Uit onderzoek blijkt dat de effectiviteit van spellingsoefeningen op tablets en computers nauw komt.
Het werkt bijvoorbeeld minder goed als:
- Kinderen het foute woord ook in beeld zien. De kans bestaat dan dat zij deze verkeerde spelling onthouden.
- Er woorden in voorkomen die leerlingen nooit spontaan zelf zullen schrijven.
- Er slechts enkele letters moeten worden ingevuld in plaats van het hele woord (Bos, 2004).
- Er alleen geklikt wordt en niet getypt (Bos, 2004).
- Er alleen woorden van één spellingcategorie in voorkomen. (Bij spelling worden woorden ingedeeld in categorieën aan de hand van hun spellingmoeilijkheden, zoals au/ou, d of t).
Digitale spellingsoefening werken wél goed als:
- Het oefeningen zijn waarbij het kind een foute spelling niet ziet – als hij een foutieve letter typt, komt deze niet in beeld.
- Het hele woord moet worden ingevuld.
- Er geoefend wordt met typen én met schrijven op papier.
- Er geoefend wordt met meerdere spellingcategorieën.
Werkwijze dictees Squla
De dictees op Squla zijn gebaseerd op deze principes. Bij de dictees op Squla typen kinderen altijd een heel woord óf een hele zin. Bij het puzzeldictee moeten ze de woorden bovendien niet alleen typen, maar ook op een blaadje schrijven, zodat ze uiteindelijk de puzzelzin kunnen maken. Daarnaast oefent je kind bij de dictees met meerdere spellingcategorieën tegelijk. Ook is er bij het maken van de dictees op gelet dat de woorden die je kind moet typen, in principe bekend zouden moeten zijn.
Een groot voordeel bij de dictees is dat je kind geen ‘fout woordbeeld’ (een verkeerd geschreven woord) ziet. Je kind ziet dus geen woorden als ‘hont’. Zodra hij de t wil typen, wordt het scherm rood en klinkt de spellingregel die uitlegt wat de spellingmoeilijkheid is of wat je kind moet doen om het woord goed te spellen. In dit geval is dat ‘Maak het woord langer om te horen of je het met een d of t schrijft’. Als je kind het nog een keer verkeerd doet, verschijnt de goede letter in beeld.Zo krijgt je kind heel gerichte feedback. Bij vrijwel alle fouten die je kind in een woord kan maken, hoort hij direct feedback en krijgt hij de gelegenheid om het woord alsnog goed te schrijven.
Spelling is leuk!
Op verschillende manieren is ervoor gezorgd dat het oefenen met spelling niet alleen leerzaam is, maar ook leuk. Hoe leuker kinderen het vinden, hoe langer ze immers zullen blijven oefenen.
Bij de ‘gewone’ dictees zijn er telkens drie delen. De zinnen van elk deel vormen samen een verhaaltje. Dit levert een spanningsboog op waardoor de kinderen graag verder willen spelen. Dit geldt ook voor de themadictees. Daar past elk verhaaltje ook nog eens in het thema. Bij het puzzeldictee leveren alle antwoorden samen een woord of een zin op. Dit motiveert de kinderen om de hele quiz uit te spelen.
1. Zorg ervoor dat je kind het leuk vindt
De meest effectieve manier om beter te worden in Engels is veel in contact zijn met de Engelse taal. Of dit nou lezen of luisteren is, dat maakt niet zo veel uit. Het belangrijkste is dat je kind er plezier in heeft. Laat je zoon of dochter daarom zelf een leuk Engels boek uitkiezen, bijvoorbeeld Diary of a Wimpy Kid of een leuke strip. Als ze iets leuk vinden, motiveert dat om te gaan lezen.
2. Luister naar luisterboeken en podcasts
Onderzoek wijst uit dat het niet uitmaakt of je leest of luistert naar verhalen. Luisterboeken en podcasts worden steeds populairder, ook bij kinderen. Het voordeel van podcasts is dat ze gratis zijn en dat je kind er niet voor stil hoeft te zitten. De website CommonSenseMedia heeft een collectie van leuke podcasts voor kinderen die je kan uitproberen.
3. Lees The Next Step
Squla heeft samen met WRTS en Stepping Stones (van uitgeverij Noordhoff) een bijspijkerboek voor Engels gemaakt, om je bijna-brugklasser te helpen goed voorbereid naar de middelbare school te gaan. The Next Step is een werkboek van 100 pagina’s vol opdrachten, puzzels en interessante weetjes. Zo kan jouw kind in de zomervakantie aan de slag met Engels, op een leuke en leerzame manier. Lees hier meer over The Next Step.
4. Luister met aandacht naar de liedjes die je luistert
Als jouw kind lezen in boeken maar niks vindt, dan zijn er ook een hoop andere manieren om Engels te leren. Hoe bewust is jouw zoon of dochter van de Engelse tekst in de liedjes die hij of zij luistert? Zingt je kind mee met de tekst of probeert hij/zij de betekenis te achterhalen? Op www.genius.com kun je de betekenis van heel veel songteksten vinden en als je het leuk vindt ook zelf proberen opmerkingen aan de liedjes toe te voegen. Zo oefent je kind luisteren, lezen en schrijven.
5. Zet de taal van je telefoon, laptop of tablet in het Engels
Nogmaals: het is vooral belangrijk dat je kind veel in contact staat met de Engelse taal. Je kind (en jij ook!) leest gedurende de dag veel meer dan hij of zij beseft. Bijvoorbeeld alle woorden en zinnen op een telefoon, laptop of tablet. Tip: zet daarom de taal van bijvoorbeeld de tablet naar het Engels, zo verhoog je in een klap het aantal Engelse woorden die je kind elke dag leest. Helemaal omdat veel websites en apps hun taal aanpassen aan de instellingen van jouw apparaat.
6. Verbind je dagelijkse activiteiten met Engels
Volgens onderzoek blijft taal extra goed hangen als je het verbindt aan de activiteiten die je onderneemt. Welke hobby’s heeft je kind in de vakantie? Wil hij of zij bijvoorbeeld beter leren skateboarden? Misschien kan een Engelstalige YouTube-uitleg goed helpen. Gaan jullie samen een taart bakken? Zoek dan wat Engelse recepten. Met het gezin naar een museum? Daag jezelf en je kind dan uit met de Engelse brochure of gids.
7. Gamen toegestaan
Docenten Engels weten altijd meteen welke leerlingen in de brugklas veel gamen. Deze leerlingen zijn namelijk altijd beter in Engels dan hun klasgenoten. De meeste spellen zijn in het Engels, dus je leest veel tijdens het spelen. Maar online multiplayer games zoals Minecraft en Fortnite nodigen je ook uit om in het Engels te praten. Een goed excuus voor je kind wanneer jij vindt dat ze teveel achter de PlayStation zitten!