Januari toetsmaand. Hoe zorg je voor zo min mogelijk stress?

Pim

Komende weken maken veel kinderen van groep 3 tot en met 8 de Leerlingvolgsysteem-toets (LVS-toets) op de kernvakken rekenen en taal. Een spannend moment, dat voor stress kan zorgen. Voor kinderen én hun ouders. En dat is helemaal niet nodig, want het toetsmoment is niet het allerbelangrijkst: het gaat erom hoe je kind zich over langere tijd ontwikkelt. Hoe leid je je kind zo ontspannen mogelijk door deze periode heen?

Krijgt mijn kind genoeg uitdaging? Hoe goed is mijn dochter in rekenen? Kan mijn zoon het niveau in de klas wel aan? Veel ouders maken zich gedurende het schooljaar zorgen over hun kind. Uit onderzoek van Squla onder ruim 600 respondenten blijkt dat 33 procent van de ouders met kinderen in groep 7 en 8 zich bezighoudt met de vraag of hun kind wel voldoende studievaardigheden heeft, stressbestendig is en of hij/zij wel op niveau presteert.

Blokkadestress

Ook in lagere klassen zijn ouders bezorgd. Met name over de prestatiedruk, die de afgelopen jaren in het basisonderwijs is toegenomen. ‘Kinderen moeten op jonge leeftijd al te schools leren en te veel kunnen,’ concludeerde het programma De Monitor al in 2016 in De kleuter onder druk. De veeleisende lesmethodes en het grote aantal toetsmomenten op de basisschool zou volgens deze documentaire tot stress en gedragsproblematiek bij kinderen kunnen leiden.

Faalangstbegeleider Pia Crul herkent dat. ‘De prestatiedruk op scholen neemt alleen maar toe,’ vertelt zij. ‘Sommige kinderen hebben het gevoel pas “goed” te zijn als ze hoog scoren op hun toets. Ze worden afgerekend op een resultaat dat ze onder spanning hebben behaald. Terwijl: een toets is maar een momentopname. Het zegt niets over hoe een kind in elkaar zit. Het is goed als ouders zich daarvan bewust zijn.’

Crul schreef het praktijkboek Lefgasten en ontwikkelde een methode om kinderen van hun faalangst af te helpen. Ze merkt dat leerlingen vaak last hebben van ‘blokkadestress’: thuis en in de klas lukt het prima met de lesstof, maar zodra er een toets moet worden gemaakt, gaat het mis. Bij jonge kinderen uit stress zich meestal in fysieke klachten. Zij kunnen niet altijd aangeven dat ze spanning ervaren, omdat ze nog niet snappen wat er in hun hoofd gebeurt. ‘Vooral buikpijn en niet naar school willen zijn veel gehoorde symptomen van stress’ zegt Crul.

Vertrouwd met de vraagstelling

Om te zorgen dat hun kind de lesstof kan bijbenen, gaan veel ouders op zoek naar extra ondersteuning. Het aantal instituten dat hulp biedt bij de lesstof is het afgelopen decennium flink gegroeid. Uit het onderzoek van Squla blijkt dat zeker de helft van de kinderen uit groep 7 en 8 gebruikmaakt van extra leermiddelen, zoals huiswerkbegeleiding, bijles en educatieve boeken, websites en apps. Dat doen ze om hun rekenvaardigheden, begrijpend lezen en taal op te schroeven, maar ook om te oefenen voor de toetsen.

Toch raden veel scholen af om toetsen te oefenen. De uitslag wordt erdoor vertroebeld, waardoor leerkrachten geen goed beeld meer krijgen van de ontwikkeling van het kind en hoe hij ervoor staat. Wat wél kan helpen: oefenen met de vraagstelling, zodat je kind daar vertrouwd mee raakt. ‘Op de LVS-toetsen wordt er vaak meer context gebruikt in de vraagstelling dan in ‘gewone’ methodetoetsen,’ legt leerkracht Shelby Vos uit. ‘Sommige kinderen raken hiervan in paniek en maken de toets hierdoor minder goed dan ze zouden kunnen. Om je kind kennis te laten maken met de vraagstelling kunnen er voorbeeldvragen worden geoefend, bijvoorbeeld van Squla. Hierdoor krijgen ze meer zelfvertrouwen en worden ze niet verrast door de vraagstelling op het moment dat ze de toets maken.’

Volgens Crul is het daarnaast belangrijk dat ouders niet te veel nadruk leggen op de toets. Je kunt beter complimenten geven op het moment dat je kind de lesstof begrijpt en goed toepast. ‘De kans is dan groter dat je kind zich zeker voelt en tijdens het toetsmoment net zo ontspannen is als thuis, in plaats van dat hij dichtklapt.’ Het kan ook goed werken om complimenten te geven op het ‘doen’, in plaats van het ‘zijn’’, zegt Crul. Zeg niet ‘Wat ben je toch slim’, maar: ‘Wat heb je dat goed gedaan.’ Crul: ‘Je kind kan niets veranderen aan wie hij is, maar wel op wat hij doet. Als je dat benadrukt, geeft dat je kind zelfvertrouwen.’


Ontdek motiverende quizzen en games.
Twijfel je? 14 dagen geldteruggarantie!