Dingen die moeilijk zijn, zijn niet leuk
Wat jij lastig vindt, doe je ook liever niet toch? Dat geldt net zo goed voor kinderen. Als lezen moeizaam gaat, kost het veel energie en kan het frustrerend zijn. Die weerstand is dus heel logisch.
Juist daarom is het belangrijk om eerst te erkennen hoe je kind zich voelt. Dat maakt het makkelijker om in gesprek te gaan: ‘Ik snap dat je dit lastig vindt… maar weet je wat het mooie is? Door te oefenen word je beter. En als het beter gaat, wordt het vaak ook leuker.‘
Niet voor niets hameren leerkrachten zo op leesplezier. Plezier is geen extraatje, het is de belangrijkste motor achter leesontwikkeling.
Samen écht zoeken naar dat ene leuke boek
“A reader lives a thousand lives before he dies… The man who never reads lives only one.” George R. R. Martin
Als lezen niet leuk voelt, dan heb je waarschijnlijk nog niet het juiste boek gevonden. Ga samen op ontdekkingstocht. Maak er een missie van. Wat vindt jouw kind écht interessant? Soms zit de sleutel in de belevingswereld van je kind.
Is je kind ergens druk mee? Sluit daarop aan.
- Een spannend voetbaltoernooi → lees een voetbalverhaal
- Interesse in games → zoek boeken over gamen
- Angst of onzekerheid → lees herkenbare verhalen
Lezen wordt dan herkenbaar en relevant.
Veelvoorkomende interesses (groep 3 t/m 5, 7-10 jaar):
- Dieren en paarden
- Vriendschap en schoolverhalen
- Mode en creativiteit
- Fantasie en magie
- Dagboeken en herkenbare verhalen
- Knutselen en DIY
Dit zijn slechts onderwerpen die in mijn klas populair waren, laat je vooral leiden door jouw kind.
En een boek mag best “te makkelijk” of juist “te moeilijk” lijken. Sommige kinderen vinden bijvoorbeeld het Guinness book of World records mega interessant! Als het interesse wekt, zit je goed!
Andere boeken
Niet elk kind wordt blij van een dik leesboek. Bijvoorbeeld:
- Stripboeken
- Boeken met veel illustraties
- Moppenboeken
- Tijdschriften voor kinderen
- Informatieve boeken (weetjesboeken)
- Zoekboeken
- Luisterboeken (in combinatie met meelezen)
Voor sommige kinderen is dit dé ingang naar lezen.
Tip van juf Shelby: Maak een persoonlijk verhaal over je kind, bijvoorbeeld over een vakantie waar jullie naartoe gaan en laat je kind dit lezen. Met behulp van ChatGPT kun je eenvoudig een leuk verhaal maken over onderwerpen die je kind leuk vindt.
Blijf voorlezen én zelf lezen
Ook als je kind al zelf kan lezen, blijft voorlezen ontzettend waardevol. Het vergroot de woordenschat, het begrip én het plezier.
Daarnaast geldt: zien lezen, doet lezen.
Als jij zelf een boek pakt, laat je zien dat lezen normaal en leuk is. Je kunt ook samen een vast leesmoment plannen, veel kinderen genieten van een momentje van verbinding met jou.
Ook tijdens het lezen kun je er iets ‘van jullie samen’ van maken (dat motiveert vaak meer):
- Lees om de beurt een zin
- Om de beurt een bladzijde
- Jij leest de ene dag voor, je kind de andere
- Samen lezen op de bank onder een dekentje of een zelfgemaakte ‘hut’.
- Woorden expres verkeerd lezen (en je kind laten verbeteren)
- Samen moppenboeken lezen en lachen
- Gekke stemmen gebruiken tijdens het lezen
Leesspelletjes: leren zonder dat het zo voelt
Lezen hoeft echt niet altijd uit een boek te komen. Spelenderwijs leren werkt vaak veel beter.
- Woordspelletjes zoals galgje
- Memory met woorden
- Kaartspelletjes waarbij je moet lezen
- Speurtochten met geschreven aanwijzingen
- Bordspellen met tekst
Je zult merken: als het leuk is, gaat het lezen vanzelf.
Combineer lezen met beweging
Voor sommige kinderen is stilzitten juist het probleem.
- Woordenkaartjes verstoppen in huis en laten zoeken
- Buiten lezen (picknick + boek)
- Springen of klappen bij bepaalde woorden
Zo koppel je lezen aan energie in plaats van stilzitten.
Online oefenen met lezen als afwisseling
Digitaal oefenen kan net even de juiste afwisseling zijn. Op Squla vind je allerlei speelse oefeningen en leesactiviteiten die aansluiten bij het niveau van je kind. Door de spelelementen voelt het minder als oefenen en meer als een spel.
Maak van lezen een vast, ontspannen moment
Kinderen houden van voorspelbaarheid. Door een vast leesmoment in te bouwen (bijvoorbeeld na het eten of voor het slapen), wordt lezen onderdeel van de routine.
Maar houd het luchtig. Geen strijd, geen druk. Liever 10 minuten met plezier, dan 20 minuten met tegenzin.
TIP van juf Shelby: koppel lezen aan iets positiefs. Bijvoorbeeld:
- Eerst lezen, daarna samen een spelletje
- Lezen met een kopje thee of wat fruit
- Samen een gezellig leeshoekje maken
Verlaag de drempel (en de lat)
Soms willen we als ouder nét iets te graag. Maar als lezen te moeilijk is, verdwijnt het plezier direct.
- Terug te gaan naar een makkelijker niveau
- Kortere teksten te kiezen
- Samen te lezen in plaats van alleen, ook als je kind al ouder is.
Succeservaringen zijn goud waard. Want: ik kan dit is de eerste stap naar ik wil dit.
Laat je kind regie ervaren
Kinderen die weinig motivatie voelen, hebben vaak het gevoel dat lezen hen “overkomt” en opgelegd wordt. Geef ze daarom invloed.
Laat je kind vooraf meedenken:
- Wát er gelezen wordt
- Waar en wanneer jullie lezen
- Hoe lang (bijvoorbeeld met een timer)
Zelfs kleine keuzes maken een groot verschil in motivatie.
Maak lezen functioneel en betekenisvol
Lezen wordt leuker als het ergens toe leidt.
- Een recept lezen en daarna samen koken
- Instructies volgen voor een LEGO-bouwsel
- Speurtochten met geschreven opdrachten
- Ondertiteling meelezen bij een favoriete serie
Zo ontdekt je kind: lezen is niet alleen iets van school, maar helpt je in het echte leven. Het belangrijkste is dat lezen geen strijd wordt, maar een moment van rust, plezier en verbinding.
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht, intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO verdiepte ze zich in gedrag en begeleiding met de Master SEN (Special Educational Needs). Vanuit haar ervaring in de klas én als moeder van Fayenn (6) en Mace (3), schrijft ze onder de naam ‘Juf Shelby‘ over opvoeding, onderwijs en gedrag.
Waarom is begrijpend lezen toch zo belangrijk?
Bij begrijpend lezen gaat het er vooral om dat je kind begrijpt wat er inhoudelijk staat. Je kind moet informatie kunnen verwerken, verbanden leggen, conclusies trekken en betekenis geven aan een tekst.
Deze vaardigheden heb je óók nodig bij veel andere vakken. Denk aan:
- Verhaalsommen begrijpen bij rekenen
- Informatieve teksten lezen bij aardrijkskunde
- Verhalen en teksten lezen bij geschiedenis
- Uitleg en opdrachten lezen bij natuuronderwijs
- Bij toetsen begrijpen wat er precies gevraagd wordt
Uit onderzoek blijkt dan ook dat leesvaardigheid sterk samenhangt met schoolprestaties. De Onderwijsinspectie schrijft in het rapport Peil. Leesvaardigheid dat goed kunnen lezen “voorwaardelijk is om mee te kunnen doen op school en in de samenleving.” Ook wordt benoemd dat leesvaardigheid invloed heeft op bredere schoolprestaties en succes in vervolgonderwijs.
Op zich best logisch, want een kind kan pas laten zien wat het weet, als het begrijpt wat het leest.
Goede begrijpend lezers leren vaak makkelijker
Kinderen die sterk zijn in begrijpend lezen, kunnen nieuwe informatie sneller verwerken. Ze begrijpen instructies beter, halen belangrijke informatie uit teksten en kunnen verbanden leggen tussen verschillende onderwerpen. Daardoor ontstaat een sneeuwbaleffect.
Een kind dat teksten goed begrijpt:
- leert makkelijker nieuwe woorden;
- bouwt meer algemene kennis op;
- krijgt meer zelfvertrouwen;
- leest vaker vrijwillig;
- en vergroot daardoor opnieuw zijn woordenschat en kennis.
Onderzoekers noemen dit ook wel het “Mattheüseffect”: sterke lezers worden vaak nóg sterker, terwijl zwakke lezers juist steeds meer achter kunnen raken.
Dat maakt begrijpend lezen zo belangrijk. Het gaat niet alleen om een toets of methode op school, maar om de basis voor veel andere vaardigheden.
Begrijpend lezen bij het schooladvies
Als ouder zul je merken dat de resultaten voor begrijpend lezen regelmatig terugkomen tijdens oudergesprekken. Scholen kijken bij een schooladvies in groep 8 natuurlijk naar meerdere dingen:
- werkhouding,
- zelfstandigheid,
- motivatie,
- sociaal-emotionele ontwikkeling,
- rekenen,
- spelling,
- technisch lezen,
- en de algemene ontwikkeling van een kind.
Maar begrijpend lezen speelt vaak wel een belangrijke rol bij het schooladvies. Niet alleen omdat het een apart vakgebied is, maar vooral omdat het iets zegt over hoe een kind theoretische informatie verwerkt en leert.
Ook in toetsen zoals de doorstroomtoets komt veel taalbegrip terug. Kinderen moeten instructies begrijpen, teksten interpreteren en informatie uit verschillende bronnen halen.
Begrijpend lezen begint bij technisch lezen
Soms maken ouders zich zorgen over begrijpend lezen, terwijl de oorzaak van het probleem in het technisch lezen zit (de fase ervoor). Wanneer een kind nog veel moeite heeft met het verklanken van woorden, gaat er zoveel energie naar het lezen zelf, dat er weinig ruimte overblijft om de tekst ook écht te begrijpen.
Vergelijk het met autorijden. Als schakelen nog enorm veel aandacht kost, wordt het lastig om tegelijk goed op het verkeer te letten.
Daarom volgt begrijpend lezen eigenlijk op technisch lezen. Eerst moet het lezen voldoende vlot en automatisch gaan. Pas daarna komt er meer ruimte voor begrip. Onderzoek laat ook zien dat technisch lezen een belangrijke voorwaarde is voor begrijpend lezen.
Waarom sommige scholen ook begrijpend luisteren toetsen
Sommige scholen gebruiken naast begrijpend lezen ook toetsen voor begrijpend luisteren. Daarbij luisteren kinderen naar een tekst of verhaal en beantwoorden ze daarna vragen over de inhoud.
Een kind kan bijvoorbeeld moeite hebben met lezen, maar mondeling wél laten zien dat het teksten goed begrijpt. In zo’n geval ligt het probleem waarschijnlijk meer bij het technisch lezen dan bij het taalbegrip zelf.
Voor kinderen met dyslexie kan dit een belangrijk verschil maken.
Veel officiële toetsen, zoals de LVS-toetsen en de doorstroomtoets hebben het onderdeel begrijpend lezen. Wel zijn er tegenwoordig steeds vaker mogelijkheden voor voorgelezen toetsen of audio-ondersteuning bij kinderen met dyslexie. Maar dat geldt niet altijd voor iedere toets of situatie. Daardoor blijft goed leren lezen zo ontzettend belangrijk.
Begrijpend lezen is meer dan een trucje
Veel methodes voor begrijpend lezen leren kinderen leesstrategieën aan, zoals voorspellen, samenvatten of signaalwoorden herkennen. Dat kan zeker helpen. Goede lezers gebruiken dit soort strategieën namelijk vaak automatisch tijdens het lezen.
Toch blijkt dat strategieën alleen niet altijd voldoende zijn voor zwakke begrijpend lezers. Een kind moet namelijk ook technisch kunnen lezen, voldoende woordenschat hebben en genoeg achtergrondkennis opbouwen om een tekst écht te begrijpen.
Heeft een kind bijvoorbeeld veel algemene kennis over een onderwerp, zoals de ruimte. Dan is een begrijpend-leestekst over het zonnestelsel meteen een stuk makkelijker!
Sommige kinderen kennen keurig alle stappen van begrijpend lezen, maar begrijpen ondertussen nog steeds niet goed waar de tekst over gaat. Daarom zie je steeds vaker dat scholen naast strategieën ook inzetten op veel lezen, rijke teksten, woordenschat en kennis opbouwen. Want uiteindelijk worden kinderen vooral betere begrijpend lezers door veel betekenisvolle taal tegen te komen, een ruime woordenschat te hebben en écht veel te lezen.
Een rijke taalomgeving voor begrijpend lezen met Squla
Een rijke taalomgeving is dus ontzettend belangrijk voor de ontwikkeling van begrijpend lezen. Veel praten, samen lezen, nieuwe woorden horen en verschillende soorten teksten tegenkomen helpen kinderen om hun woordenschat en taalbegrip steeds verder uit te breiden.
Dit zit ook verwerkt in de oefeningen die kinderen op Squla doen. Daarnaast kun je ook heel gericht oefenen met vakken zoals woordenschat of begrijpend lezen, signaalwoorden herkennen en toetsen of teksten beter begrijpen via korte interactieve opdrachten en quizzen.
Het gaat erom dat kinderen leren begrijpen wat ze lezen, zelf informatie kunnen verwerken en met vertrouwen nieuwe dingen durven leren. En dat begint vaak gewoon met veel lezen, praten en samen nieuwsgierig zijn.
Juist op een ontspannen manier, bijvoorbeeld met de oefeningen van Squla, kunnen kinderen stap voor stap ervaren dat begrijpend lezen steeds beter gaat en misschien zelfs een beetje leuker wordt.
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht, intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO verdiepte ze zich in gedrag en begeleiding met de Master SEN (Special Educational Needs). Vanuit haar ervaring in de klas én als moeder van Fayenn (7) en Mace (4), schrijft ze onder de naam ‘Juf Shelby‘ over opvoeding, onderwijs en gedrag.
Uitspraakfoutjes: wat is normaal en wat niet?
Peuters weten vaak heel goed wat ze willen zeggen, maar hun mondspieren en spraakplanning zijn nog volop in ontwikkeling. Het brein kiest dan automatisch de “makkelijke route” en daarom is het ook normaal dat er soms uitspraakfoutjes zijn.
Normale uitspraakfoutjes (rond de 3 jaar)
- klanken weglaten (“toel” i.p.v. “stoel”)
- klanken vervangen (“tonijn” i.p.v. “konijn”)
- moeilijke woorden vereenvoudigen (vliegtuig → “viegtuig”)
Wanneer worden uitspraakfoutjes een aandachtspunt?
- Je kind is moeilijk te verstaan, ook voor bekende volwassenen
- Dezelfde foutjes blijven lang hetzelfde, zonder verbetering
- Je kind raakt gefrustreerd omdat hij/zij niet begrepen wordt
Corrigeren: hoe doe je dat thuis (zonder druk)
Corrigeer vooral indirect, door het goede voorbeeld te geven.
Indirect verbeteren doe je door:
- het woord goed terugzeggen, zonder te veel nadruk
Kind: “Ik zie een tat”
Jij: “Ja, ik zie ook een kat.”
- veel praten, benoemen en voorlezen
- rust en plezier rondom taal houden zoals taalspelletjes, rijmpjes en liedjes.
- verbeteren met “nee, dat zeg je verkeerd”
- je kind dwingen het woord te herhalen
- lachen om uitspraakfoutjes
Wanneer is logopedie tussen de 3 en 4 jaar wél aan te raden?
Mijn eigen zoontje (3 jaar) heeft langere tijd slecht gehoord vanwege vele oorontstekingen. Dit vertraagde zijn spraak-taalontwikkeling. Eerst heb ik het nog even de tijd gegeven, want ik weet dat jonge kinderen tussen de 2 en 3 jaar soms ineens een sprong maken in hun taalontwikkeling.
Toch merkte ik dat zijn verstaanbaarheid van bepaalde klanken achterbleef en hij soms moeilijk te verstaan was voor anderen. Daarom hebben we een intake bij de logopediste aangevraagd. Hij gaat nu bijna naar groep 1 en de logopedie is inmiddels afgerond. Met wat fijne tips en begeleiding weet hij bijvoorbeeld nu veel beter hoe hij klanken zoals de ’t’ en de ‘l’ goed moet maken met zijn mond.
Wanneer trek je aan de bel bij de logopedist?
- Je kind is voor veel mensen niet goed verstaanbaar
- De uitspraak blijft duidelijk achter bij leeftijdsgenootjes
- Je kind praat weinig of vermijdt praten
- Er is sprake van frustratie, boosheid of terugtrekgedrag
- Je voelt als ouder zorgen: “Dit zit me niet lekker”
Vroegbehandeling
Vroegbehandeling betekent dat je een kind al op jonge leeftijd (vaak tussen de 2 en 5 jaar) extra ondersteuning geeft bij zijn ontwikkeling, bijvoorbeeld bij spraak en taal zodra je merkt dat het niet vanzelf voldoende op gang komt.
Je wacht dus niet tot groep 3 of tot een achterstand “duidelijk groot” is.
Je grijpt in op het moment dat het brein nog volop in ontwikkeling is. De taalontwikkeling tussen 2 en 5 jaar is namelijk enorm. Het brein is in deze periode extra gevoelig voor taalprikkels. Dat betekent dat ondersteuning in deze fase vaak sneller effect heeft dan wanneer je later start.
Vroegbehandeling betekent niet dat er iets “ernstigs” aan de hand is. Het betekent dat je je kind helpt op het moment dat het leren nog spelenderwijs gaat. Soms adviseert het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal om vroegbehandeling te starten.
Wat levert vroeg starten met behandelen op?
- Minder frustratie bij je kind
- Meer zelfvertrouwen in praten
- Minder kans op achterstand in groep 1 of 2
- Snellere vooruitgang omdat het brein nog volop in ontwikkeling is
Kinderen die moeilijk verstaanbaar zijn, kunnen zich terugtrekken of boos worden omdat ze niet begrepen worden. Als je daar op tijd bij bent, voorkom je dat praten iets spannends of vervelends wordt.
Wat doet een logopedist met jonge kinderen?
Logopedie betekent niet dat er “iets mis” is met je kind. Het betekent dat je je kind extra ondersteuning geeft, precies op het moment dat zijn brein daar het meest ontvankelijk voor is. Dit doet een logopedist:
- Spelenderwijs werken (spelletjes, plaatjes benoemen, bewegen)
- Oefenen van klanken en mondmotoriek in spelvorm of beweging
- Werken aan verstaanbaarheid, woordenschat en zinsbouw
- Ouders handvatten geven voor thuis
Wat kun je thuis doen bij spraak- en taalproblemen?
1. Praat mét je kind, niet alleen tegen je kind
Stel open vragen:
“Wat gebeurde er toen?”
“Waarom was dat grappig?”
Geef je kind ruim de tijd om te antwoorden. Langere stiltes zijn helemaal niet erg. Soms hebben peuters en kleuters net iets langer nodig om hun zinnen te vormen.
2. Herhaal op de juiste manier
Corrigeer niet streng, maar geef het goede voorbeeld.
Zegt je kind: “Ik zie een tat.”
Dan zeg jij: “Ja, dat is een kat.”
Zo hoort je kind de juiste klank, zonder dat praten spannend wordt.
3. Lees elke dag voor
Voorlezen is misschien wel de krachtigste stimulatie van taal die er is.
Wijs aan, stel vragen, laat je kind stukjes navertellen. Herhaling is hierbij goud waard: hetzelfde boek tien keer lezen is juist helpend.
4. Maak taal leuk
Zing liedjes, doe rijmpjes, speel klankspelletjes.
Taal mag speels zijn. Hoe meer plezier, hoe meer groei.
Digitale oefenmomenten kunnen daarbij een fijne aanvulling zijn. Met bijvoorbeeld Squla Junior kunnen peuters en kleuters spelenderwijs (samen met jou) extra oefenen met woordenschat, luisteren en taalbegrip. Zie het als een extra herhaling naast het echte gesprek en het voorlezen.
5. Benoem wat je doet
Tijdens het aankleden, koken of wandelen:
“Ik pak je jas.”
“We snijden de appel in stukjes.”
Zo koppel je woorden direct aan handelingen.
Taal leer je niet van een filmpje (maar van een boek op schoot)
Een filmpje lijkt soms zo leerzaam. Er wordt gesproken, er gebeurt van alles, en je kind kijkt gefascineerd. Maar taalontwikkeling werkt anders.
Kinderen leren taal vooral door interactie: door een gezicht dat reageert. Door een stem die vertraagt, een vraag die terugkomt. Of door samen lachen om een gek plaatje.
Een filmpje praat tegen je kind. Zonder interactie.
Een boek praat mét je kind, met interactie!
Bij voorlezen gebeurt er meer dan je denkt:
- Je kind hoort nieuwe woorden in een betekenisvolle context.
- Het ziet plaatjes die helpen bij begrip.
- Het mag reageren, vragen stellen, aanwijzen.
- Het krijgt jouw volle aandacht en dát is de krachtigste taalprikkel die er is!
Onderzoek laat steeds weer zien: kinderen die dagelijks worden voorgelezen, ontwikkelen een grotere woordenschat, betere zinsbouw én meer leesplezier op latere leeftijd.
Praktische voorleestips van juf Shelby
Lees elke dag, al is het maar 10 minuten.
Kwaliteit gaat boven kwantiteit.
Lees interactief.
Stel vragen als:
- “Wat denk jij dat er nu gaat gebeuren?”
- “Zie jij waar de hond verstopt zit?”
- “Waarom kijkt hij zo boos?”
Herhaal boeken gerust 20 keer.
Herhaling zorgt voor groei in woordenschat. Jonge kinderen houden juist van voorspelbaarheid.
Wijs aan tijdens het lezen.
Door woorden te koppelen aan plaatjes versterk je begrip.
Speel het verhaal na.
Met knuffels, poppetjes of gewoon met je stem.
Boekentips voor peuters en kleuters
- Rupsje Nooitgenoeg: perfect voor woordenschat rondom eten en dagen van de week.
- Kikker is Kikker: fijne, duidelijke zinnen en herkenbare emoties. (alle boeken uit de serie van Kikker zijn bij peuters en kleuters goed te gebruiken)
- De boeken van Anna van Kathleen Amant: de verhalen zijn herkenbaar en gaan over dagelijkse thema’s zoals naar school gaan, zindelijk worden, jarig zijn.
- De Gruffalo: rijk taalgebruik en herhalende zinsstructuren.
- Coco kan het!: prachtig verhaal voor zelfvertrouwen én taal.
- herhaling
- rijm
- duidelijke illustraties
- herkenbare thema’s
Het begint met verbinding
Je kind leert taal grotendeels in de interactie met jou als ouder. Van een boek op schoot, jouw stem, nabijheid en samen lachen om een gekke zin. Want uiteindelijk groeit taal het hardst waar een kind zich veilig en gezien voelt.
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht, intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO verdiepte ze zich in gedrag en begeleiding met de Master SEN (Special Educational Needs). Vanuit haar ervaring in de klas én als moeder van Fayenn (6) en Mace (3), schrijft ze onder de naam ‘Juf Shelby‘ over opvoeding, onderwijs en gedrag.
TIP 1: Begrijp wat er achter het gedrag zit
Niet naar school willen betekent bijna nooit dat je kind opzettelijk ‘dwars wil doen’. Niet naar school willen gaan is vaak scheidingsangst, spanning of onzekerheid. Alles is nieuw: de klas, de juf, de kinderen én het afscheid. Voor een kleuter voelt dat groot en overweldigend. Kleuters denken nog veel in het hier en nu. “Wat als mama nooit meer terugkomt?” voelt voor hen heel echt.
Dus benoem het gevoel:
“Je vindt het spannend om hier te blijven. Dat snap ik.”
Wat kun je zeggen als je kind niet wil?
“Ik ga nu weg, en ik kom je na het spelen weer ophalen.”
“Je vindt het lastig dat mama weggaat. Dat gevoel mag er zijn. Ik kom je straks weer halen.”
“Je hoeft het niet leuk te vinden, maar je kunt het wel.”
TIP 2: Houd het afscheid kort (hoe lastig ook)
Lang blijven hangen voelt liefdevol, maar vergroot vaak de spanning. Een kort, voorspelbaar afscheid werkt beter.
- Vast ritueel
- Kus + zwaai
- Duidelijk vertrek
Zeg liever niet: “Ik blijf nog even” als je toch weggaat, duidelijkheid en voorspelbaarheid zijn nu belangrijk.
TIP 3: Wees zelf rustig
Kinderen voelen feilloos jouw spanning. Probeer je eigen zorgen niet te laten overheersen.
Zeg niet:
“Het is ook wel héél spannend hè?”
Maar liever:
“Je kunt dit. En als het lastig is, helpt de juf je.”
Wat hierbij belangrijk is: jouw vertrouwen. Ook als het afscheid eruit ziet met tranen, gegil of een kind dat zich krijsend aan je been vastklampt.
- Dit gedrag zegt niets over jou als ouder
- Dit zegt niets over hoe fijn school straks wordt
- Dit gaat bij bijna alle kinderen weer over
En misschien wel de belangrijkste: maak je niet druk om de blikken van andere ouders. Zij zien een momentopname, jij kent je kind. Iedere kleuter went op zijn eigen tempo en dat tempo is goed zoals het is. En ik denk dat iedere ouder ervaring heeft met een kind dat een driftbui heeft… dus meestal snapt iedere ouder dit gedrag bij een ander heel goed.
Door rustig te blijven en uit te stralen: “Dit komt goed”, geef je je kind precies wat het nodig heeft: veiligheid en vertrouwen.
TIP 4: Oefen vooraf en bereid voor
Kleuters verwerken veel via spel.
- Speel ‘schooltje’
- Lees prentenboeken over naar school gaan
- Laat een knuffel “ook naar school” gaan
TIP 5: Gebruik een persoonlijk ritueel (dit werkte bij mijn zoontje)
Toen mijn zoontje naar het kinderdagverblijf ging en het afscheid moeilijk vond, hebben we samen iets geprobeerd wat hem zichtbaar hielp.
We lazen thuis het boekje Anna mist mama. Dat boekje gaat precies over dat gevoel: mama missen, maar ontdekken dat mama altijd weer terugkomt.
Daarnaast tekenden we een hartje op zijn hand en een hartje op mijn hand. Ik zei tegen hem:
“Als jij mij mist, kijk je naar het hartje op je hand of je geeft er een kusje op. En ik heb er ook één. Zo zijn we toch een beetje bij elkaar.”
Voor hem werkte dit als een klein, veilig anker tijdens de schooldag. Het gaf troost, zonder dat hij iets mee hoefde te nemen in de klas.
TIP 6: Ga niet ‘onderhandelen’ bij tranen
Hoe moeilijk ook: tranen zijn geen teken dat je moet toegeven. De neiging om langer te blijven, toe te geven of nog één keer terug te komen is heel menselijk. Toch helpt dat meestal niet.
Wanneer je gaat onderhandelen (“Nog één knuffel dan…”, “Zal mama nog even blijven?”), wordt de boodschap voor je kind onduidelijk. Je kind voelt dan: misschien blijft mama toch. Dat vergroot de spanning in plaats van dat het geruststelt. Vaak stopt het huilen binnen enkele minuten nadat je weg bent. Probeer geen beloftes te doen zoals ‘vanmiddag mag je een snoepje als je niet huilt’.
- Erken het gevoel en benoem wat er komt: “Je bent verdrietig, dat snap ik. Ik geef jouw handje nu aan de juf en daarna zwaai in naar jou voor het raam.” (werkt vaak goed als ze zich vastklampen aan je)
- Blijf duidelijk en rustig: “Ik ga nu weg en ik kom je straks weer ophalen.”
- Houd vast aan het afgesproken afscheidsritueel.
TIP 7: Houd het ritme vast
Een dag overslaan omdat het zo verdrietig ging, lijkt lief, maar maakt het de volgende keer vaak moeilijker.
Regelmaat helpt het brein ontspannen.
Wanneer een kind net gestart is op school, kost dat enorm veel energie. Alles is nieuw: regels, geluiden, indrukken en sociale contacten. Juist daarom is het belangrijk om niet alleen schooldagen, maar ook de rest van de dag voorspelbaar te houden.
- Het dagelijkse ritme zoveel mogelijk hetzelfde te laten
- Niet te veel extra activiteiten of afspraken te plannen
- Drukke middagen, speelafspraken of uitjes te beperken
- Te zorgen voor voldoende rustmomenten
Een rustige middag thuis, even spelen of samen een boekje lezen, kan veel meer doen dan nog een prikkelrijke activiteit “om af te leiden”.
Door het tempo laag te houden, geef je je kind de ruimte om alle indrukken te verwerken. Dat helpt niet alleen bij het wennen aan school, maar ook bij het loslaten van de spanning rondom het afscheid.
TIP 8: Zorg voor positieve herinneringen over school
Laat school niet alleen iets zijn wat ‘moet’, maar ook iets waar met plezier aan teruggedacht kan worden.
- Praat thuis over de leuke dingen van school: samen spelen, een boekje lezen, fruittijd, enzovoort.
- Kijk samen foto’s terug die gestuurd worden in de ouderapp en praat hierover na. Of kijk nog eens op de website van de school naar foto’s van de klas of juf.
- Besteed aandacht aan de dingen waar je kind enthousiast over was.
- Zelf gebruik ik de ‘Slaapklets’ boekjes van ‘Gezinnig’ om ’s avonds in bed spelenderwijs na te praten over de schooldag. Door middel van smileys en plaatjes bespreek je de dag na en vaak zit er ook een leuk ontspannen spelletje bij voor het slapen gaan.
TIP 9: Praat niet negatief over het moeilijke afscheid waar je kind bij is
Wanneer je thuis aan de eettafel in het bijzijn van je kind tegen je partner zegt:
“Het lukte vanmorgen wéér niet” of “Hij blijft maar huilen, niets helpt” dan kan dat onbedoeld het gevoel versterken dat er iets ‘mis’ is, of dat school iets is om bang voor te zijn. Je kind kan gaan denken: Zie je wel, ik kan dit niet.
Hetzelfde geldt voor gesprekken met andere ouders op het schoolplein. Let op je woorden als je kind erbij staat of speelt.
Een zin als:
“Hij vindt het nog spannend, maar iedere dag gaat het een beetje beter” geeft een veel positievere en veiligere boodschap dan hardop zeggen dat het niets uithaalt of alleen maar huilen is.
Wat jij zegt, wordt onderdeel van het verhaal dat je kind over zichzelf en school gaat geloven. We zijn ons daar vaak niet zo van bewust als ze nog baby zijn, maar kinderen begrijpen al heel jong wat je zegt, zelfs nog voordat ze het zelf zo kunnen benoemen. Ondanks dat ik dit als juf weet, betrap ik mezelf er soms echt nog op dat ik ‘over’ mijn kind praat waar het bij staat. Een valkuil die we als ouders vaak zo gewend zijn van de tijd dat ze nog baby waren.
TIP 10: Werk samen met school én zoek extra steun als het nodig is
Als kleuterjuf heb ik ook echt kinderen gehad die een aantal weken nodig hadden om te wennen. En meestal gaat het echt over (ook al breekt je moederhart op zo’n moment).
Leraren hebben vaak veel ervaring met dit gedrag en kunnen je kind op school extra steun geven. Blijft het gedrag weken hetzelfde, ga dan in gesprek met de leerkracht. Vraag samen te kijken naar kleine aanpassingen: iemand op het schoolplein, een vaste juf bij binnenkomst, of een mini-opdracht om mee te beginnen.
En als het verdriet of de angst lang aanhoudt of zich uit in klagen over buikpijn, vaste weigering of fysieke klachten, overweeg dan om dit ook te bespreken met de huisarts of jeugdarts. Soms kan extra begeleiding helpen om je kind zelfvertrouwen en copingvaardigheden te geven.
Ook mijn zoontje start binnenkort in groep 0
Over een paar weken gaat mijn eigen zoontje voor het eerst naar de kleuterklas. Als moeder kijk ik er eerlijk gezegd niet persé naar uit. Want ineens zijn ze zó groot. Waar je kind eerst vooral van jou was, deelt hij nu zijn wereld met school, een juf, nieuwe kinderen en nieuwe ervaringen. En natuurlijk ga ik zijn aanwezigheid thuis enorm missen.
Op het kinderdagverblijf heeft hij ook een periode nodig gehad om te wennen. Dat ging niet zonder tranen… Maar hij kwam erdoorheen. Hij vond zijn plek, zijn ritme, maakte vriendjes en had uiteindelijk weer plezier. En dat neem ik nu mee richting deze nieuwe stap. We zijn al aan het voorbereiden, lees ook mijn blog over wat er allemaal in de schooltas moet.
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht, intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO verdiepte ze zich in gedrag en begeleiding met de Master SEN (Special Educational Needs). Vanuit haar ervaring in de klas én als moeder van Fayenn (6) en Mace (3), schrijft ze onder de naam ‘Juf Shelby‘ over opvoeding, onderwijs en gedrag.
Belangrijke data Doorstroomtoets groep 8
In 2026 wordt de doorstroomtoets afgenomen tussen 26 januari t/m 15 februari 2026. Dit is eerder dan de oude eindtoets. Door deze vroege toetsdatum hebben leerlingen en scholen meer tijd om het toetsadvies mee te nemen in het definitieve schooladvies. Het advies dat de leerkracht geeft, blijft leidend, maar de resultaten van de toets kunnen ondersteunen bij het bevestigen of naar boven bijstellen van dit advies. Houd de volgende data in de gaten:
- 10 – 31 januari: Voorlopig schooladvies van de leerkracht.
- 26 januari t/m 15 februari : Afname digitale doorstroomtoets.
- 3 – 4 februari: Afname papieren toets of mix digitaal/papier.
- Uiterlijk 24 maart*: Definitief schooladvies.
- 25 – 31 maart: Centrale aanmeldweek. Aanmelding bij het voortgezet onderwijs.
*Meestal is de uitslag (toetsadvies) op uiterlijk 15 maart bij de school binnen, vaak is het zo dat ouders het definitieve advies uiterlijk eind maart ontvangen.
Adaptieve doorstroomtoets
De school kiest zelf of de toets op papier of digitaal wordt afgenomen. Op sommige scholen mogen kinderen zelf kiezen, of wordt een combinatie gebruikt. De doorstroomtoets kan ook als adaptieve toets ingezet worden. Bij adaptief toetsen past de toets zich aan het niveau van je kind aan, dit zorgt voor een toets op maat. Adaptieve toetsen zijn altijd digitaal, papieren toetsen zijn dus niet adaptief. Adaptieve toetsen werken als volgt:
- Goed resultaat? >> Vragen worden moeilijker.
- Minder goed resultaat? >> Vragen worden eenvoudiger.
Welke doorstroomtoetsen zijn er?
De school kiest een doorstroomtoets die is goedgekeurd door het College van Toetsen en Examens (CvTE). De medezeggenschapsraad praat meestal mee over deze keuze.
- AMN Doorstroomtoets: Digitaal en adaptief
- Dia-toets: Digitaal
- IEP Doorstroomtoets: Digitaal adaptief en op papier
- Leerling in beeld (Cito): Digitaal en op papier
- ROUTE 8 Doorstroomtoets: Digitaal en adaptief
- DOE-toets: Digitaal en adaptief
Wanneer hoeft je kind de toets niet te maken?
Niet alle kinderen van groep 8 maken de doorstroomtoets. De volgende uitzonderingen zijn er:
- Een uitstroomprofiel VSO-arbeidsmarkt of VSO-dagbesteding (volgens OPP).
- Een IQ lager dan 75 is één van de situaties waarin ontheffing kan worden overwogen.
- Minder dan vier jaar in Nederland, met onvoldoende beheersing van het Nederlands.
Speciale ondersteuning
Voor kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften (bijv. dyslexie) zijn aangepaste versies beschikbaar. De leerkracht kijkt welke opties er zijn en welke toets past bij jouw kind. Neem bij vragen contact op met de school om te bespreken wat het beste werkt voor jouw kind.
Wat meet de doorstroomtoets?
De doorstroomtoets test vaardigheden in rekenen, taal, en begrijpend lezen. Het doel is niet alleen om de huidige kennis van een leerling in kaart te brengen, maar ook om te kijken naar het potentieel. Dit helpt scholen en ouders om samen een goed beeld te krijgen van de onderwijsbehoeften van elk kind. Er zullen dus ook altijd vragen getoetst worden die moeilijker zijn dan het niveau groep 8.
De doorstroomtoets meet wat je kind in acht jaar basisschool heeft geleerd op het gebied van lezen, taal en rekenen. De uitslag van de doorstroomtoets geeft een onafhankelijk advies over welk brugklastype het beste past bij de talenten en mogelijkheden van je kind. Zo geeft de doorstroomtoets een onafhankelijke bevestiging van het schooladvies van de leerkracht.
Oefen nu voor de doorstroomtoets met Squla!
Doelgericht oefenen met Squla.
Hoe kun je je kind voorbereiden?
Hoewel het belangrijk is om de spanning voor de toets te beperken, kan een goede voorbereiding bijdragen aan zelfvertrouwen. Als ouder kun je je kind ondersteunen door te zorgen voor:
- Voldoende ontspanning, plan niet te veel activiteiten rondom de toetsperiode. Rust, reinheid en regelmaat. Zoek naar activiteiten waar je kind van ‘oplaad‘. Bespreek met je kind wat hem/haar rustig maakt en kies daar een afwisseling in. Schermtijd is even oké, maar welke dingen kunnen jullie nog meer inzetten voor ontspanning?
- Praat ontspannen over de toets: bespreek met je kind hoe het voelt om de toets te moeten maken, is er spanning? Hoe was dat bij jou vroeger? Spanning is normaal en een toets is bedoeld om talenten en ontwikkelpunten in beeld te brengen. Leg de nadruk niet op een hoge score maar dat het een extra meetinstrument is naast het advies dat al gegeven is door de leerkracht.
- Een rustige omgeving, zoek ‘ontprikkelende’ omgevingen op; ga lekker naar het bos, beweeg, ga naar buiten! Juist in tijden waarin je kind te maken heeft met (wellicht onbewuste) stressfactoren is het zo belangrijk om te focussen op rust en ontprikkeling.
- Een gezond ritme: voeding is de motor van je hersenen. Denk aan voldoende voedingsstoffen en gezond eten.
- Oefenen voor voorspelbaarheid: in groep 8 is ook in de klas geoefend met het maken van toetsen, toch kan het voor je kind een geruststelling zijn samen naar de vraagstelling en manier van toetsen te kijken. Squla heeft online oefenmateriaal beschikbaar dat specifiek gericht is op de vaardigheden die getoetst worden. Het platform biedt uitdagend en gevarieerd materiaal dat aansluit bij de doorstroomtoets, zodat je kind goed voorbereid en met vertrouwen de toets kan maken.
Advies: blijf positief en betrokken
De uitslag van de doorstroomtoets is een momentopname. Het belangrijkste is dat je als ouder blijft benadrukken dat het advies en de doorstroomtoets en de overgang naar de middelbare school een stap zijn in een proces, niet een eindstation. Door samen te werken met de school en vertrouwen te hebben in je kind, zet je een stevige basis voor een succesvolle schoolcarrière.
Hoger advies?
Krijgt je kind een hoger advies op de doorstroomtoets dan het voorlopige advies in januari? Dan moet de school het advies naar boven aanpassen, ook bij een halve schoolsoort. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken, mits de school dit goed onderbouwd. Het advies mag niet naar beneden worden aangepast.
Tot slot
De doorstroomtoets is slechts een momentopname en een hulpmiddel bij het bepalen van het schooladvies. Samen met de school en je kind werk je aan een mooie passende start in het voortgezet onderwijs!
Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel (juf Shelby) | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Wat is de IEP-toets?
IEP staat voor ‘Inzicht Eigen Profiel’ en is een toets die scholen gebruiken om de ontwikkeling van kinderen te volgen. De IEP-toets meet hoe goed een leerling bepaalde vaardigheden beheerst, zoals taal en rekenen. Maar IEP kijkt niet alleen naar ‘hoofd‘, maar ook naar ‘hart en handen‘. Ze werken vanuit de SLO doelen.
Het IEP Leerlingvolgsysteem legt de focus op groei, niet op prestatie. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Daarom vergelijken we kinderen niet met elkaar. (IEP, 2025)
Wat wordt er getoetst bij de IEP toetsen in groep 6?
De IEP-hoofd-toets in groep 6 richt zich vooral op:
Het doel is niet om kinderen te beoordelen, maar om inzicht te krijgen in hun ontwikkeling. De leerkrachten gebruiken de resultaten om hun onderwijs verder te verbeteren en om te kijken waar extra ondersteuning nodig is. Naast taal en rekenen zijn er ook IEP toetsen voor inzicht in sociaal-emotionele ontwikkeling, leeraanpak en creatief vermogen. Zo krijg je een compleet beeld van een leerling. Dit onderdeel noemt IEP Hart en Handen:
IEP toets Taal groep 6
In groep 6 worden de IEP-taaltoetsen afgenomen, deze zijn ontworpen om de taalontwikkeling van leerlingen te meten. Deze toetsen sluiten aan bij het Referentiekader Nederlandse taal, wat betekent dat de uitslag aangeeft welk referentieniveau een leerling heeft behaald: <1F, 1F of 2F. De volgende onderdelen komen aan bod:
- Technisch lezen
Dit gaat over het correct en vlot kunnen lezen van teksten, waarbij het gaat om goed en mooi lezen.
- Taalverzorging (Spelling)
Dit onderdeel test hoe goed leerlingen de juiste spelling van woorden beheersen.
- Lezen
Naast technisch lezen wordt er ook gekeken naar begrijpend lezen: het vermogen om een tekst goed te begrijpen en de juiste informatie eruit te halen.
- Schrijven
- Woordenschat
Dit onderdeel meet de uitbreiding van de woordenschat van leerlingen, wat essentieel is voor zowel lezen als schrijven.
IEP toets rekenen groep 6
In groep 6 worden de rekentoetsen afgenomen die aansluiten bij het Referentiekader rekenen. Deze toetsen geven inzicht in het behaalde referentieniveau van jouw kind, wat helpt te bepalen welke ‘rekenskills’ hij of zij heeft ontwikkeld.
Wat meet de IEP rekentoets?
In de rekentoetsen maken leerlingen zowel contextvragen als kale sommen. Contextvragen ook wel verhaaltjessommen genoemd testen hoe goed leerlingen rekenen kunnen toepassen in alledaagse situaties, terwijl kale sommen puur de rekenvaardigheid meten zonder extra context. Samen geven deze verschillende soorten vragen een volledig beeld van de rekenvaardigheid van je kind. De toetsen bevatten de volgende onderdelen:
- Getallen
Dit onderdeel test het begrip en het gebruik van getallen, zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, en het werken met grotere getallen.
- Meten en Meetkunde
Hier wordt gekeken naar de kennis van afmetingen, zoals lengtes, oppervlakten, volumes en het gebruik van meetinstrumenten.
- Verbanden
Het combineren van meerdere tussenstappen om iets uit te rekenen in één vraag.
- Verhoudingen
Verhoudingen zoals breuken, procenten en verhoudingstabellen.
De uitslag van de IEP toetsen
De uitslag van de toets geeft aan op welk niveau je kind bepaalde vaardigheden beheerst. Dit wordt vaak weergegeven met een schaal die laat zien of je kind zich ontwikkelt volgens de verwachtingen. Het is belangrijk om te onthouden dat ook een IEP toets slechts een momentopname is. Kinderen groeien allemaal op hun eigen tempo.
Bij IEP worden kinderen niet met elkaar vergeleken. IEP beweert ontwikkelgericht te volgen en niet prestatiegericht. Dat wil zeggen dat er dus gekeken wordt naar de groei die een kind doormaakt. Een lage score kan namelijk als je de toets analyseert soms best een hele grote persoonlijke groei van een kind zijn geweest.
Referentieniveaus vanaf groep 6
Referentieniveaus geven aan welk niveau een leerling heeft bereikt in taal en rekenen. Ze helpen scholen te bepalen of een leerling klaar is voor het voortgezet onderwijs en waar extra ondersteuning nodig is. De belangrijkste niveaus zijn:
- 1F: Het fundamentele niveau dat vrijwel alle leerlingen minimaal moeten beheersen aan het einde van de basisschool. Dit niveau bereidt leerlingen voor op uitstroom naar vmbo-basis/kader.
- 1S: Een hoger niveau dat vaak als streefniveau wordt gezien en waar een leerling naartoe kan werken.
- 1S/2F: Verhoogde streefniveaus voor leerlingen in taal of rekenen. Dit niveau bereidt leerlingen voor op vmbo-tl, havo en vwo.
Vanaf groep 6 worden referentieniveaus gemeten bij de IEP-toetsen. In groep 3 begint men al met het werken naar het 1F-niveau, en bijna alle leerlingen behalen dit niveau aan het einde van de basisschoolperiode.
IEP hart en handen
Het IEP Leerling Volgsysteem (LVS) biedt naast de hoofdtoetsen ook aanvullende hulpmiddelen die inzicht geven in de sociaal-emotionele ontwikkeling, leeraanpak en creatief vermogen van je kind.
- Sociaal-emotionele ontwikkeling: Het IEP LVS toont hoe je kind zich sociaal en emotioneel ontwikkelt. Het geeft inzicht in het zelfbeeld van de leerling, hoe hij of zij omgaat met sociale situaties en gevoelens, en het vermogen om zich in anderen in te leven.
- Leeraanpak: Dit onderdeel meet hoe goed je kind het leren plant en organiseert, en in hoeverre hij of zij doorzet en gemotiveerd is. Leerlingen beantwoorden vragen over hoe ze werken tijdens de les en omgaan met opdrachten.
- Creatief vermogen: Het creatief vermogen wordt gemeten met een test die door TNO is ontwikkeld. Leerlingen geven aan hoe eigenschappen als nieuwsgierigheid, vindingrijkheid en samenwerking bij hen passen. Ook de schoolcontext, zoals ruimte voor creativiteit, wordt meegenomen.
Deze profielen geven niet alleen een goed overzicht van de sterke persoonlijkheidskenmerken van je kind, maar bieden ook praktische handvatten voor verdere groei. Als leerkracht en gedragsspecialist ben ik blij dat er bij IEP ook aandacht is voor deze aspecten. Het betrekken van kinderen bij dit proces, door hen zelf te laten reflecteren op hun profiel, geeft hen bovendien een gevoel van eigenaarschap over hun eigen ontwikkeling. Dit maakt het leerproces maar ook het gesprek over ‘gedrag’ persoonlijker en gerichter.
Spanning voor de IEP toets?
Soms maken ouders en kinderen zich zorgen over toetsen. Dat is begrijpelijk, maar niet nodig. Toetsen zijn er om te leren en te groeien.
Wil je je kind helpen? Zorg dan vooral voor ontspanning:
- Blijf positief: Moedig je kind aan zonder druk te leggen op de resultaten.
- Zorg voor rust: Een goede nachtrust, maar ook op tijd opstaan (en de dag zonder ochtend-spits-stress beginnen) en een ontspannen sfeer thuis helpen enorm.
- Maak leren leuk: Speelse taal- en rekenspelletjes kunnen helpen om vaardigheden te oefenen zonder dat het voelt als ‘moeten’.
Oefenen voor de toets is in principe niet nodig, omdat de toets bedoeld is om objectief te meten wat je kind kan. Wel kan het helpen om vertrouwd te raken met de vraagstelling, omdat LVS-toetsen anders geformuleerd zijn dan methodetoetsen. In de les of thuis oefenen met de belangrijkste lesstof van dat leerjaar, kan wel zinvol zijn.
Ieder kind groeit op zijn eigen manier
Elk kind heeft zijn eigen tempo en talenten. De IEP-toets helpt scholen en ouders om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van een kind, zodat ze passende begeleiding kunnen bieden. Het allerbelangrijkste is dat je kind zich veilig en gemotiveerd voelt om te leren.
Dus, als de IEP-toets eraan komt: adem in, adem uit… en weet dat jouw kind op zijn eigen manier groeit en leert. En dat is precies zoals het zou moeten zijn!
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) | Intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Bureau ICE. (z.d.). IEP Hart en Handen: Sociaal-emotionele ontwikkeling en leeraanpak in beeld. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-hartenhanden/
Bureau ICE. (z.d.). Webinar: Het IEP LVS in 30 minuten [Webinar]. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-lvs/
Ouderavond IEP toetsen (ouderbijeenkomst basisschool, bijgewoond oktober 2024)
SLO. (2010). Referentiekader taal en rekenen: Referentieniveaus voor taal en rekenen. Stichting Leerplanontwikkeling. https://www.slo.nl/publish/pages/5901/referentiekader_taal_en_rekenen_referentieniveaus.pdf
Wat is de IEP-toets?
IEP staat voor Inzicht Eigen Profiel. Het is een leerlingvolgsysteem (LVS) dat de cognitieve én persoonlijke ontwikkeling van je kind in kaart brengt. De IEP-toets meet hoe goed een leerling bepaalde vaardigheden beheerst, zoals taal en rekenen. Maar IEP kijkt niet alleen naar ‘hoofd’, maar ook naar ‘hart en handen’. Het IEP LVS sluit aan op de leerdoelen van het SLO.
Het IEP Leerlingvolgsysteem legt de focus op groei, niet op prestatie. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Daarom vergelijken we kinderen niet met elkaar. (IEP, 2025)
Wat wordt er getoetst bij de IEP toetsen in groep 7?
In groep 7 zijn de toetsen inhoudelijk uitgebreider dan in groep 6. Er wordt meer diepgang gevraagd in vaardigheden en er komt extra focus op het toepassen van de geleerde lesstof. De toetsen bereiden leerlingen bovendien al deels voor op de overgang naar groep 8 en de eindtoets. De IEP-hoofd-toets in groep 7 richt zich vooral op:
Het doel is niet om kinderen te beoordelen, maar om inzicht te krijgen in hun ontwikkeling. De leerkrachten gebruiken de resultaten om hun onderwijs verder te verbeteren en om te kijken waar extra ondersteuning nodig is. Naast taal en rekenen zijn er ook IEP toetsen voor inzicht in sociaal-emotionele ontwikkeling, leeraanpak en creatief vermogen. Zo krijg je een compleet beeld van een leerling. Dit onderdeel noemt IEP: Hart en Handen.
IEP-toets taal in groep 7
In groep 7 worden de IEP-taaltoetsen afgenomen, deze zijn ontworpen om de taalontwikkeling van leerlingen te meten. Deze toetsen sluiten aan bij het Referentiekader Nederlandse taal, wat betekent dat de uitslag aangeeft welk referentieniveau een leerling heeft behaald: <1F, 1F of 2F. De volgende onderdelen komen aan bod:
- Technisch lezen
Dit gaat over het correct en vlot kunnen lezen van teksten, waarbij het gaat om goed en mooi lezen. In groep 7 zijn dit ook langere teksten.
- Taalverzorging (Spelling & grammatica)
Dit onderdeel test hoe goed leerlingen de juiste spelling van woorden beheersen, in groep 7 wordt ook grammatica getoetst.
- Lezen
Naast technisch lezen wordt er ook gekeken naar begrijpend lezen: het vermogen om een tekst goed te begrijpen en de juiste informatie eruit te halen. In groep 7 zijn de teksten moeilijker en vragen meer tekstbegrip.
- Schrijven
Steeds vaker wordt dit geïntegreerd met begrijpend lezen, zoals het herschrijven of samenvatten van teksten.
- Woordenschat
Dit onderdeel meet de uitbreiding van de woordenschat van leerlingen, wat essentieel is voor zowel lezen als schrijven. In groep 7 komen weer moeilijkere woorden aan bod bij de toets.
IEP-toets rekenen in groep 7
In groep 7 worden de rekentoetsen afgenomen die aansluiten bij het Referentiekader rekenen. Deze toetsen geven inzicht in het behaalde referentieniveau van jouw kind, wat helpt te bepalen welke ‘rekenskills’ hij of zij heeft ontwikkeld.
Wat meet de IEP rekentoets?
In de rekentoetsen maken leerlingen zowel contextvragen als kale sommen. Contextvragen ook wel verhaaltjessommen genoemd testen hoe goed leerlingen rekenen kunnen toepassen in alledaagse situaties, terwijl kale sommen puur de rekenvaardigheid meten zonder extra context. Samen geven deze verschillende soorten vragen een volledig beeld van de rekenvaardigheid van je kind. De toetsen bevatten de volgende onderdelen:
- Getallen
Dit onderdeel test het begrip en het gebruik van getallen, zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen en het werken met grotere getallen. In groep 7 komen hier ook meer deelsommen, breuken en kommagetallen bij.
- Meten en Meetkunde
Hier wordt gekeken naar de kennis van afmetingen, zoals lengtes, oppervlakten, volumes en het gebruik van meetinstrumenten.
- Verbanden leggen
Het combineren van meerdere rekenonderdelen in één vraag (bijvoorbeeld een meetprobleem oplossen met breuken).
- Verhoudingen
Verhoudingen zoals breuken, procenten en verhoudingstabellen. In groep 7 komt dit in samengestelde vragen aan bod (dus meerdere rekenstappen toepassen om tot het antwoord te komen).
De uitslag van de IEP toetsen in groep 7
De uitslag van de toets geeft aan op welk niveau je kind bepaalde vaardigheden beheerst. Dit wordt vaak weergegeven met een schaal die laat zien of je kind zich ontwikkelt volgens de verwachting. Het is belangrijk om te onthouden dat ook een IEP toets slechts een momentopname is. Kinderen groeien allemaal op hun eigen tempo.
In groep 7 neemt de leerkracht de uitslag vaak mee als onderdeel van het opstellen van het pre-advies. Ook wordt er vaak in groep 8 gekeken naar de uitslagen van de toetsen in groep 7. Hangt hier dan alles van af? Nee, zeker niet! Er spelen veel meer factoren mee bij het opstellen van een advies. Lees hier meer over in mijn blog over het pre-advies in groep 7.
Bij IEP worden kinderen niet met elkaar vergeleken. IEP beweert ontwikkelgericht te volgen en niet prestatiegericht. Dat wil zeggen dat er dus gekeken wordt naar de groei die een kind doormaakt. Een lage score kan namelijk als je de toets analyseert soms best een hele grote persoonlijke groei van een kind zijn geweest.
Referentieniveaus in groep 7
Referentieniveaus geven aan welk niveau een leerling heeft bereikt in taal en rekenen. Ze helpen scholen te bepalen of een leerling klaar is voor het voortgezet onderwijs en waar extra ondersteuning nodig is. De belangrijkste niveaus zijn:
- 1F: Het fundamentele niveau dat vrijwel alle leerlingen minimaal moeten beheersen aan het einde van de basisschool. Dit niveau bereidt leerlingen voor op uitstroom naar vmbo-basis/kader.
- 1S: Een hoger niveau dat vaak als streefniveau wordt gezien en waar een leerling naartoe kan werken.
- 1S/2F: Verhoogde streefniveaus voor leerlingen in taal of rekenen. Dit niveau bereidt leerlingen voor op vmbo-tl, havo en vwo.
Vanaf groep 6 worden referentieniveaus gemeten bij de IEP-toetsen. In groep 3 begint men al met het werken naar het 1F-niveau, en bijna alle leerlingen behalen dit niveau aan het einde van de basisschoolperiode.
IEP hart en handen
Naast hoofd (taal en rekenen), biedt het IEP LVS inzicht in de sociaal-emotionele ontwikkeling, de leeraanpak en het creatief vermogen van kinderen – ook in groep 7:
- Sociaal-emotionele ontwikkeling: Het IEP LVS toont hoe je kind zich sociaal en emotioneel ontwikkelt. Het geeft inzicht in het zelfbeeld van de leerling, hoe hij of zij omgaat met sociale situaties en gevoelens, en het vermogen om zich in anderen in te leven.
- Leeraanpak: Dit onderdeel meet hoe goed je kind het leren plant en organiseert, en in hoeverre hij of zij doorzet en gemotiveerd is. Leerlingen beantwoorden vragen over hoe ze werken tijdens de les en omgaan met opdrachten.
- Creatief vermogen: Het creatief vermogen wordt gemeten met een test die door TNO is ontwikkeld. Leerlingen geven aan hoe eigenschappen als nieuwsgierigheid, vindingrijkheid en samenwerking bij hen passen. Ook de schoolcontext, zoals ruimte voor creativiteit, wordt meegenomen.
Deze profielen geven niet alleen een goed overzicht van de sterke persoonlijkheidskenmerken van je kind, maar bieden ook praktische handvatten voor verdere groei. Als leerkracht en gedragsspecialist ben ik blij dat er bij IEP ook aandacht is voor deze aspecten. Het betrekken van kinderen bij dit proces, door hen zelf te laten reflecteren op hun profiel, geeft hen bovendien een gevoel van eigenaarschap over hun eigen ontwikkeling. Dit maakt het leerproces maar ook het gesprek over ‘gedrag’ persoonlijker en gerichter.
Spanning voor de IEP toets?
Soms maken ouders en kinderen zich zorgen over toetsen, met name met het zicht op het voortgezet onderwijs en het ‘schooladvies’ in groep 8 ligt er sneller een gevoel van druk op de toetsen in groep 7. Dat is begrijpelijk, maar niet nodig. Toetsen zijn er om te leren en te groeien. Blijf in gesprek met je kind en laat merken dat je trots bent op inzet, niet alleen op cijfers.
Wil je je kind helpen? Zorg dan vooral voor ontspanning:
- Blijf positief: Moedig je kind aan zonder druk te leggen op de resultaten. Zeg dus niet dat de toetsen in groep 7 bepalend zijn voor het advies, maar focus op dat het de groei laat zien in wat je kind ieder jaar meer geleerd heeft. Maar ook inzicht geeft in welke onderdelen wellicht nog wat oefening nodig hebben.
- Zorg voor rust: Een goede nachtrust, maar ook op tijd opstaan (en de dag zonder ochtend-spits-stress beginnen) en een ontspannen sfeer thuis helpen enorm.
- Maak leren leuk: Speelse taal- en rekenspelletjes kunnen helpen om vaardigheden te oefenen zonder dat het voelt als ‘moeten’.
Is oefenen voor de toets nodig?
Oefenen voor de toets is in principe niet nodig, omdat de toets bedoeld is om objectief te meten wat je kind kan. De IEP-toetsresultaten in groep 7 zijn bedoeld als tussentijdse peiling van de ontwikkeling. De uitslagen laten zien op welk referentieniveau je kind functioneert. Wel kan het helpen om vertrouwd te raken met de vraagstelling, omdat LVS-toetsen anders geformuleerd zijn dan methodetoetsen.
Kennismaken met de toets-vraagstelling met Squla
In de les of thuis oefenen met de belangrijkste lesstof van dat leerjaar, kan wel zinvol zijn. Daarnaast kan je kind met het vak “toetsen oefenen” alvast kennis maken met de vraagstelling van IEP. De quizzen bieden extra oefening of dagen juist uit en zorgen voor meer inzicht.
Ruimte voor ieders tempo: omgaan met verschillen in groep 7
De overgang van groep 6 naar groep 7 is een belangrijke fase in de ontwikkeling van je kind. In deze groep wordt de lesstof merkbaar moeilijker: nieuwe onderwerpen volgen elkaar snel op en er wordt steeds meer zelfstandigheid gevraagd. De analyse van de toets kan duidelijk maken welke onderdelen je kind eventueel extra ondersteuning nodig heeft.
Wat ik als leerkracht regelmatig merkte, is dat sommige leerlingen: met name degenen die richting een praktische leerroute zoals VMBO-BB vaker tegen de grenzen van hun leervermogen aanlopen. Dit is absoluut geen tekortkoming, maar een signaal dat de aangeboden lesstof soms minder goed aansluit bij hun praktische manier van leren. Dat kan bij kinderen zorgen voor onzekerheid, zeker in een klas waar de verschillen in tempo en niveau zichtbaarder worden én kinderen in de pre-puberfase komen (hallo onzekerheid!). Juist daarom is het belangrijk om ontwikkeling breed te blijven bekijken en oog te houden voor de unieke talenten van ieder kind.
Elk kind heeft zijn eigen tempo en talenten. De IEP-toets helpt scholen en ouders om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van een kind, zodat ze passende hulp kunnen bieden. Het allerbelangrijkste is dat je kind zich veilig en gemotiveerd voelt om te leren.
Blijf als ouder vooral ondersteunen zonder te sturen op prestaties. Want of je kind nu uitblinkt in taal, rekenen of creativiteit: het is de persoonlijke groei die telt!
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) | Intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Bureau ICE. (z.d.). IEP Hart en Handen: Sociaal-emotionele ontwikkeling en leeraanpak in beeld. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-hartenhanden/
Bureau ICE. (z.d.). Webinar: Het IEP LVS in 30 minuten [Webinar]. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-lvs/
Ouderavond IEP toetsen (ouderbijeenkomst basisschool, bijgewoond oktober 2024)
SLO. (2010). Referentiekader taal en rekenen: Referentieniveaus voor taal en rekenen. Stichting Leerplanontwikkeling. https://www.slo.nl/publish/pages/5901/referentiekader_taal_en_rekenen_referentieniveaus.pdf
Wat is de IEP-toets?
IEP staat voor Inzicht Eigen Profiel. Het is een leerlingvolgsysteem (LVS) dat de cognitieve én persoonlijke ontwikkeling van je kind in kaart brengt. De IEP-toets meet hoe goed een leerling bepaalde vaardigheden beheerst, zoals taal en rekenen. Maar IEP kijkt niet alleen naar ‘hoofd’, maar ook naar ‘hart en handen’. Het IEP LVS sluit aan op de leerdoelen van het SLO.
Het IEP Leerlingvolgsysteem legt de focus op groei, niet op prestatie. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Daarom vergelijken we kinderen niet met elkaar. (IEP, 2025)
Wat wordt er getoetst bij de IEP toetsen in groep 8?
In groep 8 zijn de toetsen inhoudelijk uitgebreider dan in groep 7. Er wordt meer diepgang gevraagd in vaardigheden en er komt extra focus op het toepassen van de geleerde lesstof. De toetsen bereiden leerlingen bovendien al deels voor op de overgang naar het voortgezet onderwijs en de eindtoets. De IEP-hoofd-toets in groep 8 richt zich vooral op:
Het doel is niet om kinderen te beoordelen, maar om inzicht te krijgen in hun ontwikkeling. De leerkrachten gebruiken de resultaten om hun onderwijs verder te verbeteren en om te kijken waar extra ondersteuning nodig is. Naast taal en rekenen zijn er ook IEP toetsen voor inzicht in sociaal-emotionele ontwikkeling, leeraanpak en creatief vermogen. Zo krijg je een compleet beeld van een leerling. Dit onderdeel noemt IEP: Hart en Handen.
IEP-toets taal in groep 8
In groep 8 worden de IEP-taaltoetsen afgenomen, deze zijn ontworpen om de taalontwikkeling van leerlingen te meten. Deze toetsen sluiten aan bij het Referentiekader Nederlandse taal, wat betekent dat de uitslag aangeeft welk referentieniveau een leerling heeft behaald: <1F, 1F of 2F. De volgende onderdelen komen aan bod:
- Technisch lezen
Dit gaat over het correct en vlot kunnen lezen van teksten, waarbij het gaat om goed en mooi lezen. In groep 8 zijn dit ook langere teksten.
- Taalverzorging (Spelling & grammatica)
Dit onderdeel test hoe goed leerlingen de juiste spelling van woorden beheersen, in groep 8 wordt ook grammatica getoetst.
- Lezen
Naast technisch lezen wordt er ook gekeken naar begrijpend lezen: het vermogen om een tekst goed te begrijpen en de juiste informatie eruit te halen. In groep 8 zijn de teksten moeilijker en vragen meer tekstbegrip.
- Schrijven
Steeds vaker wordt dit geïntegreerd met begrijpend lezen, zoals het herschrijven of samenvatten van teksten.
- Woordenschat
Dit onderdeel meet de uitbreiding van de woordenschat van leerlingen, wat essentieel is voor zowel lezen als schrijven. In groep 8 komen weer moeilijkere woorden aan bod bij de toets.
IEP-toets rekenen in groep 8
In groep 8 worden de rekentoetsen afgenomen die aansluiten bij het Referentiekader rekenen. Deze toetsen geven inzicht in het behaalde referentieniveau van jouw kind, wat helpt te bepalen welke ‘rekenskills’ hij of zij heeft ontwikkeld.
Wat meet de IEP rekentoets?
In de rekentoetsen maken leerlingen zowel contextvragen als kale sommen. Contextvragen ook wel verhaaltjessommen genoemd testen hoe goed leerlingen rekenen kunnen toepassen in alledaagse situaties, terwijl kale sommen puur de rekenvaardigheid meten zonder extra context. Samen geven deze verschillende soorten vragen een volledig beeld van de rekenvaardigheid van je kind. De toetsen bevatten de volgende onderdelen:
- Getallen
Dit onderdeel test het begrip en het gebruik van getallen, zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen en het werken met grotere getallen. In groep 8 komen hier ook meer deelsommen, breuken en kommagetallen bij.
- Meten en Meetkunde
Hier wordt gekeken naar de kennis van afmetingen, zoals lengtes, oppervlakten, volumes en het gebruik van meetinstrumenten.
- Verbanden leggen
Het combineren van meerdere rekenonderdelen in één vraag (bijvoorbeeld een meetprobleem oplossen met breuken).
- Verhoudingen
Verhoudingen zoals breuken, procenten en verhoudingstabellen. In groep 8 komt dit in samengestelde vragen aan bod (dus meerdere rekenstappen toepassen om tot het antwoord te komen).
De uitslag van de IEP toetsen in groep 8
De uitslag van de toets geeft aan op welk niveau je kind bepaalde vaardigheden beheerst. Dit wordt vaak weergegeven met een schaal die laat zien of je kind zich ontwikkelt volgens de verwachting. Het is belangrijk om te onthouden dat ook een IEP toets slechts een momentopname is. Kinderen groeien allemaal op hun eigen tempo.
In groep 8 neemt de leerkracht de uitslag mee als onderdeel van het opstellen van het schooladvies. Ook wordt er vaak in groep 8 gekeken naar de uitslagen van de toetsen in groep 7. Hangt hier dan alles van af? Nee, zeker niet! Er spelen veel meer factoren mee bij het opstellen van een advies. Lees hier meer over in mijn blog over het pre-advies in groep 7.
Bij IEP worden kinderen niet met elkaar vergeleken. IEP beweert ontwikkelgericht te volgen en niet prestatiegericht. Dat wil zeggen dat er dus gekeken wordt naar de groei die een kind doormaakt. Een lage score kan namelijk als je de toets analyseert soms best een hele grote persoonlijke groei van een kind zijn geweest.
Referentieniveaus in groep 8
Referentieniveaus geven aan welk niveau een leerling heeft bereikt in taal en rekenen. Ze helpen scholen te bepalen of een leerling klaar is voor het voortgezet onderwijs en waar extra ondersteuning nodig is. De belangrijkste niveaus zijn:
- 1F: Het fundamentele niveau dat vrijwel alle leerlingen minimaal moeten beheersen aan het einde van de basisschool. Dit niveau bereidt leerlingen voor op uitstroom naar vmbo-basis/kader.
- 1S: Een hoger niveau dat vaak als streefniveau wordt gezien en waar een leerling naartoe kan werken.
- 1S/2F: Verhoogde streefniveaus voor leerlingen in taal of rekenen. Dit niveau bereidt leerlingen voor op vmbo-tl, havo en vwo.
Vanaf groep 6 worden referentieniveaus gemeten bij de IEP-toetsen. In groep 3 begint men al met het werken naar het 1F-niveau, en bijna alle leerlingen behalen dit niveau aan het einde van de basisschoolperiode.
IEP hart en handen
Naast hoofd (taal en rekenen), biedt het IEP LVS inzicht in de sociaal-emotionele ontwikkeling, de leeraanpak en het creatief vermogen van kinderen – ook in groep 8:
- Sociaal-emotionele ontwikkeling: Het IEP LVS toont hoe je kind zich sociaal en emotioneel ontwikkelt. Het geeft inzicht in het zelfbeeld van de leerling, hoe hij of zij omgaat met sociale situaties en gevoelens, en het vermogen om zich in anderen in te leven.
- Leeraanpak: Dit onderdeel meet hoe goed je kind het leren plant en organiseert, en in hoeverre hij of zij doorzet en gemotiveerd is. Leerlingen beantwoorden vragen over hoe ze werken tijdens de les en omgaan met opdrachten.
- Creatief vermogen: Het creatief vermogen wordt gemeten met een test die door TNO is ontwikkeld. Leerlingen geven aan hoe eigenschappen als nieuwsgierigheid, vindingrijkheid en samenwerking bij hen passen. Ook de schoolcontext, zoals ruimte voor creativiteit, wordt meegenomen.
Deze profielen geven niet alleen een goed overzicht van de sterke persoonlijkheidskenmerken van je kind, maar bieden ook praktische handvatten voor verdere groei. Als leerkracht en gedragsspecialist ben ik blij dat er bij IEP ook aandacht is voor deze aspecten. Het betrekken van kinderen bij dit proces, door hen zelf te laten reflecteren op hun profiel, geeft hen bovendien een gevoel van eigenaarschap over hun eigen ontwikkeling. Dit maakt het leerproces maar ook het gesprek over ‘gedrag’ persoonlijker en gerichter.
Spanning voor de IEP toets?
Soms maken ouders en kinderen zich zorgen over toetsen, met name met het zicht op het voortgezet onderwijs en het ‘schooladvies’ in groep 8 ligt er sneller een gevoel van druk op de toetsen in groep 8. Dat is begrijpelijk, maar niet nodig. Toetsen zijn er om te leren en te groeien. Blijf in gesprek met je kind en laat merken dat je trots bent op inzet, niet alleen op cijfers.
Wil je je kind helpen? Zorg dan vooral voor ontspanning:
- Blijf positief: Moedig je kind aan zonder druk te leggen op de resultaten. Zeg dus niet dat de toetsen in groep 8 allesbepalend zijn voor het advies, maar focus op dat het de groei laat zien in wat je kind ieder jaar meer geleerd heeft. Maar ook inzicht geeft in welke onderdelen wellicht nog wat oefening nodig hebben.
- Zorg voor rust: Een goede nachtrust, maar ook op tijd opstaan (en de dag zonder ochtend-spits-stress beginnen) en een ontspannen sfeer thuis helpen enorm.
- Maak leren leuk: Speelse taal- en rekenspelletjes kunnen helpen om vaardigheden te oefenen zonder dat het voelt als ‘moeten’.
Is oefenen voor de toets nodig?
Oefenen voor de toets is in principe niet nodig, omdat de toets bedoeld is om objectief te meten wat je kind kan. De IEP-toetsresultaten in groep 7 en 8 zijn bedoeld als tussentijdse peiling van de ontwikkeling. De uitslagen laten zien op welk referentieniveau je kind functioneert. Wel kan het helpen om vertrouwd te raken met de vraagstelling, omdat LVS-toetsen anders geformuleerd zijn dan methodetoetsen.
Kennismaken met de toets-vraagstelling met Squla
In de les of thuis oefenen met de belangrijkste lesstof van dat leerjaar, kan wel zinvol zijn. Daarnaast kan je kind met het vak “toetsen oefenen” alvast kennis maken met de vraagstelling van IEP. De quizzen bieden extra oefening of dagen juist uit en zorgen voor meer inzicht.
Ruimte voor ieders tempo: omgaan met verschillen in groep 8
Wat ik als leerkracht regelmatig merkte, is dat sommige leerlingen in groep 8: met name degenen die richting een praktische leerroute zoals VMBO-BB vaker tegen de grenzen van hun leervermogen aanlopen. Dit is absoluut geen tekortkoming, maar een signaal dat de aangeboden lesstof soms minder goed aansluit bij hun praktische manier van leren. Dat kan bij kinderen zorgen voor onzekerheid, zeker in een klas waar de verschillen in tempo en niveau zichtbaarder worden én kinderen in de pre-puberfase komen (hallo onzekerheid!). Juist daarom is het belangrijk om de unieke talenten van een kind te blijven benadrukken als leerkracht en als ouder.
De IEP Eindtoets en het schooladvies
In groep 8 maken leerlingen een eindtoets. Steeds meer scholen kiezen hierbij voor de IEP Eindtoets. Deze wordt afgenomen nádat het schooladvies al is gegeven. Dat is een bewuste keuze: het advies van de school, gebaseerd op het beeld van de leerling over meerdere jaren, staat centraal. De IEP Eindtoets bevestigt of het advies passend is of dat er aanleiding is om het naar boven te heroverwegen.
De toetsresultaten kunnen namelijk een signaal zijn: als een leerling hoger scoort dan verwacht, kan de school, in overleg met ouders het schooladvies nog naar boven toe aanpassen. Andersom mag dat niet: een lagere toetsuitslag heeft géén negatieve invloed op het al gegeven advies. Dat haalt gelukkig al wat meer ‘druk’ van de eindtoets af.
Overstap naar het voortgezet onderwijs
De overgang naar het voortgezet onderwijs is een grote stap voor kinderen én ouders. Het schooladvies geeft richting aan die stap. De IEP Eindtoets biedt aanvullende informatie, maar uiteindelijk is het belangrijk dat een kind op een plek terechtkomt waar het zich prettig voelt en zich verder kan ontwikkelen op zijn of haar eigen manier.
IEP helpt hierbij door niet alleen cognitieve scores te tonen, maar ook inzicht te geven in persoonlijke leerkenmerken. Een leerling die misschien op 1F scoort, maar met een sterke motivatie en zelfstandigheid, kan zich goed ontwikkelen binnen het VMBO. Andersom kan een kind dat op 2F scoort, maar onzeker is of weinig zelfvertrouwen heeft, juist wel baat hebben bij extra ondersteuning in het begin van de brugklas. Deze informatie wordt vaak ook meegenomen in de overdracht van de leerkracht van groep 8 naar het voortgezet onderwijs.
Blijf als ouder vooral ondersteunen zonder te sturen op prestaties. Want of je kind nu uitblinkt in taal, rekenen of creativiteit: het is de persoonlijke groei die telt!
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) | Intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Bureau ICE. (z.d.). IEP Hart en Handen: Sociaal-emotionele ontwikkeling en leeraanpak in beeld. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-hartenhanden/
Bureau ICE. (z.d.). Webinar: Het IEP LVS in 30 minuten [Webinar]. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-lvs/
Ouderavond IEP toetsen (ouderbijeenkomst basisschool, bijgewoond oktober 2024)
SLO. (2010). Referentiekader taal en rekenen: Referentieniveaus voor taal en rekenen. Stichting Leerplanontwikkeling. https://www.slo.nl/publish/pages/5901/referentiekader_taal_en_rekenen_referentieniveaus.pdf
Wat zijn de ‘Leerling in Beeld’ (LIB)-toetsen?
De Leerling in Beeld (LIB)-toetsen zijn de vernieuwde versie van de bekende Cito-toetsen. In groep 7 toetst LIB de vakken rekenen, begrijpend lezen en taalverzorging. Deze toetsen helpen scholen om de voortgang van je kind te volgen en inzicht te krijgen in wat je kind al kan en waar nog ontwikkelingskansen liggen.
De LIB-toetsen zijn bedoeld om te meten wat je kind al kan en waar nog ontwikkeling mogelijk is. Daarom bevat de toets ook bewust opgaven die nog niet helemaal binnen de verwachte kennis van je kind vallen. In grafieken zie je de groei van je kind, niet alleen op het moment van toetsing, maar ook over de afgelopen jaren.
Wanneer zijn de Leerling in Beeld (LIB) toetsen in groep 7?
De Leerling in Beeld toetsen vinden twee keer per schooljaar plaats in groep 7.
- De M-toets (Midden) wordt afgenomen in januari/februari.
- De E-toets (Eind) in mei/juni.
Deze toetsen helpen leerkrachten om de voortgang en het niveau van je kind te volgen als voorbereiding op het voortgezet onderwijs. Omdat deze toetsen twee keer per schooljaar worden afgenomen, krijg je niet alleen een momentopname, maar ook inzicht in de groei van je kind gedurende het schooljaar.
Op basis van de toetsresultaten ontstaat in groep 7 een “verwacht toetsadvies” (vmbo, havo of vwo), dat leerkrachten gebruiken als indicatie voor het pre-advies in groep 8. Dit advies is niet bindend, maar helpt wel om een goed beeld te vormen van het best passende vervolgonderwijs.
Onderdelen van de Cito-toets (Leerling in Beeld)
De Leerling in Beeld (LIB)-toets in groep 7 is opgebouwd uit verschillende onderdelen die inzicht geven in de vaardigheden en ontwikkeling van je kind. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste vakken en wat ze meten:
1. Rekenen
Dit onderdeel test zowel ‘kale sommen’ (bijvoorbeeld 547 + 238) als praktische verhaaltjessommen. Het richt zich op:
- Rekenvaardigheden: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen.
- Verhoudingen en breuken: inzicht in verhoudingen, procenten en breuken.
- Meetkunde: werken met figuren, lengtes meten en afstanden berekenen.
2. Taalverzorging
3. Begrijpend Lezen
Begrijpend lezen is een essentieel onderdeel dat je kind helpt teksten te begrijpen en juiste conclusies te trekken. Er komen verschillende soorten vragen voorbij, zoals tekstopgaven en evaluatie-opgaven, met afwisselende teksten. Vaardigheden die hierbij getest worden zijn:
- Informatie verwerken: tabellen, grafieken en schema’s lezen.
4. Technisch lezen: AVI en DMT
Lezen vormt de basis voor alle vakken. Technisch lezen wordt gemeten met twee toetsen:
- AVI: deze toets is een individuele afname, waarbij je kind de tekst op een leeskaart hardop voorleest. De leerkracht of begeleider noteert het tempo en eventuele leesfouten. Na de afname volgt een AVI-leesniveau. Dit geeft aan welke boeken het best passen bij het leesniveau van de leerlingen.
- DMT: tijdens de Drie-Minuten-Toets (DMT) leest je kind binnen één minuut zoveel mogelijk losse woorden op leeskaarten met oplopende moeilijkheidsgraad. Het aantal goed gelezen woorden in een minuut wordt genoteerd.
De vakgebieden taal, rekenen en lezen vormen het basispakket van de LIB-toetsen dat de meeste scholen gebruiken. Sommige scholen kiezen voor een uitgebreider pakket met extra onderdelen zoals Engels, woordenschat, begrijpend luisteren, sociaal-emotioneel functioneren, en executieve functies.
Hoe kan ik mijn kind voorbereiden op de LIB-toets?
Een goede voorbereiding voor de LIB-toets helpt je kind zelfvertrouwen op te bouwen. De toets laat zien wat je kind al kan en waar het nog kan groeien. Hier is een praktische checklist voor een ontspannen en effectieve voorbereiding:
- Zorg voor zelfvertrouwen: moedig je kind aan om de toets te zien als een kans om te laten zien wat het kan. Fouten maken is oké; ze helpen juist om te leren. Leg dus geen extra nadruk op het feit dat dit een ‘belangrijk moment’ is.
- Oefen met de vraagtypes van de LIB-toets: laat je kind kennismaken met de soorten vragen die tijdens de toets kunnen komen, zoals rekenen, taalverzorging, en begrijpend lezen. Dit bouwt vertrouwen op en zorgt dat de toets zelf geen verrassing is.
- Gebruik oefenplatforms zoals Squla: platformen zoals Squla bieden oefeningen voor de LIB-toets waarmee je kind de vraagtypes op eigen niveau kan oefenen. Dit helpt om zich goed voor te bereiden en de stof beter te beheersen. Klik hier om een gratis proefmaand te starten.
- Herhaling: door spelenderwijs de onderwerpen van groep 7 op Squla te herhalen, maakt je kind de nieuwe stof sneller eigen.
- Maak het leuk: oefenen hoeft niet saai te zijn. Gebruik bijvoorbeeld speelse oefeningen, quizzen of leerzame spellen om het leerproces boeiend te houden.
Hoe helpt Squla bij de voorbereiding op de Cito-toetsen?
Squla biedt een rustige, doelgerichte manier om je kind goed voor te bereiden op de LIB-toetsen. Squla maakt het oefenen leuk en effectief door:
- Aansluiting op de schooldoelen: de oefeningen zijn afgestemd op de officiële SLO-leerdoelen van de basisschool, zodat je kind precies oefent wat het nodig heeft voor de toets.
- Niveau past zich aan: de moeilijkheidsgraad wordt automatisch aangepast op basis van hoe je kind presteert. Zo oefent je kind altijd op het juiste niveau, wat vertrouwen geeft en frustratie voorkomt.
- Oefenvragen zoals in de toets: Squla biedt vragen die lijken op de vraagstelling van Cito, IEP en Route 8, zodat je kind vertrouwd raakt met het soort vragen dat het kan verwachten.
- Leren met plezier: dankzij verhalen, quizzen en speelse oefeningen blijft het leerproces leuk en afwisselend, wat de motivatie hoog houdt.
Tot slot: het totaalplaatje van je kind
De Leerling in Beeld-toetsen in groep 7 geven inzicht in de ontwikkeling van je kind, maar ze vormen slechts een deel van het grotere geheel. Een goede voorbereiding kan helpen om met meer zelfvertrouwen de toetsen te maken, maar uiteindelijk is een kind veel meer dan alleen een toetsresultaat. Naast rekenen en taal spelen ook sociale, creatieve en emotionele vaardigheden een grote rol in de schoolcarrière.
In groep 7 vormen de toetsen een onderdeel van het pre-advies, maar de leerkracht kijkt altijd naar het totale plaatje. De toetsresultaten bieden objectieve informatie, maar zijn slechts één van de vele factoren die meewegen in de beoordeling.
Wat écht telt, is de groei die je kind doormaakt, zowel in kennis als in persoonlijke ontwikkeling!
Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.