Wat is dyscalculie?
Dyscalculie lijkt een beetje op dyslexie, maar dan met cijfers. Het woord betekent letterlijk: ‘moeite met rekenen’. Het is een leerstoornis waardoor iemand hardnekkige problemen heeft met rekenen en wiskunde. Kinderen met dyscalculie hebben bijvoorbeeld moeite met het oplossen van sommen, begrijpen van getallen of rekenregels (optellen, aftrekken, delen, vermenigvuldigen etc.) onthouden.
Bijles of extra oefening helpt soms, maar niet altijd. Dat komt omdat dyscalculie een diepere oorzaak heeft: het brein verwerkt cijferinformatie op een andere manier. Daarom is het belangrijk dat kinderen met dyscalculie goede ondersteuning krijgen die past bij hun manier van leren.
Wanneer is het echt dyscalculie?
Niet ieder kind dat rekenen moeilijk vindt, heeft meteen dyscalculie. Soms is rekenen gewoon lastig en moet je wat extra oefenen.
Maar bij dyscalculie is er meer aan de hand. Dan heb je blijvende en grote moeite met rekenen, ook al doe je hard je best en krijg je extra hulp. Op andere gebieden, zoals taal of creativiteit, gaat het vaak wél goed. Juist dat verschil maakt duidelijk dat het om dyscalculie gaat.
Niet alleen sommen
Dyscalculie gaat niet alleen over sommen maken. Het beïnvloedt ook dagelijkse handelingen. Denk aan klokkijken, wisselgeld teruggeven (of krijgen), een recept volgen of op tijd vertrekken.
Zelfs het onthouden hoe je een getal moet opschrijven – is achtenzestig nou 68 of 86? – kan lastig zijn. Ook ruimtelijk inzicht, zoals weten wat links of rechts is, kan moeilijk zijn.
Later, bij het kiezen van een opleiding of beroep, kan dyscalculie ook voor problemen zorgen. Stel je voor dat je tandarts wilt worden, maar moeite hebt met het precies afmeten van een verdoving…
Zoals je ziet: dyscalculie is veel meer dan alleen niet goed kunnen rekenen.
Hoe herken je het?
Dyscalculie valt meestal op als kinderen beginnen met rekenen, vaak rond hun zevende jaar. Terwijl andere kinderen snel leren optellen en aftrekken, gaat het bij hen veel moeilijker en langzamer.
Wat opvalt, is dat ze op andere vakken wel goed meedoen. Maar met rekenen blijven ze achter, ook als ze veel oefenen. Die achterstand met rekenen wordt dan steeds groter.
Bij veel kinderen gaat rekenen na een tijdje vanzelf. Ze onthouden de tafels, kunnen snel sommen maken en hoeven niet meer na te denken over simpele rekenstappen.
Maar bij kinderen met dyscalculie werkt dat anders. Zij moeten bij elke som opnieuw nadenken. Cijfers en rekenregels worden geen automatisme. Ze blijven vaak langer op hun vingers tellen. Ook maken ze sneller fouten, zoals getallen optellen terwijl ze eigenlijk moesten vermenigvuldigen.
Rekenen blijft voor hen een hele puzzel, elke keer weer.
Dyscalculie kun je herkennen aan verschillende dingen. Kinderen met dyscalculie hebben vaak:
- moeite met getallen lezen, tellen, benoemen en onthouden
- moeite met het goed opschrijven van getallen – soms draaien ze cijfers om of zetten ze op de verkeerde plek
- moeite met hoofdrekenen en het begrijpen van rekenregels, zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen
- moeite met maten, lengtes, hoeveelheden en volgordes – zoals bij het afwegen van ingrediënten of het volgen van een recept
Oorzaak
Er is geen duidelijke oorzaak voor dyscalculie. Maar erfelijkheid kan een rol spelen. Als één van de ouders dyscalculie heeft, is de kans groter dat hun kind het ook heeft.
Sociaal-emotionele gevolgen
Dyscalculie kan ook sociaal-emotionele problemen geven. Het kan grote invloed hebben op het zelfvertrouwen van een kind. Ze merken zelf ook dat rekenen bij hen veel moeilijker gaat dan bij klasgenoten. Dat kan leiden tot frustratie en gedachten als: “Waarom lukt het mij niet?” Of ze denken dat ze dom zijn. Zulke gevoelens kunnen zorgen voor een negatief zelfbeeld of faalangst. In sommige gevallen kan het zelfs leiden tot somberheid of gedragsproblemen. En dan ben je nog veel verder van huis. Daarom is het belangrijk om dyscalculie op tijd te herkennen en een kind goed te ondersteunen op emotioneel vlak.
Hoe wordt dyscalculie vastgesteld?
Maar hoe kom je erachter dat jouw kind het heeft? Het begint vaak met een gesprek tussen jou en de leerkracht van je kind. Als blijkt dat je kind steeds problemen heeft met rekenen, ondanks extra oefening en begeleiding, kan dit een aanwijzing zijn voor dyscalculie.
Een specialist, zoals een kinderpsycholoog of orthopedagoog, voert een onderzoek uit. Daarbij worden verschillende tests gedaan om te meten hoe jouw kind scoort ten opzichte van leeftijdsgenoten.
Zodra de diagnose dyscalculie is gesteld, wordt er een stappenplan gemaakt om je kind te ondersteunen.
Meer weten?
Het Jeugdjournaal heeft een filmpje over dyscalculie. Ook de Hersenstichting heeft er een artikel over.
Persoonlijke noot
Dit artikel over dyscalculie is voor mij heel belangrijk. Het is iets waar ik zelf veel ervaring mee heb. Ik weet precies hoe frustrerend en lastig het kan zijn om dagelijks met dyscalculie om te gaan. Mijn dochter heeft het (en ik) en ik zie haar dagelijkse strijd. Gelukkig krijgt ze nu sinds haar diagnose de juiste hulp. Ze weet nu dat ze er niks aan kan doen maar tóch zie ik dat zij zich met regelmaat dom voelt. Dit wordt door niemand bevestigt en iedereen helpt haar maar dan nog woont dit gevoel in haar hoofd. En dat gun ik geen enkel kind.
Dus aan alle ouders die dit lezen: Herinner je kind er elke dag aan dat ze niet dom zijn. Waar ze dan ook mee worstelen. Vertel ze dat ze op hun eigen manier slim, ook al gaat rekenen (of iets anders) moeilijker. Iedereen heeft zijn eigen talenten, en met de juiste steun kan hij het helemaal maken. Reken daar maar op!
Wat is een leerstoornis?
De geestelijke gezondheidszorg (GGZ) definieert leerstoornissen als hardnekkige en specifieke problemen bij lezen, spellen en rekenen. Deze stoornissen zijn niet het gevolg van een gebrek aan intelligentie, motivatie of onderwijs, maar van een verschil in hersenwerking. Het ordenen van informatie in het brein loopt anders dan bij mensen die geen leerstoornis hebben. Een officiële diagnose wordt meestal gesteld door een orthopedagoog of psycholoog op basis van een intelligentietest, een didactisch onderzoek en observatie. De informatie van ouders en school met betrekking tot de leerprestaties en de ontwikkeling van het kind worden hierbij meegenomen.
Welke leerstoornissen bestaan er?
Er bestaan in Nederland drie typen leerstoornissen die officieel worden gediagnosticeerd:
- Schrijfstoornis (dysgrafie)
– Problemen met schrijven, spelling, handschrift en/of zinsconstructies.
– Niet altijd als aparte stoornis benoemd, maar wel erkend als onderdeel van leerstoornissen.
- Dyslexie
– Moeite met accuraat en/of vlot lezen en spellen.
– Letterverwisselingen, traag lezen, veel fouten.
- Dyscalculie
– Hardnekkige problemen met rekenen en wiskundige concepten.
– Moeite met getalbegrip, automatiseren van sommen, klokkijken.
Wat valt níet onder leerstoornissen (maar kan wel invloed hebben op leren)?
• ADHD / ADD → aandachtsstoornis
• ASS (autismespectrumstoornis) → ontwikkelingsstoornis
• TOS (taalontwikkelingsstoornis)
In de praktijk worden bovenstaande stoornissen nog wel eens bestempeld als leerstoornis. Dit klopt niet! Deze (neurodiverse én psychische) stoornissen kunnen naast een leerstoornis bestaan, maar zijn géén leerstoornis op zich.
Hoe kan Squla helpen bij de leerstoornis dyslexie?
Als je kind gediagnosticeerd is met dyslexie dan betekent dit dat je kind problemen ervaart bij het leren lezen en spellen. Naast de ondersteuning van bijvoorbeeld een remedial teacher op school kun jij je kind zelf ook helpen. Squla is hierbij jouw perfecte partner! Squla biedt namelijk TaalExtra. Deze online oefenmethode is ontstaan uit een unieke samenwerking tussen Squla en dyslexiebehandelaren. Orthopedagogen die gespecialiseerd zijn in dyslexie werkten hiervoor nauw samen met game-ontwerpers. Hierdoor is de methode gebaseerd op gespecialiseerde kennis uit dyslexiepraktijken én daarnaast ook leuk voor je kind door de quizzen en games van Squla. De methode is ontwikkeld voor de tweede helft van groep 3 t/m groep 8.
TaalExtra begint met een instaptoets, waarbij het startpunt wordt bepaald. Daarna volgt je kind een persoonlijke leerroute, waarbij in elke missie een andere spellingcategorie aan bod komt. Aan het einde van elke missie is er een tussentoets waarbij wordt bepaald waar extra oefening nodig is. Zo gaat je kind stap voor stap vooruit!
Wat is een leerprobleem?
Er is sprake van een leerprobleem als het leren op school relatief moeizaam verloopt, maar niet direct veroorzaakt wordt door een leerstoornis. Leerproblemen kunnen tijdelijk zijn en hangen vaak samen met omgevingsfactoren zoals onvoldoende instructie of een gebrek aan stimulans. Is er sprake van een verhuizing, een scheiding of een sterfgeval? Persoonlijke omstandigheden kunnen ook een oorzaak zijn van een (tijdelijk) leerprobleem. Bij een leerprobleem heeft een kind moeite met het automatiseren van handelingen. Het gevolg hiervan is dat een kind een aantal vaardigheden niet vlot beheerst, zoals rekenen, spellen en/of lezen.
Wat zijn de meest bekende leerproblemen?
Er bestaan diverse soorten leerproblemen en het is belangrijk om je kind -samen met school- goed te blijven monitoren. Hoe beter jullie de ontwikkeling van je kind samen in kaart hebben, hoe beter jullie in kunnen schatten welke ondersteuning je kind nodig heeft om het probleem te overwinnen. Heb je het idee dat je kind ergens bij vastloopt op school? Deel je zorgen altijd met de leerkracht, zodat jullie er samen kunnen zijn voor je kind als dat nodig is!
Een aantal veelvoorkomende leerproblemen zijn:
Moeite met lezen
• Bijvoorbeeld langzaam lezen, woorden overslaan of niet goed begrijpen wat er gelezen wordt. Dit kan ontstaan door weinig leeservaring, motivatieproblemen of taalachterstand.
Moeite met schrijven
• Slordig handschrift, moeite met zinsbouw of spelling. Dit kan ontstaan door weinig oefening of motorische achterstand.
Moeite met rekenen
• Problemen met tafels, klokkijken, breuken of inzicht in verhaalsommen. Dit ontstaat soms doordat de instructie niet goed begrepen is, of door angst voor cijfers (rekenangst).
Concentratieproblemen
• Snel afgeleid, moeite met plannen of het afronden van taken. Dit kan te maken hebben met prikkels in de omgeving, slaapproblemen of verveling.
Taalproblemen
• Moeilijkheden met het begrijpen of gebruiken van taal (bijvoorbeeld bij kinderen die thuis een andere taal spreken). Dit kan effect hebben op vakken als begrijpend lezen, spelling of woordenschat.
Motivatie- of faalangstproblemen
• Onzekerheid of geen zin in schoolwerk kan het leerproces belemmeren. Kinderen kunnen ‘niet willen’ terwijl het eigenlijk gaat om ‘niet durven’ of ‘niet weten hoe’.
Wat is het belangrijkste verschil tussen leerproblemen en leerstoornissen?
Leerproblemen ontstaan vaak door omstandigheden, zoals een moeilijke thuissituatie, te weinig oefening, ziekte, of een verandering van school. Ze zijn tijdelijk van aard en meestal (deels) oplosbaar met extra ondersteuning.
Leerstoornissen zijn aangeboren of neurologisch bepaald. Het kind heeft een andere manier van informatieverwerking in de hersenen. Deze stoornissen zijn blijvend van aard, ook als er goede instructie of extra oefening en ondersteuning wordt aangeboden. Kinderen kun wél leren om er goed mee om te gaan.
Hoe kan Squla kinderen met kenmerken van hoogbegaafdheid helpen bij leerproblemen?
Het is nog niet bij iedereen bekend, maar ook kinderen met een relatief hoog IQ kunnen leerproblemen ervaren op school. Kinderen met kenmerken van hoogbegaafdheid hebben vaak een grote behoefte aan autonomie: ze leren het beste als ze grip hebben op hun eigen leerproces, bijvoorbeeld door de mogelijkheid om eigen keuzes te maken. Ervaren ze geen enkele vrijheid in het leerproces? En voelen ze zich niet voldoende gezien en gehoord in de klas? Grote kans dat er motivatieproblemen ontstaan.
Gelukkig zijn leerproblemen vaak tijdelijk van aard! Vaak verdwijnt het probleem, zodra er passende aanpassingen in de klas worden gedaan. Maar je hoeft gelukkig niet af te wachten tot op school weer alles op rolletjes loopt; thuis kun jij ook al in actie komen! Voor kinderen van groep 1 tot en met groep 5 biedt Squla de uitgelezen mogelijkheid om voor even helemaal zelf te bepalen wat zíj willen leren. Jouw kind zit aan de knoppen en kan genieten van de vrijheid die de online leeromgeving te bieden heeft. Squla maakt leren (weer) leuk en laat de motivatie weer opbloeien!
Het eerste huiswerk
Ineens ligt daar dan het eerste huiswerk op de keukentafel! Maar hoe ga je hiermee om? Wordt er ook iets van jou verwacht? Het eerste huiswerk biedt jou de uitgelezen kans om je kind te stimuleren om het beste uit zichzelf te halen. De manier waarop jij naar huiswerk kijkt kan van grote invloed zijn op hoe je kind nu en later naar huiswerk kijkt. Goed voorbeeld doet goed volgen! Laat je kind duidelijk merken dat je in hem of haar gelooft en dat je er altijd zult zijn als er hulp nodig is bij het huiswerk.
Waarom al huiswerk?
Op sommige basisscholen beginnen ze in groep 3 of 4 al met huiswerk. De hoeveelheid wordt meestal langzaam opgebouwd richting de bovenbouw. In de onderbouw wordt huiswerk regelmatig ingezet bij onderdelen die het kind graag op eigen tempo oefent, zoals bijvoorbeeld de tafels. In de bovenbouw is het huiswerk steeds meer gericht op het opbouwen van executieve vaardigheden. Executieve vaardigheden helpen je kind om dingen te doen, te plannen en om problemen op te lossen. Bij het maken van huiswerk oefent je kind met het ontwikkelen van vele verschillende executieve vaardigheden. De ontwikkeling van deze vaardigheden wordt vaak ‘leren leren’ genoemd. Een aantal voorbeelden:
Taakinitiatie
→ Zelf aan iets beginnen zonder dit eindeloos uit te stellen.
Bij huiswerk: leren starten, ook als je er niet direct zin in hebt.
‘Ik heb er geen zin in, maar ik ga toch beginnen.‘
Planning en organisatie
→ Inzicht krijgen in wat er moet gebeuren en in hoe je dat aanpakt.
‘Welke opdracht eerst?’, ‘Wanneer moet het af zijn?‘
Tijdsbesef en timemanagement
→ Inschatten hoeveel tijd iets kost en je daaraan houden.
‘Hoe lang ga ik huiswerk maken?’, ‘Wanneer neem ik pauze?’
Doelgericht doorzettingsvermogen
→ Doorgaan met een taak, ook als het lastig of saai is.
‘Ik snap het nog niet helemaal, dus ik probeer het nog een keer, want ik wil mijn doel halen.’
Emotieregulatie
→Omgaan met frustratie of stress tijdens het leren.
‘Ik word heel boos van deze sommen. Ik wil mijn schrift eigenlijk weggooien, maar het is beter als ik hulp ga vragen!’
Handige huiswerktips
En dan nu…aan de slag! Laat je kind zien dat het maken van huiswerk geen geploeter heeft te zijn. Maak het leuk! En dat gaat je ongetwijfeld lukken met deze huiswerktips:
- Kies samen een goed moment. Net uit school? Nog bezweet van de sportles? Laat je kind altijd even bijkomen. Kies voor een moment waarop je kind energiek is. Plan het huiswerkmoment altijd ver voor bedtijd, zodat je kind niet met een vol hoofd naar bed gaat.
- Kies een fijne plek. Vraag je kind waar zij graag huiswerk maakt. Geef je kind een aantal opties die verantwoord zijn voor de ergonomie. Ook dit is een kwestie van jong geleerd is oud gedaan; een goede werkhouding is gezond voor je lichaam. Zorg voor een kussentje, een lampje en leg de potloden en pennen binnen handbereik. Klaar voor de start!
- Maak het gezellig! Zorg ervoor dat het brein van je kind huiswerk gaat koppelen aan gezelligheid. Maak het leuk! Zorg bijvoorbeeld voor een lekker snackbakje met gezonde (en misschien ter motivatie ook eens wat minder gezonde) snacks.
- Bied hulp op de achtergrond. Start – vooral de eerste keren – samen op. Help je kind waar nodig door het stellen van vragen; ‘Welke stap denk je dat je nu moet nemen?’ of ‘Wat denk jij dat je hier moet invullen en waarom?’. Probeer de denkstrategie te achterhalen als je ziet dat je kind vastloopt. Stimuleer je kind om hardop te denken, zodat je goed kunt volgen welke denkstappen hij maakt. Probeer zelf nooit de antwoorden te geven; laat het brein van je kind z’n werk doen!
- Ontwikkel een leuk huiswerkritueel. Bedenk samen een leuk huiswerkritueel dat motiverend is voor je kind. Sommige kinderen werken bijvoorbeeld extra hard als ze een beloning krijgen. Spreek samen af wat een leuke beloning is en maak duidelijke afspraken. Probeer nooit het resultaat te belonen, maar beloon het proces. Het is fijn als kinderen al jong leren dat je alleen je doelen behaalt door er heel veel tijd en energie in te steken.
IDEE! Maak samen op papier een vast ritueel voor het huiswerk! Download hier het Squla-huiswerkritueel. Gebruik dit invulblad als voorbeeld of neem het over als het bij jullie past. Hang het centraal op, bijvoorbeeld bij de plek waar je kind graag huiswerk maakt. Vergeet niet om alle mooie complimenten erbij te schrijven. Dat is motiverend om terug te lezen!
- Hou het kort en positief. Laat het huiswerkmoment niet te lang duren. Liever 10 minuten vrolijk en toegewijd aan het werk dan 30 minuten vol frustratie. Neem even pauze als je ziet dat de aandacht verslapt. Focus altijd op het proces en nooit op het resultaat. Geef je kind complimenten waarmee je een groei-mindset stimuleert. Bijvoorbeeld: ‘Deze som lukt nu nog niet, maar als je het nog een keer probeert dan gaat het je vast lukken!’.
Extra huiswerk-hulp nodig?
Loopt je kind vast met het huiswerk? Of raakt je kind gestrest? Meld dit altijd even bij de leerkracht. Op school kan de leerkracht dan samen met je kind bespreken wat de beste ondersteuning is. Richting het einde van de bovenbouw kan het ook fijn zijn om je licht al eens op te steken bij een huiswerkinstituut. Hier werken mensen die alle expertise, tijd en aandacht hebben om je kind effectief te begeleiden bij het maken van hun huiswerk.
Vergeet vooral ook niet dat Squla altijd paraat staat voor je kind. Op Squla kan je kind eindeloos oefenen met de onderdelen van het huiswerk. Je kind heeft niet eens door dat hij hard aan het oefenen is en na een paar dagen vult hij het huiswerk al fluitend vlekkeloos in!
Waarom zijn spellen educatief?
Spelletjes zijn niet alleen leuk, ze zijn ook nog leerzaam:
- Ontwikkeling van denkvaardigheden
Ze oefenen met onthouden, vergelijken, sorteren, tellen, keuzes maken, oorzaak-gevolg, enzovoort.
- Taal en communicatie
Spelen stimuleert praten, luisteren, vragen stellen en regels uitleggen – goed voor de taalontwikkeling.
- Sociaal
Kinderen leren delen, op hun beurt wachten, samenwerken en omgaan met winnen of verliezen.
- Motorische ontwikkeling
Veel spelletjes vragen fijne motoriek (zoals kaarten pakken of pionnen zetten) en oog-handcoördinatie.
- Creativiteit en fantasie
Vooral rollenspel of verhalende spellen prikkelen het voorstellingsvermogen.
Spelletjes van 3 tot 12 jaar
Per leeftijd vind je de leukste spelletjes. We gaan met de klok mee en de jongste mag beginnen!
- Zoek Kikker
Bij ons was het een regelrechte hit: Zoek Kikker. Jij verstopt Kikker en jouw kind gaat zoeken. Kikker lokt met geluid (‘Joehoe! Ik ben hier!’) jouw peuter de juiste kant op, zo hoeft hij niet eindeloos te dwalen. Er zitten ook kaartjes bij met aanwijzingen, zoals een kussen of een emmer. Wij hebben die nooit gebruikt, het geroep van Kikker was al dolle pret. Het spel bestaat trouwens ook in andere versies onder andere Nijntje.
- Huisje Boompje Beestje
Het bordspel Huisje Boompje Beestje is een soort Mens erger je niet. Het is lekker makkelijk voor kleine spelers: de dobbelsteen heeft vrolijke symbolen in plaats van cijfers. Afgegooid worden kan ook niet, dus dat scheelt weer een hoop boze dobbelstenen naar je hoofd!
- Memory
Iedereen kent het (toch?) maar nog even een korte uitleg: het zijn een even aantal plaatjes die je met de beeldzijde naar beneden legt. Het doel van Memory is om twee dezelfde kaartjes te vinden. Het is leuk voor het hele gezin, alhoewel ik mij altijd zorgen maak over mijn geheugen. (Waar lag dat plaatje ook alweer!).
Memory is er in alle soorten en maten: dieren, monsters, voertuigen, etc…
Tip: begin met weinig kaartjes, 4 tot 6 is prima.
- Kwartet
Kwartetten is een klassiek kaartspel dat zowel leuk als educatief is. Het doel van het spel is om zoveel mogelijk “kwartetten” te verzamelen, dat zijn vier kaarten van dezelfde set (bijvoorbeeld dezelfde dieren, voertuigen of kleuren). Je kunt het zo gek niet bedenken of er is een kwartet van. Voetbal, superhelden, dieren etc.
Tip: Het is voor sommige kinderen best wel lastig om kaarten vast te houden, overweeg dan een (gebogen) kaartenhouder te kopen. Scheelt frustraties over vallende kaarten.
- Sjoelen
Lekker oud-Hollands sjoelen. Saai? Bij ons vliegen de sjoelschijven nog niet tegen de muren, zo fanatiek zijn we. Sjoelen is een traditioneel Nederlands spel waarbij spelers houten schijven (puckjes) over een lange, rechthoekige baan schuiven om ze in vakken met verschillende puntenwaarden te krijgen. Uiteraard kan spelen zonder punten ook.
- Ik leer lezen
Met dit spel leert je kind op een superleuke manier lezen en spellen. Alle woordjes bestaan uit maximaal 5 letters en sluiten aan bij de woordenschat van een vijfjarige. Het speciale lettersysteem zorgt ervoor dat kinderen zelfstandig kunnen oefenen.
Met ‘Ik Leer lezen‘ oefenen ze thuis wat ze straks op school leren!
- Squla familiebordspel
Squla is niet alleen online te spelen, maar ook in de vorm van een leerzaam bordspel. Gooi de dobbelsteen, beantwoord quizvragen over alle vakken van school en verdien zoveel mogelijk punten! In het Squla familiebordspel krijgt elke speler vragen op zijn eigen niveau (dus ook ouders!). Speelplezier voor iedereen dus! De speler met de meeste punten wint.
- Uno
Dit kaartspel is razendpopulair én razendleuk. In ons gezin blijft het nooit bij uno potje, er wil altijd wel iemand nog een keer. Het lijkt op pesten maar Uno heeft net iets andere regels. Het doel is heel simpel: je moet als eerste al je kaarten kwijt zien te raken. En dat is nog niet zo makkelijk, onderweg dwarsbomen spelers je met kaarten als ‘beurt overslaan’ of ‘4 kaarten extra rapen’ (ah nee!). Er bestaat ook een Junior variant van.
Online spelen en leren
Soms wil je dat je kind zich even zelf vermaakt. Dan is een online spel best handig, toch? Maar dan wel eentje die ook leerzaam is! Wij hebben per leeftijd een aantal leuke en educatieve online spelletjes voor je op een rijtje gezet!
- Sudoku voor kinderen – Juf Jannie
In deze Sudoku broed je een drakenei uit! Elke keer als er een wordt opgelost, groeit de draak. Je verzamelt schatten voor de draak en bouwt voor hem een geweldige grot vol pracht en praal. Terwijl je kind speelt, verbetert hij skills zoals goed kijken, ordenen, sorteren en problemen oplossen. Met verschillende niveaus is er voor iedereen een uitdaging, zelfs voor de kleinste puzzelaars vanaf 4 jaar!
- Topo Nederland
Topo Nederland neemt je kind mee de lucht in voor een geografisch avontuur. Dit bekroonde topografiespel brengt Nederland binnen handbereik. Met deze superleuke app leert je kind snel de provincies, steden, dorpen én de gaafste bezienswaardigheden van Nederland kennen. Hij kan lekker oefenen, meerkeuzevragen doen of een spannende tijdrace spelen. Wie bezoekt de meeste bestemmingen in de snelst mogelijke tijd? Het is een vliegende ontdekkingstocht door Nederland. Spannend en verslavend leuk.
Let op! Deze app is alleen voor iOS.
- Duolingo
Taal leren saai? Niet met Duolingo! Je kind leert op een superleuke manier nieuwe woorden door middel van vrolijke plaatjes en uitdagende spelletjes. Het werkt heel simpel: je kind maakt elke dag korte, speelse lesjes die steeds ietsje moeilijker worden. Zo blijft het leren spannend én effectief!
Kinderaccount
Bij Duolingo krijgt iedereen onder de 13 jaar een kinderaccount. Dat betekent dat jij mee kunt kijken hoe (en wat!) je kind het doet. Leren was nog nooit zo leuk én veilig!
- Squla
En natuurlijk mag Squla niet in dit rijtje ontbreken. Van peuter tot en met groep 8 kunnen kinderen helemaal losgaan in de wereld van leuk leren. Via games en oefeningen leren ze spelenderwijs, terwijl alles perfect past bij hun belevingswereld.
Educatief spelen
Educatieve spellen – online en offline – zorgen ervoor dat kinderen op een speelse manier nieuwe dingen ontdekken en hun vaardigheden verbeteren. Kies het spel dat bij jouw kind past en laat het plezier beginnen. Dobbelstenen klaar? Rollen maar!
Wat past er bij jouw kind?
Een basisschool kiezen is best een grote beslissing. Het is de plek waar je kind tot zijn twaalfde zal zijn. Voorop staat dat je graag een school wilt die bij je kind past. Het kan helpen om jezelf de volgende vragen te stellen:
De keuze is reuze
Er zijn allemaal verschillende soorten onderwijs. Welke je kiest is best belangrijk voor de ontwikkeling van je kind. Ga je voor een openbare of een bijzondere school (op basis van geloofsovertuiging bijvoorbeeld christelijk of islamitisch). Of ga je voor een school met een onderwijsconcept? Daar zijn er ook verschillende van, denk aan Montessori, Dalton, Jenaplan, Vrije School, Freinet… We hebben er een paar voor je op een rijtje gezet.
Verschillende soorten scholen
- Openbaar
Een openbare basisschool is er voor iedereen. Er is geen geloofsovertuiging, maar wel aandacht voor verschillen, kritisch denken en respectvol samenwerken. Kinderen leren met een open blik te kijken naar de wereld en naar elkaar.
- Bijzonder
Dat is een basisschool met een geloofsovertuiging. Ze geven les vanuit een bepaalde levensovertuiging zoals het christendom of de islam. Kinderen leren er over geloof, waarden en tradities – en hoe je respectvol omgaat met jezelf, elkaar en de wereld.
- Jenaplan
Op een jenaplanschool zitten kinderen van verschillende leeftijden samen in de klas. Ze werken, spelen en vieren veel met elkaar. Er is aandacht voor zelfstandig denken, verantwoordelijkheid en persoonlijke groei. Zo leren kinderen van én met elkaar!
Samengevat: Jenaplan legt de nadruk op samen leren met gemengde leeftijdsgroepen. Vier belangrijke pijlers van dit onderwijs zijn gesprek, werk, spel en viering.
- Dalton
Op een daltonschool leren kinderen zelf nieuwe dingen ontdekken. Ze werken met dag- of weektaken en krijgen veel vrijheid om die in te delen. De juf of meester begeleidt ze daarbij. Zo leren ze verantwoordelijkheid nemen en verantwoording af te leggen voor wat ze doen en wat ze bereiken.
Samengevat: Dalton-onderwijs biedt veel vrijheid en verantwoordelijkheid voor kinderen om zelfstandig te werken.
- Montessori
Montessori-onderwijs gaat ervan uit dat een kind pas echt leert als het er klaar voor is. Ze krijgen de vrijheid om op hun eigen tempo te leren en werken met speciale montessorimaterialen. Er wordt veel aandacht gegeven aan verantwoordelijkheid, samenwerken en zelfstandig leren. De juf of meester begeleidt ze daarbij.
Samengevat: Montessori-onderwijs is individueel gericht, waarbij kinderen met speciaal materiaal hun eigen ontwikkeling stimuleren.
- Freinet
Freinetonderwijs draait om leren door te doen. Kinderen werken met echte materialen, voeren projecten uit en leren van hun eigen ervaringen. Er is veel ruimte voor creativiteit, samenwerken en jezelf uiten.
Samengevat: Freinetonderwijs is sterk gericht op praktisch leren, samenwerking en creatieve uitingen.
- Vrije school
Op een vrije school draait het om creativiteit, fantasie en het ontwikkelen van je eigen talenten. Kinderen leren door kunst, muziek en verhalen, en krijgen veel ruimte om te ontdekken. Er wordt veel aandacht besteed aan denk- en gevoelservaringen. Ze leren niet alleen uit boeken, maar ook uit de wereld om hen heen.
Samengevat: Vrijeschoolonderwijs richt zich op kunst, creativiteit en de ontwikkeling van het kind als geheel (hoofd, hart, handen).
Elke onderwijsvorm heeft een eigen aanpak die past bij verschillende leerstijlen en behoeften van kinderen. Verdiep je erin en ontdek welke onderwijsvorm het beste bij jouw kind past.
Wat vind jij belangrijk?
Naast het juiste type onderwijs, zijn er meer dingen belangrijk voor het maken van een keuze. Kijk ook naar:
- Eigen ervaring
Kijk naar je eigen ervaringen met het soort onderwijs dat jij had. Vond je dat fijn of niet?
- Groot of klein?
Hoeveel kinderen zie jij het liefst in de klas van je kroost? Uit ‘De Staat van het Onderwijs 2025‘ blijkt dat de klasgrootte echt superbelangrijk is voor hoe goed kinderen leren, hoe veilig ze zich voelen op school en hoe leuk ze het vinden om naar school te gaan. Ouders vinden klassen van 16 tot 25 leerlingen het allerbeste, omdat dit zorgt voor meer persoonlijke aandacht en een fijne sfeer.
- Ouderbetrokkenheid
Hoe betrokken wil jij zijn bij de basisschooltijd van jouw kind? De ene school vraagt meer van ouders dan andere. Je kunt de MR of de ouderraad in, maar je kunt ook helpen in de schoolbibliotheek of schoolreisjes begeleiden. Daarnaast is betrokkenheid van ouders belangrijk voor de schoolervaring van kinderen en leidt het tot betere prestaties. (Bron: De staat van het Onderwijs 2025)
- Pedagogische visie
Hoe wordt er lesgegeven? Vraag hoe een dag eruit ziet. Hoe gaan ze om met kinderen die meer uitdaging nodig hebben of extra hulp?
- Extra’s
Is er aandacht voor sport, muziek, natuur, techniek? En hoe?
Daarnaast pluis je natuurlijk websites uit, lees je de schoolgidsen van a tot z en checkt de website Scholen op de kaart. Hier kun je basisscholen met elkaar vergelijken. Handig!
Met hoofd en hart
Het onderwijsconcept is belangrijk, maar de sfeer op de school speelt ook een grote rol. Ga eens een kijkje nemen en laat je rondleiden. Voelt het goed? Is je kind hier in goede handen? Maak je schoolkeuze dus niet alleen met je hoofd, maar ook met je hart! Zo vind je vast de juiste school voor je baby! Uh… aanstaande kleuter!
Wat is kindvriendelijke content?
Veilige en kindvriendelijke content is “inhoud op het internet die geschikt is voor kinderen, zonder schadelijke of ongepaste dingen. Het zijn websites, apps, video’s, games en sociale media die speciaal zijn aangepast om een veilige en positieve ervaring te bieden voor jonge gebruikers.”
Kenmerken van veilige en onveilige content
Veilige content inspireert, onderwijst en geeft plezier, maar de digitale wereld is heel groot. Met miljoenen webpagina’s en video’s die dagelijks online verschijnen, kan het best lastig zijn om te herkennen wat veilig is en wat niet. Om het je makkelijker te maken hebben we een paar kenmerken op een rijtje gezet.
- Ongepaste taal of geweld
Scheldwoorden, grof taalgebruik of gewelddadige scènes.
- Slecht gedrag of schadelijke invloeden
Denk aan liegen, stelen, of gevaarlijk gedrag.
- Verontrustende thema’s
Angst, verdriet, enge beelden of heftige emoties die niet geschikt zijn voor kinderen.
- Leerzaam
Het is leerzaam en stimuleert de ontwikkeling van kinderen. Denk aan educatieve spelletjes, inspirerende video’s, leuke quizzen of verhalen die helpen bij het leren van sociale vaardigheden en taal of rekenen.
- Bevordert creativiteit en verbeelding
Het moedigt kinderen aan om hun creativiteit en fantasie te gebruiken.
Kinderen leren wat wel en niet veilig is
Oké, jij weet nu waar je op moet letten. Maar uiteindelijk gaat jouw kind online en je kunt niet 24/7 meekijken. Bespreek vooraf met je kind wat wel en niet veilig is. Zie het als de echte wereld: het moet leuk en veilig zijn!
Het begint met uitleg, voorbeelden en samen ontdekken.
- Praat over online veiligheid
Leg op een eenvoudige manier uit wat kindvriendelijk is en waarom sommige dingen niet.
- Ga samen online
Bekijk samen video’s, websites en apps. Zo kun je meteen uitleggen waarom iets wel of niet geschikt is.
- Leer je kind veilige content herkennen
Ziet hij of iets geschikt is voor zijn leeftijd? Of iets positief is over bijvoorbeeld vriendschap? Kijk of hij woorden herkent die niet oké zijn. Hetzelfde geldt voor beelden. Leer hem wat geweld of angstaanjagende dingen zijn. (Zonder hem de stuipen op het lijf te jagen.)
- Te mooi om waar te zijn
Herkent hij advertenties? Leer je kind dat als iets te mooi is om waar te zijn, hij altijd even een volwassene laat meekijken. Geef ook een voorbeeld. 10.000 Robux krijgen voor het invullen van een enquête kan niet kloppen…
- Wees voorzichtig met wat je deelt
Zie het als ‘stranger danger’. Leer je kind dat het nooit zijn naam, adres of andere persoonlijke dingen deelt met iemand die hij online ontmoet. En – ja, we weten het, dit is heel akelig – geen foto’s sturen als iemand dat vraagt. Hoe aardig en betrouwbaar de persoon ook lijkt.
- Online pesten
Of ‘cyberpesten’, is een vorm van pesten die steeds vaker voorkomt. Online pesten is ‘makkelijk’, want het gebeurt vanachter een beeldscherm en vaak ook anoniem. Het cyberpesten is heel moeilijk te stoppen. Het speelt zich niet alleen af op het schoolplein of de sportclub, maar gaat online door. Het is belangrijk dat je kind weet dat hij altijd bij jou terecht kan zodra er iets gebeurt dat niet goed voelt. Jij bent er om te luisteren en te helpen. Op de website van Mediawijsheid staan tips om het online pesten te voorkomen en aan te pakken.
Beperk toegang
Helaas trekt het internet zich weinig aan van jullie afspraken. Er zullen altijd dingen doorheen glippen. Gelukkig zijn er allerlei manieren om toegang tot websites of video’s te blokkeren.
- Filters
Op veel platformen, zoals YouTube en Netflix, kun je filters instellen zodat de content geschikt is voor de leeftijd van je kind.
- Ouderlijk toezicht
Op veel smartphones, tablets en computers kun je ‘ouderlijk toezicht’ inschakelen. Hiermee voorkom je dat je kind ongeschikte content te zien krijgt.
Leg uit dat het is om hem te beschermen. Zo voelt het niet als een negatieve vorm van controle.
- Praten, praten, praten
Maak duidelijk dat hij altijd met jou kan praten als hij iets gezien heeft dat hem ongemakkelijk maakt. Het is belangrijk dat ze zich veilig voelen om vragen te stellen of iets te delen zonder angst voor straf.
- Afspraken en regels
Spreek met je kind af welke apps en websites hij mag gebruiken. Blijft het bij Squla en YouTube Kids? Of mag Roblox ook? Laat hem altijd om toestemming vragen. Dan weet jij ook waar hij ‘uithangt’. Je kunt ook samen een lijstje maken. En vergeet niet te bespreken hoeveel schermtijd hij per dag heeft. Praat regelmatig over de afspraken om te zien of alles nog goed gaat.
- Toon interesse
Vergeet niet dat online ook een leuke plek is. Je wilt ook niet dat jouw kind het gevoel heeft dat hij in een mijnenveld loopt. De digitale wereld hoort er nu eenmaal bij. Dus toon positieve interesse. Vraag wat heeft hij gekeken of geleerd? Was er iets waar hij om moest lachen? Heeft hij nieuwe dingen ontdekt?
Veilige apps
Afhankelijk van de leeftijd zijn er allerlei leuke apps. We zetten er een paar op een rijtje:
2+
De wereld van Nijntje. Geen hysterisch gedoe, het is er rustig en leerzaam.
4+
De NPO Zappelin app was bij ons een dikke hit. Hij staat bomvol educatieve spelletjes, liedjes en filmpjes.
Cute the Rope is een superleuk puzzelspel. Je kind snijdt op het juiste moment touwtjes door waar snoepjes aan hangen, zodat het monstertje Om Nom ze kan opeten. Spelen, puzzelen en leren tegelijk. (Niet doorvertellen, maar ik voer Om Nom ook regelmatig…)
Minecraft stimuleert creativiteit en ruimtelijk inzicht. Lekker blokjes plaatsen, diertjes ‘spawnen’ en je eigen dorp bouwen.
En natuurlijk Squla! Kinderen kunnen bij ons al vanaf de peuterleeftijd veilig leren in een speelse online omgeving met leuke taalspelletjes, rekenquizzen en puzzels.
Tip! Check in de appstore de PEGI-score van een app. Deze organisatie geeft apps en spellen een leeftijdsclassificatie.
Onbezorgd online
Blijf praten, begeleid je kind en neem ze aan de hand. Zo zorg je ervoor dat ze veilig en met plezier online spelen, leren en ontdekken! En vergeet niet zelf mee te doen — Minecraft is echt te gek (tenzij je, zoals ik, die 360 graden camera niet onder controle krijgt… dan kun je beter bij Cut the Rope houden).
Nog meer weten over dit onderwerp? Op onze pagina over veilig online op internet en social media lees je er nog veel meer over.
Elke dag binnenpret
Laat dat Hollandse weer je niet tegenhouden!
- LEGO
Mijn antwoord op: “Mama, ik verveel me”? LEGO! Of je nu een handleiding volgt of iets compleet nieuws verzint, er is altijd wat te doen met die blokjes! Maak het nog leuker door elkaar uit te dagen: wie bouwt het leukste eendje met dezelfde blokjes? Het resultaat is vaak verrassend, want geen enkel eendje is hetzelfde! Deze uitdaging leert kinderen dat er niet altijd maar één juiste manier is om iets te bouwen. Superleuk én leerzaam!
- Koekjes bakken
Negeer de rommel die het geeft: koekjes bakken is altijd een hit. Zoek een simpel recept met ingrediënten uit je voorraadkast en laat je kleine bakker alles bij elkaar zoeken. Daarna begint het echte werk: afmeten, wegen en het recept volgen.
Et voilà, huisgemaakte koekjes voor iedereen! Eet smakelijk! (En nu hopen dat hij het zout en de suiker niet door elkaar heeft gehaald.)
- Parcours
Nee, hier heb je geen gymzaal voor nodig. Een parcours bouwen in huis is superleuk en een geweldige manier om energie kwijt te raken! Gebruik kussens, stoelen en tafels als obstakels. Maak een tunnel van stoelen en dekens of laat je kind balanceren op een touw of een strook schilderstape op de vloer. Zorg er wel voor dat alles veilig is, want de EHBO is ook een binnenactiviteit maar niet de leukste.
Tip: doe mee! Wanneer stond jij voor het laatst op een tafel?
- Dansen
Wordt het een swingende salsa of een gave choreo van Taylor Swift? YouTube staat vol video’s met stap-voor-stap uitleg. Je vindt er ook genoeg filmpjes van de game Just Dance. Lekker dansen zonder te verliezen. Onze favoriet is ‘Timber‘. Vol gekke pasjes en je mag zelfs op elkaars rug springen! Dansen is goed voor motoriek, ritmegevoel, zelfvertrouwen en zelfs het geheugen: onthoud al die pasjes maar eens!
Droog eropuit
Thuisblijven? Nergens voor nodig. Buiten de deur is ook genoeg droogs te doen.
- Binnenspeeltuin DinoDome – GaiaZOO
Tijd voor de binnenspeeltuin! En dan bedoelen we niet zo’n muf plastic horrorgebeuren. We hebben het hier over Europa’s grootste indoor dino speelpark: de DinoDome in GaiaZOO. Op 2500m2 aan speelplezier leeft jouw kind zich uit in een echte jungleomgeving. En vergeet de horeca niet waar jij even kan bijtanken.
- Wereldmuseum Junior
Alle wereldreizigers verzamelen! Het Wereldmuseum Junior is een interactief museum speciaal voor kinderen van 4 tot en met 13 jaar. Hier maken ze kennis met culturen van over de hele wereld. Naast de wisselende kindertentoonstellingen zijn er regelmatig leuke activiteiten voor kinderen in het Wereldmuseum in Rotterdam, Leiden en Amsterdam.
- Bowlen
Hoor ik daar het geluid van een strike? Bowlen is leuk, ook voor de kleintjes! Met dat handige hekje naast de goot blijft de bal altijd op de baan, dag frustratie! Daarnaast is bowlen nog leerzaam ook. Zoveel mogelijk kegels raken? Dan moet je goed mikken! Oh ja en leren verliezen hoort er ook bij. Of is dat alleen op mij van toepassing? Wil je het echt in stijl afsluiten? Dan ga je natuurlijk steengrillen!
- Zwemmen
Toch nat worden? Ga zwemmen! Er is vast wel een overdekt zwembad in de buurt. Pak die spullen en spring in het water voor een potje échte waterpret. En voor wie denkt dat het niet meer is dan ronddobberen: van zwemmen wordt je sterker en je krijgt er meer zelfvertrouwen van. Jouw kind kan meer dan hij denkt.
Hoera het regent!
Dat zullen we nooit roepen denk ik, maar regen kan heel leuk zijn. Met onze tips wordt elke regenachtige dag een avontuur. Veel plezier!
P.S. We hebben ook tips voor betaalbare buitenactiviteiten als de zon zich weer laat zien. Tenminste, als je ze weer naar buiten krijgt na al die binnenpret.
Het eerste rapportgesprek
Het eerste rapportgesprek is nieuw! Je weet nog niet zo goed wat je kunt verwachten. Maar naarmate je kind de verschillende leerjaren doorloopt zul jij ook steeds meer je draai gaan vinden tijdens het rapportgesprek. Tijdens de eerste jaren leer je ook steeds beter wat er van jou als ouder wordt verwacht.
TIP! Het delen van belangrijke informatie kan voor de leerkracht – en dus ook voor je kind – heel behulpzaam zijn:
- Vertel iets over hoe jij denkt dat je kind de tijd op school ervaart. Hoe gaat je kind naar school en hoe komt je kind uit school? Wat vertelt je kind over school; is de toon positief?
- Deel iets over de interesses en passies van je kind. Houdt je kind van lezen? Is je kind sportief? Of is je kind juist graag creatief bezig?
- Informeer de leerkracht over dingen waar je kind thuis mee worstelt. Denk bijvoorbeeld aan slecht slapen, praten, rekenen, klokkijken of dingen plannen.
- Deel al je zorgen met betrekking tot de ontwikkeling van je kind.
Voorbereiding gesprek
Elk goed gesprek vraagt om een beetje voorbereiding! Bereid je dus goed voor. Een hechte band tussen beide ouders en school komt de ontwikkeling van een kind altijd ten goede. Probeer daarom allebei mee te werken aan de voorbereiding van het rapportgesprek. Welke vragen schieten je allemaal te binnen als je denkt aan de ontwikkeling van je kind? Schrijf al je vragen op papier. Kies vervolgens (samen) de drie belangrijkste eruit. Een rapportgesprek duurt vaak maar 10 of 15 minuten. Hoe graag je ook over jouw kind praat, de leerkracht moet vaak nog zo’n 25 andere kinderen bespreken. Probeer rekening te houden met de beperkte tijd en focus op de belangrijkste punten.
TIP! Doe je huiswerk en vul op je allerbest de Squla-rapporttool in. Klaar? Print het uit en neem het mee naar het rapportgesprek. De leerkracht zal je dankbaar zijn voor dit overzicht en je kind uiteindelijk ook.
Een rapport: zó bekijk je het!
Duik samen met je kind in het rapport en bekijk de resultaten. Waar blinkt je kind in uit? Waar kan hij of zij nog wat extra hulp gebruiken? Merk je dat de resultaten afwijken van wat jij thuis ziet? Dat kan een goed aanknopingspunt zijn voor het gesprek met de leerkracht. Jouw input als ouder kan namelijk erg helpend zijn bij het signaleren van (kleine of grote) problemen.
Zitten er ook toetsresultaten bij het rapport en weet je niet hoe je deze moet lezen? Kijk er zelf niet te lang naar, maar vraag de leerkracht om je een beknopte uitleg te geven over hoe je de resultaten moet interpreteren.
TIP! Betrek je kind ook bij de voorbereiding van het gesprek. Geef je kind een compliment en vraag waar je kind zelf trots op is. Probeer te peilen wat nog moeilijk is op school. Kinderen – van welke leeftijd dan ook- praten graag mee. Zo voelen ze zich gezien en gehoord door jou!
Een extra ‘rapportcijfer’: goed in je vel!
Zou het niet mooi zijn als er op elk rapport een cijfer stond voor de ‘glans in de ogen’ van je kind? ✨
Kinderen die zich veilig en gesteund voelen, leren beter en met meer plezier. Merk je dat je kind niet lekker in zijn of haar vel zit? Bespreek dit met de leerkracht. Hoe ervaren zij dit op school en wat kunnen jullie samen doen om dit te verbeteren?
TIP! Check de emotiemeter op de Squla-rapporttool. Dit helpt om gevoelens bespreekbaar te maken. Deel (kort) veranderingen in het leven van je kind, zodat de leerkracht hier rekening mee kan houden.
Blijf bij jezelf, volg je intuïtie
Een beoordeling op een rapport is (los van de toets-resultaten) subjectief. Het is ‘slechts’ opgeschreven vanuit de blik van één leerkracht. Dit is goed om in het achterhoofd te houden als je ergens je twijfels bij hebt. Het is belangrijk om deze twijfels op een constructieve wijze te delen met de leerkracht. Blijf vriendelijk en onthoud dat jij en de leerkracht hetzelfde doel hebben: een kind dat het beste uit zichzelf haalt én daarbij de juiste ondersteuning verdient!
TIP! De ene leerkracht voelt je kind soms net wat beter aan dan de andere. Zijn er verder geen grote problemen? Probeer je er niet te veel aan te storen, maar bedenk juist dat je kind overal van kan leren. Later zal je kind ook verschillende mensen tegenkomen. Maak van de gelegenheid gebruik en maak er in de loop van de jaren een mooie les van voor je kind: de een begrijpt je beter dan de ander! Als je kind dit al jong leert, dan zal dat bijdragen aan de veerkracht van je kind.
Help! Een rapportgesprek is niet genoeg
Weet je al op voorhand dat tien minuten niet voldoende zijn om al je zorgen en vragen te bespreken? Aarzel niet en neem direct contact op met de leerkracht. Het is in dat geval waarschijnlijk beter om een andere afspraak in te plannen. Het is belangrijk om de zorgen over je kind in alle rust te kunnen delen. Probeer van tevoren al kort aan te geven waar je het over zou willen hebben. Zo kan de leerkracht inschatten of het nodig is om ook de intern begeleider in te schakelen. De intern begeleider kan meeluisteren en adviseren welke mogelijke (extra) ondersteuning je kind kan helpen bij zijn of haar ontwikkeling.
TIP! Schrijf voor het gesprek met de leerkracht en intern begeleider je belangrijkste zorgen en vragen op. In het moment zelf kun je namelijk iets belangrijks vergeten. Leg je lijstje zichtbaar op tafel en geef aan dat je dit als leidraad wilt gebruiken voor het gesprek. Zo ben je er zeker van dat alles wat jij belangrijk vindt ook écht aan bod komt!
Heb je na het rapportgesprek helder op welke onderdelen je kind nog wel een steuntje in de rug kan gebruiken? Zoek samen op Squla naar de juiste oefeningen en spelletjes en laat je kind groeien!
Help! Mijn kind wordt gepest
Je ziet dat je kind niet lekker in zijn of haar vel zit, maar je kunt niet goed achterhalen wat er aan de hand is. Is het iets fysieks, een bepaalde angst of een leerprobleem? Of gaat het hier om pesten? Er kunnen talloze oorzaken zijn. Je hebt dus meer informatie nodig. En waar haal je deze informatie als eerste op? Bij je kind zelf! Probeer op een laagdrempelige manier in gesprek te gaan met je kind. Veel kinderen praten makkelijker tijdens een spelletje, een autorit of een wandeling. Stel veel open vragen en neem de tijd. Toon begrip voor mogelijke emoties die loskomen en vertel dat je er altijd bent voor je kind.
Herkenbare signalen
Het kan soms moeilijk zijn om te signaleren of je kind gepest wordt, omdat kinderen er niet altijd over willen praten. Geen nood. Er zijn meerdere manieren om te achterhalen of je kind gepest wordt. Er zijn verschillende signalen waar je op kunt letten:
- Teruggetrokkenheid: Je kind is ineens veel stiller of trekt zich terug van sociale activiteiten of vrienden.
- Onverklaarbare angst of boosheid: Angst om naar school te gaan of boosheid en frustratie zonder duidelijke reden.
- Verlies van interesse: Je kind heeft minder interesse in dingen die het normaal leuk vindt, zoals hobby’s of (buiten)spelen samen met vrienden.
- Onverklaarbare verwondingen of blauwe plekken: Als je kind vaak zegt dat het zich gestoten heeft of gevallen is zonder een goede verklaring, kan dat een aanwijzing zijn.
- Lichamelijke klachten: Hoofdpijn, buikpijn of andere klachten zonder medische verklaring kunnen voortkomen uit stress of angst door pesten.
- Laag zelfbeeld: Je kind spreekt negatief over zichzelf, bijvoorbeeld ‘niemand vindt mij leuk’ of ‘ik ben niet goed genoeg’.
TIP! Heb je een vermoeden dat je kind gepest wordt, maar laat je kind zelf weinig los hierover? Probeer informatie op te halen uit de directe omgeving van je kind, bijvoorbeeld bij de leerkracht van je kind of (ouders van) vrienden/vriendinnen. Deel je vermoedens en spreek je zorgen uit.
Verschillende vormen van pesten
Pesten komt helaas in verschillende soorten en maten. Je kind kan gepest worden op de sportclub of op het schoolplein. En daarnaast is cyberpesten een vorm van pesten die almaar groeit. Het online pesten is relatief ‘makkelijk’, want het gebeurt vanachter een beeldscherm en vaak ook anoniem. Je kind kan gepest worden door een ander kind, maar ook door een grote groep kinderen. Denk bijvoorbeeld aan een sportteam of een groep klasgenoten. Een gebrek aan toezicht thuis, op school of online kan pesten verergeren. In omgevingen waar pestgedrag wordt genegeerd of getolereerd blijft het probleem bestaan. Cyberpesten is nog moeilijker te stoppen, omdat het 24/7 doorgaat en vaak moeilijk te achterhalen is wie erachter zit.
De oorzaken van pesten
Weet je inmiddels zeker dat je kind gepest wordt? Geef je eigen gevoelens eerst alle aandacht. Je kunt je erg boos, machteloos en verdrietig voelen. Je zult je ook afvragen waarom je kind gepest wordt. Waarom juist jouw kind? En wat is de oorzaak van het pestgedrag? Sommige kinderen pesten uit onzekerheid of om aandacht te krijgen. Anderen doen het uit jaloezie of omdat ze opgroeien in een omgeving met negatieve rolmodellen.
Ook groepsdruk speelt een grote rol. Kinderen sluiten zich soms aan bij pestgedrag om erbij te horen of uit angst zelf slachtoffer te worden. Kinderen die opvallen, verlegen zijn of sociaal minder sterk zijn lopen een groter risico om gepest te worden. Het kind dat andere kinderen pest is zelf vaak ongelukkig. Vanuit frustratie, boosheid en/of verdriet denkt het kind zich beter te gaan voelen door het pestgedrag.
TIP! Probeer aan je kind uit te leggen dat het kind dat het pestgedrag laat zien zelf vaak problemen heeft. Leg uit dat de meeste kinderen niet zomaar een ander gaan pesten. Vertel dat ze dit vaak doen, omdat ze zich om een of andere reden niet gelukkig voelen. Dit inzicht kan verzachtend werken en je kind kracht geven (‘Ik ben dus niet zelf het probleem, maar ‘de pester’ heeft problemen.’).
De grote impact van pesten
Pestgedrag kan diepe indruk maken op kinderen. Dit geldt zowel voor het slachtoffer als voor de pester. Kinderen die gepest worden kunnen zich onzeker gaan voelen en in hun schulp kruipen. Vanuit angst voor een nieuwe afwijzing kan het zijn dat ze minder contact durven te zoeken met leeftijdsgenoten. Als je gepest wordt kan dat ook leiden tot een laag zelfbeeld. Kinderen kunnen het gevoel ontwikkelen ‘niets waard te zijn’. Dit kan leiden tot problemen thuis en op school. Kinderen die anderen pesten ervaren hier zelf ook de impact van. Hoewel ze tijdelijk macht of populariteit kunnen ervaren, lopen ze een verhoogd risico om later in het leven problemen te ontwikkelen. Het is daarom ontzettend belangrijk om pesten op tijd te signaleren. Alle kinderen verdienen een omgeving die veilig en liefdevol is!
Op naar meer zelfvertrouwen!
Is je kind gepest? Empower je kind! Laat je kind zo vaak mogelijk weten dat je er bent voor hem. Geef knuffels, praat of teken erover en zorg voor positieve afleiding! Zet je kind weer in zijn kracht:
- Oefen met ‘voor jezelf opkomen’
Oefen samen met je kind! Doe bijvoorbeeld een rollenspel waarin jij iemand speelt die vervelend gedrag vertoont. Maak flashcards voor je kind met mogelijke antwoorden. Je kind kiest een reactie uit de kaartjes en gebruikt deze in het rollenspel. Probeer ook uitleg te geven over lichaamstaal: trots als een pauw. Rug recht, hoofd omhoog en weer langzaam leren stralen!
- Werk mee aan een veilige en ondersteunende omgeving
Om pesten te voorkomen is een veilige omgeving nodig waarin kinderen leren respectvol met elkaar om te gaan. Ouders en scholen spelen hierin een cruciale rol door pesten serieus te nemen en kinderen te helpen sociale vaardigheden te ontwikkelen. Check of de school van je kind al een anti-pestprogramma heeft!
- Kies voor een sport die zelfvertrouwen geeft
Bepaalde sporten kunnen extra goed helpen om het zelfvertrouwen te vergroten. Zo komt je kind weer sterker in zijn schoenen te staan. Door het beoefenen van zelfverdedigingssporten, zoals kickboksen of judo, kunnen kinderen zich sterker en zelfverzekerder gaan voelen.
- Pas positieve psychologie toe!
Het inzetten van positieve psychologie kan kinderen die gepest zijn helpen om hun zelfvertrouwen te herstellen, veerkracht op te bouwen en weer een positiever zelfbeeld te krijgen. In plaats van te focussen op het negatieve, richt positieve psychologie zich op de sterke kanten van een kind en hoe die verder ontwikkeld kunnen worden. Werk samen aan het opbouwen van meer veerkracht met een groeimindset. Leer je kind al jong dat tegenslag in het leven je veerkracht geeft en je (nóg) sterker maakt!
Toe aan ontspanning en een lach op het gezicht van je kind? Speel samen een game of quiz op Squla en vergeet voor even jullie zorgen. En bedenk: na regen komt altijd zonneschijn!