‘Die andere moeders doen ook maar wat…’ juf Shelby over moederschap

Juf Shelby

Na de geboorte van onze oudste lag ze in de wieg en begon te huilen. Ojee… en nu?! schoot er door mijn hoofd. Ondanks vier jaar HBO-studie over opvoeding en kinderen én een Master… had ik geen idee of ik het nu wel of niet goed deed door haar op te pakken. In dit blog neem ik je mee in de struggles in het moederschap die ik ervaar en jij mogelijk herkent.

Het goed willen doen

Onder de struggles die we in het moederschap ervaren, ligt vaak één belangrijke oorzaak: we willen het graag goed doen. De liefde die je voelt voor je eigen kind is niet in woorden uit te drukken en daar wil je het allerbeste voor doen. Bij mij gaf het bij mijn eerste dochter veel houvast om theorie te lezen, dus alle babyboeken van ‘Oei, ik groei…‘ tot aan ‘De blije baby…’ en een overload aan babyblogs en apps vond ik heerlijk om te lezen. En bij mijn tweede kind las ik eerlijk gezegd bijna niets meer…

Heb jij niks met lezen? Het één is niet beter dan het ander. Ik denk dat je met de intentie om het goed te willen doen al een heleboel intuïtief juist vanzelf heel goed doet. Maar dat de essentie ligt in vertrouwen op je intuïtie en groeien in je moederrol. En doet iemand anders het in je omgeving anders.. nou en!

De uitspraak “mother knows best” heeft me dit doen beseffen. Het is een bekende uitdrukking in het Engels en wordt vaak gebruikt in situaties waarin wordt gesuggereerd dat moeders door hun ervaring, zorgzaamheid en intuïtie vaak beter weten wat goed is voor hun kinderen (of soms zelfs voor anderen in hun omgeving). Ik merk dat ik nu ook vanuit mijn ogen als ‘juf’ ook anders kijk naar andere ouders, met meer zachtheid en begrip.

Onzekerheid en afkeuring van anderen…

Het meest lastige vond ik wel om me niet druk te maken over wat anderen van mijn keuzes vonden. Kreeg ik veel betweterige adviezen of afkeuring? Nee hoor, eigenlijk helemaal niet! Toch maakte ik me in mijn hoofd er soms wél druk om. Wat zouden ze denken als ik haar nu meteen troost? Soms hielp het vooral mezelf om anderen uit te leggen waarom ik ervoor koos mijn baby niet te laten huilen. Eigenlijk deed ik die uitleg vooral voor mezelf, besef ik nu. Vaak zijn we in ons hoofd veel strenger voor onszelf en bang voor het oordeel van anderen. Wat er misschien niet eens is!

Theorie in de praktijk: de good enough mother

Een gedachte die mij hielp, komt van psycholoog Donald Winnicott. Hij schreef over de good enough mother: een ouder hoeft niet perfect te zijn, maar ‘goed genoeg’. Het is juist in de kleine dingen die fout gaan en het soms niet meteen weten dat een kind leert omgaan met de echte wereld. Je kind leert frustratie verdragen, veerkracht ontwikkelen en ziet dat fouten maken normaal is. Dat besef gaf mij zoveel rust. Ik hóef geen 10 te scoren als moeder, een 7 is vaak al meer dan genoeg en soms haalt mijn overprikkelende reactie een 4. So be it!

Verwachtingen: jij bent juf dus jouw kinderen luisteren vast heel goed

Laat ik je meteen uit de droom helpen… nope! Was het maar zo simpel. Dan zou iedereen voorafgaand aan een zwangerschap de PABO kunnen volgen en opvoeden zou easy zijn. Natuurlijk heb ik vanuit mijn werk als juf wel wat opvoed-skills meegenomen waar ik vaak aan denk:

  • Wil je bepaald gedrag niet 30 keer in de klas zien, begrens dan meteen de eerste keer.
  • Rust, reinheid en regelmaat: voorspelbaarheid met een weekschema en vaste routines geeft kinderen houvast. Daarnaast probeer ik ook balans te bieden door extra rust in te plannen in drukke intense weken voor de kinderen; even wandelen, 1 op 1 tijd of naar het bos.
  • Kinderen staan soms even stil en maken dan ineens een sprong, dus relax als het niet meteen lukt.
  • Ben jij rustig, kalm en relaxed… dan straal je dit uit naar je kind.
  • Een kind dat veel aandacht vraagt (juist al is het negatief) is vaak op zoek naar nabijheid.

Onderwijsgewoontes die ook thuis werken:

1. Keuzevrijheid binnen grenzen: Wil je rode of blauwe sokken aan?” Kinderen voelen zich gehoord en krijgen autonomie, terwijl jij toch de grenzen bepaalt. Ik vind autonomie heel belangrijk in de opvoeding. Autonomie betekent dat een kind ruimte krijgt om zelf keuzes te maken en invloed te ervaren op zijn of haar eigen leven. Het vergroot zelfvertrouwen, stimuleert motivatie en helpt bij het ontwikkelen van verantwoordelijkheid en voorkomt machtsstrijd!

    2. Complimenten gericht op inzet. Leerkrachten weten: een kind groeit van complimenten, maar nog meer van waardering voor inzet en doorzettingsvermogen. Thuis kun je dat ook toepassen. In plaats van “Wat goed gedaan” kun je zeggen: “Wat heb je goed doorgezet, ook al was het moeilijk.” Dat bouwt zelfvertrouwen op.

    3. De kracht van visualiseren. In het onderwijs zijn pictogrammen, stappenplannen of visuele dagschema’s heel normaal. Thuis kan dat ook heel helpend zijn. Denk aan een ochtendroutinekaartje (eerst aankleden, dan ontbijten, daarna tanden poetsen). Of een weekschema. Zo voorkom je honderd keer dezelfde discussie en geef je kinderen houvast. Zelf heb ik bijvoorbeeld pictogrammen op de kasten waar speelgoed in opgeborgen wordt, zo weten mijn kinderen precies wat waar hoort.

    4. Eerst de relatie, dan de taak. Een gouden regel in de klas: een kind leert pas als het zich veilig en gezien voelt en goed in zijn vel zit. Thuis werkt dat net zo. Als je kind overstuur is, helpt het soms meer om eerst even verbinding te maken (“Ik zie dat je boos bent”) dan meteen in te grijpen met regels of straffen.

    5. De kracht van herhaling en voorspelbaarheid. Op school wordt elke dag geoefend en herhaald, niet alleen omdat kinderen het anders niet begrijpen, maar ook omdat herhaling vertrouwen geeft. Thuis werkt dat net zo. Hoe vaak je ook zegt “handen wassen voor het eten”, herhaling hoort erbij. Uiteindelijk wordt het een automatisme.

    6. Voorleven werkt beter dan vertellen. Als juf of meester weet je: kinderen leren het meest door te kijken. Thuis dus ook: als jij vriendelijk “dank je wel” zegt tegen de caissière, is de kans groot dat jouw kind dat vanzelf gaat overnemen.

    Jij bent de spiegel voor je kind

    Als jij gespannen, boos of verdrietig bent, zie je je kind vaak extra tegendraads doen… (alsof ze het ‘ruiken’). Dit ben ik in mijn moederschap al zo vaak tegengekomen. Zeker in de overgang van één naar twee kinderen heb ik enorm geworsteld met mijn eigen balans, overprikkeling en rust. Inmiddels kan ik zeggen dat ik hierin door vallen en opstaan veel heb geleerd. Het grootste verschil? Dat ik nu mijn eigen rust en balans op nummer 1 zet.

    • Goed voor mijn lichaam zorgen: sporten (mijn ultieme me-time) en gezond eten. Mijn rondje hardlopen maakt mijn hoofd leeg en ik kom er altijd beter van terug. Ik kies zelfs bewust voor een vaste avond oppas regelen zodat mijn man en ik ook een avond samen kunnen sporten. Eerst voelde ik me schuldig, maar nu weet ik: dit doe ik niet alleen voor mezelf, maar voor ons gezin!
    • Na het lezen van Dear Good Morning ben ik geïnspireerd geraakt om extreem veel vroeger uit bed te gaan dan mijn kinderen. Voorheen totaal géén ochtendmens, maar nu start ik de dag rustig en met tijd voor mezelf. Want ik weet, zodra de rest wakker is sta ik ‘aan’. Ik merk dat in de ochtend stretchen, wat korte krachtoefeningen en een meditatie mij zo’n enorme relaxte start van de dag geven. Deze routine heeft zo’n positief verschil gemaakt in mijn ouderschap!
    • Me beseffen dat iedereen worstelt met ouderschap. Die moeder die stralend aan het schoolhek staat, had misschien een halfuur geleden een radeloos gevoel door een kind met een enorme driftbui thuis. Vergelijk jezelf niet: ieder huisje heeft zijn kruisje.
    • Weten dat je als ouder elke dag weer een nieuwe kans krijgt. Je mag fouten maken; je kind houdt onvoorwaardelijk van jou!!!

    Zet eerst je eigen zuurstofmasker op!

    Moederschap is prachtig, intens en soms enorm uitputtend. Er is geen handleiding die je vertelt hoe je het moet doen. Wat mij helpt? Mild zijn voor jezelf en heel goed voor jezelf zorgen (nét als in het vliegtuig; daar moet je ook eerst het zuurstofmasker bij jezelf opzetten en dan pas bij je kind om het samen te overleven). En weten dat ook die zelfverzekerde moeder op Instagram soms ook radeloos is. Dus vooral onthouden: die andere moeders doen óók maar wat 😉

    Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht, intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO verdiepte ze zich in gedrag en begeleiding met de Master SEN (Special Educational Needs). Vanuit haar ervaring in de klas én als moeder van Fayenn (6) en Mace (3), schrijft ze onder de naam ‘Juf Shelby‘ over opvoeding, onderwijs en gedrag.

    Geraadpleegde bronnen:

    Van de Rijt, H., & Plooij, F. (2019). Oei, ik groei!

    Lampe, S. (2014). Zo krijg je een blije baby: Alles over slapen, groeisprongen en voeding voor kleintjes tot 1,5 jaar (1e druk).

    De Jong, L. (2021). Dear Good Morning: De succesformule om wél iedere dag fit en energiek op te staan.

    Winnicott, D. W. (1965). The maturational processes and the facilitating environment. International Universities Press.

    Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. American Psychologist, 55(1), 68–78.

      De start in groep 3 na de zomervakantie

      Juf Shelby

      Vanmorgen was het zo ver, mijn dochter startte voor het eerst in groep 3! Wat heeft ze ernaar uitgekeken deze zomer, maar er zijn ook genoeg kinderen die helemaal geen zin hebben om te starten, het één is overigens niet beter dan het ander. Of je kind nu staat te popelen of juist met knikkende knieën de klas instapt: die eerste weken zijn altijd spannend, voor kinderen én ouders. In dit blog vertel ik je over wat je kunt verwachten in de eerste periode van groep 3.

      En… heb je zin om naar groep 3 te gaan?

      Deze vraag heeft mijn dochter vaak te horen gekregen deze zomer. Haar antwoord was altijd ‘Jaaa, want ik kan al een beetje lezen‘. Ze kijkt er enorm naar uit om ‘echt’ te gaan lezen. Maar heeft jouw kind dit niet? Prima! Ieder kind is anders en eigenlijk is het ook helemaal oké als je ergens wel eens geen zin in hebt (heb jij altijd na je vakantie weer zin gehad om te gaan werken?). Ga niet ‘goedpraten’ dat het vast leuk zal worden, maar erken het gevoel eerst want dat mag er zijn! ‘Je hebt geen zin om weer naar school te gaan, dat begrijp ik‘.

      Mijn dochter heeft 2,5 jaar gekleuterd en ze is er ‘echt aan toe’. Er zit echter soms veel verschil in de ontwikkeling of je kindje nét 6 is of een half jaar ouder is. Dat zie je vooral bij kleuters die ineens in groep 3 starten. Elk kind ontwikkelt zich uniek en in een eigen tempo, na de kleuterperiode worden deze verschillen kleiner.

      Back-2-school checklist groep 3

      • Even checken of de bakjes en bekers nog voorzien zijn van naam.
      • Is de ‘kleuterrugzak‘ nog groot genoeg? Veel ouders kiezen in de kleuterleeftijd een kleinere maat, maar in groep 3 krijgen ze vaak A4 werkbladen of boekjes mee naar huis. Handig als die in de tas passen. TIP: ik zoek altijd een merk op wat ik zelf stevig en handig vindt en laat mijn dochter online ‘hartjes’ geven aan haar favoriete printje. Daarna bestellen we haar keuze. Samen in de winkel uitzoeken is nóg leuker natuurlijk!
      • Gymkleding: in groep 3 gymt de klas meestal niet meer in de eigen kleding of ondergoed, vaak heeft je kind gymkleding en gymschoentjes nodig. Dit hoor je meestal van school.
      • Kleding voor school: vaak ‘groeien’ kinderen letterlijk uit hun kleren in de zomervakantie. Vaak zijn een jas/vestje, fijne schoenen om mee op het schoolplein te rennen ineens te klein.

      Thuis lezen?

      Het is per school verschillend of je kind leeswerkjes en extra oefeningen mee krijgt. Veel scholen geven wel leesrijtjes of leesoefeningen mee naar huis. Lezen is automatiseren, en automatiseren heeft veel herhaling nodig. Voor sommige kinderen is alleen de leestijd op school te kort en is de extra herhaling thuis heel helpend.
      Heb je van de leerkracht geen specifiek leeswerk mee gekregen? Maar wil je kind zelf heel graag thuis lezen? Lezen gaat op school vaak op AVI niveau. Het geeft aan hoe vlot en nauwkeurig een kind teksten kan lezen. Het is gekoppeld aan groepen en leerjaren, zodat je weet welke teksten passen bij de fase van je kind.

      AVI helpt leerkrachten en ouders te zien of een kind op niveau leest. In groep 3 heb je de volgende niveaus:

      • AVI START: het allereerste leesniveau, korte woorden (ik, maan, roos, vis) en korte zinnen.
      • AVI M3: Dit niveau hoort bij het midden van groep 3. Kinderen lezen korte verhaaltjes met iets langere zinnen. Er komen steeds meer klankgroepen bij (zoals stoel, schaap, spel), en kinderen leren vlotter doorlezen.
      • AVI E3: Dit is het niveau voor het einde van groep 3. Teksten zijn langer en complexer: langere zinnen, samengestelde woorden, en meer leestekens. Kinderen kunnen vaak een klein verhaal in één keer doorlezen zonder te veel haperen.

      Wil je kind thuis wat extra oefenen, maar wel op een speelse manier? Er zijn verschillende materialen die dit leuk maken, zoals samenleesboekjes of leesspelletjes. Zo biedt Squla bijvoorbeeld groep-3 spelletjes waarin letters, woorden en sommen geoefend worden in korte, vrolijke opdrachten.

      Tips voor de eerste weken van het schooljaar

      Sta op tijd op voor een ontspannen start
      Vermijd ochtendstress door veel eerder uit bed te gaan. Een rustig ontbijt en genoeg tijd om aan te kleden zorgen voor een ontspannen begin van de dag. Zelf sta ik als mama bewust een half uur eerder op dan de kinderen om mijn eigen ochtendroutine te hebben: even stretchen, bewegen, mediteren of een paar bladzijden lezen. Zo begin ik ontspannen en kan ik er in alle rust voor mijn kinderen zijn. “Want een relaxte ouder in de ochtend is vaak een spiegel voor een relaxt kind.”

      Plan niet te veel na schooltijd
      De eerste weken zijn intensief: nieuwe indrukken, leren lezen en schrijven, en wennen aan de klas. Gun je kind rust door de middagen en weekenden niet helemaal vol te plannen, iets eerder op te halen van de BSO en de speelafspraakjes nog eventjes uit te stellen.

      Praten over de schooldag?
      Vraag na school juist naar het leukste, grappigste, gekste, stomste of saaiste moment van de dag in plaats van meteen naar “Wat heb je geleerd?”. Dat opent meer gesprekken. Zelf gebruik ik ook wel eens praatkaartjes, het boek Slaapklets (Gezinnig) of de kaartjes van Regenboogkracht. Daarmee komen er heel vanzelf onderwerpen op tafel die je anders misschien niet zo snel zou bespreken. Kinderen vertellen vaak niet direct bij thuiskomst, maar soms juist pas voor het slapengaan. Begroet je kind bijvoorbeeld na een schooldag met: ‘Hé wat fijn om je te zien!‘.

      Tijd om te ‘landen’.
      Soms hebben kinderen gewoon even tijd nodig om te wennen. Vaak zie je dat kinderen na een week of drie vanzelf hun draai vinden. Merk je dat je kind moe of gespannen thuiskomt, geef het dan eerst ruimte en plan momenten om echt samen te zijn. Tijdens iets bakken, tuinieren of een wandeling komt een gesprek vaak vanzelf. Blijven de zorgen, trek dan aan de bel bij de juf of meester.

      Niet naast zijn favoriete vriendje of vriendinnetje?
      Dat kan even tegenvallen. Leg uit dat de juf of meester hier vaak bewust voor kiest, bijvoorbeeld om nieuwe vriendschappen te stimuleren of voor meer rust in de klas. Erken het gevoel en de teleurstelling van je kind en vertel dat er buiten de klas genoeg tijd is om samen te spelen. Fijn om te weten: vaak wisselen leerkrachten de zitplaatsen meerdere keren per jaar, of merken vanzelf na enkele weken dat een bepaalde combi naast elkaar toch niet zo fijn is.

      Wat leren kinderen in de eerste periode van groep 3?

      De eerste weken in groep 3 voelen vaak een beetje als een nieuwe wereld. Waar kleuters nog veel spelend leren, krijgen kinderen in groep 3 voor het eerst meer structuur en langere instructies. Toch blijft er ook ruimte voor bewegen en spelen in groep 3 dat hebben ze juist nodig om goed te kunnen leren. Er wordt vaak in de eerste periode nog steeds wat vaker buiten gespeeld of er zijn speel-momenten in de klas.

      • Lezen: vanaf dag één worden letters herhaald en nieuwe letters geïntroduceerd. Kinderen ontdekken hoe ze klanken aan elkaar kunnen plakken tot woorden (m-aa-n = maan). Vaak wordt dit spelenderwijs geoefend met rijtjes, kleine verhaaltjes en digibordlessen.
      • Schrijven: de eerste werkboekjes komen op tafel. Kinderen leren letters netjes schrijven, vaak in een speciaal schrijfschrift. Dat vraagt veel concentratie en motorische vaardigheid.
      • Rekenen: tellen, getallen herkennen en eenvoudige sommen maken (optellen en aftrekken tot 10) vormen de basis. Later in het jaar wordt dit uitgebreid.
      • Sociaal-emotioneel leren: de klas groeit naar elkaar toe in de zogenaamde Gouden Weken. Er worden afspraken gemaakt, routines geoefend en kinderen leren elkaar beter kennen. Lees meer over de gouden weken in mijn blog: De gouden weken, een gouden start van het schooljaar.
      • Beweging en spel: ook al staat er meer ‘leren’ op het programma, er is nog altijd tijd om te spelen, knutselen, zingen en bewegen. Dat zorgt voor afwisseling en ontspanning.

      De start in groep 3 is een mijlpaal: ineens hoort je kind bij de ‘grote’ kinderen. Met wat rust, erkenning en praktische voorbereiding help je je kind om met vertrouwen en plezier te starten. En vergeet niet: ook voor jou als ouder is dit een nieuwe fase.

      Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht, intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO verdiepte ze zich in gedrag en begeleiding met de Master SEN (Special Educational Needs). Vanuit haar ervaring in de klas én als moeder van Fayenn (6) en Mace (3), schrijft ze onder de naam ‘Juf Shelby‘ over opvoeding, onderwijs en gedrag.

      Wat doe je in de rugzak als je kind voor het eerst naar school gaat?

      Juf Shelby

      Dan is dat moment ineens daar: je peuter wordt een kleuter en gaat voor het eerst naar de basisschool (slik!). Wat moet er allemaal mee in de schooltas? In deze blog deel ik mijn ervaring als moeder én kleuterjuf en geef ik je tips over wat handig is om mee te geven (en óók wat leerkrachten liever NIET in die tas zien 😉).

      Welke tas en welke maat?

      Je kleuter zal zijn tas regelmatig op de grond zetten (lees: gooien). Een stevige tas is dan ook handig. Liefst met een onderzijde die tegen wat vocht kan! Veel merken hebben een kleinere variant rugzak voor peuters of kleuters. Persoonlijk vond ik juist toch de ‘gewone’ maat waar minimaal een A4 in past handiger. Je kind krijgt namelijk regelmatig werkjes mee naar huis en het is handig als dat allemaal in de tas past.

      Bovendien hebben veel scholen een continuerooster waardoor je kind vaak al 2 bakjes en 2 bekers mee naar school moet nemen en het is fijner als het ‘makkelijk’ in de tas past, dan dat je kind iedere dag moet puzzelen om alles erin te krijgen. Zelf ben ik fan van de rugzakken van het merk ZEBRA: stevig, afwasbaar en verkrijgbaar in leuke printjes die mijn dochter zelf mocht kiezen. Niet de goedkoopste, maar wel duurzaam.

      TIP: hang een leuke sleutelhanger aan de rits. Zo herkent je kind zijn of haar tas snel, zeker als een klasgenootje toevallig dezelfde heeft.

      Bekers en bakjes die niet lekken!

      ‘Juf, mijn beker heeft gelekt’ Zucht! Dan stond ik weer een plakkerige tas uit te spoelen en de gang te dweilen. Echt: lekkende bekers komen vaker voor dan je denkt. Niet alleen door slechte kwaliteit (ik ben als juf bijvoorbeeld geen fan van ‘Action-bekers’), maar vooral doordat kleuters hun beker vaak niet helemaal leegdrinken en hem daarna niet goed dichtdraaien.

      Wil je thuis geen kleverige rugzak schoon hoeven maken? Kies dan voor een beker die eenvoudig én goed sluit. Mijn favoriet: de MEPAL-beker met draaidop. Vermijd liever de pop-up drinktuit: die wordt vaak niet goed dichtgedrukt en gaat sneller stuk.

      Wat doe je in de broodtrommel?

      Sommige kinderen eten alles op, anderen zijn kieskeurig. Houd het simpel en herkenbaar voor je kind: geef bijvoorbeeld dezelfde boterham als thuis. Kleine, overzichtelijke porties doen het meestal goed én doe de beker niet te vol. Lees hier mijn blog over wat ik mijn kinderen meegeef naar school.

      TIP: heeft je kind continuerooster: geef 2 kleine bekers mee. Eén voor tijdens het fruitmoment en één voor tijdens de lunch. Zo is het voor je kind duidelijk wanneer het wat moet drinken. Sommige ouders geven één hele grote drinkbeker mee, dat lijkt handig, maar doseren blijft lastig voor jonge kinderen.

      Checklist: wat moet er nu echt in die schooltas?

      • Fruitbakje en beker voor het fruitmoment
      • Lunchtrommel en tweede beker voor dagen met continuerooster
      • Setje reservekleding (als je kind nog wel eens een ongelukje heeft)
      • Telefoonnummers van de ouders/verzorgers (voor speelafspraken en noodgevallen)
      • Voldoende ruimte over om knutselwerkjes mee naar huis te nemen
      • Alle bekers, bakjes en de tas voorzien van naamstickers!

      Incidenteel zijn de volgende dingen soms nog handig:

      • Zonnebrand in de zomermaanden (TIP: een handige roller of een hervulbare ‘zonnebrandkwast’ van het merk AMICI waarmee je kind zichzelf kan insmeren)
      • Eventueel gymschoenen, maar meestal blijven die op school in de klas.
      • Gebruikt je kind medicijnen? Breng de leerkracht dan altijd op de hoogte als er medicatie in de tas zit.

      En deze dingen liever NIET!

      • Speelgoed: alleen als het speelgoeddag is maar wen je kind liever niet aan om op andere momenten speelgoed mee te nemen. Door vanaf het begin duidelijk te zijn, voorkom je strijd of teleurstelling. (Ook geen kleine speelgoedjes!)
      • Knuffels: ook dit kan een ‘dingetje’ worden. Als je er eenmaal aan begint, wil je kind hem steeds mee. Bij verlatingsangst kun je overwegen een mini-knuffeltje als sleutelhanger aan de tas te hangen.
      • Kleine gadgets: denk aan Pokémonkaarten, poppen, raceauto’s of digitale horloges die geluid maken. Deze zorgen vaak voor: ruzies (“Hij heeft mijn kaart gepakt!”), afleiding tijdens de les kans op verlies of beschadiging, wat weer leidt tot verdriet. Veel scholen hebben daarom regels als “op maandag mag je iets meenemen voor de kring, maar daarna blijft het in de tas.
      • Snoep en ongezonde snacks: kinderen die een zak snoep of chips meenemen voor in de pauze? Dat geeft snel onrust: niet alleen onhandig qua ‘suikerpiek’, maar ook oneerlijk tegenover kinderen die wél fruit meekrijgen. Het zorgt voor onrust en ruilgedrag.
      • Geld of dure spullen. Denk aan zakgeld, sieraden, extreem dure merkkleding, spelcomputers. Kinderen kunnen er stoer mee willen doen, wat groepsdruk oplevert. Naast verlies- en diefstalrisico laat het ook ongelijkheid tussen kinderen extra zien.
      • Verkleedkleren of bijzondere kleding (buiten speciale dagen). Natuurlijk zijn verkleedmomenten leuk, maar als kinderen uit zichzelf als prinses of superheld naar school komen: voelen andere kinderen zich buitengesloten (waarom mag ik dat niet?) en met zo’n lange superhelden-cape kunnen ze niet lekker meedoen aan gym of buitenspel.
      • Medicatie zonder overleg met school. Voelt je kind zich niet lekker en denk je; ik stop even een paracetamolletje in de tas? Geef nooit medicatie mee zonder dit te melden aan de leerkracht. Zelfs een ‘onschuldig’ paracetamolletje kan risico’s geven als een ander kind het pakt of er onverwachte reacties optreden. Altijd even melden dus, ook bij zalfjes of pilletjes.
      • Teenslippers: dat is natuurlijk niet iets wat je in de tas doet, maar wel iets wat me als juf vaak opvalt. Kinderen die niet vrijuit op het schoolplein kunnen rennen door uitvliegende teenslippers. Comfortabele schoenen waar je kind onbezorgd mee kan spelen zijn een must!

      Tot slot: labelen

      Wat kinderen meenemen naar school heeft meer impact dan je misschien denkt, ook het effect van bepaalde spullen op klasgenootjes hebben. Daarom is het belangrijk dat spullen functioneel en herkenbaar zijn. Een beker zonder naam? Grote kans dat de juf of meester moet raden van wie die is.. want geen één kleuter steekt zijn hand op als er gevraagd wordt ‘van wie is deze beker?‘. Dus: label alles, echt álles. Dat scheelt tijd, verwarring en frustratie voor iedereen. En spullen raken niet kwijt!

      Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht, intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO verdiepte ze zich in gedrag en begeleiding met de Master SEN (Special Educational Needs). Vanuit haar ervaring in de klas én als moeder van Fayenn (6) en Mace (3), schrijft ze onder de naam ‘Juf Shelby‘ over opvoeding, onderwijs en gedrag.


      2025: Handige back to school tips van juf Shelby

      Juf Shelby

      Na 6 weken zomervakantie wordt het weer spitsuur op de vroege ochtend, want de scholen gaan weer beginnen! In deze blog geef ik je handige tips voor de eerste schoolweken. De start van een schooljaar is toch altijd een bijzondere week of je nu in groep 1 of in groep 8 start. Hieronder lees je tips voor de start van elk leerjaar. Van de onderbouw tot aan groep 8!

      De start van het schooljaar in de onderbouw

      Als je kind na de zomervakantie start in groep 1 dan heeft hij mogelijk geen ‘wen-ochtenden’ gehad maar start hij meteen de gehele schoolweek. Reken er maar op dat dit je kind zal uitputten. Ook als je kind ineens deze week heel druk is; want dit is juist een teken van vermoeidheid. Plan in de eerste weken na schooltijd zo min mogelijk activiteiten. “Rust, Reinheid Regelmaat” is zeker in de eerste weken een fijne houvast voor je kind. Zijn de middagslaapjes al afgebouwd, probeer dan soms een half uurtje een rust-momentje in de middag. Even spelen met knuffels in bed of in een boekje kijken. Door het stille momentje valt je kind wellicht toch in slaap en anders is het een prikkel vrij momentje. Ga dingen doen waar je kind normaal gesproken ook rust van krijgt: tekenen, in de tuin spelen, wandelen in het bos. Juist in die eerste schooldagen breng en haal ik de kinderen bewust zoveel mogelijk met de fiets of lopend naar school. Zo hebben we al even ‘ontladen’ in de buitenlucht.

      Handige tips voor de start in groep 1/2

      • (Geen) spullen kwijt raken: Label ALLE spullen, het liefst een label met naam én met steeds hetzelfde plaatje. Je kleuter kan nog niet lezen, maar zijn favoriete plaatje herkent hij zeker wel! Als dit overal hetzelfde plaatje is dan herkent je kind zijn eigen spullen.
      • Zelfstandig naar de wc: Oefen thuis met het zelf de billen af kunnen vegen, want in groep 1/2 moet je kind zelfstandig naar het toilet kunnen gaan. Natuurlijk kan er een ‘ongelukje’ gebeuren en de leerkracht kan echt wel een keertje helpen, maar ook voor je kind is het fijner als hij het zelf kan.
      • Lunchpakketje: Ook op school eten is nieuw. Ga samen met je kind een leuke beker en bakje kopen ter voorbereiding op school. Door er samen een momentje van te maken, bereid je je kind ook op deze manier al voor.
      • Kleding advies: Voor de gymles is het fijn als je kind zich al zoveel mogelijk zelf kan aankleden. Als ze op school vaste gymdagen hebben; zorg die dagen voor makkelijke kleding en schoenen die je kind zelf aan en uit kan doen.
        Oefen thuis met het aan doen van de jas. TIP: leg de jas voor je op de grond, ga bij het lusje staan en doe je armen in de mouwen. Zo kun je de jas zo over je hoofd zwaaien en zelf aandoen.

      De start van een schooljaar in groep 3-8

      Ondanks dat je kind al gewend is op school is de start van een nieuw schooljaar altijd spannend. Spanningen die voor ons volwassenen ‘klein’ lijken gaan wel in het hoofdje van je kind om. Het is belangrijk om deze zorgen serieus te nemen. Zoals; naast wie zit ik? Hoe streng is de nieuwe juf of meester? Wordt het moeilijk? Daarnaast moeten kinderen ook weer omgaan met de veranderingen zoals vroeg opstaan, omgaan met tijdsdruk en prestatie. Gelukkig kan je je kind helpen met in ritme komen voordat school begint.
      Lees meet over schoolritme in deze blog over terug in schoolritme komen.

      Voor sommige kinderen kunnen deze veranderen en gedachten best een impact hebben. Het is logisch dat ze hierover piekeren.. want wat als de juf mij niet begrijpt? Hoor ik er dit schooljaar niet bij? De tafels of breuken gaan vast heel moeilijk worden. Wil je je kind helpen bij deze pieker gedachten? Lees meer over mindset in mijn blog over mindset.

      Naast wie zit ik in de klas?

      Voor veel kinderen een groot punt: waar zit ik in de klas? Komt je kind verdrietig thuis omdat hij niet naast zijn favoriete vriendje zit? Bespreek wat de voor en nadelen zijn. Naast je beste vriend is heel gezellig, maar iemand anders heeft ook ‘leuke’ dingen die je kunt leren van elkaar. Stel voor om het te ‘proberen’ en dat de leerkracht vast niet het hele schooljaar dezelfde klassenindeling heeft. Stimuleer je kind om zelfstandig aan de leerkracht te vertellen dat hij het plekje niet zo fijn vindt en te vragen of er later in het jaar gewisseld kan worden. Laat je kind ook zelf vooraf bedenken wat een fijnere plek kan zijn in de klas als er gewisseld wordt.

      Wennen

      Het nieuwe schooljaar is altijd even wennen. Het hoort er helemaal bij. Niet alleen je kind moet wennen, maar ook iedere juf of meester en ook jij als ouder. Bespreek dat ‘wennen’ erbij hoort. Je gedachtes bepalen hoe je je voelt en gedraagt. Een kind met positieve gedachtes over het nieuwe schooljaar zal met een ontspannen gevoel starten en dus ook in een fijnere energie de dingen gaan doen op school. Dat geeft het kind een succeservaring en zelfvertrouwen.

      Een nieuwe klas; een level omhoog!

      Als de schooldeuren weer open gaan, loopt je kind een nieuwe wereld in. ‘Nieuw’ betekent voor de meeste kinderen spannend – vooral die eerste dag op die grote stoel in de nieuwe klas. Probeer samen de spanning te verminderen!

      TIP: Maak samen een mindmap van alle nieuwe dingen die komen. Door alles op papier te zetten, schrijf je letterlijk spanning weg. Je kind heeft dan ook een plaatje om naar terug te kijken als de zenuwen opkomen. Hang de mindmap op een centrale plek – er kan altijd bij getekend worden!
      back to school

      Handige tips voor de start in groep 3-8

      • Begin op tijd: Leg in de laatste week van de vakantie alle spullen klaar. Passen de gymspullen nog? En zijn er nog genoeg bakjes en bekers voor het fruit eten? Ga anders samen met je kind nog de laatste spulletjes kopen.
      • Hoe was het op school? Een ‘standaard’ vraag waarop je vaak een ‘standaard’ antwoord krijgt. Stel eens wat specifieke open vragen zoals: Wat was vandaag het grappigst? Wie heb je geholpen vandaag of wie heeft jou geholpen? Wat heb je verteld of wat had je graag willen vertellen? Ook kan het helpen om je kind even de tijd te geven om de dag te verwerken voordat je deze vragen stelt.
      • Drukke planning inperken: Ook voor oudere kinderen zijn de eerste weken weer pittig, vermoeiend en wennen. Zorg voor niet al te veel prikkels en drukke activiteiten na schooltijd in de eerste weken.
      • Zelf spullen organiseren: Maak je kind steeds meer verantwoordelijkheid voor zijn spullen. Laat hem bedenken hoe je er wekelijks op de juiste dagen aan kunt denken om gymspullen mee te nemen (vaak komen ze zelf tot leuke creatieve ideeën). Probeer ieder jaar een taakje erbij te doen die je kind zelf kan ter voorbereiding van school (fruit pakken, beker vullen, gymspullen klaar leggen) en doe dit de avond van te voren… dan heb jij ook een relaxte start van de dag én je kind ontwikkelt zijn zelfstandigheid.
      • Bedtijd: Probeer in de week voorafgaand weer een beetje de bedtijden aan te passen. Weer op normale tijden naar bed en niet al te laat opstaan.
      • Mentale voorbereiding: Breng school al eens ter sprake op een positieve manier; welke kinderen kijk je naar uit om weer te zien? Als je aan school denkt; waar heb je dan het meeste zin in? Welk vak lijkt je het leukst dit jaar?
      • Huiswerkplek: In de bovenbouw kan er al het nodige huiswerk komen en dan is een fijn bureau of een rustige werkplek wel zo prettig. Creëer een plek die relaxed aanvoelt en opgeruimd is. Zorg ook dat jullie samen een overzichtelijke opbergmogelijkheid creëren voor huiswerkbladen of werkboekjes, zodat je kind rust krijgt en houdt in zijn of haar hoofd. TIP: Maak de huiswerkplek nog completer door je kind toegang te geven tot Squla – het online oefenplatform met meer dan 70.000 leerzame quizzen en games voor alle schoolvakken. Zo kan je kind thuis spelenderwijs extra oefenen met de lesstof en krijgt meer zelfvertrouwen voor het nieuwe schooljaar.
      • Opruimen: Spreek met je kind een dagdeel af waarop jullie samen zijn of haar kamer gaan opruimen en poetsen. Samen opruimen is gezelliger en niet alle kinderen hebben het opruimen al even goed onder de knie. Ook poetsen is een fijne bezigheid om samen te doen en heeft ook een symbolische waarde ‘je kamer wassen zodat deze weer fris is om voor je kind een stralend rustpunt te zijn tijdens het schooljaar’. Leg het belang van schoon en opgeruimd eens uit aan je kind. Hoe vaker je dit doet, hoe beter ze zullen begrijpen dat af en toe opruimen letterlijk ‘verfrissend’ kan zijn voor je geest. Bijkomend voordeel is dat jij je nek niet telkens meer hoeft te breken over stapels boeken en legoblokjes.

      Ik hoop dat jouw kind met deze tips een fijne start heeft van het schooljaar!

      Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht, intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO verdiepte ze zich in gedrag en begeleiding met de Master SEN (Special Educational Needs). Vanuit haar ervaring in de klas én als moeder van Fayenn (6) en Mace (3), schrijft ze onder de naam ‘Juf Shelby‘ over opvoeding, onderwijs en gedrag.

      Geraadpleegde bronnen: https://kindgeluk.com

      De gouden weken: goud voor de groep, hard werken voor jou als leerkracht

      Juf Shelby

      Deze blog is speciaal voor jou: leerkracht, onderwijsassistent of intern begeleider.
      Want terwijl iedereen het heeft over de Gouden Weken, die o zo belangrijke periode aan het begin van het schooljaar waarin jij werkt aan groepsvorming. Weten wij: zo goud voelt het in de praktijk niet altijd. De eerste weken zijn pittig!

      Storming hoort erbij

      Na een start vol kennismakingsspelletjes, groepsafspraken en vrolijke ‘ik voel me welkom’ knutsels belandt de klas na een paar weken in de storming-fase. De sfeer verandert. Leerlingen testen grenzen, zoeken hun plek, en botsingen zijn ineens aan de orde van de dag. Kleine ruzies, geduw op het plein, gemopper na de pauze: het hoort erbij. Het ís groepsvorming!

      Voor jou als leerkracht betekent dit: de hele dag aanstaan. Oog hebben voor wat er onder de oppervlakte speelt. Bijsturen zonder te overnemen, troosten, begrenzen en verbinden. En ondertussen probeer je ook nog gewoon les te geven en je klas en ieders niveau te leren kennen.

      Ouders vol zorgen en verwachtingen

      Alsof dat nog niet genoeg is, melden zich na 2 à 3 schoolweken vaak ook de eerste ouders hun zorgen. Ouders die hopen dat je hun kind ziet en die het liefst al snel bevestiging krijgen: doet hij mee? Is ze zichzelf? Zijn de afspraken van vorig jaar hetzelfde gebleven? En begrijpelijk: ouders willen weten of hun kind goed landt in jouw klas en of de dingen door de vorige leerkracht goed zijn overgedragen.

      Initiatief nemen in de gouden weken

      Juist in deze weken is het slim om zélf het initiatief in oudercontact te nemen. Even bellen, een kort appje in de ouderapp, een gesprek na schooltijd: het hoeft niet groot te zijn, maar het maakt het verschil. Jij laat zien: ik zie jouw kind en ik werk graag met jou als ouder samen.

      Toen ik zelf net begon als leerkracht (alweer 15 jaar geleden) vond ik dit contact met ouders eerlijk gezegd soms best spannend. Ik wachtte de eerste ouderavond in september af. Maar gaandeweg ontdekte ik hoe waardevol het is om juist in die eerste weken al preventief contact met enkele ouders te leggen. Zeker bij kinderen die vorig schooljaar niet lekker eindigden, of die wat extra zorg of aandacht nodig hebben. Een kort telefoontje of gesprekje doet vaak al zoveel. Je voorkomt misverstanden, bouwt vertrouwen op én je laat merken: ik zie je kind en ik ben er!

      Gouden weken vragen om goud werk

      De Gouden Weken zijn een kans om te bouwen aan iets moois, maar het is geen fase waarin je achterover kunt leunen. Het is hard werken. Want wat jij nu investeert in je groep aan sfeer, vertrouwen en structuur betaalt zich de rest van het schooljaar dubbel en dwars terug.

      Dus voel je niet tekortschieten als je hoofd overloopt. Het hoort erbij. Je doet belangrijk werk, al is het soms onzichtbaar. En weet: die stormingfase met onderlinge ruzietjes is geen teken dat het misgaat: het is juist een teken dat je samen onderweg bent naar een hechte groep.

      Zie wat groeit, niet alleen wat schuurt

      Een krachtige manier om hierin richting te geven, is door oplossingsgericht te observeren. In plaats van je focus te leggen op wat er misgaat of wie er botsen, kijk je bewust naar wat wél werkt: wie toont initiatief? Wie helpt een ander? Wie gedraagt zich anders dan je had verwacht in positieve zin?

      Een mooie kans hiervoor is tijdens de gymlessen of andere momenten waarop een vakleerkracht jouw groep overneemt of tijdens een pauze. Gebruik die tijd eens niet voor administratie of nakijkwerk, maar ga zitten met een notitieboekje en kijk. Observeren zonder te sturen, met een open blik en de vraag in je achterhoofd: Wat zie ik dat werkt?

      Oplossingsgericht werken, zoals Insoo Kim Berg het beschrijft, draait om het versterken van krachten die al aanwezig zijn. Door die bewust op te merken én te benoemen, help je ze groeien. Tip: schrijf na de observatie één concrete, positieve observatie per leerling op. En deel alles wat je hebt opgeschreven in je klas. Zo geef je erkenning, werk je aan zelfvertrouwen en versterk je het groepsproces. Je benoemt al het gedrag wat jij hebt gezien ‘wat werkt’.

      Zelfzorg en realistische verwachtingen in de Gouden Weken

      Een onderwerp dat vaak onderbelicht blijft in deze periode: de rol van zelfzorg en het stellen van haalbare verwachtingen voor jezelf als leerkracht. Want laten we eerlijk zijn: de lat ligt hoog in die eerste weken. Je wilt een fijne sfeer neerzetten, overzicht houden, alle namen en bijpassende onderwijsbehoeften van ieder kind leren kennen, je klassenmanagement op orde hebben én ondertussen ook nog zichtbaar en benaderbaar zijn voor ouders.

      Het is logisch om te denken dat alles meteen ‘af’ moet zijn: dat het rooster moet lopen, de hoeken ingericht, de klasregels geaccepteerd, de groepsdynamiek soepel. Maar de waarheid is: het mag groeien. Je hoeft het niet allemaal in de eerste weken te fiksen. Juist door jezelf die ruimte te gunnen: om te observeren, bij te sturen, soms te twijfelen of een keuze terug te draaien geef je ook je leerlingen ruimte om te groeien in gedrag, rollen en relaties.

      Jij bent de spiegel van je groep

      Als leerkracht ben je veel meer dan alleen een begeleider of instructeur. Je bént de sfeerdrager van de groep. Kinderen voelen haarfijn aan hoe jij erbij zit. Of je met aandacht aanwezig bent. Of je ruimte hebt om te luisteren. Of je gehaast bent, of juist stevig staat.

      Ik geloof dat je als leerkracht een spiegel bent voor je klas. Als jij rust kunt bewaren ook in drukke, chaotische momenten geef je daarmee een krachtig voorbeeld. Jouw houding, jouw energie, jouw toon: het werkt door in hoe je dag verloopt en hoe de kinderen zich gedragen.

      Daarom begint goed klassenmanagement niet alleen met regels en routines, maar ook met jou. Goed voor jezelf zorgen is geen luxe, het is de basis van je professionaliteit. En juist in de Gouden Weken, waarin alles nog aan het ontstaan is, werkt jouw innerlijke rust als anker voor de hele groep. Dus plan rustmomenten in, bespreek twijfels met collega’s, vier kleine successen en weet: je klassenmap en administratie hoeft nog niet perfect bijgewerkt te zijn. Wees er in de klas met rust en echte aandacht, dat is genoeg voor een gouden start!

      Slimme keuzes in drukke weken

      In de hectiek van de Gouden Weken helpt het om slimme keuzes te maken in wat je wel en niet zelf hoeft te doen. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van educatieve platforms zoals Squla. Bij Squla is er voor elke leerling de juiste uitdaging. De oefenstof is verpakt in leuke quizzen en games. Wist je dat Squla gratis is voor scholen? Oefen met je klas gratis op Squla van 08.30 tot 15.30 uur (op woensdag tot 15.00 uur).

      Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht, intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO verdiepte ze zich in gedrag en begeleiding met de Master SEN (Special Educational Needs). Vanuit haar ervaring in de klas én als moeder van Fayenn (6) en Mace (3), schrijft ze onder de naam Juf Shelby over opvoeding, onderwijs en groepsdynamiek.

      Geraadpleegde bronnen:

      Bannink, F. (2008). De kracht van oplossingsgericht werken. Amsterdam: Boom/Nelissen.

      Gratis Squla in jouw klas?
      Meld je aan!

      1. Maak eenvoudig één of meerdere klassen aan.
      2. Voeg de leerlingen toe. Zij krijgen automatisch het groepsniveau van je account, dit kun je zelf nog per leerling aanpassen.
      3. Iedere leerling krijgt een eigen nickname en wachtwoord. De inloggegevens staan in je account.
      4. Je kunt de voortgang per leerling volgen.
      Je kunt je alleen aanmelden met een geldig e-mailadres van je school. Heb je geen e-mailadres via je school? Neem dan contact op met klantenservice@squla.nl, en geef je naam, schoolnaam en het adres van je school door.
      Wordt je BRIN-nummer niet herkend? Stuur dan een e-mail naar klantenservice@squla.nl, met daarin je naam, de naam van je school en het BRIN-nummer van je school.

      Op onze diensten zijn onze verwerkersovereenkomst, voorwaarden leerkrachten en privacy statement van toepassing. Door op ‘Aanmelden’ te klikken, ga je akkoord met onze verwerkersovereenkomst en voorwaarden leerkrachten.

      De laatste schoolweken: drukte, emoties en toe aan vakantie!

      Juf Shelby

      De laatste schoolweken voor de zomervakantie zijn een feestelijke, maar ook een intense periode. Traktaties, sportdagen, schoolreisjes, afscheidsmomenten en kinderfeestjes die nog vlak voor de vakantie plaats vinden. Als ouder probeer je het allemaal bij te houden: wanneer moet er een lunchpakket mee? Wanneer zwemkleding? En o ja, ook nog iets regelen voor de juf (daar schreef ik trouwens deze blog over).

      Bij mijn eigen kleuter merk ik hoe deze weken vol indrukken zijn. Het afscheid nemen van de juf, de spanning van een nieuw schooljaar, al die drukte van verschillende activiteiten op school. Ze is sneller geïrriteerd en heeft een korter lontje. En eerlijk: ik begrijp het. Ook mijn hoofd maakt overuren tot de zomervakantie.

      Kleine voelsprieten, grote gevoelens

      Sommige kinderen lijken een soort radar te hebben voor de gevoelens van anderen. Ze pikken de sfeer in een klas haarfijn op, merken spanning op bij volwassenen en nemen soms emoties van anderen bijna letterlijk over. Dit noemen we ook wel emotionele hooggevoeligheid. Psycholoog Elaine Aron beschrijft hoe hoogsensitieve kinderen prikkels diepgaander verwerken en sneller overprikkeld raken. Daarbij komt dat hun stresssysteem vaak alerter is. Ze staan als het ware continu ‘aan’, juist om grip te krijgen op hun omgeving. En dus juist in dit soort ‘rommelige’ laatste schoolweken.

      Tegelijkertijd is het ook een prachtige eigenschap: deze kinderen zijn vaak zorgzaam, betrokken en sociaal sterk. Maar in een drukke periode, waarin de leerkrachten zelf ook op hun tandvlees lopen kan die gevoeligheid ineens veel van hen vragen. Vanuit mijn werk in het onderwijs weet ik hoe intens die laatste weken zijn voor juffen en meesters. Rapporten, overdrachten, afscheid nemen, opruimen… Het vraagt veel. En kinderen voelen dat. Niet als iets ‘slechts’, maar wel als iets wat meespeelt in hoe veilig en ontspannen zij zich voelen.

      Van volle schooldagen naar lege dagen

      En dan, ineens… vakantie. De structuur van school valt weg, de agenda is leeg, en dat lijkt heerlijk. Toch zie ik vaak dat het voor kinderen echt even schakelen is. De overgang van een druk schoolritme naar de rust van de zomervakantie is groot. Sommige kinderen zijn de eerste dagen onrustig, hangen een beetje, slapen slecht of worden zelfs ziek.

      Dat is niet zo gek. Onderzoek wijst uit dat stress, zelfs positieve spanning invloed heeft op ons immuunsysteem. Wanneer die spanning wegvalt, komt er ruimte voor herstel. Het is alsof het lichaam dan pas mag ‘instorten’. Het bekende fenomeen van “ziek worden in de vakantie” is dus eigenlijk een logisch gevolg van een lange periode van alertheid of drukte. Kinderen hebben tijd nodig om te landen en om te ontladen.

      Wat helpt?

      Hoe ga je daar als ouder mee om? Eerlijk gezegd: ik vind dit als mama altijd enorm pittige weken. Ik zie aan mijn dochter dat ze sneller van slag is en meer behoefte heeft aan nabijheid. Daarom probeer ik de lat wat lager te leggen. We plannen minder en kiezen vaker voor simpele momenten samen.

      Buiten zijn helpt bij ons goed. Naar het bos gaan, samen wandelen of gewoon een stukje fietsen. Tijdens die rustige momenten komen de gesprekken vaak vanzelf. Laatst ging ik hardlopen en mijn dochter stepte over de dijk mee. Halverwege begon ze ineens te vertellen: over kleine ruzietjes in de klas, over hoe het was om te wennen in groep 3 en over wat ze van volgend schooljaar verwacht. Zulke momenten ontstaan niet als je er expliciet naar vraagt, maar wel als je samen iets doet, zonder haast. We liepen meteen even langs het nieuwe lokaal van groep 3 om een kijkje te nemen.

      Tips om deze weken iets zachter te maken

      • Plan bewust minder: laat ruimte voor rust en vrije tijd
      • Blijf in verbinding: kies voor momenten van échte aandacht (wandelen, samen bakken, knutselen)
      • Neem je kind serieus: emoties hoeven niet opgelost, maar wel gehoord te worden
      • Maak dingen voorspelbaar: een aftelkalender of samen vooruitkijken helpt
      • Gun ook jezelf pauzes: een vol hoofd bij jou spiegel je ook naar je kind toe.

      Zo’n overgangsperiode hoeft niet perfect te verlopen. Ik hoor veel moeders die merken dat hun kind moe is, prikkelbaar is of woede-uitbarstingen heeft. Ik heb de gouden toverformule voor die laatste periode nog niet gevonden, maar ik weet het hoort erbij! Op de één of andere manier scheelt het al als ik van andere moeders ook hoor dat ze dit ervaren.

      Spelend vooruitkijken

      In de overgang van school naar vakantie kan het ook fijn zijn om op een luchtige manier nog even bezig te zijn met leren. Geen werkboekjes of huiswerkstress, maar gewoon gezellig samen een quiz of spelletje doen op Squla. De educatieve quizzen en games sluiten aan bij de leerstof van school en zijn laagdrempelig en speels. Wat bij ons goed werkt, is af en toe samen alvast een kijkje nemen in wat er volgend schooljaar aan bod komt. Even snuffelen aan de rekensommen of taalopdrachten van de nieuwe groep. Niet om te oefenen, maar om te ontdekken. Dat geeft vaak een gevoel van vertrouwen: “O, dit kan ik al een beetje!” en haalt wat spanning weg over wat komen gaat.

      Dit gaat ook weer voorbij

      Dus aan alle ouders en leerkrachten: wees mild. Naar de kinderen en vooral naar jezelf. Deze weken zijn intens, vol emoties, veranderingen en dingen die nog af moeten. En eerlijk? Ik weet het zelf ook niet altijd. Soms ploeter ik er gewoon een beetje doorheen. Maar ik weet inmiddels: ook dit gaat weer voorbij.

      Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel | Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO heeft ze zich gespecialiseerd in gedrag middels de Master SEN-Special Educational Needs. Daarnaast is ze mama van Fayenn (6) en Mace (3).

      Geraadpleegde bronnen:

      Aron, E. N. (1996). The highly sensitive child: Helping our children thrive when the world overwhelms them. New York: Broadway Books.

      Dhabhar, F. S. (2014). Effects of stress on immune function: The good, the bad, and the beautiful. Immunologic Research, 58(2-3), 193–210.

      De Gouden Weken: een gouden start van het schooljaar

      Juf Shelby

      Een nieuw schooljaar betekent een frisse start. Vaak bij een nieuwe leerkracht en in een nieuw lokaal. Wat ouders niet altijd weten: die eerste weken draaien om méér dan alleen het uitdelen van boeken of het kiezen van een zitplaats. In het onderwijs noemen we deze periode de gouden weken. Een tijd waarin de basis wordt gelegd voor een veilige sfeer in de klas, positieve groepsvorming én goede samenwerking met thuis. In deze blog lees je wat de gouden weken zijn, waarom kennismaking met ouders juist nu zo belangrijk is, welke activiteiten in de klas centraal staan en wat jij thuis kunt doen.

      Wat zijn de gouden weken?

      De gouden weken zijn de eerste vier tot zes weken van het schooljaar waarin de leerkracht samen met de klas werkt aan groepsvorming. Want een fijne groepssfeer ontstaat niet vanzelf, daar is aandacht, tijd en begeleiding voor nodig. Zeker als kinderen 6 weken niet bij elkaar in de klas hebben gezeten. Iedereen is in de zomervakantie ‘letterlijk en figuurlijk’ gegroeid. De één heeft wellicht een heerlijke vakantie gehad, bij de ander gingen zijn ouders scheiden. Als iedereen weer de klas in komt, neemt iedereen zijn eigen ‘rugzakje met gedrag’ mee.

      In deze weken leren kinderen elkaar (opnieuw) kennen, worden groepsregels opgesteld en ontstaan er afspraken over hoe je met elkaar omgaat. Door hier bewust op in te zetten, ontstaat er een positieve sfeer waarin kinderen zich veilig voelen en tot leren kunnen komen. Het is dus niet voor niets dat veel leerkrachten in deze periode extra investeren in samenwerken, elkaar vertrouwen en het versterken van het groepsgevoel.

      Groepsfases

      Tijdens de gouden weken doorloopt een klas verschillende fases van groepsvorming. Leerkrachten houden hier bewust rekening mee.

      • Forming: kinderen zijn aftastend en zoeken hun plek.
      • Storming: er ontstaat wrijving, kinderen testen grenzen en rollen.
      • Norming: afspraken worden duidelijk, de groep raakt op elkaar afgestemd.
      • Performing: er is rust, samenwerking en wederzijds vertrouwen.

      Elke groep doorloopt deze stappen, met zijn eigen tempo en uitdagingen. Leerkrachten begeleiden dit proces actief met activiteiten, gesprekken en duidelijke kaders. Door te begrijpen dat dit erbij hoort, krijg je als ouder ook meer zicht op wat je kind doormaakt in die eerste weken. Het is dus ook heel normaal dat je kind in de eerste weken wel eens thuis komt met een verhaal over een conflictje met een klasgenoot.

      Waarom het soms even ‘schuurt’ in de klas

      Vooral tijdens de zogenaamde ‘storming’-fase zoeken kinderen hun plek in de groep. Er worden opnieuw groepjes gevormd, er ontstaat wrijving en grenzen worden getest. Dit gaat vaak gepaard met onzekerheid: ‘Hoor ik er nog wel bij?’, ‘Wie is mijn vriend?’ of ‘Wat vinden anderen van mij?’

      Juist in deze fase kunnen er sneller conflicten ontstaan. Kinderen reageren emotioneler, trekken zich terug of laten juist meer haantjesgedrag zien. Dat merk je soms ook thuis: je kind kan prikkelbaarder zijn, zich terugtrekken of klagen over anderen. Het helpt om te weten dat dit gedrag past bij de normale groepsontwikkeling. Als ouder ben je dan al snel geneigd om aan de bel te trekken bij de nieuwe leerkracht. Maar het is goed om te weten dat dit gedrag past bij de normale groepsontwikkeling. Leerkrachten begeleiden dit proces bewust en met aandacht. Door ook thuis ruimte te geven aan gevoelens en hierover in gesprek te blijven, help je je kind om deze fase door te komen en zich opnieuw zeker te gaan voelen in de groep.

      Waarom zijn er in de gouden weken vaak kennismakingsavonden voor ouders?

      Juist in deze eerste weken nodigen veel scholen ouders uit voor een kennismakingsavond of startgesprek. En dat is niet zomaar. Een goede samenwerking tussen school en thuis begint bij elkaar leren kennen. Voor de leerkracht is het waardevol om van ouders te horen wie hun kind is, waar het blij van wordt of juist onzeker van raakt. En andersom geeft het ouders inzicht in hoe de leerkracht te werk gaat en wat zij kunnen verwachten. Korte lijntjes, een goede overdracht van belangrijke informatie en wederzijds vertrouwen. Het vormt de basis voor een betrokken en fijn schooljaar.

      Wat gebeurt er in de klas tijdens de gouden weken?

      Tijdens de gouden weken gebeurt er in de klas meer dan je denkt. Natuurlijk wordt er gelezen, gerekend en geschreven, maar er is ook veel ruimte voor spel, samenwerking en gesprek. Denk aan groepsspellen waarbij kinderen moeten samenwerken, kringsgesprekken over ‘hoe we het fijn hebben met elkaar’ of creatieve opdrachten over vriendschap en jezelf voorstellen. Ook worden er vaak klassenregels gemaakt die niet zomaar worden opgelegd, maar samen met de kinderen worden opgesteld. Door dit samen te doen, voelen kinderen zich betrokken én verantwoordelijk voor de sfeer in de klas.

      Wat kun je thuis doen?

      Als ouder kun je deze belangrijke weken ondersteunen door thuis het gesprek aan te gaan. Vraag niet alleen “Wat heb je geleerd?”, maar bijvoorbeeld “Met wie heb je samengewerkt vandaag?”. Dit soort vragen helpen je kind om stil te staan bij sociale situaties en interacties.

      Merk je dat je kind het lastig vindt om met sociale situaties om te gaan? Misschien is je kind vaak haantje de voorste, raakt het snel in conflict met anderen of klaagt jouw kind juist geregeld over het gedrag van klasgenoten. Dit kan als ouder vragen oproepen: moet ik ingrijpen, uitleg geven of oplossingen aandragen? Toch is het juist in deze situaties waardevol om eerst en vooral te luisteren zonder oordeel.

      Geef je kind de ruimte om zijn of haar verhaal te doen, zonder het meteen te corrigeren of te voorzien van adviezen. Door open vragen te stellen zoals “Wat gebeurde er precies?” of “Hoe voelde jij je daarbij?” help je je kind om zelf grip te krijgen op wat er speelt. Dit bevordert niet alleen het zelfinzicht, maar ook het vertrouwen dat jouw kind bij jou terechtkan, juist als het even schuurt in de klas. Want leren omgaan met anderen gaat met vallen en opstaan.

      Praktische tips om sociale vaardigheden thuis te versterken

      Sociale vaardigheden zijn te oefenen en dat begint vaak thuis, gewoon in kleine momenten. Hieronder enkele tips die je eenvoudig kunt toepassen:

      • Geef zelf het goede voorbeeld: kinderen leren veel door te kijken naar hoe jij met anderen omgaat. Benoem bijvoorbeeld als je iemand helpt, sorry zegt of een compliment geeft. Door je eigen gevoelens en keuzes hardop uit te spreken (“Ik was even boos, maar ik heb het rustig uitgelegd”) leert je kind hoe emoties werken.
      • Lees samen prentenboeken over emoties: met jonge kinderen zijn de boeken van Anna van Kathleen Amant of Kikker van Max Velthuijs erg herkenbaar. Ze behandelen thema’s zoals boos zijn, delen, verdriet, vriendschap en zelfvertrouwen op een herkenbare manier. Laat je kind reageren: “Hoe denk jij dat Anna zich nu voelt?”
      • Gebruik hulpboeken bij oudere kinderen: voor wat oudere kinderen (8+) zijn er toegankelijke boeken zoals Grote gevoelens doeboek van Tamar D. Black of Sterk in je schoenen gesprekskaarten‘ van Bazaltgroep, die op een speelse manier emoties en relaties verkennen.
      • Speel samen herkenbare rollenspellen: oefen situaties die je kind lastig vindt. Bijvoorbeeld: “Stel, iemand zegt dat je lelijke schoenen aan hebt. Wat kun je dan zeggen?” Door dit soort momenten samen na te spelen (een vorm die ook veel gebruikt wordt in sociaal emotionele lesprogramma’s zoals de Kanjertraining) help je je kind om te oefenen met duidelijke, rustige reacties. Je kunt samen verschillende manieren proberen: boos worden, negeren, iets terugzeggen of juist benoemen hoe het voelt. Zo leert je kind wat werkt, en voelt het zich zekerder als zoiets in het echt gebeurt.
      • Gebruik het dagelijks leven: een conflictje met een broertje, een blije verrassing van een klasgenoot of een boze bui na school. Het zijn allemaal kansen om samen terug te blikken: “Wat gebeurde er?”, “Hoe voelde jij je?”.

      Groepsvorming vraagt tijd en aandacht

      In de eerste gouden weken van het schooljaar gebeurt er veel. Soms is dat zichtbaar, maar vaak speelt het zich ook onder de oppervlakte af. De ‘storming’-fase kan voor kinderen best even lastig zijn: er ontstaan nieuwe groepsdynamieken, grenzen worden verkend en niet alles loopt meteen soepel. Juist daarom is er in deze periode veel aandacht voor groepsvorming, sociaal-emotionele ontwikkeling en de samenwerking met ouders.

      Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.

      Van kleuter naar groep 3: tips voor een zachte overgang

      Juf Shelby

      De overgang van groep 2 naar groep 3 is voor veel kinderen een grote stap. Niet alleen qua leerstof, maar ook op sociaal-emotioneel vlak. Hoe kunnen we deze overgang soepel laten verlopen? Wat helpt kinderen in deze spannende fase? In deze blog leg ik je alles uit over de overgang van groep 2 naar groep 3, van spelend leren naar lezen!

      Afscheid nemen van de kleuterklas

      De laatste weken in de kleuterklas zijn vaak gevuld met allerlei activiteiten zoals een sportdag, rapportavonden, een wendag voor nieuwe kleuters of een schoolreisje. Kleuters voelen feilloos aan dat er iets gaat veranderen. Voor sommige kinderen overheerst de trots “ik ga naar groep 3!”, maar er is ook onzekerheid. Ik denk dat iedere kleuter stiekem wel een beetje spanning voelt (ook al zie je dit niet altijd). Alleen al de vele ‘bijzondere’ dagen en kinderfeestjes vlak voor de vakantie en het klaslokaal wat opgeruimd wordt. Zelf merk ik altijd vanaf eind mei dat mijn dochter een ‘korter lontje’ heeft. ‘Tijd voor vakantie..’ grap ik soms samen met andere moeders op het schoolplein.

      Wendagen: een eerste kijkje in groep 3

      Veel scholen organiseren in juni of juli een ‘wenmomentje’ of zelfs een hele dag in groep 3. Dat is super fijn. Even op het grote stoeltje zitten, kennismaken met de nieuwe juf of meester, en zien hoe het nieuwe klaslokaal eruit ziet. Zo’n eerste kennismaking maakt vaak veel indruk!

      Zo’n wenmoment helpt om het onbekende ‘bekend’ te maken. Het verlaagt de spanning, want ineens blijkt groep 3 niet een mysterieuze plek waar alleen maar stil gelezen wordt. Er is nog steeds heel veel ruimte voor knutselen, spelen en plezier.

      Wacht even met al je vragen…

      Na een intensieve schooldag zit het hoofd van een kleuter vaak vol indrukken. Juist dan kan het verleidelijk zijn om meteen bij het ophalen allerlei vragen te stellen: “Hoe was het in groep 3? Wat heb je gedaan? Vond je het leuk?” Maar vaak is dat simpelweg te veel. Je kind heeft eerst tijd nodig om te ontladen, bij te komen en weer even thuis te landen.

      Ik merk bij mijn eigen kind dat direct uit school praten over de dag zelden lukt en soms zelfs tot frustratie leidt (lees: een ‘kort lontje’ en een snauw naar mama na een drukke dag). Wat wél helpt, is wachten tot een rustiger moment. Tijdens een wandelingetje, samen kleuren of bij het voorlezen in de avond komen de verhalen vaak vanzelf. Door te wachten, geef je je kind de ruimte om op zijn eigen moment te delen wat belangrijk is.

      Spanning om naar groep 3 te gaan

      De overgang naar groep 3 brengt soms spanning met zich mee. De structuur verandert: er zijn meer werkmomenten aan tafel, er wordt gewerkt met methodes en leerdoelen, en kinderen moeten langere tijd geconcentreerd blijven.

      Kleine opmerkingen, groot effect

      Let daarbij op hoe er door jou over groep 3 gepraat wordt, juist als kinderen meeluisteren of erbij staan. Opmerkingen als: “Nou, straks moet hij de hele dag stilzitten, dan leert hij hopelijk concentreren” kunnen onbedoeld een negatief beeld geven van wat komen gaat. Probeer de nadruk te leggen op wat kinderen wél gaan ontdekken en leren: “In groep 3 ga je allemaal nieuwe dingen leren, en je juf of meester helpt je erbij.”

      Volgens orthopedagoog Luc Stevens is het essentieel dat kinderen zich competent, autonoom en verbonden voelen om optimaal te leren. Groep 3 doet dus een stevig beroep op deze basisbehoeften. Als een kind onzeker is (“Ik kan dat niet”) of het gevoel heeft dat het geen invloed heeft op wat er gebeurt (“Ik moet dit doen, maar ik snap het niet”), kunnen spanningen ontstaan.

      Daarom is het zo belangrijk dat de overgang niet abrupt is. Spelenderwijs voorbereid worden op nieuwe routines en verwachtingen helpt kinderen zich veilig en bekwaam te voelen. Daarom wordt er in de eerste periode in groep 3 ook nog regelmatig gespeeld in de klas.

      Wat als je kind met twijfels overgaat naar groep 3?

      Soms is er twijfel bij een kleuter om het over te laten gaan. Cognitief lijkt het misschien voldoende, maar sociaal-emotioneel is het nog wat jong. Of andersom: een kind is heel taalvaardig, maar heeft moeite met taakgericht werken.

      De beslissing om al dan niet door te stromen is altijd maatwerk. Ouders en leerkrachten moeten daarbij goed samenwerken en kijken naar het geheel: ontwikkeling, gedrag, motivatie én welbevinden. Gaat je kind toch met twijfel door? Dan is het goed om in het nieuwe schooljaar extra alert te blijven. Een warme overdracht tussen leerkrachten, goede observatie in de eerste weken en open communicatie met ouders kunnen het verschil maken.

      En vooral: laat het kind voelen dat het fouten mag maken en dat leren een proces is, geen race. Het is bovendien heel normaal dat sommige kleuters al bijna kunnen lezen als ze naar groep 3 gaan, en dat andere kinderen dit pas later leren. Maak je kind bewust dat verschillen erbij horen: iedereen leert op zijn eigen tempo.

      Praat mét vertrouwen, niet over twijfel

      Probeer ook hier bewust te zijn van hoe je over de overgang praat, zeker waar je kind bij is. Een goedbedoelde opmerking als: “Ze mag het proberen, maar het wordt vast pittig voor haar” kan een kind het gevoel geven dat het op moet boksen tegen verwachtingen. Kies liever voor woorden die vertrouwen geven, zoals: “Je mag in groep 3 nieuwe dingen gaan leren en dat gaat vast stapje voor stapje lukken.”

      En wat als je kind juist al kan lezen?

      Sommige kleuters lezen al vlot voor hun zesde. Dat kan een cadeau zijn, maar ook een uitdaging. Want ‘voorlopen’ op technisch lezen betekent niet altijd dat een kind ook schoolrijp is.

      Volgens onderzoek is ‘schoolrijpheid’ veel breder dan alleen cognitieve vaardigheid (Hamerslag et al., 2015). Denk aan emotieregulatie, taakgerichtheid en sociale interactie. Een kleuter die leest op AVI M3-niveau, maar nog moeite heeft met samenwerken of plannen, is misschien nog niet toe aan het strakkere lesrooster van groep 3.

      Voor deze kinderen is het belangrijk dat er gedifferentieerd wordt. Niet versnellen in lezen om nog sneller een hoger AVI-niveau te halen, maar verdieping bieden binnen het eigen tempo. Denk aan projecten, uitdagende boeken of open opdrachten waarbij ze hun talent kwijt kunnen.

      • Blijf het lezen speels houden
        Laat je kind genieten van verhalen. Wissel samen lezen af met voorlezen, stripboeken, versjes of themaboekjes. Kies Avi-start of M3-boekjes met humor en herkenning. Maar er zijn ook speciale ‘samenleesboeken. Samenleesboeken zijn ideaal voor het einde van groep 2 of het begin van groep 3.
      • Leg de nadruk op plezier, niet op presteren
        Je kind hóeft niet vooruit op AVI-niveau. Het leesplezier is belangrijker dan ‘sneller lezen’.
      • Houd oog voor het totaalplaatje
        Kan je kind ook samenwerken, zich concentreren of omgaan met teleurstelling? Schoolrijpheid is breder dan alleen technisch lezen.
      • Bied uitdaging binnen de belevingswereld
        Kies boeken die aansluiten bij de interesses van je kind. Informatieve boekjes of verhalen over onderwerpen waar je kind enthousiast van wordt, zorgen voor verdieping én leesplezier. Mijn dochter was als kleuter bijvoorbeeld helemaal gefascineerd door insecten en vlinders. Met een zoekkaart in de hand en een informatief boek naast zich ging ze buiten op ontdekking: elk kriebelbeestje werd opgezocht, vergeleken en benoemd. Zo werd lezen iets wat verbonden is met haar eigen wereld en dat maakt het betekenisvol.
      • Overleg met de leerkracht
        Bespreek hoe de school inspeelt op de leesontwikkeling zonder je kind te veel te ‘versnellen’. Verdieping is vaak waardevoller dan versnelling.

      Samenleesboeken

      Samenleesboeken zijn speciaal ontworpen om samen met een volwassene of oudere lezer te lezen. De tekst is verdeeld in twee niveaus:

      De volwassen of ervaren lezer leest de langere, moeilijkere stukken (vaak in kleinere of donkere letters). Het kind leest de eenvoudige, korte woordjes of zinnen (vaak in grotere of gekleurde letters). Zo ontstaat er een leeservaring waarbij het kind actief meedoet, maar niet overbelast wordt. Het verhaal blijft leuk én begrijpelijk.

      Boekentip: Letters leren met Choco – Nicolle Christiaanse
      Een speelse mix van voorleesverhaal en letterzoekspel. Aan de linkerzijde lees jij, aan de rechterkant zoekt je kind letters en korte woordjes. Perfect voor kleuters (4–6 jr.) om spelenderwijs hun leesvaardigheid te versterken.

      Boekentip: Ben jij een dief? (AVI‑Start)
      Een spannend AVI‑Start boekje met korte, humoristische teksten die kleuters zelf kunnen lezen. Helpt het leesplezier én -vertrouwen te vergroten, en is ideaal om samen te lezen en delen

      Tips voor een zachte landing in groep 3

      • Bekijk samen de website van de school
        Zoek een foto van de nieuwe leerkracht of het lokaal op de schoolwebsite. Laat je kind zien wie de juf of meester is, en waar het straks mag werken. Herkenning bij binnenkomst geeft een gevoel van veiligheid.
      • Loop een keer langs het gebouw of lokaal
        In de weken voor de zomervakantie (of vlak ervoor) is het fijn om een keer langs school te wandelen en samen te praten over hoe het straks zal zijn. “Kijk, daar ga je straks naar binnen.” Dat maakt het concreet en minder spannend.
      • Normaliseer dat je kind niet alles hoeft te kunnen
        Veel kinderen denken dat ze al moeten kunnen lezen, rekenen of stilzitten. Vertel je kind: “Je hoeft het nog niet te kunnen. Je gaat juist naar school om het te leren.” Dat haalt druk weg en geeft ruimte om nieuwsgierig te zijn.
      • Vertel over je eigen schoolervaringen
        Kinderen vinden het heerlijk om verhalen te horen over toen jij klein was. Hoe jij het vond in groep 3, of wat je spannend vond. Het maakt hun gevoelens normaal en herkenbaar.
      • Houd het afscheid luchtig op de eerste schooldag
        Hoe spannend ook, probeer het afscheid op de eerste dag kort en positief te houden. Een duidelijke knuffel, een geruststellende zin (“Ik zie je straks weer!”) en vertrouwen uitstralen, doen vaak meer dan je denkt.
      • Maak tijd om te praten over de overstap.
        Liever niet direct uit school maar tijdens een gezamenlijke wandeling of spelletje komen de verhalen vaak vanzelf los.

      Elke stap begint met gezien worden

      Misschien is het spannend, of misschien is je kind er helemaal klaar voor…of allebei tegelijk. Hoe dan ook: groep 3 wacht met nieuwe verhalen, uitdagingen en ontdekkingen. Laten we die overgang niet te groot maken, maar vooral liefdevol begeleiden. Want leren begint met gezien worden. Wat mij helpt, is steeds weer tegen mezelf én mijn kind te zeggen: je hoeft het nog niet te kunnen, je bent er om te leren. Dat maakt de stap naar groep 3 ineens een stuk minder groot. Met een beetje geduld, vertrouwen en aandacht komt het meestal gewoon goed.

      Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.

      Geraadpleegde bronnen:

      Hamerslag, R., Oostdam, R., & Tavecchio, L. (2015). De rol van sociaal-emotionele en gedragsmatige aspecten bij het leerproces van jonge kinderen: Het concept schoolrijpheid ‘afgestoft’. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 54(3), 119–130.

      Het eerste kinderfeestje, hoe organiseer je dit?

      Juf Shelby

      Een eerste kinderfeestje organiseren voor je kind is een mijlpaal… een beetje spannend, maar vooral ook heel leuk. Voor veel ouders roept het vragen op: hoeveel kinderen nodig je uit? Doe je het thuis of ergens anders? En hoe zorg je ervoor dat het overzichtelijk blijft voor jou én je kind? In deze blog deel ik mijn ervaringen als mama, inzichten als juf en tips om van het eerste feestje een fijne herinnering te maken.

      Hoeveel kinderen nodig je uit?

      Er is een bekende vuistregel die je vaak online leest: het aantal kinderen op het feestje is gelijk aan de leeftijd van het kind. Wordt je kind vijf? Dan nodig je vijf kinderen uit. Deze regel lijkt handig te hanteren, maar in de praktijk werkt het niet altijd zo strak.

      Wat ik zelf merkte: als je kind net een feestje van een klasgenootje heeft gehad, wil het dat kindje vaak ook terugvragen en dat is ook logisch. Kleuters hechten waarde aan wederkerigheid en vriendschap. Soms betekent dat dat je nét iets meer kinderen uitnodigt dan je van plan was. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang jij als ouder het overzicht kunt houden en je kind zich niet overweldigd voelt.

      Tip: Kijk vooral naar je eigen kind: hoe gaat het om met drukte? Hoe groot is de groep waarmee het zich prettig voelt? Niet elk kind houdt van een groot gezelschap. Soms is een klein, gezellig feestje met vier vriendjes al perfect en soms zijn het er 10.

      Thuis of op locatie?

      Tegenwoordig zijn er talloze plekken waar je een feestje kunt vieren: indoorspeeltuinen, kinderboerderijen, trampolinehallen… Maar vergis je niet: een feestje thuis kan minstens zo leuk zijn en soms juist fijner voor jonge kinderen.

      Thuis is de omgeving vertrouwd, de prikkels zijn voorspelbaar en je kunt het tempo helemaal afstemmen op de groep. Zeker voor kleuters is dat belangrijk. Hun zelfregulatie is nog volop in ontwikkeling, en bij teveel nieuwe indrukken kunnen ze snel overprikkeld raken. Een kleinschalig feestje geeft dan rust.

      Leuke ideeën voor thuis:

      • Kadootjes verstoppen in huis of tuin
      • Snoephappen of speurtocht met eenvoudige opdrachten
      • Klassiekers zoals stoelendans of ‘ezeltje prik’
      • Vrij spel met verkleedkleren, blokken of knutselmateriaal

      Zelf maakte ik van tevoren een lijstje met activiteiten. Geen strak draaiboek, maar gewoon een overzicht waar ik even op kon spieken als ik niet meer wist wat ik met het groepje moest doen. En geloof me: dat lijstje kwam van pas!

      Je hoeft het niet alleen te doen

      Klinkt als een open deur, maar toch: vraag hulp. Kinderfeestjes zijn intens (ook voor de papa’s of mama’s), vooral met een groep kleuters die nog nét iets vaker naar de wc moeten, duizend vragen stellen, ruzietjes hebben of gewoon allemaal tegelijk iets van je willen.

      Of je het nu samen met je partner doet, een familielid vraagt of een andere ouder inschakelt: een extra paar handen maakt het verschil. Terwijl de één ranja inschenkt of een spelletje begeleidt, kan de ander helpen met wc-bezoekjes of troost bieden aan een kind dat even heimwee heeft. Ik kan het niet anders zeggen: ik vond het als ouder écht intensief. En dat terwijl ik ervaring heb met het organiseren van activiteiten voor een klas van 35 kleuters! Maar een feestje in de vrije, minder gestructureerde setting van thuis is echt een ander verhaal.

      Direct mee uit school of laten brengen?

      Een vraag die je als ouder waarschijnlijk ook tegenkomt: laten we de kinderen meteen mee uit school komen, of laten we ze later op de middag brengen? Beide opties hebben hun voordelen, maar uit eigen ervaring weet ik: de manier van starten maakt veel verschil.

      Bij het eerste feestje liet ik de ouders de kinderen rond 14.00 uur bij ons thuis brengen. Wat ik toen niet had voorzien: iedereen kwam een beetje om de beurt binnen. Sommige kinderen waren al binnen en vroegen meteen om aandacht of wilden beginnen met spelen, terwijl andere ouders nog instructies wilden geven of afscheid namen. Ik had letterlijk handen en oren te kort, en de start voelde daardoor wat rommelig. We sloten de middag af met een gezamenlijk avondeten, maar ook dat vond ik achteraf niet ideaal. Juist het einde van de dag is vaak het moment waarop kinderen moe zijn, zeker na een middag vol indrukken. Het avondeten werd daardoor vrij lawaaierig en voelde onrustig aan.

      De keer daarop kozen we voor een andere aanpak: we haalden de kinderen direct uit school op. Iedereen begon op hetzelfde moment, er was geen in- en uitloop en we lunchten samen thuis. En dat werkte verrassend goed. Met een volle buik en een rustige opstart bleken de kinderen veel beter gehumeurd, en het feestje verliep een stuk soepeler. Ook voor mij als ouder voelde het overzichtelijker en rustiger.

      Welke vorm je ook kiest: denk vooruit en voel vooral aan wat past bij jouw kind en bij jou als ouder. Soms zit het verschil tussen stress en ontspanning in zulke kleine keuzes.

      Structuur geeft rust (ook op een feestje)

      Vanuit mijn rol als leerkracht weet ik hoe belangrijk structuur en duidelijkheid zijn voor jonge kinderen. Een feestje mag speels zijn, het helpt enorm als er een heldere lijn in zit. Daarom vertelde ik aan het begin van het feestje in het kort wat we die middag gingen doen. Het was een prinsessenfeestje, dus ik zei: “We gaan kadootjes verstoppen, zingen, ons verkleden, knutselen en daarna gaan we samen eten.” Voor de kinderen die het spannend vonden, gaf dit meteen houvast en voorspelbaarheid. Ze wisten wat er kwam en wat ze konden verwachten.

      Wat ook hielp: ervoor zorgen dat er altijd iets te doen is. Bij het knutselen viel me op dat er veel niveau- en tempoverschil was. Waar het ene kind na drie minuten klaar was, had het andere kind nog vijftien minuten nodig. Dan is het handig om een extra kleurplaat of activiteit achter de hand te hebben. En: kies liever een té eenvoudig knutselwerkje dan iets te moeilijks. Voor kinderen is het veel leuker om trots te zijn op iets wat lukt, dan gefrustreerd te raken omdat het niet gaat zoals ze willen.

      Wat ook goed werkte, was het verdelen van de aandacht. Toen ik de kinderen ging schminken, verliep dat verrassend soepel omdat ‘oma’ ondertussen met de kinderen die nog niet aan de beurt waren het spelletje ‘ezeltje prikje’ speelde, maar dan natuurlijk in zeemeerminnenstijl, passend bij ons thema. Zo bleef iedereen bezig, ontstond er geen onrust om wie de volgende mocht zijn, en konden we in alle rust ieder kind mooi schminken.

      Structuur betekent niet strak plannen tot op de minuut, maar wel dat je als ouder een duidelijke koers uitzet. Dat geeft rust voor jou én voor de kinderen.

      Duidelijke grenzen geven veiligheid

      Daarnaast merkte ik, zoals in elke groep, dat er altijd kinderen zijn die grenzen opzoeken, moeite hebben met luisteren of zich moeilijk kunnen concentreren. Dat is normaal, zeker in een nieuwe omgeving vol prikkels en spannende activiteiten. Maar wat ik zelf heel belangrijk vond: probeer niet alleen maar de ‘lieve mama’ te zijn. Het is ook jouw huis, jouw regels en jouw feestje. Kinderen hebben duidelijkheid nodig om zich veilig te voelen en om te weten waar ze aan toe zijn.

      Toen een meisje bijvoorbeeld op de bank begon te springen en tegen me zei: “Nou, thuis mag ik dat wel,” antwoordde ik rustig maar beslist: “Dat kan, iedere mama heeft haar eigen regels, maar hier is de regel dat we op de trampoline springen en niet op de bank.” Geen strijd, gewoon helder.

      Die duidelijkheid begint al vóór je aan een activiteit begint. Ga je een speurtocht doen in de wijk? Bespreek dan vooraf wat je van het gedrag van de kinderen verwacht. Denk aan lopen op de stoep, stoppen bij het oversteken en bij elkaar blijven als groep. Nog beter: laat de kinderen zélf bedenken wat belangrijk is om het veilig en leuk te houden. Zo voelen ze zich betrokken en neem je hun eigen verantwoordelijkheid serieus.

      Geloof me: als je dat niet doet, loop je kans op een chaotische scène met rennende kleuters door de wijk, terwijl jij er wanhopig achteraan roept en niemand luistert. Grenzen geven rust, structuur én maken het feestje leuker voor iedereen.

      Houd het kort (en reken op uitlooptijd)

      Een kinderfeestje hoeft écht niet lang te duren om geslaagd te zijn. Sterker nog: voor kleuters is een paar uur vaak meer dan genoeg. Wij begonnen om 12.30 uur, en rond 15.45 begonnen we al rustig met afronden en opruimen, zodat we rond 16.15 à 16.30 de kinderen weer thuis konden brengen, zoals we het op de uitnodiging hadden vermeld.

      Mijn advies: probeer die thuisbrengtijd ook echt te halen. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk blijkt het nog best een uitdaging. Want kleuters… die hebben tijd nodig… Véél tijd. Voor het zoeken van sokken, het aantrekken van schoenen, het weer uittrekken van schoenen omdat er toch nog een glittertje in de schoen zit, en met het vinden van de juiste jas. Reken gerust op een kwartier tot 20 minuten extra voor dit soort afrondmomenten!

      Ben je op een locatie zoals een binnenspeeltuin? Houd dan ook rekening met toiletpauzes, opruimen en het feit dat het even duurt voordat je alle kinderen weer hebt verzameld. Mijn ervaring: roep liever iets te vroeg dat het tijd is om jassen aan te doen. Laat ze dan nog even rustig wachten met een liedje of een klein spelletje, dan dat je jezelf in het zweet werkt omdat je pas op de vertrektijd beseft dat een deel van de kinderen nog zijn schoenen zoekt of geholpen moet worden met de jas aantrekken.

      Een goede timing voorkomt stress op het einde en zorgt voor een rustige, positieve afsluiting van een feestelijke dag.

      En het snoepzakje dan?

      Natuurlijk hoort er iets lekkers bij een feestje, maar ik koos er bewust voor om tijdens het feestje zelf niet te veel suikers of kleurstoffen aan te bieden. Een paar traktaties tussendoor, ja, maar liever niet continu snoep op tafel. Sommige kinderen kunnen namelijk erg druk of overprikkeld raken door overmatige suikerinname of kleurstoffen (Bron: Nederlands Jeugdinstituut, 2022).

      Daarom gaf ik aan het eind van het feestje een klein snoepzakje mee naar huis. Zo bleef het feestje zelf rustiger en hadden de kinderen toch een feestelijk aandenken om thuis van te genieten. Een snoepje of een zakje chips en een klein speeltje is echt al genoeg. Je hoeft het niet grootser te maken dan dat.

      Intensief, maar zo waardevol

      Tot slot: ondanks alle voorbereidingen, draaiboek en hulp… ik vond het écht intensief. Ik weet nog dat ik ’s avonds op de bank dacht: Hoe kan het zijn dat ik dagelijks een klas van 35 kleuters draaide als juf, en nu zo moe ben van een klein kinderfeestje? Maar het is ook echt anders: de verantwoordelijkheid is volledig van jou, je bent continu ‘aan’ en de sfeer is veel vrijer dan in de klas. Gelukkig had ik die avond niets meer gepland. Ik ging lekker in bad… en dat was echt nodig om te ontprikkelen.

      Mijn advies aan andere ouders: kies iets wat bij jóuw kind past. Niet ieder feestje hoeft groter, spectaculairder of luxer dan het vorige. Laat je niet meeslepen door wat je om je heen ziet of hoort. Het mooiste feestje is het feestje waar jouw kind zich gezien, blij en ontspannen voelt. En waar jij als ouder met een glimlach (en misschien een beetje overprikkeld 😉 ) op terugkijkt.

      Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.

      Geraadpleegde bronnen:

      Nederlands Jeugdinstituut (NJi). (2022). Voeding en gedrag. Geraadpleegd op 12 juni 2025, van https://www.nji.nl
      Voedingscentrum. (z.d.). Voedingsadditieven: kleurstoffen. Geraadpleegd op 12 juni 2025, van https://www.voedingscentrum.nl

      Een klein gebaar: het perfecte bedankje voor de leerkracht aan het eind van het schooljaar

      Juf Shelby

      Het schooljaar is bijna voorbij. Heb jij al nagedacht over hoe je de juf of meester gaat bedanken? Als juf heb ik in de afgelopen jaren al heel wat bedankjes mogen ontvangen van kinderen en ouders. En nu, als mama van een kleuter, kijk ik ineens ook van de andere kant mee. Wat geef je aan een juf of meester als dank voor een heel jaar zorgen, leren en begeleiden?

      Wat vond ik als juf nou écht ‘leuk’ om te krijgen als bedankje?

      Laat ik beginnen met wat ik als juf altijd het leukste vond om te krijgen: een persoonlijk kaartje of briefje. Niet per se van de ouders, maar van het kind zelf. Een paar zinnen over wat het kind is bijgebleven van het schooljaar, wat hij of zij leuk vond, of waar ik bij heb geholpen. Dat raakte me. Ik herinner me nog een meisje uit groep 7 die me in haar eigen woorden bedankte dat ze zo zelfverzekerd was geworden nadat ik haar op sociaal emotioneel gebied op weerbaarheid had begeleid (ik had zelf de tranen in mijn ogen toen ze het tegen me zei). Want laten we eerlijk zijn: in het onderwijs werken we niet voor de bonussen of promoties. Die zijn er zelfs niet eens! De echte beloning zit in het gevoel iets voor een kind hebt kunnen betekenen. Dat een kind zich gezien en gesteund voelde in de klas en kon groeien.

      Grote gebaren, niet nodig!

      Grote cadeaus zijn dus echt niet nodig. Sterker nog, ik zie dat veel leerkrachten zich daar een beetje ongemakkelijk bij voelen. Een zelfgemaakt knutselwerkje, een tekening, een zelf versierde waxinelichthouder of een memoboekje met wat vrolijke stickertjes: dat zijn de dingen die door leerkrachten onthouden worden. Omdat er liefde, aandacht en moeite in zitten. Omdat het van het kind zelf komt. De ‘klassiekers’ doen het nog steeds prima: een doosje chocolade, een bos bloemen, badschuim of zeep. Altijd handig! En als je het persoonlijk wilt maken: laat je kind het kaartje schrijven, het potje versieren, of het cadeau zelf uitkiezen.

      Persoonlijke leuke ideeën

      Heb je een onderneming of een speciaal beroep? Denk dan eens aan iets uit je eigen werk. Toen ik zelf nog voor de klas stond, kreeg ik ooit een doosje champignons van het zoontje van een kweker en aardbeien van een dochter van een teler. Super leuk vond ik dat! En vaak waren de kinderen er zelf ook heel trots op.

      Voor wie niet een eigen onderneming heeft, hier nog een paar leuke, haalbare ideetjes:

      • Een klein plantje of een mooie losse bloem met een kaartje: “Bedankt dat je me hebt laten groeien.”
      • Bloemzaadjes in een mooi zakje, eventueel door je kind versierd.
      • Een vrolijke mok of een linnen tas met een leuke tekst (super juf/meester).
      • Bureau-accessoires zoals gelpennen, leuke memoblokjes of washi tape: altijd welkom!
      • Een mooi voorleesboek voor in de klas, met een persoonlijke boodschap voorin geschreven.
      • Een mooie foto van je kind van dat schooljaar met een anekdote.
      • Een ‘diploma’ voor de leerkracht, met daarop genoteerd wat je kind vindt wat de leerkracht voor hem/haar betekend heeft.

      En wat laat ik mijn kind geven aan de juf?

      Omdat mijn man een onderneming heeft in de productie van ambachtelijke vleeswaren, geven onze kinderen een pakketje uit onze slagerij met lekkere grillworst, gehaktballetjes of hamburgers aan de juffen. Ik schrijf daar dan een persoonlijk kaartje bij waarin ik vertel wat ik als ouder gewaardeerd heb. Bijvoorbeeld een leuke herinnering of dat ik de ouderportaal berichtjes altijd leuk vond om te lezen. Ik vraag mijn dochter ook altijd naar leuke momenten of uitspraken van de juf die indruk hebben gemaakt, en ik schrijf voorbeelden op van de dingen waarvan ik zelf zie dat mijn kind gegroeid is dankzij de leerkracht.

      Niet vergeten… de extra ondersteuners in de school

      Denk bij het geven van een bedankje ook eens aan de onderwijsassistent, vakleerkracht gym, intern begeleider of directeur. Misschien heb jij of je kind niet direct contact met hen gehad, maar weet dat deze mensen vaak een grote rol spelen in de zorg rondom de kinderen. Ze ondersteunen leerkrachten, denken mee bij uitdagingen en zorgen ervoor dat alles achter de schermen soepel verloopt. Toch worden ze vaak vergeten bij de bedankjes. Een klein kaartje, tekening of een kleinigheidje kan ook voor hen veel betekenen en laat zien dat hun inzet gezien en gewaardeerd wordt. Je leert je kind meteen hoe waardevol het is om anderen te waarderen.

      Wat telt, is de aandacht!

      Wat je ook kiest, onthoud dat het niet om de waarde gaat, maar om de aandacht. Een juf of meester heeft een jaar lang met liefde en toewijding voor je kind gezorgd. En dat hoeft echt niet met een groot cadeau beloond te worden. Een klein, oprecht gebaar zegt vaak meer dan genoeg.

      Laat je kind meedenken, laat het iets zeggen of schrijven, en maak er iets persoonlijks van. Daar doe je niet alleen de leerkracht een plezier mee, maar geef je je kind ook mee dat dankbaarheid tonen iets moois is waar hij zelf ook verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij heeft. En dat is misschien wel het grootste cadeau van allemaal!

      Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel | Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.