TIP 1: Begrijp wat er achter het gedrag zit
Niet naar school willen betekent bijna nooit dat je kind opzettelijk ‘dwars wil doen’. Niet naar school willen gaan is vaak scheidingsangst, spanning of onzekerheid. Alles is nieuw: de klas, de juf, de kinderen én het afscheid. Voor een kleuter voelt dat groot en overweldigend. Kleuters denken nog veel in het hier en nu. “Wat als mama nooit meer terugkomt?” voelt voor hen heel echt.
Dus benoem het gevoel:
“Je vindt het spannend om hier te blijven. Dat snap ik.”
Wat kun je zeggen als je kind niet wil?
“Ik ga nu weg, en ik kom je na het spelen weer ophalen.”
“Je vindt het lastig dat mama weggaat. Dat gevoel mag er zijn. Ik kom je straks weer halen.”
“Je hoeft het niet leuk te vinden, maar je kunt het wel.”
TIP 2: Houd het afscheid kort (hoe lastig ook)
Lang blijven hangen voelt liefdevol, maar vergroot vaak de spanning. Een kort, voorspelbaar afscheid werkt beter.
- Vast ritueel
- Kus + zwaai
- Duidelijk vertrek
Zeg liever niet: “Ik blijf nog even” als je toch weggaat, duidelijkheid en voorspelbaarheid zijn nu belangrijk.
TIP 3: Wees zelf rustig
Kinderen voelen feilloos jouw spanning. Probeer je eigen zorgen niet te laten overheersen.
Zeg niet:
“Het is ook wel héél spannend hè?”
Maar liever:
“Je kunt dit. En als het lastig is, helpt de juf je.”
Wat hierbij belangrijk is: jouw vertrouwen. Ook als het afscheid eruit ziet met tranen, gegil of een kind dat zich krijsend aan je been vastklampt.
- Dit gedrag zegt niets over jou als ouder
- Dit zegt niets over hoe fijn school straks wordt
- Dit gaat bij bijna alle kinderen weer over
En misschien wel de belangrijkste: maak je niet druk om de blikken van andere ouders. Zij zien een momentopname, jij kent je kind. Iedere kleuter went op zijn eigen tempo en dat tempo is goed zoals het is. En ik denk dat iedere ouder ervaring heeft met een kind dat een driftbui heeft… dus meestal snapt iedere ouder dit gedrag bij een ander heel goed.
Door rustig te blijven en uit te stralen: “Dit komt goed”, geef je je kind precies wat het nodig heeft: veiligheid en vertrouwen.
TIP 4: Oefen vooraf en bereid voor
Kleuters verwerken veel via spel.
- Speel ‘schooltje’
- Lees prentenboeken over naar school gaan
- Laat een knuffel “ook naar school” gaan
TIP 5: Gebruik een persoonlijk ritueel (dit werkte bij mijn zoontje)
Toen mijn zoontje naar het kinderdagverblijf ging en het afscheid moeilijk vond, hebben we samen iets geprobeerd wat hem zichtbaar hielp.
We lazen thuis het boekje Anna mist mama. Dat boekje gaat precies over dat gevoel: mama missen, maar ontdekken dat mama altijd weer terugkomt.
Daarnaast tekenden we een hartje op zijn hand en een hartje op mijn hand. Ik zei tegen hem:
“Als jij mij mist, kijk je naar het hartje op je hand of je geeft er een kusje op. En ik heb er ook één. Zo zijn we toch een beetje bij elkaar.”
Voor hem werkte dit als een klein, veilig anker tijdens de schooldag. Het gaf troost, zonder dat hij iets mee hoefde te nemen in de klas.
TIP 6: Ga niet ‘onderhandelen’ bij tranen
Hoe moeilijk ook: tranen zijn geen teken dat je moet toegeven. De neiging om langer te blijven, toe te geven of nog één keer terug te komen is heel menselijk. Toch helpt dat meestal niet.
Wanneer je gaat onderhandelen (“Nog één knuffel dan…”, “Zal mama nog even blijven?”), wordt de boodschap voor je kind onduidelijk. Je kind voelt dan: misschien blijft mama toch. Dat vergroot de spanning in plaats van dat het geruststelt. Vaak stopt het huilen binnen enkele minuten nadat je weg bent. Probeer geen beloftes te doen zoals ‘vanmiddag mag je een snoepje als je niet huilt’.
- Erken het gevoel en benoem wat er komt: “Je bent verdrietig, dat snap ik. Ik geef jouw handje nu aan de juf en daarna zwaai in naar jou voor het raam.” (werkt vaak goed als ze zich vastklampen aan je)
- Blijf duidelijk en rustig: “Ik ga nu weg en ik kom je straks weer ophalen.”
- Houd vast aan het afgesproken afscheidsritueel.
TIP 7: Houd het ritme vast
Een dag overslaan omdat het zo verdrietig ging, lijkt lief, maar maakt het de volgende keer vaak moeilijker.
Regelmaat helpt het brein ontspannen.
Wanneer een kind net gestart is op school, kost dat enorm veel energie. Alles is nieuw: regels, geluiden, indrukken en sociale contacten. Juist daarom is het belangrijk om niet alleen schooldagen, maar ook de rest van de dag voorspelbaar te houden.
- Het dagelijkse ritme zoveel mogelijk hetzelfde te laten
- Niet te veel extra activiteiten of afspraken te plannen
- Drukke middagen, speelafspraken of uitjes te beperken
- Te zorgen voor voldoende rustmomenten
Een rustige middag thuis, even spelen of samen een boekje lezen, kan veel meer doen dan nog een prikkelrijke activiteit “om af te leiden”.
Door het tempo laag te houden, geef je je kind de ruimte om alle indrukken te verwerken. Dat helpt niet alleen bij het wennen aan school, maar ook bij het loslaten van de spanning rondom het afscheid.
TIP 8: Zorg voor positieve herinneringen over school
Laat school niet alleen iets zijn wat ‘moet’, maar ook iets waar met plezier aan teruggedacht kan worden.
- Praat thuis over de leuke dingen van school: samen spelen, een boekje lezen, fruittijd, enzovoort.
- Kijk samen foto’s terug die gestuurd worden in de ouderapp en praat hierover na. Of kijk nog eens op de website van de school naar foto’s van de klas of juf.
- Besteed aandacht aan de dingen waar je kind enthousiast over was.
- Zelf gebruik ik de ‘Slaapklets’ boekjes van ‘Gezinnig’ om ’s avonds in bed spelenderwijs na te praten over de schooldag. Door middel van smileys en plaatjes bespreek je de dag na en vaak zit er ook een leuk ontspannen spelletje bij voor het slapen gaan.
TIP 9: Praat niet negatief over het moeilijke afscheid waar je kind bij is
Wanneer je thuis aan de eettafel in het bijzijn van je kind tegen je partner zegt:
“Het lukte vanmorgen wéér niet” of “Hij blijft maar huilen, niets helpt” dan kan dat onbedoeld het gevoel versterken dat er iets ‘mis’ is, of dat school iets is om bang voor te zijn. Je kind kan gaan denken: Zie je wel, ik kan dit niet.
Hetzelfde geldt voor gesprekken met andere ouders op het schoolplein. Let op je woorden als je kind erbij staat of speelt.
Een zin als:
“Hij vindt het nog spannend, maar iedere dag gaat het een beetje beter” geeft een veel positievere en veiligere boodschap dan hardop zeggen dat het niets uithaalt of alleen maar huilen is.
Wat jij zegt, wordt onderdeel van het verhaal dat je kind over zichzelf en school gaat geloven. We zijn ons daar vaak niet zo van bewust als ze nog baby zijn, maar kinderen begrijpen al heel jong wat je zegt, zelfs nog voordat ze het zelf zo kunnen benoemen. Ondanks dat ik dit als juf weet, betrap ik mezelf er soms echt nog op dat ik ‘over’ mijn kind praat waar het bij staat. Een valkuil die we als ouders vaak zo gewend zijn van de tijd dat ze nog baby waren.
TIP 10: Werk samen met school én zoek extra steun als het nodig is
Als kleuterjuf heb ik ook echt kinderen gehad die een aantal weken nodig hadden om te wennen. En meestal gaat het echt over (ook al breekt je moederhart op zo’n moment).
Leraren hebben vaak veel ervaring met dit gedrag en kunnen je kind op school extra steun geven. Blijft het gedrag weken hetzelfde, ga dan in gesprek met de leerkracht. Vraag samen te kijken naar kleine aanpassingen: iemand op het schoolplein, een vaste juf bij binnenkomst, of een mini-opdracht om mee te beginnen.
En als het verdriet of de angst lang aanhoudt of zich uit in klagen over buikpijn, vaste weigering of fysieke klachten, overweeg dan om dit ook te bespreken met de huisarts of jeugdarts. Soms kan extra begeleiding helpen om je kind zelfvertrouwen en copingvaardigheden te geven.
Ook mijn zoontje start binnenkort in groep 0
Over een paar weken gaat mijn eigen zoontje voor het eerst naar de kleuterklas. Als moeder kijk ik er eerlijk gezegd niet persé naar uit. Want ineens zijn ze zó groot. Waar je kind eerst vooral van jou was, deelt hij nu zijn wereld met school, een juf, nieuwe kinderen en nieuwe ervaringen. En natuurlijk ga ik zijn aanwezigheid thuis enorm missen.
Op het kinderdagverblijf heeft hij ook een periode nodig gehad om te wennen. Dat ging niet zonder tranen… Maar hij kwam erdoorheen. Hij vond zijn plek, zijn ritme, maakte vriendjes en had uiteindelijk weer plezier. En dat neem ik nu mee richting deze nieuwe stap. We zijn al aan het voorbereiden, lees ook mijn blog over wat er allemaal in de schooltas moet.
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht, intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO verdiepte ze zich in gedrag en begeleiding met de Master SEN (Special Educational Needs). Vanuit haar ervaring in de klas én als moeder van Fayenn (6) en Mace (3), schrijft ze onder de naam ‘Juf Shelby‘ over opvoeding, onderwijs en gedrag.
Belangrijke data Doorstroomtoets groep 8
In 2026 wordt de doorstroomtoets afgenomen tussen 26 januari t/m 15 februari 2026. Dit is eerder dan de oude eindtoets. Door deze vroege toetsdatum hebben leerlingen en scholen meer tijd om het toetsadvies mee te nemen in het definitieve schooladvies. Het advies dat de leerkracht geeft, blijft leidend, maar de resultaten van de toets kunnen ondersteunen bij het bevestigen of naar boven bijstellen van dit advies. Houd de volgende data in de gaten:
- 10 – 31 januari: Voorlopig schooladvies van de leerkracht.
- 26 januari t/m 15 februari : Afname digitale doorstroomtoets.
- 3 – 4 februari: Afname papieren toets of mix digitaal/papier.
- Uiterlijk 24 maart*: Definitief schooladvies.
- 25 – 31 maart: Centrale aanmeldweek. Aanmelding bij het voortgezet onderwijs.
*Meestal is de uitslag (toetsadvies) op uiterlijk 15 maart bij de school binnen, vaak is het zo dat ouders het definitieve advies uiterlijk eind maart ontvangen.
Adaptieve doorstroomtoets
De school kiest zelf of de toets op papier of digitaal wordt afgenomen. Op sommige scholen mogen kinderen zelf kiezen, of wordt een combinatie gebruikt. De doorstroomtoets kan ook als adaptieve toets ingezet worden. Bij adaptief toetsen past de toets zich aan het niveau van je kind aan, dit zorgt voor een toets op maat. Adaptieve toetsen zijn altijd digitaal, papieren toetsen zijn dus niet adaptief. Adaptieve toetsen werken als volgt:
- Goed resultaat? >> Vragen worden moeilijker.
- Minder goed resultaat? >> Vragen worden eenvoudiger.
Welke doorstroomtoetsen zijn er?
De school kiest een doorstroomtoets die is goedgekeurd door het College van Toetsen en Examens (CvTE). De medezeggenschapsraad praat meestal mee over deze keuze.
- AMN Doorstroomtoets: Digitaal en adaptief
- Dia-toets: Digitaal
- IEP Doorstroomtoets: Digitaal adaptief en op papier
- Leerling in beeld (Cito): Digitaal en op papier
- ROUTE 8 Doorstroomtoets: Digitaal en adaptief
- DOE-toets: Digitaal en adaptief
Wanneer hoeft je kind de toets niet te maken?
Niet alle kinderen van groep 8 maken de doorstroomtoets. De volgende uitzonderingen zijn er:
- Een uitstroomprofiel VSO-arbeidsmarkt of VSO-dagbesteding (volgens OPP).
- Een IQ lager dan 75 is één van de situaties waarin ontheffing kan worden overwogen.
- Minder dan vier jaar in Nederland, met onvoldoende beheersing van het Nederlands.
Speciale ondersteuning
Voor kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften (bijv. dyslexie) zijn aangepaste versies beschikbaar. De leerkracht kijkt welke opties er zijn en welke toets past bij jouw kind. Neem bij vragen contact op met de school om te bespreken wat het beste werkt voor jouw kind.
Wat meet de doorstroomtoets?
De doorstroomtoets test vaardigheden in rekenen, taal, en begrijpend lezen. Het doel is niet alleen om de huidige kennis van een leerling in kaart te brengen, maar ook om te kijken naar het potentieel. Dit helpt scholen en ouders om samen een goed beeld te krijgen van de onderwijsbehoeften van elk kind. Er zullen dus ook altijd vragen getoetst worden die moeilijker zijn dan het niveau groep 8.
De doorstroomtoets meet wat je kind in acht jaar basisschool heeft geleerd op het gebied van lezen, taal en rekenen. De uitslag van de doorstroomtoets geeft een onafhankelijk advies over welk brugklastype het beste past bij de talenten en mogelijkheden van je kind. Zo geeft de doorstroomtoets een onafhankelijke bevestiging van het schooladvies van de leerkracht.
Oefen nu voor de doorstroomtoets met Squla!
Doelgericht oefenen met Squla.
Twijfel je? 14 dagen geldteruggarantie!
Hoe kun je je kind voorbereiden?
Hoewel het belangrijk is om de spanning voor de toets te beperken, kan een goede voorbereiding bijdragen aan zelfvertrouwen. Als ouder kun je je kind ondersteunen door te zorgen voor:
- Voldoende ontspanning, plan niet te veel activiteiten rondom de toetsperiode. Rust, reinheid en regelmaat. Zoek naar activiteiten waar je kind van ‘oplaad‘. Bespreek met je kind wat hem/haar rustig maakt en kies daar een afwisseling in. Schermtijd is even oké, maar welke dingen kunnen jullie nog meer inzetten voor ontspanning?
- Praat ontspannen over de toets: bespreek met je kind hoe het voelt om de toets te moeten maken, is er spanning? Hoe was dat bij jou vroeger? Spanning is normaal en een toets is bedoeld om talenten en ontwikkelpunten in beeld te brengen. Leg de nadruk niet op een hoge score maar dat het een extra meetinstrument is naast het advies dat al gegeven is door de leerkracht.
- Een rustige omgeving, zoek ‘ontprikkelende’ omgevingen op; ga lekker naar het bos, beweeg, ga naar buiten! Juist in tijden waarin je kind te maken heeft met (wellicht onbewuste) stressfactoren is het zo belangrijk om te focussen op rust en ontprikkeling.
- Een gezond ritme: voeding is de motor van je hersenen. Denk aan voldoende voedingsstoffen en gezond eten.
- Oefenen voor voorspelbaarheid: in groep 8 is ook in de klas geoefend met het maken van toetsen, toch kan het voor je kind een geruststelling zijn samen naar de vraagstelling en manier van toetsen te kijken. Squla heeft online oefenmateriaal beschikbaar dat specifiek gericht is op de vaardigheden die getoetst worden. Het platform biedt uitdagend en gevarieerd materiaal dat aansluit bij de doorstroomtoets, zodat je kind goed voorbereid en met vertrouwen de toets kan maken.
Advies: blijf positief en betrokken
De uitslag van de doorstroomtoets is een momentopname. Het belangrijkste is dat je als ouder blijft benadrukken dat het advies en de doorstroomtoets en de overgang naar de middelbare school een stap zijn in een proces, niet een eindstation. Door samen te werken met de school en vertrouwen te hebben in je kind, zet je een stevige basis voor een succesvolle schoolcarrière.
Hoger advies?
Krijgt je kind een hoger advies op de doorstroomtoets dan het voorlopige advies in januari? Dan moet de school het advies naar boven aanpassen, ook bij een halve schoolsoort. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken, mits de school dit goed onderbouwd. Het advies mag niet naar beneden worden aangepast.
Tot slot
De doorstroomtoets is slechts een momentopname en een hulpmiddel bij het bepalen van het schooladvies. Samen met de school en je kind werk je aan een mooie passende start in het voortgezet onderwijs!
Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel (juf Shelby) | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Wat is de IEP-toets?
IEP staat voor ‘Inzicht Eigen Profiel’ en is een toets die scholen gebruiken om de ontwikkeling van kinderen te volgen. De IEP-toets meet hoe goed een leerling bepaalde vaardigheden beheerst, zoals taal en rekenen. Maar IEP kijkt niet alleen naar ‘hoofd‘, maar ook naar ‘hart en handen‘. Ze werken vanuit de SLO doelen.
Het IEP Leerlingvolgsysteem legt de focus op groei, niet op prestatie. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Daarom vergelijken we kinderen niet met elkaar. (IEP, 2025)
Wat wordt er getoetst bij de IEP toetsen in groep 6?
De IEP-hoofd-toets in groep 6 richt zich vooral op:
Het doel is niet om kinderen te beoordelen, maar om inzicht te krijgen in hun ontwikkeling. De leerkrachten gebruiken de resultaten om hun onderwijs verder te verbeteren en om te kijken waar extra ondersteuning nodig is. Naast taal en rekenen zijn er ook IEP toetsen voor inzicht in sociaal-emotionele ontwikkeling, leeraanpak en creatief vermogen. Zo krijg je een compleet beeld van een leerling. Dit onderdeel noemt IEP Hart en Handen:
IEP toets Taal groep 6
In groep 6 worden de IEP-taaltoetsen afgenomen, deze zijn ontworpen om de taalontwikkeling van leerlingen te meten. Deze toetsen sluiten aan bij het Referentiekader Nederlandse taal, wat betekent dat de uitslag aangeeft welk referentieniveau een leerling heeft behaald: <1F, 1F of 2F. De volgende onderdelen komen aan bod:
- Technisch lezen
Dit gaat over het correct en vlot kunnen lezen van teksten, waarbij het gaat om goed en mooi lezen.
- Taalverzorging (Spelling)
Dit onderdeel test hoe goed leerlingen de juiste spelling van woorden beheersen.
- Lezen
Naast technisch lezen wordt er ook gekeken naar begrijpend lezen: het vermogen om een tekst goed te begrijpen en de juiste informatie eruit te halen.
- Schrijven
- Woordenschat
Dit onderdeel meet de uitbreiding van de woordenschat van leerlingen, wat essentieel is voor zowel lezen als schrijven.
IEP toets rekenen groep 6
In groep 6 worden de rekentoetsen afgenomen die aansluiten bij het Referentiekader rekenen. Deze toetsen geven inzicht in het behaalde referentieniveau van jouw kind, wat helpt te bepalen welke ‘rekenskills’ hij of zij heeft ontwikkeld.
Wat meet de IEP rekentoets?
In de rekentoetsen maken leerlingen zowel contextvragen als kale sommen. Contextvragen ook wel verhaaltjessommen genoemd testen hoe goed leerlingen rekenen kunnen toepassen in alledaagse situaties, terwijl kale sommen puur de rekenvaardigheid meten zonder extra context. Samen geven deze verschillende soorten vragen een volledig beeld van de rekenvaardigheid van je kind. De toetsen bevatten de volgende onderdelen:
- Getallen
Dit onderdeel test het begrip en het gebruik van getallen, zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, en het werken met grotere getallen.
- Meten en Meetkunde
Hier wordt gekeken naar de kennis van afmetingen, zoals lengtes, oppervlakten, volumes en het gebruik van meetinstrumenten.
- Verbanden
Het combineren van meerdere tussenstappen om iets uit te rekenen in één vraag.
- Verhoudingen
Verhoudingen zoals breuken, procenten en verhoudingstabellen.
De uitslag van de IEP toetsen
De uitslag van de toets geeft aan op welk niveau je kind bepaalde vaardigheden beheerst. Dit wordt vaak weergegeven met een schaal die laat zien of je kind zich ontwikkelt volgens de verwachtingen. Het is belangrijk om te onthouden dat ook een IEP toets slechts een momentopname is. Kinderen groeien allemaal op hun eigen tempo.
Bij IEP worden kinderen niet met elkaar vergeleken. IEP beweert ontwikkelgericht te volgen en niet prestatiegericht. Dat wil zeggen dat er dus gekeken wordt naar de groei die een kind doormaakt. Een lage score kan namelijk als je de toets analyseert soms best een hele grote persoonlijke groei van een kind zijn geweest.
Referentieniveaus vanaf groep 6
Referentieniveaus geven aan welk niveau een leerling heeft bereikt in taal en rekenen. Ze helpen scholen te bepalen of een leerling klaar is voor het voortgezet onderwijs en waar extra ondersteuning nodig is. De belangrijkste niveaus zijn:
- 1F: Het fundamentele niveau dat vrijwel alle leerlingen minimaal moeten beheersen aan het einde van de basisschool. Dit niveau bereidt leerlingen voor op uitstroom naar vmbo-basis/kader.
- 1S: Een hoger niveau dat vaak als streefniveau wordt gezien en waar een leerling naartoe kan werken.
- 1S/2F: Verhoogde streefniveaus voor leerlingen in taal of rekenen. Dit niveau bereidt leerlingen voor op vmbo-tl, havo en vwo.
Vanaf groep 6 worden referentieniveaus gemeten bij de IEP-toetsen. In groep 3 begint men al met het werken naar het 1F-niveau, en bijna alle leerlingen behalen dit niveau aan het einde van de basisschoolperiode.
IEP hart en handen
Het IEP Leerling Volgsysteem (LVS) biedt naast de hoofdtoetsen ook aanvullende hulpmiddelen die inzicht geven in de sociaal-emotionele ontwikkeling, leeraanpak en creatief vermogen van je kind.
- Sociaal-emotionele ontwikkeling: Het IEP LVS toont hoe je kind zich sociaal en emotioneel ontwikkelt. Het geeft inzicht in het zelfbeeld van de leerling, hoe hij of zij omgaat met sociale situaties en gevoelens, en het vermogen om zich in anderen in te leven.
- Leeraanpak: Dit onderdeel meet hoe goed je kind het leren plant en organiseert, en in hoeverre hij of zij doorzet en gemotiveerd is. Leerlingen beantwoorden vragen over hoe ze werken tijdens de les en omgaan met opdrachten.
- Creatief vermogen: Het creatief vermogen wordt gemeten met een test die door TNO is ontwikkeld. Leerlingen geven aan hoe eigenschappen als nieuwsgierigheid, vindingrijkheid en samenwerking bij hen passen. Ook de schoolcontext, zoals ruimte voor creativiteit, wordt meegenomen.
Deze profielen geven niet alleen een goed overzicht van de sterke persoonlijkheidskenmerken van je kind, maar bieden ook praktische handvatten voor verdere groei. Als leerkracht en gedragsspecialist ben ik blij dat er bij IEP ook aandacht is voor deze aspecten. Het betrekken van kinderen bij dit proces, door hen zelf te laten reflecteren op hun profiel, geeft hen bovendien een gevoel van eigenaarschap over hun eigen ontwikkeling. Dit maakt het leerproces maar ook het gesprek over ‘gedrag’ persoonlijker en gerichter.
Spanning voor de IEP toets?
Soms maken ouders en kinderen zich zorgen over toetsen. Dat is begrijpelijk, maar niet nodig. Toetsen zijn er om te leren en te groeien.
Wil je je kind helpen? Zorg dan vooral voor ontspanning:
- Blijf positief: Moedig je kind aan zonder druk te leggen op de resultaten.
- Zorg voor rust: Een goede nachtrust, maar ook op tijd opstaan (en de dag zonder ochtend-spits-stress beginnen) en een ontspannen sfeer thuis helpen enorm.
- Maak leren leuk: Speelse taal- en rekenspelletjes kunnen helpen om vaardigheden te oefenen zonder dat het voelt als ‘moeten’.
Oefenen voor de toets is in principe niet nodig, omdat de toets bedoeld is om objectief te meten wat je kind kan. Wel kan het helpen om vertrouwd te raken met de vraagstelling, omdat LVS-toetsen anders geformuleerd zijn dan methodetoetsen. In de les of thuis oefenen met de belangrijkste lesstof van dat leerjaar, kan wel zinvol zijn.
Ieder kind groeit op zijn eigen manier
Elk kind heeft zijn eigen tempo en talenten. De IEP-toets helpt scholen en ouders om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van een kind, zodat ze passende begeleiding kunnen bieden. Het allerbelangrijkste is dat je kind zich veilig en gemotiveerd voelt om te leren.
Dus, als de IEP-toets eraan komt: adem in, adem uit… en weet dat jouw kind op zijn eigen manier groeit en leert. En dat is precies zoals het zou moeten zijn!
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) | Intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Bureau ICE. (z.d.). IEP Hart en Handen: Sociaal-emotionele ontwikkeling en leeraanpak in beeld. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-hartenhanden/
Bureau ICE. (z.d.). Webinar: Het IEP LVS in 30 minuten [Webinar]. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-lvs/
Ouderavond IEP toetsen (ouderbijeenkomst basisschool, bijgewoond oktober 2024)
SLO. (2010). Referentiekader taal en rekenen: Referentieniveaus voor taal en rekenen. Stichting Leerplanontwikkeling. https://www.slo.nl/publish/pages/5901/referentiekader_taal_en_rekenen_referentieniveaus.pdf
Wat is de IEP-toets?
IEP staat voor Inzicht Eigen Profiel. Het is een leerlingvolgsysteem (LVS) dat de cognitieve én persoonlijke ontwikkeling van je kind in kaart brengt. De IEP-toets meet hoe goed een leerling bepaalde vaardigheden beheerst, zoals taal en rekenen. Maar IEP kijkt niet alleen naar ‘hoofd’, maar ook naar ‘hart en handen’. Het IEP LVS sluit aan op de leerdoelen van het SLO.
Het IEP Leerlingvolgsysteem legt de focus op groei, niet op prestatie. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Daarom vergelijken we kinderen niet met elkaar. (IEP, 2025)
Wat wordt er getoetst bij de IEP toetsen in groep 7?
In groep 7 zijn de toetsen inhoudelijk uitgebreider dan in groep 6. Er wordt meer diepgang gevraagd in vaardigheden en er komt extra focus op het toepassen van de geleerde lesstof. De toetsen bereiden leerlingen bovendien al deels voor op de overgang naar groep 8 en de eindtoets. De IEP-hoofd-toets in groep 7 richt zich vooral op:
Het doel is niet om kinderen te beoordelen, maar om inzicht te krijgen in hun ontwikkeling. De leerkrachten gebruiken de resultaten om hun onderwijs verder te verbeteren en om te kijken waar extra ondersteuning nodig is. Naast taal en rekenen zijn er ook IEP toetsen voor inzicht in sociaal-emotionele ontwikkeling, leeraanpak en creatief vermogen. Zo krijg je een compleet beeld van een leerling. Dit onderdeel noemt IEP: Hart en Handen.
IEP-toets taal in groep 7
In groep 7 worden de IEP-taaltoetsen afgenomen, deze zijn ontworpen om de taalontwikkeling van leerlingen te meten. Deze toetsen sluiten aan bij het Referentiekader Nederlandse taal, wat betekent dat de uitslag aangeeft welk referentieniveau een leerling heeft behaald: <1F, 1F of 2F. De volgende onderdelen komen aan bod:
- Technisch lezen
Dit gaat over het correct en vlot kunnen lezen van teksten, waarbij het gaat om goed en mooi lezen. In groep 7 zijn dit ook langere teksten.
- Taalverzorging (Spelling & grammatica)
Dit onderdeel test hoe goed leerlingen de juiste spelling van woorden beheersen, in groep 7 wordt ook grammatica getoetst.
- Lezen
Naast technisch lezen wordt er ook gekeken naar begrijpend lezen: het vermogen om een tekst goed te begrijpen en de juiste informatie eruit te halen. In groep 7 zijn de teksten moeilijker en vragen meer tekstbegrip.
- Schrijven
Steeds vaker wordt dit geïntegreerd met begrijpend lezen, zoals het herschrijven of samenvatten van teksten.
- Woordenschat
Dit onderdeel meet de uitbreiding van de woordenschat van leerlingen, wat essentieel is voor zowel lezen als schrijven. In groep 7 komen weer moeilijkere woorden aan bod bij de toets.
IEP-toets rekenen in groep 7
In groep 7 worden de rekentoetsen afgenomen die aansluiten bij het Referentiekader rekenen. Deze toetsen geven inzicht in het behaalde referentieniveau van jouw kind, wat helpt te bepalen welke ‘rekenskills’ hij of zij heeft ontwikkeld.
Wat meet de IEP rekentoets?
In de rekentoetsen maken leerlingen zowel contextvragen als kale sommen. Contextvragen ook wel verhaaltjessommen genoemd testen hoe goed leerlingen rekenen kunnen toepassen in alledaagse situaties, terwijl kale sommen puur de rekenvaardigheid meten zonder extra context. Samen geven deze verschillende soorten vragen een volledig beeld van de rekenvaardigheid van je kind. De toetsen bevatten de volgende onderdelen:
- Getallen
Dit onderdeel test het begrip en het gebruik van getallen, zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen en het werken met grotere getallen. In groep 7 komen hier ook meer deelsommen, breuken en kommagetallen bij.
- Meten en Meetkunde
Hier wordt gekeken naar de kennis van afmetingen, zoals lengtes, oppervlakten, volumes en het gebruik van meetinstrumenten.
- Verbanden leggen
Het combineren van meerdere rekenonderdelen in één vraag (bijvoorbeeld een meetprobleem oplossen met breuken).
- Verhoudingen
Verhoudingen zoals breuken, procenten en verhoudingstabellen. In groep 7 komt dit in samengestelde vragen aan bod (dus meerdere rekenstappen toepassen om tot het antwoord te komen).
De uitslag van de IEP toetsen in groep 7
De uitslag van de toets geeft aan op welk niveau je kind bepaalde vaardigheden beheerst. Dit wordt vaak weergegeven met een schaal die laat zien of je kind zich ontwikkelt volgens de verwachting. Het is belangrijk om te onthouden dat ook een IEP toets slechts een momentopname is. Kinderen groeien allemaal op hun eigen tempo.
In groep 7 neemt de leerkracht de uitslag vaak mee als onderdeel van het opstellen van het pre-advies. Ook wordt er vaak in groep 8 gekeken naar de uitslagen van de toetsen in groep 7. Hangt hier dan alles van af? Nee, zeker niet! Er spelen veel meer factoren mee bij het opstellen van een advies. Lees hier meer over in mijn blog over het pre-advies in groep 7.
Bij IEP worden kinderen niet met elkaar vergeleken. IEP beweert ontwikkelgericht te volgen en niet prestatiegericht. Dat wil zeggen dat er dus gekeken wordt naar de groei die een kind doormaakt. Een lage score kan namelijk als je de toets analyseert soms best een hele grote persoonlijke groei van een kind zijn geweest.
Referentieniveaus in groep 7
Referentieniveaus geven aan welk niveau een leerling heeft bereikt in taal en rekenen. Ze helpen scholen te bepalen of een leerling klaar is voor het voortgezet onderwijs en waar extra ondersteuning nodig is. De belangrijkste niveaus zijn:
- 1F: Het fundamentele niveau dat vrijwel alle leerlingen minimaal moeten beheersen aan het einde van de basisschool. Dit niveau bereidt leerlingen voor op uitstroom naar vmbo-basis/kader.
- 1S: Een hoger niveau dat vaak als streefniveau wordt gezien en waar een leerling naartoe kan werken.
- 1S/2F: Verhoogde streefniveaus voor leerlingen in taal of rekenen. Dit niveau bereidt leerlingen voor op vmbo-tl, havo en vwo.
Vanaf groep 6 worden referentieniveaus gemeten bij de IEP-toetsen. In groep 3 begint men al met het werken naar het 1F-niveau, en bijna alle leerlingen behalen dit niveau aan het einde van de basisschoolperiode.
IEP hart en handen
Naast hoofd (taal en rekenen), biedt het IEP LVS inzicht in de sociaal-emotionele ontwikkeling, de leeraanpak en het creatief vermogen van kinderen – ook in groep 7:
- Sociaal-emotionele ontwikkeling: Het IEP LVS toont hoe je kind zich sociaal en emotioneel ontwikkelt. Het geeft inzicht in het zelfbeeld van de leerling, hoe hij of zij omgaat met sociale situaties en gevoelens, en het vermogen om zich in anderen in te leven.
- Leeraanpak: Dit onderdeel meet hoe goed je kind het leren plant en organiseert, en in hoeverre hij of zij doorzet en gemotiveerd is. Leerlingen beantwoorden vragen over hoe ze werken tijdens de les en omgaan met opdrachten.
- Creatief vermogen: Het creatief vermogen wordt gemeten met een test die door TNO is ontwikkeld. Leerlingen geven aan hoe eigenschappen als nieuwsgierigheid, vindingrijkheid en samenwerking bij hen passen. Ook de schoolcontext, zoals ruimte voor creativiteit, wordt meegenomen.
Deze profielen geven niet alleen een goed overzicht van de sterke persoonlijkheidskenmerken van je kind, maar bieden ook praktische handvatten voor verdere groei. Als leerkracht en gedragsspecialist ben ik blij dat er bij IEP ook aandacht is voor deze aspecten. Het betrekken van kinderen bij dit proces, door hen zelf te laten reflecteren op hun profiel, geeft hen bovendien een gevoel van eigenaarschap over hun eigen ontwikkeling. Dit maakt het leerproces maar ook het gesprek over ‘gedrag’ persoonlijker en gerichter.
Spanning voor de IEP toets?
Soms maken ouders en kinderen zich zorgen over toetsen, met name met het zicht op het voortgezet onderwijs en het ‘schooladvies’ in groep 8 ligt er sneller een gevoel van druk op de toetsen in groep 7. Dat is begrijpelijk, maar niet nodig. Toetsen zijn er om te leren en te groeien. Blijf in gesprek met je kind en laat merken dat je trots bent op inzet, niet alleen op cijfers.
Wil je je kind helpen? Zorg dan vooral voor ontspanning:
- Blijf positief: Moedig je kind aan zonder druk te leggen op de resultaten. Zeg dus niet dat de toetsen in groep 7 bepalend zijn voor het advies, maar focus op dat het de groei laat zien in wat je kind ieder jaar meer geleerd heeft. Maar ook inzicht geeft in welke onderdelen wellicht nog wat oefening nodig hebben.
- Zorg voor rust: Een goede nachtrust, maar ook op tijd opstaan (en de dag zonder ochtend-spits-stress beginnen) en een ontspannen sfeer thuis helpen enorm.
- Maak leren leuk: Speelse taal- en rekenspelletjes kunnen helpen om vaardigheden te oefenen zonder dat het voelt als ‘moeten’.
Is oefenen voor de toets nodig?
Oefenen voor de toets is in principe niet nodig, omdat de toets bedoeld is om objectief te meten wat je kind kan. De IEP-toetsresultaten in groep 7 zijn bedoeld als tussentijdse peiling van de ontwikkeling. De uitslagen laten zien op welk referentieniveau je kind functioneert. Wel kan het helpen om vertrouwd te raken met de vraagstelling, omdat LVS-toetsen anders geformuleerd zijn dan methodetoetsen.
Kennismaken met de toets-vraagstelling met Squla
In de les of thuis oefenen met de belangrijkste lesstof van dat leerjaar, kan wel zinvol zijn. Daarnaast kan je kind met het vak “toetsen oefenen” alvast kennis maken met de vraagstelling van IEP. De quizzen bieden extra oefening of dagen juist uit en zorgen voor meer inzicht.
Ruimte voor ieders tempo: omgaan met verschillen in groep 7
De overgang van groep 6 naar groep 7 is een belangrijke fase in de ontwikkeling van je kind. In deze groep wordt de lesstof merkbaar moeilijker: nieuwe onderwerpen volgen elkaar snel op en er wordt steeds meer zelfstandigheid gevraagd. De analyse van de toets kan duidelijk maken welke onderdelen je kind eventueel extra ondersteuning nodig heeft.
Wat ik als leerkracht regelmatig merkte, is dat sommige leerlingen: met name degenen die richting een praktische leerroute zoals VMBO-BB vaker tegen de grenzen van hun leervermogen aanlopen. Dit is absoluut geen tekortkoming, maar een signaal dat de aangeboden lesstof soms minder goed aansluit bij hun praktische manier van leren. Dat kan bij kinderen zorgen voor onzekerheid, zeker in een klas waar de verschillen in tempo en niveau zichtbaarder worden én kinderen in de pre-puberfase komen (hallo onzekerheid!). Juist daarom is het belangrijk om ontwikkeling breed te blijven bekijken en oog te houden voor de unieke talenten van ieder kind.
Elk kind heeft zijn eigen tempo en talenten. De IEP-toets helpt scholen en ouders om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van een kind, zodat ze passende hulp kunnen bieden. Het allerbelangrijkste is dat je kind zich veilig en gemotiveerd voelt om te leren.
Blijf als ouder vooral ondersteunen zonder te sturen op prestaties. Want of je kind nu uitblinkt in taal, rekenen of creativiteit: het is de persoonlijke groei die telt!
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) | Intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Bureau ICE. (z.d.). IEP Hart en Handen: Sociaal-emotionele ontwikkeling en leeraanpak in beeld. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-hartenhanden/
Bureau ICE. (z.d.). Webinar: Het IEP LVS in 30 minuten [Webinar]. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-lvs/
Ouderavond IEP toetsen (ouderbijeenkomst basisschool, bijgewoond oktober 2024)
SLO. (2010). Referentiekader taal en rekenen: Referentieniveaus voor taal en rekenen. Stichting Leerplanontwikkeling. https://www.slo.nl/publish/pages/5901/referentiekader_taal_en_rekenen_referentieniveaus.pdf
Wat is de IEP-toets?
IEP staat voor Inzicht Eigen Profiel. Het is een leerlingvolgsysteem (LVS) dat de cognitieve én persoonlijke ontwikkeling van je kind in kaart brengt. De IEP-toets meet hoe goed een leerling bepaalde vaardigheden beheerst, zoals taal en rekenen. Maar IEP kijkt niet alleen naar ‘hoofd’, maar ook naar ‘hart en handen’. Het IEP LVS sluit aan op de leerdoelen van het SLO.
Het IEP Leerlingvolgsysteem legt de focus op groei, niet op prestatie. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Daarom vergelijken we kinderen niet met elkaar. (IEP, 2025)
Wat wordt er getoetst bij de IEP toetsen in groep 8?
In groep 8 zijn de toetsen inhoudelijk uitgebreider dan in groep 7. Er wordt meer diepgang gevraagd in vaardigheden en er komt extra focus op het toepassen van de geleerde lesstof. De toetsen bereiden leerlingen bovendien al deels voor op de overgang naar het voortgezet onderwijs en de eindtoets. De IEP-hoofd-toets in groep 8 richt zich vooral op:
Het doel is niet om kinderen te beoordelen, maar om inzicht te krijgen in hun ontwikkeling. De leerkrachten gebruiken de resultaten om hun onderwijs verder te verbeteren en om te kijken waar extra ondersteuning nodig is. Naast taal en rekenen zijn er ook IEP toetsen voor inzicht in sociaal-emotionele ontwikkeling, leeraanpak en creatief vermogen. Zo krijg je een compleet beeld van een leerling. Dit onderdeel noemt IEP: Hart en Handen.
IEP-toets taal in groep 8
In groep 8 worden de IEP-taaltoetsen afgenomen, deze zijn ontworpen om de taalontwikkeling van leerlingen te meten. Deze toetsen sluiten aan bij het Referentiekader Nederlandse taal, wat betekent dat de uitslag aangeeft welk referentieniveau een leerling heeft behaald: <1F, 1F of 2F. De volgende onderdelen komen aan bod:
- Technisch lezen
Dit gaat over het correct en vlot kunnen lezen van teksten, waarbij het gaat om goed en mooi lezen. In groep 8 zijn dit ook langere teksten.
- Taalverzorging (Spelling & grammatica)
Dit onderdeel test hoe goed leerlingen de juiste spelling van woorden beheersen, in groep 8 wordt ook grammatica getoetst.
- Lezen
Naast technisch lezen wordt er ook gekeken naar begrijpend lezen: het vermogen om een tekst goed te begrijpen en de juiste informatie eruit te halen. In groep 8 zijn de teksten moeilijker en vragen meer tekstbegrip.
- Schrijven
Steeds vaker wordt dit geïntegreerd met begrijpend lezen, zoals het herschrijven of samenvatten van teksten.
- Woordenschat
Dit onderdeel meet de uitbreiding van de woordenschat van leerlingen, wat essentieel is voor zowel lezen als schrijven. In groep 8 komen weer moeilijkere woorden aan bod bij de toets.
IEP-toets rekenen in groep 8
In groep 8 worden de rekentoetsen afgenomen die aansluiten bij het Referentiekader rekenen. Deze toetsen geven inzicht in het behaalde referentieniveau van jouw kind, wat helpt te bepalen welke ‘rekenskills’ hij of zij heeft ontwikkeld.
Wat meet de IEP rekentoets?
In de rekentoetsen maken leerlingen zowel contextvragen als kale sommen. Contextvragen ook wel verhaaltjessommen genoemd testen hoe goed leerlingen rekenen kunnen toepassen in alledaagse situaties, terwijl kale sommen puur de rekenvaardigheid meten zonder extra context. Samen geven deze verschillende soorten vragen een volledig beeld van de rekenvaardigheid van je kind. De toetsen bevatten de volgende onderdelen:
- Getallen
Dit onderdeel test het begrip en het gebruik van getallen, zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen en het werken met grotere getallen. In groep 8 komen hier ook meer deelsommen, breuken en kommagetallen bij.
- Meten en Meetkunde
Hier wordt gekeken naar de kennis van afmetingen, zoals lengtes, oppervlakten, volumes en het gebruik van meetinstrumenten.
- Verbanden leggen
Het combineren van meerdere rekenonderdelen in één vraag (bijvoorbeeld een meetprobleem oplossen met breuken).
- Verhoudingen
Verhoudingen zoals breuken, procenten en verhoudingstabellen. In groep 8 komt dit in samengestelde vragen aan bod (dus meerdere rekenstappen toepassen om tot het antwoord te komen).
De uitslag van de IEP toetsen in groep 8
De uitslag van de toets geeft aan op welk niveau je kind bepaalde vaardigheden beheerst. Dit wordt vaak weergegeven met een schaal die laat zien of je kind zich ontwikkelt volgens de verwachting. Het is belangrijk om te onthouden dat ook een IEP toets slechts een momentopname is. Kinderen groeien allemaal op hun eigen tempo.
In groep 8 neemt de leerkracht de uitslag mee als onderdeel van het opstellen van het schooladvies. Ook wordt er vaak in groep 8 gekeken naar de uitslagen van de toetsen in groep 7. Hangt hier dan alles van af? Nee, zeker niet! Er spelen veel meer factoren mee bij het opstellen van een advies. Lees hier meer over in mijn blog over het pre-advies in groep 7.
Bij IEP worden kinderen niet met elkaar vergeleken. IEP beweert ontwikkelgericht te volgen en niet prestatiegericht. Dat wil zeggen dat er dus gekeken wordt naar de groei die een kind doormaakt. Een lage score kan namelijk als je de toets analyseert soms best een hele grote persoonlijke groei van een kind zijn geweest.
Referentieniveaus in groep 8
Referentieniveaus geven aan welk niveau een leerling heeft bereikt in taal en rekenen. Ze helpen scholen te bepalen of een leerling klaar is voor het voortgezet onderwijs en waar extra ondersteuning nodig is. De belangrijkste niveaus zijn:
- 1F: Het fundamentele niveau dat vrijwel alle leerlingen minimaal moeten beheersen aan het einde van de basisschool. Dit niveau bereidt leerlingen voor op uitstroom naar vmbo-basis/kader.
- 1S: Een hoger niveau dat vaak als streefniveau wordt gezien en waar een leerling naartoe kan werken.
- 1S/2F: Verhoogde streefniveaus voor leerlingen in taal of rekenen. Dit niveau bereidt leerlingen voor op vmbo-tl, havo en vwo.
Vanaf groep 6 worden referentieniveaus gemeten bij de IEP-toetsen. In groep 3 begint men al met het werken naar het 1F-niveau, en bijna alle leerlingen behalen dit niveau aan het einde van de basisschoolperiode.
IEP hart en handen
Naast hoofd (taal en rekenen), biedt het IEP LVS inzicht in de sociaal-emotionele ontwikkeling, de leeraanpak en het creatief vermogen van kinderen – ook in groep 8:
- Sociaal-emotionele ontwikkeling: Het IEP LVS toont hoe je kind zich sociaal en emotioneel ontwikkelt. Het geeft inzicht in het zelfbeeld van de leerling, hoe hij of zij omgaat met sociale situaties en gevoelens, en het vermogen om zich in anderen in te leven.
- Leeraanpak: Dit onderdeel meet hoe goed je kind het leren plant en organiseert, en in hoeverre hij of zij doorzet en gemotiveerd is. Leerlingen beantwoorden vragen over hoe ze werken tijdens de les en omgaan met opdrachten.
- Creatief vermogen: Het creatief vermogen wordt gemeten met een test die door TNO is ontwikkeld. Leerlingen geven aan hoe eigenschappen als nieuwsgierigheid, vindingrijkheid en samenwerking bij hen passen. Ook de schoolcontext, zoals ruimte voor creativiteit, wordt meegenomen.
Deze profielen geven niet alleen een goed overzicht van de sterke persoonlijkheidskenmerken van je kind, maar bieden ook praktische handvatten voor verdere groei. Als leerkracht en gedragsspecialist ben ik blij dat er bij IEP ook aandacht is voor deze aspecten. Het betrekken van kinderen bij dit proces, door hen zelf te laten reflecteren op hun profiel, geeft hen bovendien een gevoel van eigenaarschap over hun eigen ontwikkeling. Dit maakt het leerproces maar ook het gesprek over ‘gedrag’ persoonlijker en gerichter.
Spanning voor de IEP toets?
Soms maken ouders en kinderen zich zorgen over toetsen, met name met het zicht op het voortgezet onderwijs en het ‘schooladvies’ in groep 8 ligt er sneller een gevoel van druk op de toetsen in groep 8. Dat is begrijpelijk, maar niet nodig. Toetsen zijn er om te leren en te groeien. Blijf in gesprek met je kind en laat merken dat je trots bent op inzet, niet alleen op cijfers.
Wil je je kind helpen? Zorg dan vooral voor ontspanning:
- Blijf positief: Moedig je kind aan zonder druk te leggen op de resultaten. Zeg dus niet dat de toetsen in groep 8 allesbepalend zijn voor het advies, maar focus op dat het de groei laat zien in wat je kind ieder jaar meer geleerd heeft. Maar ook inzicht geeft in welke onderdelen wellicht nog wat oefening nodig hebben.
- Zorg voor rust: Een goede nachtrust, maar ook op tijd opstaan (en de dag zonder ochtend-spits-stress beginnen) en een ontspannen sfeer thuis helpen enorm.
- Maak leren leuk: Speelse taal- en rekenspelletjes kunnen helpen om vaardigheden te oefenen zonder dat het voelt als ‘moeten’.
Is oefenen voor de toets nodig?
Oefenen voor de toets is in principe niet nodig, omdat de toets bedoeld is om objectief te meten wat je kind kan. De IEP-toetsresultaten in groep 7 en 8 zijn bedoeld als tussentijdse peiling van de ontwikkeling. De uitslagen laten zien op welk referentieniveau je kind functioneert. Wel kan het helpen om vertrouwd te raken met de vraagstelling, omdat LVS-toetsen anders geformuleerd zijn dan methodetoetsen.
Kennismaken met de toets-vraagstelling met Squla
In de les of thuis oefenen met de belangrijkste lesstof van dat leerjaar, kan wel zinvol zijn. Daarnaast kan je kind met het vak “toetsen oefenen” alvast kennis maken met de vraagstelling van IEP. De quizzen bieden extra oefening of dagen juist uit en zorgen voor meer inzicht.
Ruimte voor ieders tempo: omgaan met verschillen in groep 8
Wat ik als leerkracht regelmatig merkte, is dat sommige leerlingen in groep 8: met name degenen die richting een praktische leerroute zoals VMBO-BB vaker tegen de grenzen van hun leervermogen aanlopen. Dit is absoluut geen tekortkoming, maar een signaal dat de aangeboden lesstof soms minder goed aansluit bij hun praktische manier van leren. Dat kan bij kinderen zorgen voor onzekerheid, zeker in een klas waar de verschillen in tempo en niveau zichtbaarder worden én kinderen in de pre-puberfase komen (hallo onzekerheid!). Juist daarom is het belangrijk om de unieke talenten van een kind te blijven benadrukken als leerkracht en als ouder.
De IEP Eindtoets en het schooladvies
In groep 8 maken leerlingen een eindtoets. Steeds meer scholen kiezen hierbij voor de IEP Eindtoets. Deze wordt afgenomen nádat het schooladvies al is gegeven. Dat is een bewuste keuze: het advies van de school, gebaseerd op het beeld van de leerling over meerdere jaren, staat centraal. De IEP Eindtoets bevestigt of het advies passend is of dat er aanleiding is om het naar boven te heroverwegen.
De toetsresultaten kunnen namelijk een signaal zijn: als een leerling hoger scoort dan verwacht, kan de school, in overleg met ouders het schooladvies nog naar boven toe aanpassen. Andersom mag dat niet: een lagere toetsuitslag heeft géén negatieve invloed op het al gegeven advies. Dat haalt gelukkig al wat meer ‘druk’ van de eindtoets af.
Overstap naar het voortgezet onderwijs
De overgang naar het voortgezet onderwijs is een grote stap voor kinderen én ouders. Het schooladvies geeft richting aan die stap. De IEP Eindtoets biedt aanvullende informatie, maar uiteindelijk is het belangrijk dat een kind op een plek terechtkomt waar het zich prettig voelt en zich verder kan ontwikkelen op zijn of haar eigen manier.
IEP helpt hierbij door niet alleen cognitieve scores te tonen, maar ook inzicht te geven in persoonlijke leerkenmerken. Een leerling die misschien op 1F scoort, maar met een sterke motivatie en zelfstandigheid, kan zich goed ontwikkelen binnen het VMBO. Andersom kan een kind dat op 2F scoort, maar onzeker is of weinig zelfvertrouwen heeft, juist wel baat hebben bij extra ondersteuning in het begin van de brugklas. Deze informatie wordt vaak ook meegenomen in de overdracht van de leerkracht van groep 8 naar het voortgezet onderwijs.
Blijf als ouder vooral ondersteunen zonder te sturen op prestaties. Want of je kind nu uitblinkt in taal, rekenen of creativiteit: het is de persoonlijke groei die telt!
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) | Intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Bureau ICE. (z.d.). IEP Hart en Handen: Sociaal-emotionele ontwikkeling en leeraanpak in beeld. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-hartenhanden/
Bureau ICE. (z.d.). Webinar: Het IEP LVS in 30 minuten [Webinar]. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-lvs/
Ouderavond IEP toetsen (ouderbijeenkomst basisschool, bijgewoond oktober 2024)
SLO. (2010). Referentiekader taal en rekenen: Referentieniveaus voor taal en rekenen. Stichting Leerplanontwikkeling. https://www.slo.nl/publish/pages/5901/referentiekader_taal_en_rekenen_referentieniveaus.pdf
Wat zijn de ‘Leerling in Beeld’ (LIB)-toetsen?
De Leerling in Beeld (LIB)-toetsen zijn de vernieuwde versie van de bekende Cito-toetsen. In groep 7 toetst LIB de vakken rekenen, begrijpend lezen en taalverzorging. Deze toetsen helpen scholen om de voortgang van je kind te volgen en inzicht te krijgen in wat je kind al kan en waar nog ontwikkelingskansen liggen.
De LIB-toetsen zijn bedoeld om te meten wat je kind al kan en waar nog ontwikkeling mogelijk is. Daarom bevat de toets ook bewust opgaven die nog niet helemaal binnen de verwachte kennis van je kind vallen. In grafieken zie je de groei van je kind, niet alleen op het moment van toetsing, maar ook over de afgelopen jaren.
Wanneer zijn de Leerling in Beeld (LIB) toetsen in groep 7?
De Leerling in Beeld toetsen vinden twee keer per schooljaar plaats in groep 7.
- De M-toets (Midden) wordt afgenomen in januari/februari.
- De E-toets (Eind) in mei/juni.
Deze toetsen helpen leerkrachten om de voortgang en het niveau van je kind te volgen als voorbereiding op het voortgezet onderwijs. Omdat deze toetsen twee keer per schooljaar worden afgenomen, krijg je niet alleen een momentopname, maar ook inzicht in de groei van je kind gedurende het schooljaar.
Op basis van de toetsresultaten ontstaat in groep 7 een “verwacht toetsadvies” (vmbo, havo of vwo), dat leerkrachten gebruiken als indicatie voor het pre-advies in groep 8. Dit advies is niet bindend, maar helpt wel om een goed beeld te vormen van het best passende vervolgonderwijs.
Onderdelen van de Cito-toets (Leerling in Beeld)
De Leerling in Beeld (LIB)-toets in groep 7 is opgebouwd uit verschillende onderdelen die inzicht geven in de vaardigheden en ontwikkeling van je kind. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste vakken en wat ze meten:
1. Rekenen
Dit onderdeel test zowel ‘kale sommen’ (bijvoorbeeld 547 + 238) als praktische verhaaltjessommen. Het richt zich op:
- Rekenvaardigheden: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen.
- Verhoudingen en breuken: inzicht in verhoudingen, procenten en breuken.
- Meetkunde: werken met figuren, lengtes meten en afstanden berekenen.
2. Taalverzorging
3. Begrijpend Lezen
Begrijpend lezen is een essentieel onderdeel dat je kind helpt teksten te begrijpen en juiste conclusies te trekken. Er komen verschillende soorten vragen voorbij, zoals tekstopgaven en evaluatie-opgaven, met afwisselende teksten. Vaardigheden die hierbij getest worden zijn:
- Informatie verwerken: tabellen, grafieken en schema’s lezen.
4. Technisch lezen: AVI en DMT
Lezen vormt de basis voor alle vakken. Technisch lezen wordt gemeten met twee toetsen:
- AVI: deze toets is een individuele afname, waarbij je kind de tekst op een leeskaart hardop voorleest. De leerkracht of begeleider noteert het tempo en eventuele leesfouten. Na de afname volgt een AVI-leesniveau. Dit geeft aan welke boeken het best passen bij het leesniveau van de leerlingen.
- DMT: tijdens de Drie-Minuten-Toets (DMT) leest je kind binnen één minuut zoveel mogelijk losse woorden op leeskaarten met oplopende moeilijkheidsgraad. Het aantal goed gelezen woorden in een minuut wordt genoteerd.
De vakgebieden taal, rekenen en lezen vormen het basispakket van de LIB-toetsen dat de meeste scholen gebruiken. Sommige scholen kiezen voor een uitgebreider pakket met extra onderdelen zoals Engels, woordenschat, begrijpend luisteren, sociaal-emotioneel functioneren, en executieve functies.
Hoe kan ik mijn kind voorbereiden op de LIB-toets?
Een goede voorbereiding voor de LIB-toets helpt je kind zelfvertrouwen op te bouwen. De toets laat zien wat je kind al kan en waar het nog kan groeien. Hier is een praktische checklist voor een ontspannen en effectieve voorbereiding:
- Zorg voor zelfvertrouwen: moedig je kind aan om de toets te zien als een kans om te laten zien wat het kan. Fouten maken is oké; ze helpen juist om te leren. Leg dus geen extra nadruk op het feit dat dit een ‘belangrijk moment’ is.
- Oefen met de vraagtypes van de LIB-toets: laat je kind kennismaken met de soorten vragen die tijdens de toets kunnen komen, zoals rekenen, taalverzorging, en begrijpend lezen. Dit bouwt vertrouwen op en zorgt dat de toets zelf geen verrassing is.
- Gebruik oefenplatforms zoals Squla: platformen zoals Squla bieden oefeningen voor de LIB-toets waarmee je kind de vraagtypes op eigen niveau kan oefenen. Dit helpt om zich goed voor te bereiden en de stof beter te beheersen. Klik hier om een gratis proefmaand te starten.
- Herhaling: door spelenderwijs de onderwerpen van groep 7 op Squla te herhalen, maakt je kind de nieuwe stof sneller eigen.
- Maak het leuk: oefenen hoeft niet saai te zijn. Gebruik bijvoorbeeld speelse oefeningen, quizzen of leerzame spellen om het leerproces boeiend te houden.
Hoe helpt Squla bij de voorbereiding op de Cito-toetsen?
Squla biedt een rustige, doelgerichte manier om je kind goed voor te bereiden op de LIB-toetsen. Squla maakt het oefenen leuk en effectief door:
- Aansluiting op de schooldoelen: de oefeningen zijn afgestemd op de officiële SLO-leerdoelen van de basisschool, zodat je kind precies oefent wat het nodig heeft voor de toets.
- Niveau past zich aan: de moeilijkheidsgraad wordt automatisch aangepast op basis van hoe je kind presteert. Zo oefent je kind altijd op het juiste niveau, wat vertrouwen geeft en frustratie voorkomt.
- Oefenvragen zoals in de toets: Squla biedt vragen die lijken op de vraagstelling van Cito, IEP en Route 8, zodat je kind vertrouwd raakt met het soort vragen dat het kan verwachten.
- Leren met plezier: dankzij verhalen, quizzen en speelse oefeningen blijft het leerproces leuk en afwisselend, wat de motivatie hoog houdt.
Tot slot: het totaalplaatje van je kind
De Leerling in Beeld-toetsen in groep 7 geven inzicht in de ontwikkeling van je kind, maar ze vormen slechts een deel van het grotere geheel. Een goede voorbereiding kan helpen om met meer zelfvertrouwen de toetsen te maken, maar uiteindelijk is een kind veel meer dan alleen een toetsresultaat. Naast rekenen en taal spelen ook sociale, creatieve en emotionele vaardigheden een grote rol in de schoolcarrière.
In groep 7 vormen de toetsen een onderdeel van het pre-advies, maar de leerkracht kijkt altijd naar het totale plaatje. De toetsresultaten bieden objectieve informatie, maar zijn slechts één van de vele factoren die meewegen in de beoordeling.
Wat écht telt, is de groei die je kind doormaakt, zowel in kennis als in persoonlijke ontwikkeling!
Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Grotere onderlinge verschillen in groep 6
Ieder kind ontwikkelt zich in zijn of haar eigen tempo en op zijn of haar eigen niveau. Nu je kind in de bovenbouw van de basisschool zit, worden die verschillen steeds groter. Sommige kinderen stromen eind groep 8 door naar het VWO, terwijl anderen naar het VMBO-BB gaan. Om je een beeld te geven van die grote verschillen: kinderen die naar het VMBO-BB uitstromen, verlaten de basisschool soms met een niveau van eind groep 6 op bepaalde vakgebieden. Hierdoor kan het zijn dat deze kinderen vanaf groep 6 meer moeite krijgen met de theoretische lesstof en lager scoren op toetsen. Dat is absoluut geen probleem, maar ons schoolsysteem is zo ingericht dat alle niveaus in de basisschool bij elkaar in de klas zitten. Op reken- en taaltoetsen zie je helaas dan ook minder de praktische talenten van sommige kinderen in beeld gebracht.
‘Het doel van LVS-toetsen is dan ook niet om een zo hoog mogelijke score te halen maar om de ontwikkeling van het kind te meten.’ (Cito)
Helaas wordt dit doel, ook door ons als ouders 😉 nog wel eens vergeten. LVS-toetsen geven de leerkracht inzicht in de aanleg en leerpotentie van een kind, evenals in de motivatie en de manier van leren. Hierdoor kan de leerkracht het onderwijs of de extra ondersteuning beter afstemmen op de behoefte van je kind.
‘Thuis kun je in groep 6 soms merken dat je kind onzekerder wordt over zijn leerprestaties, op deze leeftijd gaan kinderen onderlinge verschillen steeds meer opmerken.’ – juf Shelby
Soorten LVS-toetsen
Elke basisschool is verplicht om te werken met een goedgekeurd leerlingvolgsysteem voor taal en rekenen. Er zijn meerdere aanbieders van leerlingvolgsystemen (LVS). De leerlingvolgtoetsen van het Boom LVS en het Cito LVS en IEP voldoen aan alle wettelijke verplichtingen. Net als in groep 3 t/m 5 wordt er bij de Cito LVS-toetsen voor groep 6 twee keer per jaar getoetst.
- Halverwege het schooljaar in januari/februari: de M6 toetsen
(M staat voor Midden)
- Aan het einde van het schooljaar in mei/juni: de E6 toetsen
(E staat voor Eind)
Wat zijn de ‘leerling in beeld’ (LIB)-toetsen?
De Leerling in Beeld (LIB)-toetsen zijn de vernieuwde versie van de bekende Cito-toetsen. In groep 6 toetst LIB de vakken rekenen, begrijpend lezen en taalverzorging. Deze toetsen helpen scholen om de voortgang van je kind over meerdere jaren te volgen en inzicht te krijgen in wat je kind al beheerst en waar nog kansen voor ontwikkeling liggen.
De LIB-toetsen zijn bedoeld om te meten wat je kind al kan en waar nog ontwikkeling mogelijk is. Daarom bevat de toets ook bewust opgaven die nog niet helemaal binnen de verwachte kennis van je kind vallen (soms zelfs met leerstof die ze nog niet hebben gehad!). De uitslag wordt weergegeven in grafieken, die laten de groei van je kind zien, niet alleen op het moment van toetsing, maar ook de lijn over de afgelopen jaren.
De resultaten van de toets kunnen leraren helpen om gerichte ondersteuning te bieden en te bepalen of extra hulp of verrijking nodig is.
Onderdelen van de Cito-toets (Leerling in Beeld)
De Leerling in Beeld (LIB)-toets in groep 6 is opgebouwd uit verschillende onderdelen die inzicht geven in de vaardigheden en ontwikkeling van je kind. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste vakken en wat ze meten:
1. Rekenen
Dit onderdeel test kale sommen (bijvoorbeeld 54 + 23) maar ook praktische verhaaltjessommen. De focus ligt op:
- Rekenvaardigheden: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen.
- Meetkunde: werken met figuren, lengtes meten en afstanden schatten.
2. Taalverzorging
- Werkwoordspelling: correcte vervoeging van werkwoorden, deze toets wordt pas aan het eind van groep 6 afgenomen.
3. Begrijpend lezen
Begrijpend lezen is een belangrijk onderdeel dat je kind helpt teksten te begrijpen en juiste conclusies te trekken. Begrijpend lezen wordt ook vaak meegewogen door de leerkracht voor het schooladvies. Er komen verschillende soorten vragen voorbij, zoals tekstopgaven en evaluatie-opgaven, met afwisselende teksten. Vaardigheden die hierbij getoetst worden zijn:
- Informatie verwerken: tabellen, grafieken en schema’s lezen.
4. Technisch lezen: AVI en DMT
Lezen vormt de basis voor alle vakken. Technisch lezen wordt gemeten met twee specifieke testen:
- AVI: deze toets is een individuele afname, waarbij je kind de tekst op een leeskaart hardop voorleest. De leerkracht of begeleider noteert het tempo en eventuele leesfouten. Na de afname volgt een AVI-leesniveau. Dit geeft aan welke boeken het best passen bij het leesniveau van de leerlingen.
- DMT: tijdens de Drie-Minuten-Toets (DMT) leest je kind binnen één minuut zoveel mogelijk losse woorden van drie leeskaarten met oplopende moeilijkheidsgraad. Het aantal goed gelezen woorden in een minuut wordt genoteerd.
Rekenen, taal en lezen vormen het basispakket van de LIB-toetsen dat de meeste scholen gebruiken. Sommige scholen kiezen voor een uitgebreider pakket met extra onderdelen zoals Engels, woordenschat, begrijpend luisteren, sociaal-emotioneel functioneren, en executieve functies.
Wat wordt er getoetst bij spelling in groep 6?
De spellingtoets van Cito bestaat net als in groep 5 uit dictee-opgaven. De leerkracht leest de zin voor, daarna leest de leerkracht één woord uit de zin opnieuw voor: dat is het woord dat de kinderen opschrijven.
In groep 6 wordt getoetst of kinderen woorden kunnen schrijven van twee of meer lettergrepen en komen de eerder geleerde spellingsregels uit groep 4 en 5 nog steeds aan bod. Wel komen er soms meerdere spellingsregels in één woord voor. Bijvoorbeeld in het woord ‘talloze’ (de regel s/z en de categorie open/gesloten lettergreep). Woorden met open/gesloten lettergreep (bomen/bommen) komen regelmatig in dictees van groep 6 voor en vinden veel kinderen lastig.
Nieuwe spellingsregels voor het eerste deel van groep 6 zijn:
Nieuw in eind groep 6 zijn o.a. de volgende categorieën:
- Woorden met ‘s (bijv. ‘s morgens)
- Leenwoorden met ‘zj’ geschreven als ge (bijv. Giraf, horloge)
Wat wordt er getoetst bij rekenen in groep 6?
In groep 6 hebben kinderen met twee nieuwe domeinen van rekenen kennisgemaakt. De rekendoelen zoals in mijn blog over LVS-toetsen in groep 5 worden nu met grotere getallen aangeleerd (duizendtallen). En ook het optellen en aftrekken worden grotere sommen: 2015-165= …
Er komen ook nog steeds verhaaltjes sommen voor die steeds moeilijker worden. Bijvoorbeeld: Jarno bezorgt bij 125 huizen reclamefolders. In één pakket zitten 8 folders. Hoeveel folders bezorgd Jarno?
Ook moeten kinderen nu meerdere stappen doorlopen om een opgave op te lossen. Bijvoorbeeld: Het boek heeft 190 bladzijden. Menno is op bladzijde 130. In een uur leest Menno 15 bladzijden. Hoeveel uur heeft Menno nodig om het boek uit te lezen?
Nieuw: verhoudingen
Hierbij leren kinderen om te rekenen met breuken en procenten. Kinderen moeten verhoudingen herkennen, benoemen, schrijven en gebruiken. Bijvoorbeeld: Joep bezorgt 160 kranten, 3 van de 4 kranten bezorgt hij in de Tuinbuurt. Hoeveel kranten bezorgt hij totaal in de tuinbuurt?
Meten en meetkunde
Bij dit onderdeel gaat het om de basiskennis van verschillende grootheden zoals lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud, snelheid, tijd, gewicht en geld. Doelen die in groep 6 aan bod komen zijn:
- Omtrek berekenen van rechthoekige figuren
- Kiezen van een lengtemaat (mm, cm, dm, m, km) bij een situatie
- Herleidingen van maten (bijv. van meters naar centimeters)
- Meetinstrumenten aflezen zoals een maatbeker, weegschaal of liniaal
- Begrip van gram en kilogram
- Aangeven of je een vanaf het vooraanzicht, zijaanzicht of bovenaf naar een figuur kijkt
- Analoge en digitale klok en rekenen met tijdmaten zoals uur, kwartier, minuut en seconde
Nieuw is ook het omgaan met tabellen, diagrammen en grafieken. Daarbij is aandacht voor lezen en interpreteren van gegevens uit tabellen of het lezen van gegevens uit cirkeldiagrammen of staafdiagrammen.
Hoe kan ik mijn kind voorbereiden op de LIB-toets?
Een goede voorbereiding voor de LIB-toets helpt je kind zelfvertrouwen op te bouwen. De toets laat zien wat je kind al kan en waar het nog kan groeien. Hier is een praktische checklist voor een ontspannen en effectieve voorbereiding:
- Herhaling: Een extra oefening met de vele nieuwe onderwerpen van groep 6 kan soms nét even de boost geven om de lesstof beter te beheersen.
- Gebruik oefenplatforms zoals Squla: Squla biedt oefeningen voor de LIB-toets waarmee je kind de vraagtypes op eigen niveau kan oefenen. Dit helpt om zich goed voor te bereiden en de stof beter te beheersen. Klik hier om een gratis proefmaand te starten.
- Oefen met de vraagtypes van de LIB-toets: Laat je kind kennismaken met de soorten vragen die tijdens de toets kunnen komen, zoals rekenen, taalverzorging, en begrijpend lezen. Dit bouwt vertrouwen op en zorgt dat de toets zelf geen verrassing is.
- Zorg voor zelfvertrouwen: Moedig je kind aan om de toets te zien als een kans om te laten zien wat het kan. Fouten maken is oké; ze helpen juist om te leren. Leg dus geen extra nadruk op het feit dat dit een ‘belangrijk moment’ is.
- Maak het leuk: Oefenen hoeft niet saai te zijn. Gebruik bijvoorbeeld speelse oefeningen, quizzen of leerzame spellen om het leerproces boeiend te houden.
Moeite met de LVS vraagstelling?
De vraagstelling van de LVS-toets is vaak anders dan de vragen in methodetoetsen die je kind gedurende het jaar krijgt. Om je kind kennis te laten maken met de vraagstelling kunnen er voorbeeldvragen worden geoefend. Bekijk alle oefenstof van Squla in groep 6, inclusief de oefentoetsen, of doe de demo.
Hoe helpt Squla bij de voorbereiding op Cito toetsen?
Squla biedt een rustige, doelgerichte manier om je kind goed voor te bereiden op de LIB-toetsen. Squla maakt het oefenen speels en effectief door:
- Aansluiting op de schooldoelen: de oefeningen zijn afgestemd op de officiële SLO-leerdoelen van de basisschool, zodat je kind precies oefent wat het nodig heeft voor de toets.
- Niveau past zich aan: de moeilijkheidsgraad wordt automatisch aangepast op basis van hoe je kind presteert. Zo oefent je kind altijd op het juiste niveau, wat vertrouwen geeft en frustratie voorkomt.
- Oefenvragen zoals in de toets: Squla biedt vragen die lijken op de vraagstelling van Cito, en IEP toetsen, zodat je kind vertrouwd raakt met het soort vragen dat het kan verwachten.
- Leren met plezier: dankzij verhalen, quizzen en speelse oefeningen blijft het leerproces leuk en afwisselend, wat de motivatie hoog houdt.
Tot slot: het totaalplaatje van je kind
De Leerling in Beeld-toetsen in groep 6 geven inzicht in de ontwikkeling van je kind, maar een kind is zoveel meer dan alleen een toetsresultaat. Naast rekenen en taal telt ook hoe je kind zich sociaal, creatief en emotioneel ontwikkelt. Een goede voorbereiding kan helpen om met zelfvertrouwen de toets te maken, maar uiteindelijk draait het op school om veel meer dan alleen cijfers.
Leerkrachten kijken naar het totale plaatje: hoe een kind groeit, samenwerkt, doorzet en nieuwe dingen ontdekt. De toetsresultaten zijn slechts één hulpmiddel om te bepalen waar extra ondersteuning of juist verrijking nodig is, maar ze zeggen niet alles over de unieke talenten en kwaliteiten van je kind.
Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Als Intern begeleider is ze onder andere verantwoordelijk voor het analyseren van LVS-toetsen, het begeleiden van leerkrachten bij de toetsafname en het bespreken van toetsen met ouders.