Een vergoed dyslexie-onderzoek via de gemeente

Juf Shelby

Als intern begeleider op een basisschool ben ik verantwoordelijk voor de aanvraag van vergoed dyslexieonderzoek voor leerlingen. In dit artikel leg ik je uit hoe zo’n aanvraag verloopt. De procedure hieronder is gebaseerd op de handreikingen van het NKD (Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie, 2018)

 

Zorg via de gemeente

De zorg voor kinderen met ernstige, enkelvoudige dyslexie (EED) valt sinds 1 januari 2015 onder de jeugdwet. Gemeenten hebben de taak om deze dyslexiezorg te organiseren en te financieren. Om gemeentes hierin te ondersteunen zijn er dyslexieteams aangesteld die de functie van ‘poortwachter van de zorg’ uitvoeren. Daarbij checkt een team van dyslexiespecialisten en pedagogen of het leerlingdossier aangeleverd is volgens de richtlijnen van het Masterplan Dyslexie. De procedure kan per regio verschillen en is op te vragen bij je gemeente.

 

Alleen bij Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED)

Alleen kinderen met vermoedens van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) komen in aanmerking voor vergoede dyslexiezorg. Ernstig betekent: een grote achterstand op lezen en/of op spelling. Kinderen met een ‘gewone’ leesachterstand of spellingprobleem gaan vaak vooruit na een periode van intensieve hulp. Als er sprake is van EED is dit meestal niet het geval. De achterstand is zeer hardnekkig: ondanks extra oefening op school en thuis worden er te weinig vorderingen behaald. Enkelvoudig betekent dat het kind naast dyslexie geen andere taal- of leerstoornissen of een ggz-stoornis of beperking heeft.

 

Opbouw van het leerlingdossier

Als een kind moeite heeft met lezen en/of spelling en er ontstaat een vermoeden van dyslexie, dient er op school extra ondersteuning geboden worden. Wanneer scholen extra hulp bieden en deze transparant en op navolgbare wijze vastleggen én de resultaten van de leerling voldoen aan de criteria van achterstand, kan het leerlingdossier worden aangemeld bij het dyslexieteam.

 

Achterstand aantonen middels toetsen

Om de achterstand aan te tonen dient de school genormeerde en gevalideerde toetsinstrumenten af te nemen. Bijvoorbeeld de Cito toetsen (Cito DMT voor technisch lezen en Cito spelling, PI-dictee of SVT Spelling) die op vaste meetmomenten worden afgenomen. De vaste meetmomenten voor Cito zijn halverwege het schooljaar in januari/februari (midden meting) en aan het einde van het schooljaar in juni/juli (eind meting). Een leerling komt pas in aanmerking als er 3 opeenvolgende hoofdmetingen onvoldoende waren:
list]

 

  • Lezen: 3x een V-(min)score of E-score. Of:
  • Lezen: 3x V-score of lage D-score en spelling: V-(min)score of E-score.

Extra hulp op school

Extra hulp of instructie op school wordt ook wel een zorgniveau genoemd. Om hardnekkigheid aan te tonen kan de school hulp op ondersteuningsniveau 2 én 3 in te zetten. zorgniveaus in het onderwijs bij dyslexie

 

Zorgniveau 2
Dit is extra ondersteuning door de leerkracht voor de zwakste 25% van de leerlingen na een meetmoment.
• Meer instructie, meer leertijd en meer oefentijd.
• Aangepaste instructie in kleinere stappen, extra feedback en gelegenheid tot extra verwerking.
• Gebruik maken van aanvullende materialen uit de lees- en spellingmethode, eventueel materiaal uit andere methodes.
• Evaluatie na 10 tot 12 weken.

Zorgniveau 3
Hierbij wordt een intensieve aanpak vanuit een speciale lesmethode uitgevoerd door een onderwijsprofessional. Leerlingen die na zorgniveau 2 nog steeds tot de zwakste 10% behoren, krijgen begeleiding op ondersteuningsniveau 3.
• Zeer intensieve begeleiding met specifieke lees- of spellingmethodes (bijv. Connect lezen, RALFI lezen, Taal in blokjes, Staal etc.)
• 3 x 20 minuten (of in ieder geval in totaal 60 minuten) per week extra begeleiding onder leiding of toezicht van leesspecialist of intern begeleider.
• Liefst individueel en anders in een groepje van maximaal vier leerlingen.

 

Beschrijving van de geboden hulp

Alle bovengenoemde hulp moet school transparant en navolgbaar beschrijven in een plan. Hierin staat o.a:

 

  • De beginsituatie: welke toets is afgenomen en wat was het resultaat? Waar laat de leerling uitval zien?
  • De (SMART) doelen en waaraan gewerkt is tijdens de extra hulp.
  • Met welke toetsen er is tussentijds geëvalueerd?
  • Hoe de hulp werd georganiseerd: door wie is begeleiding gegeven? Op welke momenten en hoe lang, wat was de groepsgrootte?
  • Evaluatie: welke toetsen zijn afgenomen en wat is het resultaat van de extra begeleiding.

Inbrengen van het dossier en dan?

De gemeente is verantwoordelijk voor het afgeven van een positieve of negatieve beschikking. Omdat de gemeente ook verantwoordelijk is voor de bekostiging van de uit te voeren dyslexiezorg hebben de gemeenten deze gezamenlijk ingekocht bij een aantal zorgaanbieders.

 

Bij goedkeuring wordt de positieve beschikking naar jullie als ouders gestuurd en mag je zelf een onderzoeksbureau kiezen voor het dyslexieonderzoek vanuit de lijst van gecontracteerde zorgaanbieders. Is na onderzoek de diagnose EED gesteld, dan heeft je kind ook recht op dyslexiebehandeling zoals een dyslexietraining.

Bij een negatieve beschikking wordt dit ook, met argumenten ondersteund, naar ouders opgestuurd. Als ouder kun je er voor kiezen om, in het geval er geen sprake is van de diagnose EED, je kind toch een onderzoek of dyslexietraining te laten volgen op eigen kosten.

 

TaalExtra

De weg van eerste signalering in groep 1 en 2 tot wel of geen officiële diagnose is lang en kan frustrerend zijn. Om die reden hebben online oefenplatform Squla en dyslexiebehandelaren ZIEN in de Klas, Marant en RID de handen ineen geslagen. Op een leuke en betaalbare manier is de gespecialiseerde kennis uit de dyslexiepraktijken toegankelijk gemaakt voor alle kinderen met lees- en spellingproblemen. De online spellingmethode, genaamd TaalExtra, is beschikbaar op het Squla-platform en helpt kinderen met spelling, lezen en schrijven. TaalExtra is gebaseerd op de behandeling die kinderen met dyslexie krijgen en is er al vanaf groep 3. Hierdoor kan het hulptraject eerder worden opgestart.

 


Dit artikel is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht en Intern begeleider in het basisonderwijs. Als Intern begeleider is ze onder andere verantwoordelijk voor de dyslexiezorg binnen de school en o.a. gespecialiseerd in leesproblemen en dyslexie.