- VakkenKies je groepKies je groep
-
Rekenen
-
Taal
-
Begrijpend lezen
-
Engels
-
Toetsen
-
Vreemde talen
-
De wereld
-
Verkeer
-
Tekenen
-
Adaptief rekenen
-
Rekenen
-
Taal
-
Spelling
-
Begrijpend lezen
-
Engels
-
Aardrijkskunde
-
Topografie
-
Geschiedenis
-
Natuur en techniek
-
Toetsen
-
Vreemde talen
-
Muziek
-
Verkeer
-
Tekenen
-
Adaptief rekenen
-
- Groepen
- Toetsen
- Leerkracht
Aanwijzend voornaamwoord
Een aanwijzend voornaamwoord is een woordsoort waar je kind in verschillende groepen op de basisschool mee te maken krijgt. Woorden als dit, dat, deze en die gebruik je eigenlijk dagelijks, bijvoorbeeld om aan te geven welk voorwerp of persoon je bedoelt. Maar wat is een aanwijzend voornaamwoord precies, en hoe leg je dat op een leuke manier uit aan je kind? We helpen je graag op weg. Op deze pagina ontdek je wat een aanwijzend voornaamwoord is, waar het in de zin kan staan en het verschil tussen zelfstandig en niet-zelfstandig gebruik. We delen een handig trucje om nooit meer dat, dit, die en deze door elkaar te halen!
Wat is een aanwijzend voornaamwoord?
De naam zegt het eigenlijk al: een aanwijzend voornaamwoord wijst iets of iemand aan. Het is een woordje dat nadrukkelijk verwijst naar een zelfstandig naamwoord. Je kind krijgt op de basisschool in verschillende groepen met deze woordsoort te maken. Denk aan woorden als deze, die, dit, dat, zo’n, zulke, degene of diegene. Dit zijn allemaal voorbeelden van aanwijzende voornaamwoorden. Vaak staat zo’n woord direct voor het zelfstandige naamwoord waar het naar verwijst, maar niet altijd. We kijken verder waar het aanwijzend voornaamwoord in de zin kan voorkomen.
Plaats van het aanwijzend voornaamwoord in de zin
Misschien denk je dat een aanwijzend voornaamwoord altijd op dezelfde plek in de zin staat – bijvoorbeeld vooraan. Zo simpel is het niet: deze woordjes kunnen op verschillende posities in de zin voorkomen. Hieronder bespreken we de drie belangrijkste situaties met voorbeelden.
Voor een zelfstandig naamwoord (in plaats van een lidwoord): Vaak neemt het aanwijzend voornaamwoord de plek in van een lidwoord (de, het of een) en staat het direct vóór een zelfstandig naamwoord.
- De man is kaal → Die man is kaal. (Hier vervangt die het lidwoord de.)
- Het is een leuk spel → Dit is een leuk spel. (Hier vervangt dit het woordje het aan het begin van de zin.)
- De auto is vies → Deze auto is vies.
- Het ei viel kapot → Dat ei viel kapot.
Voor een bijvoeglijk naamwoord: Een aanwijzend voornaamwoord kan ook vlak voor een bijvoeglijk naamwoord staan. In dat geval slaat het nog steeds op het zelfstandige naamwoord dat volgt, maar het wordt “onderbroken” door een bijvoeglijk naamwoord.
- Ik vind die oude man erg grappig. (Het woord die verwijst hier naar man.)
- Mijn vader heeft twee van zulke mooie gitaren. (Zulke verwijst naar gitaren.)
- Deze nieuwe schoenen zijn van mijn broertje. (Deze verwijst naar schoenen.)
In plaats van een zelfstandig naamwoord: Tot slot kan een aanwijzend voornaamwoord zelf het zelfstandig naamwoord vervangen. Het staat dan op zichzelf, zonder dat er een naamwoord direct achter komt.
- Ik vind dit leuk. (Het woord dit neemt hier de plaats in van een zelfstandig naamwoord. In plaats van dit had je bijvoorbeeld ook “tennis” of “voetbal” kunnen zeggen.)
- Dat is echt saai. (Hier staat dat op zichzelf. Je zou ook kunnen zeggen: “Dat spel is echt saai.” Het zelfstandig naamwoord spel is weggelaten.)
- Hij vindt deze makkelijk. (Deze vervangt hier een zelfstandig naamwoord. Achter deze zou bijvoorbeeld het woord opdracht kunnen staan: “Hij vindt deze opdracht makkelijk.”)
|
Lidwoord |
Aanwijzend voornaamwoord |
|
De man is kaal. |
Die man is kaal. |
|
Het is een leuk spel. |
Dit is een leuk spel. |
|
De auto is vies. |
Deze auto is vies. |
|
Het ei viel kapot. |
Dat ei viel kapot |
Zelfstandig en niet-zelfstandig gebruik van aanwijzende voornaamwoorden
We onderscheiden zelfstandig en niet-zelfstandig gebruik van aanwijzende voornaamwoorden. Wat betekent dat precies? Heel simpel:
- Zelfstandig gebruik: Het aanwijzend voornaamwoord staat los, er komt geen zelfstandig naamwoord direct na. Het woord wijst “in zijn eentje” iets of iemand aan.
- Niet-zelfstandig gebruik: Het aanwijzend voornaamwoord staat niet alleen, maar wordt gevolgd door een zelfstandig naamwoord (eventueel met een bijvoeglijk naamwoord ertussen). Het woord verwijst naar dat zelfstandig naamwoord in de zin.
Welke woorden gebruik je wanneer? Dat hangt af van of het zelfstandige naamwoord waar je naar verwijst een de-woord of een het-woord is, en of het enkelvoud of meervoud is. Hieronder zetten we de mogelijkheden op een rij:
Bij zelfstandig gebruik (het aanwijzend voornaamwoord staat alleen):
- Enkelvoud, de-woord: deze, die, degene, diegene
- Enkelvoud, het-woord: dit, dat, datgene, hetgene
- Meervoud (de- of het-woord): deze, die, diegenen, degenen, zulken
|
Soort woord |
Aanwijzend voornaamwoord |
|
|
Enkelvoud |
‘de’-woorden |
deze, die, degene, diegene |
|
‘het’-woorden |
dit, dat, datgene, hetgene |
|
|
Meervoud |
deze, die, diegenen, degenen, zulken |
Bij niet-zelfstandig gebruik (er volgt een zelfstandig naamwoord):
- Enkelvoud, de-woord: deze, die, zulke, zulk een, zo’n
- Enkelvoud, het-woord: deze, die, zulke, zulk een, zo’n
- Meervoud: deze, die, zulke
|
Soort woord |
Aanwijzend voornaamwoord |
|
|
Enkelvoud |
‘de’-woorden |
deze, die, zulke, zulk een, zo’n |
|
‘het’-woorden |
deze, die, zulke, zulk een, zo’n |
|
|
Meervoud |
deze, die, zulke |
Voorbeeldzinnen: zelfstandig vs. niet-zelfstandig gebruik
Nu je het verschil kent, helpen voorbeeldzinnen om het duidelijk te maken. Kijk naar het aanwijzend voornaamwoord in elke zin en bepaal of het zelfstandig of niet-zelfstandig is gebruikt:
- Ik zou dat niet doen als ik jou was. → Er staat geen zelfstandig naamwoord achter ‘dat’, waardoor er sprake is van zelfstandig gebruik.
- Ik heb datgene gedaan wat ik moest doen. → Er staat geen zelfstandig naamwoord achter ‘datgene’, waardoor het persoonlijk voornaamwoord zelfstandig gebruikt wordt.
- Deze auto moet hier weg. → ‘Deze’ staat voor het zelfstandig naamwoord ‘auto’, waardoor het niet-zelfstandig gebruikt wordt.
- Zo’n vakantie vind ik maar niets. → ‘Zo’n’ staat voor het zelfstandig naamwoord ‘vakantie’, waardoor er sprake is van niet-zelfstandig gebruik.
Kortom, woorden als die, deze, dit en dat maken onze taal een stuk duidelijker doordat ze aangeven over wie of wat we het hebben. Het goede nieuws is dat je kind dit soort taalstof op een speelse manier kan oefenen. Ook een lastig onderwerp als grammatica wordt leuk wanneer je ermee mag spelen! Op Squla zijn er speciaal voor elke groep leuke quizzen en games ontwikkeld rond taalonderwerpen zoals aanwijzende voornaamwoorden. Zo leert je kind met plezier en krijgt steeds meer zelfvertrouwen. Geef je kind meer zelfvertrouwen en leerplezier met de leuke quizzen en games van Squla! Niet tevreden? Ontvang binnen 30 dagen je geld terug!