Wat zijn de gouden weken?
De gouden weken zijn de eerste vier tot zes weken van het schooljaar waarin de leerkracht samen met de klas werkt aan groepsvorming. Want een fijne groepssfeer ontstaat niet vanzelf, daar is aandacht, tijd en begeleiding voor nodig. Zeker als kinderen 6 weken niet bij elkaar in de klas hebben gezeten. Iedereen is in de zomervakantie ‘letterlijk en figuurlijk’ gegroeid. De één heeft wellicht een heerlijke vakantie gehad, bij de ander gingen zijn ouders scheiden. Als iedereen weer de klas in komt, neemt iedereen zijn eigen ‘rugzakje met gedrag’ mee.
In deze weken leren kinderen elkaar (opnieuw) kennen, worden groepsregels opgesteld en ontstaan er afspraken over hoe je met elkaar omgaat. Door hier bewust op in te zetten, ontstaat er een positieve sfeer waarin kinderen zich veilig voelen en tot leren kunnen komen. Het is dus niet voor niets dat veel leerkrachten in deze periode extra investeren in samenwerken, elkaar vertrouwen en het versterken van het groepsgevoel.
Groepsfases
Tijdens de gouden weken doorloopt een klas verschillende fases van groepsvorming. Leerkrachten houden hier bewust rekening mee.
- Forming: kinderen zijn aftastend en zoeken hun plek.
- Storming: er ontstaat wrijving, kinderen testen grenzen en rollen.
- Norming: afspraken worden duidelijk, de groep raakt op elkaar afgestemd.
- Performing: er is rust, samenwerking en wederzijds vertrouwen.
Elke groep doorloopt deze stappen, met zijn eigen tempo en uitdagingen. Leerkrachten begeleiden dit proces actief met activiteiten, gesprekken en duidelijke kaders. Door te begrijpen dat dit erbij hoort, krijg je als ouder ook meer zicht op wat je kind doormaakt in die eerste weken. Het is dus ook heel normaal dat je kind in de eerste weken wel eens thuis komt met een verhaal over een conflictje met een klasgenoot.
Waarom het soms even ‘schuurt’ in de klas
Vooral tijdens de zogenaamde ‘storming’-fase zoeken kinderen hun plek in de groep. Er worden opnieuw groepjes gevormd, er ontstaat wrijving en grenzen worden getest. Dit gaat vaak gepaard met onzekerheid: ‘Hoor ik er nog wel bij?’, ‘Wie is mijn vriend?’ of ‘Wat vinden anderen van mij?’
Juist in deze fase kunnen er sneller conflicten ontstaan. Kinderen reageren emotioneler, trekken zich terug of laten juist meer haantjesgedrag zien. Dat merk je soms ook thuis: je kind kan prikkelbaarder zijn, zich terugtrekken of klagen over anderen. Het helpt om te weten dat dit gedrag past bij de normale groepsontwikkeling. Als ouder ben je dan al snel geneigd om aan de bel te trekken bij de nieuwe leerkracht. Maar het is goed om te weten dat dit gedrag past bij de normale groepsontwikkeling. Leerkrachten begeleiden dit proces bewust en met aandacht. Door ook thuis ruimte te geven aan gevoelens en hierover in gesprek te blijven, help je je kind om deze fase door te komen en zich opnieuw zeker te gaan voelen in de groep.
Waarom zijn er in de gouden weken vaak kennismakingsavonden voor ouders?
Juist in deze eerste weken nodigen veel scholen ouders uit voor een kennismakingsavond of startgesprek. En dat is niet zomaar. Een goede samenwerking tussen school en thuis begint bij elkaar leren kennen. Voor de leerkracht is het waardevol om van ouders te horen wie hun kind is, waar het blij van wordt of juist onzeker van raakt. En andersom geeft het ouders inzicht in hoe de leerkracht te werk gaat en wat zij kunnen verwachten. Korte lijntjes, een goede overdracht van belangrijke informatie en wederzijds vertrouwen. Het vormt de basis voor een betrokken en fijn schooljaar.
Wat gebeurt er in de klas tijdens de gouden weken?
Tijdens de gouden weken gebeurt er in de klas meer dan je denkt. Natuurlijk wordt er gelezen, gerekend en geschreven, maar er is ook veel ruimte voor spel, samenwerking en gesprek. Denk aan groepsspellen waarbij kinderen moeten samenwerken, kringsgesprekken over ‘hoe we het fijn hebben met elkaar’ of creatieve opdrachten over vriendschap en jezelf voorstellen. Ook worden er vaak klassenregels gemaakt die niet zomaar worden opgelegd, maar samen met de kinderen worden opgesteld. Door dit samen te doen, voelen kinderen zich betrokken én verantwoordelijk voor de sfeer in de klas.
Wat kun je thuis doen?
Als ouder kun je deze belangrijke weken ondersteunen door thuis het gesprek aan te gaan. Vraag niet alleen “Wat heb je geleerd?”, maar bijvoorbeeld “Met wie heb je samengewerkt vandaag?”. Dit soort vragen helpen je kind om stil te staan bij sociale situaties en interacties.
Merk je dat je kind het lastig vindt om met sociale situaties om te gaan? Misschien is je kind vaak haantje de voorste, raakt het snel in conflict met anderen of klaagt jouw kind juist geregeld over het gedrag van klasgenoten. Dit kan als ouder vragen oproepen: moet ik ingrijpen, uitleg geven of oplossingen aandragen? Toch is het juist in deze situaties waardevol om eerst en vooral te luisteren zonder oordeel.
Geef je kind de ruimte om zijn of haar verhaal te doen, zonder het meteen te corrigeren of te voorzien van adviezen. Door open vragen te stellen zoals “Wat gebeurde er precies?” of “Hoe voelde jij je daarbij?” help je je kind om zelf grip te krijgen op wat er speelt. Dit bevordert niet alleen het zelfinzicht, maar ook het vertrouwen dat jouw kind bij jou terechtkan, juist als het even schuurt in de klas. Want leren omgaan met anderen gaat met vallen en opstaan.
Praktische tips om sociale vaardigheden thuis te versterken
Sociale vaardigheden zijn te oefenen en dat begint vaak thuis, gewoon in kleine momenten. Hieronder enkele tips die je eenvoudig kunt toepassen:
- Geef zelf het goede voorbeeld: kinderen leren veel door te kijken naar hoe jij met anderen omgaat. Benoem bijvoorbeeld als je iemand helpt, sorry zegt of een compliment geeft. Door je eigen gevoelens en keuzes hardop uit te spreken (“Ik was even boos, maar ik heb het rustig uitgelegd”) leert je kind hoe emoties werken.
- Lees samen prentenboeken over emoties: met jonge kinderen zijn de boeken van Anna van Kathleen Amant of Kikker van Max Velthuijs erg herkenbaar. Ze behandelen thema’s zoals boos zijn, delen, verdriet, vriendschap en zelfvertrouwen op een herkenbare manier. Laat je kind reageren: “Hoe denk jij dat Anna zich nu voelt?”
- Gebruik hulpboeken bij oudere kinderen: voor wat oudere kinderen (8+) zijn er toegankelijke boeken zoals Grote gevoelens doeboek‘ van Tamar D. Black of ‘ Sterk in je schoenen gesprekskaarten‘ van Bazaltgroep, die op een speelse manier emoties en relaties verkennen.
- Speel samen herkenbare rollenspellen: oefen situaties die je kind lastig vindt. Bijvoorbeeld: “Stel, iemand zegt dat je lelijke schoenen aan hebt. Wat kun je dan zeggen?” Door dit soort momenten samen na te spelen (een vorm die ook veel gebruikt wordt in sociaal emotionele lesprogramma’s zoals de Kanjertraining) help je je kind om te oefenen met duidelijke, rustige reacties. Je kunt samen verschillende manieren proberen: boos worden, negeren, iets terugzeggen of juist benoemen hoe het voelt. Zo leert je kind wat werkt, en voelt het zich zekerder als zoiets in het echt gebeurt.
- Gebruik het dagelijks leven: een conflictje met een broertje, een blije verrassing van een klasgenoot of een boze bui na school. Het zijn allemaal kansen om samen terug te blikken: “Wat gebeurde er?”, “Hoe voelde jij je?”.
Groepsvorming vraagt tijd en aandacht
In de eerste gouden weken van het schooljaar gebeurt er veel. Soms is dat zichtbaar, maar vaak speelt het zich ook onder de oppervlakte af. De ‘storming’-fase kan voor kinderen best even lastig zijn: er ontstaan nieuwe groepsdynamieken, grenzen worden verkend en niet alles loopt meteen soepel. Juist daarom is er in deze periode veel aandacht voor groepsvorming, sociaal-emotionele ontwikkeling en de samenwerking met ouders.
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Afscheid nemen van de kleuterklas
De laatste weken in de kleuterklas zijn vaak gevuld met allerlei activiteiten zoals een sportdag, rapportavonden, een wendag voor nieuwe kleuters of een schoolreisje. Kleuters voelen feilloos aan dat er iets gaat veranderen. Voor sommige kinderen overheerst de trots “ik ga naar groep 3!”, maar er is ook onzekerheid. Ik denk dat iedere kleuter stiekem wel een beetje spanning voelt (ook al zie je dit niet altijd). Alleen al de vele ‘bijzondere’ dagen en kinderfeestjes vlak voor de vakantie en het klaslokaal wat opgeruimd wordt. Zelf merk ik altijd vanaf eind mei dat mijn dochter een ‘korter lontje’ heeft. ‘Tijd voor vakantie..’ grap ik soms samen met andere moeders op het schoolplein.
Wendagen: een eerste kijkje in groep 3
Veel scholen organiseren in juni of juli een ‘wenmomentje’ of zelfs een hele dag in groep 3. Dat is super fijn. Even op het grote stoeltje zitten, kennismaken met de nieuwe juf of meester, en zien hoe het nieuwe klaslokaal eruit ziet. Zo’n eerste kennismaking maakt vaak veel indruk!
Zo’n wenmoment helpt om het onbekende ‘bekend’ te maken. Het verlaagt de spanning, want ineens blijkt groep 3 niet een mysterieuze plek waar alleen maar stil gelezen wordt. Er is nog steeds heel veel ruimte voor knutselen, spelen en plezier.
Wacht even met al je vragen…
Na een intensieve schooldag zit het hoofd van een kleuter vaak vol indrukken. Juist dan kan het verleidelijk zijn om meteen bij het ophalen allerlei vragen te stellen: “Hoe was het in groep 3? Wat heb je gedaan? Vond je het leuk?” Maar vaak is dat simpelweg te veel. Je kind heeft eerst tijd nodig om te ontladen, bij te komen en weer even thuis te landen.
Ik merk bij mijn eigen kind dat direct uit school praten over de dag zelden lukt en soms zelfs tot frustratie leidt (lees: een ‘kort lontje’ en een snauw naar mama na een drukke dag). Wat wél helpt, is wachten tot een rustiger moment. Tijdens een wandelingetje, samen kleuren of bij het voorlezen in de avond komen de verhalen vaak vanzelf. Door te wachten, geef je je kind de ruimte om op zijn eigen moment te delen wat belangrijk is.
Spanning om naar groep 3 te gaan
De overgang naar groep 3 brengt soms spanning met zich mee. De structuur verandert: er zijn meer werkmomenten aan tafel, er wordt gewerkt met methodes en leerdoelen, en kinderen moeten langere tijd geconcentreerd blijven.
Kleine opmerkingen, groot effect
Let daarbij op hoe er door jou over groep 3 gepraat wordt, juist als kinderen meeluisteren of erbij staan. Opmerkingen als: “Nou, straks moet hij de hele dag stilzitten, dan leert hij hopelijk concentreren” kunnen onbedoeld een negatief beeld geven van wat komen gaat. Probeer de nadruk te leggen op wat kinderen wél gaan ontdekken en leren: “In groep 3 ga je allemaal nieuwe dingen leren, en je juf of meester helpt je erbij.”
Volgens orthopedagoog Luc Stevens is het essentieel dat kinderen zich competent, autonoom en verbonden voelen om optimaal te leren. Groep 3 doet dus een stevig beroep op deze basisbehoeften. Als een kind onzeker is (“Ik kan dat niet”) of het gevoel heeft dat het geen invloed heeft op wat er gebeurt (“Ik moet dit doen, maar ik snap het niet”), kunnen spanningen ontstaan.
Daarom is het zo belangrijk dat de overgang niet abrupt is. Spelenderwijs voorbereid worden op nieuwe routines en verwachtingen helpt kinderen zich veilig en bekwaam te voelen. Daarom wordt er in de eerste periode in groep 3 ook nog regelmatig gespeeld in de klas.
Wat als je kind met twijfels overgaat naar groep 3?
Soms is er twijfel bij een kleuter om het over te laten gaan. Cognitief lijkt het misschien voldoende, maar sociaal-emotioneel is het nog wat jong. Of andersom: een kind is heel taalvaardig, maar heeft moeite met taakgericht werken.
De beslissing om al dan niet door te stromen is altijd maatwerk. Ouders en leerkrachten moeten daarbij goed samenwerken en kijken naar het geheel: ontwikkeling, gedrag, motivatie én welbevinden. Gaat je kind toch met twijfel door? Dan is het goed om in het nieuwe schooljaar extra alert te blijven. Een warme overdracht tussen leerkrachten, goede observatie in de eerste weken en open communicatie met ouders kunnen het verschil maken.
En vooral: laat het kind voelen dat het fouten mag maken en dat leren een proces is, geen race. Het is bovendien heel normaal dat sommige kleuters al bijna kunnen lezen als ze naar groep 3 gaan, en dat andere kinderen dit pas later leren. Maak je kind bewust dat verschillen erbij horen: iedereen leert op zijn eigen tempo.
Praat mét vertrouwen, niet over twijfel
Probeer ook hier bewust te zijn van hoe je over de overgang praat, zeker waar je kind bij is. Een goedbedoelde opmerking als: “Ze mag het proberen, maar het wordt vast pittig voor haar” kan een kind het gevoel geven dat het op moet boksen tegen verwachtingen. Kies liever voor woorden die vertrouwen geven, zoals: “Je mag in groep 3 nieuwe dingen gaan leren en dat gaat vast stapje voor stapje lukken.”
En wat als je kind juist al kan lezen?
Sommige kleuters lezen al vlot voor hun zesde. Dat kan een cadeau zijn, maar ook een uitdaging. Want ‘voorlopen’ op technisch lezen betekent niet altijd dat een kind ook schoolrijp is.
Volgens onderzoek is ‘schoolrijpheid’ veel breder dan alleen cognitieve vaardigheid (Hamerslag et al., 2015). Denk aan emotieregulatie, taakgerichtheid en sociale interactie. Een kleuter die leest op AVI M3-niveau, maar nog moeite heeft met samenwerken of plannen, is misschien nog niet toe aan het strakkere lesrooster van groep 3.
Voor deze kinderen is het belangrijk dat er gedifferentieerd wordt. Niet versnellen in lezen om nog sneller een hoger AVI-niveau te halen, maar verdieping bieden binnen het eigen tempo. Denk aan projecten, uitdagende boeken of open opdrachten waarbij ze hun talent kwijt kunnen.
- Blijf het lezen speels houden
Laat je kind genieten van verhalen. Wissel samen lezen af met voorlezen, stripboeken, versjes of themaboekjes. Kies Avi-start of M3-boekjes met humor en herkenning. Maar er zijn ook speciale ‘samenleesboeken. Samenleesboeken zijn ideaal voor het einde van groep 2 of het begin van groep 3.
- Leg de nadruk op plezier, niet op presteren
Je kind hóeft niet vooruit op AVI-niveau. Het leesplezier is belangrijker dan ‘sneller lezen’.
- Houd oog voor het totaalplaatje
Kan je kind ook samenwerken, zich concentreren of omgaan met teleurstelling? Schoolrijpheid is breder dan alleen technisch lezen.
- Bied uitdaging binnen de belevingswereld
Kies boeken die aansluiten bij de interesses van je kind. Informatieve boekjes of verhalen over onderwerpen waar je kind enthousiast van wordt, zorgen voor verdieping én leesplezier. Mijn dochter was als kleuter bijvoorbeeld helemaal gefascineerd door insecten en vlinders. Met een zoekkaart in de hand en een informatief boek naast zich ging ze buiten op ontdekking: elk kriebelbeestje werd opgezocht, vergeleken en benoemd. Zo werd lezen iets wat verbonden is met haar eigen wereld en dat maakt het betekenisvol.
- Overleg met de leerkracht
Bespreek hoe de school inspeelt op de leesontwikkeling zonder je kind te veel te ‘versnellen’. Verdieping is vaak waardevoller dan versnelling.
Samenleesboeken
Samenleesboeken zijn speciaal ontworpen om samen met een volwassene of oudere lezer te lezen. De tekst is verdeeld in twee niveaus:
De volwassen of ervaren lezer leest de langere, moeilijkere stukken (vaak in kleinere of donkere letters). Het kind leest de eenvoudige, korte woordjes of zinnen (vaak in grotere of gekleurde letters). Zo ontstaat er een leeservaring waarbij het kind actief meedoet, maar niet overbelast wordt. Het verhaal blijft leuk én begrijpelijk.
Boekentip: Letters leren met Choco – Nicolle Christiaanse
Een speelse mix van voorleesverhaal en letterzoekspel. Aan de linkerzijde lees jij, aan de rechterkant zoekt je kind letters en korte woordjes. Perfect voor kleuters (4–6 jr.) om spelenderwijs hun leesvaardigheid te versterken.
Boekentip: Ben jij een dief? (AVI‑Start)
Een spannend AVI‑Start boekje met korte, humoristische teksten die kleuters zelf kunnen lezen. Helpt het leesplezier én -vertrouwen te vergroten, en is ideaal om samen te lezen en delen
Tips voor een zachte landing in groep 3
- Bekijk samen de website van de school
Zoek een foto van de nieuwe leerkracht of het lokaal op de schoolwebsite. Laat je kind zien wie de juf of meester is, en waar het straks mag werken. Herkenning bij binnenkomst geeft een gevoel van veiligheid.
- Loop een keer langs het gebouw of lokaal
In de weken voor de zomervakantie (of vlak ervoor) is het fijn om een keer langs school te wandelen en samen te praten over hoe het straks zal zijn. “Kijk, daar ga je straks naar binnen.” Dat maakt het concreet en minder spannend.
- Normaliseer dat je kind niet alles hoeft te kunnen
Veel kinderen denken dat ze al moeten kunnen lezen, rekenen of stilzitten. Vertel je kind: “Je hoeft het nog niet te kunnen. Je gaat juist naar school om het te leren.” Dat haalt druk weg en geeft ruimte om nieuwsgierig te zijn.
- Vertel over je eigen schoolervaringen
Kinderen vinden het heerlijk om verhalen te horen over toen jij klein was. Hoe jij het vond in groep 3, of wat je spannend vond. Het maakt hun gevoelens normaal en herkenbaar.
- Houd het afscheid luchtig op de eerste schooldag
Hoe spannend ook, probeer het afscheid op de eerste dag kort en positief te houden. Een duidelijke knuffel, een geruststellende zin (“Ik zie je straks weer!”) en vertrouwen uitstralen, doen vaak meer dan je denkt.
- Maak tijd om te praten over de overstap.
Liever niet direct uit school maar tijdens een gezamenlijke wandeling of spelletje komen de verhalen vaak vanzelf los.
Elke stap begint met gezien worden
Misschien is het spannend, of misschien is je kind er helemaal klaar voor…of allebei tegelijk. Hoe dan ook: groep 3 wacht met nieuwe verhalen, uitdagingen en ontdekkingen. Laten we die overgang niet te groot maken, maar vooral liefdevol begeleiden. Want leren begint met gezien worden. Wat mij helpt, is steeds weer tegen mezelf én mijn kind te zeggen: je hoeft het nog niet te kunnen, je bent er om te leren. Dat maakt de stap naar groep 3 ineens een stuk minder groot. Met een beetje geduld, vertrouwen en aandacht komt het meestal gewoon goed.
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Geraadpleegde bronnen:
Hamerslag, R., Oostdam, R., & Tavecchio, L. (2015). De rol van sociaal-emotionele en gedragsmatige aspecten bij het leerproces van jonge kinderen: Het concept schoolrijpheid ‘afgestoft’. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 54(3), 119–130.
Hoeveel kinderen nodig je uit?
Er is een bekende vuistregel die je vaak online leest: het aantal kinderen op het feestje is gelijk aan de leeftijd van het kind. Wordt je kind vijf? Dan nodig je vijf kinderen uit. Deze regel lijkt handig te hanteren, maar in de praktijk werkt het niet altijd zo strak.
Wat ik zelf merkte: als je kind net een feestje van een klasgenootje heeft gehad, wil het dat kindje vaak ook terugvragen en dat is ook logisch. Kleuters hechten waarde aan wederkerigheid en vriendschap. Soms betekent dat dat je nét iets meer kinderen uitnodigt dan je van plan was. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang jij als ouder het overzicht kunt houden en je kind zich niet overweldigd voelt.
Tip: Kijk vooral naar je eigen kind: hoe gaat het om met drukte? Hoe groot is de groep waarmee het zich prettig voelt? Niet elk kind houdt van een groot gezelschap. Soms is een klein, gezellig feestje met vier vriendjes al perfect en soms zijn het er 10.
Thuis of op locatie?
Tegenwoordig zijn er talloze plekken waar je een feestje kunt vieren: indoorspeeltuinen, kinderboerderijen, trampolinehallen… Maar vergis je niet: een feestje thuis kan minstens zo leuk zijn en soms juist fijner voor jonge kinderen.
Thuis is de omgeving vertrouwd, de prikkels zijn voorspelbaar en je kunt het tempo helemaal afstemmen op de groep. Zeker voor kleuters is dat belangrijk. Hun zelfregulatie is nog volop in ontwikkeling, en bij teveel nieuwe indrukken kunnen ze snel overprikkeld raken. Een kleinschalig feestje geeft dan rust.
- Kadootjes verstoppen in huis of tuin
- Snoephappen of speurtocht met eenvoudige opdrachten
- Klassiekers zoals stoelendans of ‘ezeltje prik’
- Vrij spel met verkleedkleren, blokken of knutselmateriaal
Zelf maakte ik van tevoren een lijstje met activiteiten. Geen strak draaiboek, maar gewoon een overzicht waar ik even op kon spieken als ik niet meer wist wat ik met het groepje moest doen. En geloof me: dat lijstje kwam van pas!
Je hoeft het niet alleen te doen
Klinkt als een open deur, maar toch: vraag hulp. Kinderfeestjes zijn intens (ook voor de papa’s of mama’s), vooral met een groep kleuters die nog nét iets vaker naar de wc moeten, duizend vragen stellen, ruzietjes hebben of gewoon allemaal tegelijk iets van je willen.
Of je het nu samen met je partner doet, een familielid vraagt of een andere ouder inschakelt: een extra paar handen maakt het verschil. Terwijl de één ranja inschenkt of een spelletje begeleidt, kan de ander helpen met wc-bezoekjes of troost bieden aan een kind dat even heimwee heeft. Ik kan het niet anders zeggen: ik vond het als ouder écht intensief. En dat terwijl ik ervaring heb met het organiseren van activiteiten voor een klas van 35 kleuters! Maar een feestje in de vrije, minder gestructureerde setting van thuis is echt een ander verhaal.
Direct mee uit school of laten brengen?
Een vraag die je als ouder waarschijnlijk ook tegenkomt: laten we de kinderen meteen mee uit school komen, of laten we ze later op de middag brengen? Beide opties hebben hun voordelen, maar uit eigen ervaring weet ik: de manier van starten maakt veel verschil.
Bij het eerste feestje liet ik de ouders de kinderen rond 14.00 uur bij ons thuis brengen. Wat ik toen niet had voorzien: iedereen kwam een beetje om de beurt binnen. Sommige kinderen waren al binnen en vroegen meteen om aandacht of wilden beginnen met spelen, terwijl andere ouders nog instructies wilden geven of afscheid namen. Ik had letterlijk handen en oren te kort, en de start voelde daardoor wat rommelig. We sloten de middag af met een gezamenlijk avondeten, maar ook dat vond ik achteraf niet ideaal. Juist het einde van de dag is vaak het moment waarop kinderen moe zijn, zeker na een middag vol indrukken. Het avondeten werd daardoor vrij lawaaierig en voelde onrustig aan.
De keer daarop kozen we voor een andere aanpak: we haalden de kinderen direct uit school op. Iedereen begon op hetzelfde moment, er was geen in- en uitloop en we lunchten samen thuis. En dat werkte verrassend goed. Met een volle buik en een rustige opstart bleken de kinderen veel beter gehumeurd, en het feestje verliep een stuk soepeler. Ook voor mij als ouder voelde het overzichtelijker en rustiger.
Welke vorm je ook kiest: denk vooruit en voel vooral aan wat past bij jouw kind en bij jou als ouder. Soms zit het verschil tussen stress en ontspanning in zulke kleine keuzes.
Structuur geeft rust (ook op een feestje)
Vanuit mijn rol als leerkracht weet ik hoe belangrijk structuur en duidelijkheid zijn voor jonge kinderen. Een feestje mag speels zijn, het helpt enorm als er een heldere lijn in zit. Daarom vertelde ik aan het begin van het feestje in het kort wat we die middag gingen doen. Het was een prinsessenfeestje, dus ik zei: “We gaan kadootjes verstoppen, zingen, ons verkleden, knutselen en daarna gaan we samen eten.” Voor de kinderen die het spannend vonden, gaf dit meteen houvast en voorspelbaarheid. Ze wisten wat er kwam en wat ze konden verwachten.
Wat ook hielp: ervoor zorgen dat er altijd iets te doen is. Bij het knutselen viel me op dat er veel niveau- en tempoverschil was. Waar het ene kind na drie minuten klaar was, had het andere kind nog vijftien minuten nodig. Dan is het handig om een extra kleurplaat of activiteit achter de hand te hebben. En: kies liever een té eenvoudig knutselwerkje dan iets te moeilijks. Voor kinderen is het veel leuker om trots te zijn op iets wat lukt, dan gefrustreerd te raken omdat het niet gaat zoals ze willen.
Wat ook goed werkte, was het verdelen van de aandacht. Toen ik de kinderen ging schminken, verliep dat verrassend soepel omdat ‘oma’ ondertussen met de kinderen die nog niet aan de beurt waren het spelletje ‘ezeltje prikje’ speelde, maar dan natuurlijk in zeemeerminnenstijl, passend bij ons thema. Zo bleef iedereen bezig, ontstond er geen onrust om wie de volgende mocht zijn, en konden we in alle rust ieder kind mooi schminken.
Structuur betekent niet strak plannen tot op de minuut, maar wel dat je als ouder een duidelijke koers uitzet. Dat geeft rust voor jou én voor de kinderen.
Duidelijke grenzen geven veiligheid
Daarnaast merkte ik, zoals in elke groep, dat er altijd kinderen zijn die grenzen opzoeken, moeite hebben met luisteren of zich moeilijk kunnen concentreren. Dat is normaal, zeker in een nieuwe omgeving vol prikkels en spannende activiteiten. Maar wat ik zelf heel belangrijk vond: probeer niet alleen maar de ‘lieve mama’ te zijn. Het is ook jouw huis, jouw regels en jouw feestje. Kinderen hebben duidelijkheid nodig om zich veilig te voelen en om te weten waar ze aan toe zijn.
Toen een meisje bijvoorbeeld op de bank begon te springen en tegen me zei: “Nou, thuis mag ik dat wel,” antwoordde ik rustig maar beslist: “Dat kan, iedere mama heeft haar eigen regels, maar hier is de regel dat we op de trampoline springen en niet op de bank.” Geen strijd, gewoon helder.
Die duidelijkheid begint al vóór je aan een activiteit begint. Ga je een speurtocht doen in de wijk? Bespreek dan vooraf wat je van het gedrag van de kinderen verwacht. Denk aan lopen op de stoep, stoppen bij het oversteken en bij elkaar blijven als groep. Nog beter: laat de kinderen zélf bedenken wat belangrijk is om het veilig en leuk te houden. Zo voelen ze zich betrokken en neem je hun eigen verantwoordelijkheid serieus.
Geloof me: als je dat niet doet, loop je kans op een chaotische scène met rennende kleuters door de wijk, terwijl jij er wanhopig achteraan roept en niemand luistert. Grenzen geven rust, structuur én maken het feestje leuker voor iedereen.
Houd het kort (en reken op uitlooptijd)
Een kinderfeestje hoeft écht niet lang te duren om geslaagd te zijn. Sterker nog: voor kleuters is een paar uur vaak meer dan genoeg. Wij begonnen om 12.30 uur, en rond 15.45 begonnen we al rustig met afronden en opruimen, zodat we rond 16.15 à 16.30 de kinderen weer thuis konden brengen, zoals we het op de uitnodiging hadden vermeld.
Mijn advies: probeer die thuisbrengtijd ook echt te halen. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk blijkt het nog best een uitdaging. Want kleuters… die hebben tijd nodig… Véél tijd. Voor het zoeken van sokken, het aantrekken van schoenen, het weer uittrekken van schoenen omdat er toch nog een glittertje in de schoen zit, en met het vinden van de juiste jas. Reken gerust op een kwartier tot 20 minuten extra voor dit soort afrondmomenten!
Ben je op een locatie zoals een binnenspeeltuin? Houd dan ook rekening met toiletpauzes, opruimen en het feit dat het even duurt voordat je alle kinderen weer hebt verzameld. Mijn ervaring: roep liever iets te vroeg dat het tijd is om jassen aan te doen. Laat ze dan nog even rustig wachten met een liedje of een klein spelletje, dan dat je jezelf in het zweet werkt omdat je pas op de vertrektijd beseft dat een deel van de kinderen nog zijn schoenen zoekt of geholpen moet worden met de jas aantrekken.
Een goede timing voorkomt stress op het einde en zorgt voor een rustige, positieve afsluiting van een feestelijke dag.
En het snoepzakje dan?
Natuurlijk hoort er iets lekkers bij een feestje, maar ik koos er bewust voor om tijdens het feestje zelf niet te veel suikers of kleurstoffen aan te bieden. Een paar traktaties tussendoor, ja, maar liever niet continu snoep op tafel. Sommige kinderen kunnen namelijk erg druk of overprikkeld raken door overmatige suikerinname of kleurstoffen (Bron: Nederlands Jeugdinstituut, 2022).
Daarom gaf ik aan het eind van het feestje een klein snoepzakje mee naar huis. Zo bleef het feestje zelf rustiger en hadden de kinderen toch een feestelijk aandenken om thuis van te genieten. Een snoepje of een zakje chips en een klein speeltje is echt al genoeg. Je hoeft het niet grootser te maken dan dat.
Intensief, maar zo waardevol
Tot slot: ondanks alle voorbereidingen, draaiboek en hulp… ik vond het écht intensief. Ik weet nog dat ik ’s avonds op de bank dacht: Hoe kan het zijn dat ik dagelijks een klas van 35 kleuters draaide als juf, en nu zo moe ben van een klein kinderfeestje? Maar het is ook echt anders: de verantwoordelijkheid is volledig van jou, je bent continu ‘aan’ en de sfeer is veel vrijer dan in de klas. Gelukkig had ik die avond niets meer gepland. Ik ging lekker in bad… en dat was echt nodig om te ontprikkelen.
Mijn advies aan andere ouders: kies iets wat bij jóuw kind past. Niet ieder feestje hoeft groter, spectaculairder of luxer dan het vorige. Laat je niet meeslepen door wat je om je heen ziet of hoort. Het mooiste feestje is het feestje waar jouw kind zich gezien, blij en ontspannen voelt. En waar jij als ouder met een glimlach (en misschien een beetje overprikkeld 😉 ) op terugkijkt.
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Nederlands Jeugdinstituut (NJi). (2022). Voeding en gedrag. Geraadpleegd op 12 juni 2025, van https://www.nji.nl
Voedingscentrum. (z.d.). Voedingsadditieven: kleurstoffen. Geraadpleegd op 12 juni 2025, van https://www.voedingscentrum.nl
Wat vond ik als juf nou écht ‘leuk’ om te krijgen als bedankje?
Laat ik beginnen met wat ik als juf altijd het leukste vond om te krijgen: een persoonlijk kaartje of briefje. Niet per se van de ouders, maar van het kind zelf. Een paar zinnen over wat het kind is bijgebleven van het schooljaar, wat hij of zij leuk vond, of waar ik bij heb geholpen. Dat raakte me. Ik herinner me nog een meisje uit groep 7 die me in haar eigen woorden bedankte dat ze zo zelfverzekerd was geworden nadat ik haar op sociaal emotioneel gebied op weerbaarheid had begeleid (ik had zelf de tranen in mijn ogen toen ze het tegen me zei). Want laten we eerlijk zijn: in het onderwijs werken we niet voor de bonussen of promoties. Die zijn er zelfs niet eens! De echte beloning zit in het gevoel iets voor een kind hebt kunnen betekenen. Dat een kind zich gezien en gesteund voelde in de klas en kon groeien.
Grote gebaren, niet nodig!
Grote cadeaus zijn dus echt niet nodig. Sterker nog, ik zie dat veel leerkrachten zich daar een beetje ongemakkelijk bij voelen. Een zelfgemaakt knutselwerkje, een tekening, een zelf versierde waxinelichthouder of een memoboekje met wat vrolijke stickertjes: dat zijn de dingen die door leerkrachten onthouden worden. Omdat er liefde, aandacht en moeite in zitten. Omdat het van het kind zelf komt. De ‘klassiekers’ doen het nog steeds prima: een doosje chocolade, een bos bloemen, badschuim of zeep. Altijd handig! En als je het persoonlijk wilt maken: laat je kind het kaartje schrijven, het potje versieren, of het cadeau zelf uitkiezen.
Persoonlijke leuke ideeën
Heb je een onderneming of een speciaal beroep? Denk dan eens aan iets uit je eigen werk. Toen ik zelf nog voor de klas stond, kreeg ik ooit een doosje champignons van het zoontje van een kweker en aardbeien van een dochter van een teler. Super leuk vond ik dat! En vaak waren de kinderen er zelf ook heel trots op.
Voor wie niet een eigen onderneming heeft, hier nog een paar leuke, haalbare ideetjes:
- Een klein plantje of een mooie losse bloem met een kaartje: “Bedankt dat je me hebt laten groeien.”
- Bloemzaadjes in een mooi zakje, eventueel door je kind versierd.
- Een vrolijke mok of een linnen tas met een leuke tekst (super juf/meester).
- Bureau-accessoires zoals gelpennen, leuke memoblokjes of washi tape: altijd welkom!
- Een mooi voorleesboek voor in de klas, met een persoonlijke boodschap voorin geschreven.
- Een mooie foto van je kind van dat schooljaar met een anekdote.
- Een ‘diploma’ voor de leerkracht, met daarop genoteerd wat je kind vindt wat de leerkracht voor hem/haar betekend heeft.
En wat laat ik mijn kind geven aan de juf?
Omdat mijn man een onderneming heeft in de productie van ambachtelijke vleeswaren, geven onze kinderen een pakketje uit onze slagerij met lekkere grillworst, gehaktballetjes of hamburgers aan de juffen. Ik schrijf daar dan een persoonlijk kaartje bij waarin ik vertel wat ik als ouder gewaardeerd heb. Bijvoorbeeld een leuke herinnering of dat ik de ouderportaal berichtjes altijd leuk vond om te lezen. Ik vraag mijn dochter ook altijd naar leuke momenten of uitspraken van de juf die indruk hebben gemaakt, en ik schrijf voorbeelden op van de dingen waarvan ik zelf zie dat mijn kind gegroeid is dankzij de leerkracht.
Niet vergeten… de extra ondersteuners in de school
Denk bij het geven van een bedankje ook eens aan de onderwijsassistent, vakleerkracht gym, intern begeleider of directeur. Misschien heb jij of je kind niet direct contact met hen gehad, maar weet dat deze mensen vaak een grote rol spelen in de zorg rondom de kinderen. Ze ondersteunen leerkrachten, denken mee bij uitdagingen en zorgen ervoor dat alles achter de schermen soepel verloopt. Toch worden ze vaak vergeten bij de bedankjes. Een klein kaartje, tekening of een kleinigheidje kan ook voor hen veel betekenen en laat zien dat hun inzet gezien en gewaardeerd wordt. Je leert je kind meteen hoe waardevol het is om anderen te waarderen.
Wat telt, is de aandacht!
Wat je ook kiest, onthoud dat het niet om de waarde gaat, maar om de aandacht. Een juf of meester heeft een jaar lang met liefde en toewijding voor je kind gezorgd. En dat hoeft echt niet met een groot cadeau beloond te worden. Een klein, oprecht gebaar zegt vaak meer dan genoeg.
Laat je kind meedenken, laat het iets zeggen of schrijven, en maak er iets persoonlijks van. Daar doe je niet alleen de leerkracht een plezier mee, maar geef je je kind ook mee dat dankbaarheid tonen iets moois is waar hij zelf ook verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij heeft. En dat is misschien wel het grootste cadeau van allemaal!
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel | Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Tip 1: Start al vanaf groep 7 met oriënteren
Het is helemaal niet vreemd om al open dagen te gaan bezoeken als je kind nog in groep 7 zit. Hierdoor kunnen jullie je samen rustig oriënteren op de middelbare scholen in de omgeving. Ook zijn er op veel scholen mee-loop-dagen of doe-dagen waarbij je kind een dagje mee kan draaien op de school. Door de scholen te bezoeken krijgt je kind een realistisch beeld van de school.
Door samen ruim de tijd te nemen om scholen te bezoeken, help je je kind om een goed doordachte keuze te maken. Het is heel belangrijk dat je kind ook zelf achter de schoolkeuze staat.
Tip 2: Fiets samen de schoolroute
Ging je kind lopend naar de basisschool, dan is een eind fietsen of met het openbaar vervoer reizen een hele verandering. Bekijk samen de route naar de nieuwe school op Google Maps. Fiets samen een keer naar de nieuwe school of pak de bus of trein waarmee je kind naar school gaat. Het geeft je kind zelfvertrouwen als de route naar school al bekend is en dat maakt die eerste schooldag veel minder spannend.
Herinner jij je ook jouw eerste middelbare schooldag nog? Sommige details hiervan blijven je je hele leven bij, dus kun je nagaan hoeveel indruk zo’n eerste dag maakt!
Tip 3: Richt een fijne huiswerkplek in
Richt samen met je kind een fijne plek in om huiswerk te maken. Kijk samen met je kind waar het rustig is om te zitten en koop samen een bureau, een lekker zittende stoel en zorg voor bergruimte zoals boekenplankjes voor alle schoolspullen. Het is belangrijk dat de huiswerkplek een fijne, rustige plek is waar je kind zich goed kan concentreren.
Leer je kind hierbij al structuur en planning aan door bijvoorbeeld opbergmappen te kopen waar belangrijke papieren in kunnen. Een planbord of whiteboard om to-do-listjes of belangrijke memo’s op te hangen is ook handig! Leren ‘plannen’ zoals voor ons volwassenen automatisch gaat, is iets wat je puber straks echt nog verder moet ontwikkelen.
Tip 4: Shop samen schoolspullen
Laat je kind kiezen wat hij/zij leuk vindt en uitzoeken wat hij nodig heeft. De meeste middelbare scholen hebben een lijst met benodigdheden die geadviseerd worden zoals een rekenmachine, Geo-driehoek, snelhechters enzovoorts. En ga ook samen shoppen voor een leuke, hippe tas. Als je kind kleding en een tas draagt waarin hij/zij zich prettig voelt, dan zal hij/zij zich ook eerder zelfverzekerd voelen.
Tip 5: Help bij huiswerk
Ondanks dat er op de meeste basisscholen al huiswerk gegeven wordt, zal het voor je kind een hele omschakeling zijn naar het huiswerk op de middelbare school. In de eerste maanden kan het voor je kind heel prettig zijn om geholpen te worden bij de planning en het maken en leren van huiswerk. Het is verstandig om al vanaf de start mee te kijken en te helpen met plannen, dan te wachten totdat je kind vastloopt en zich nog onzekerder voelt als het na een paar weken toch wel heel lastig blijkt te zijn om al dat leerwerk en maakwerk goed in te plannen. Maar niet ieder kind vindt dit fijn.
Maak ook bespreekbaar wat het ‘nut’ is van bepaalde schoolvakken. Voor een puber lijken soms de dingen die ze moeten leren ‘onzin’ en ‘saai’, vertel welke kennis jij in je verder leven nodig had of in je werk. Dat motiveert!
Levert samen huiswerk maken bij jullie thuis telkens een hele strijd op? Informeer eens naar huiswerkbegeleiding. Veel scholen bieden dit in de brugklas aan. Maar er zijn ook particuliere RT praktijken die huiswerkbegeleiding aanbieden. En in de puberleeftijd is het misschien wel extra fijn om de ‘huiswerkdiscussie’ thuis uit de weg te gaan. Vreemde ogen kunnen nou eenmaal vaak iets meer dwingen…
Tip 6: Bekijk hoe de leerlingzorg geregeld is
Heeft jouw kind op de basisschool extra zorg nodig gehad? Informeer dan ook bij de middelbare school hoe de leerlingzorg daar geregeld is. Ook zijn er voor middelbare scholieren zorgarrangementen aan te vragen. Waar op de basisschool de Intern Begeleider (IB-er) de zorg regelt, wordt dat op een middelbare school meestal door een zorgcoördinator gedaan. Ook zijn er voor leerlingen met dyslexie soms speciale aanpassingen of vrijstellingen. En weet dat er altijd een overdracht plaats vindt tussen de basisschool en de middelbare school.
Tip 7: Overweeg een typecursus
Heeft je kind nog geen typecursus gevolgd? Dan is dat in groep 7 of 8 wellicht handig om te gaan doen. Zeker bij het maken van verslagen op de middelbare school en gebruik van laptops in de klas, scheelt het straks veel tijd als je kind blind kan typen.
Tip 8: Praat over de middelbare school
Bekijk samen de website van de school en praat over de middelbare school. Vertel bijvoorbeeld ook over je eigen (positieve) ervaringen. Bespreek ook de niet kloppende vooroordelen die vaak gezegd worden zoals ‘alle docenten zijn strenger dan op de basisschool’, ‘je krijgt meteen huiswerk’, ‘als brugger wordt je gepest’. Hierdoor kun je je kind gerust stellen.
Ook kan het helpen om te bespreken hoe je omgaat met negatieve opmerkingen, hoe je kennis maakt en nieuwe vrienden maakt en hier een beetje in te oefenen. Heeft je kind geen fijne basisschool tijd gehad, dan is de middelbare school extra spannend. Echter een nieuwe klas met kinderen die nog niets van hem/haar weten, is ook weer een nieuwe kans om een nieuwe indruk te maken.
Wennen kost tijd en bijna alle middelbare scholen hebben een speciaal introductieprogramma met kennismakingsactiviteiten en bouwen het huiswerk langzaam op. Dat is een hele geruststelling.
Tip 9: Leesboeken over de middelbare school
Er zijn diverse leesboeken voor bovenbouwleerlingen die gaan over de brugklas. Zoals:
- Hoe overleef ik de brugklas? (2015), Francine Oomen
- Naar de brugklas (2012), Caja Cazemier, Karel Eijkman
- Survivalgids brugklas en puberteit (2018), Caja Cazemier
- Schoolmania (2016) Ingrid van Essen, Kiki Mol
- De survivalKID, middelbaar onderwijs, (2016) Luc Descamps
- Het burgklasspel (een bordspel), Uitgeverij: Scala leuker leren
Tip 10: Uitgerust starten
De eerste periode op de middelbare school zal een intensieve periode zijn. Het is daarom belangrijk om je kind hier uitgerust aan te laten beginnen. Als je kind uitgerust is, kan hij/zij makkelijker omgaan met grote veranderingen en bijkomende spanningen.
Het is ook handig om in de eerste weken van de middelbare school vaker thuis te zijn als je kind uit school komt. Als je zoon of dochter vermoeid thuis komt is het fijn als er iemand is om even een praatje mee te maken, of je kind te helpen bij het leren, overhoren of een planning te maken. Ook zal het wennen in de eerste periode je kind veel energie kosten, dus blijf ook dan alert op voldoende rust.
Tip 11: Maak kennis met StudyGo
Na acht jaar Squla is je kind klaar voor de volgende stap. StudyGo is het leerplatform voor middelbare scholieren, dat aansluit op de lesstof van de brugklas en verder. Met oefentoetsen, uitlegvideo’s en samenvattingen helpt StudyGo je kind om zelfstandig te leren en zich zekerder te voelen op de middelbare school.
Klaar voor de brugklas!
Met deze tips zijn jij en je kind helemaal klaar voor de overstap naar de middelbare school!
Daarnaast hoef je er echt niet de hele groep 8 periode bij stil te staan. Laat het ook af en toe even rusten. Het volle programma van groep 8 met de doorstroomtoets, afscheidsmusical, schoolkamp en een afscheidsavond is ook een bijzondere periode om de basisschool af te sluiten. Niet alleen voor je kind, maar ook voor jou als ouder verandert er veel. Je kind wordt een stuk zelfstandiger. En ook daarbij zul je misschien als ouder een traantje wegpinken… kleintjes worden groot!
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Zet je kind centraal, niet de traktatie
Een verjaardag is een groot moment voor een kind. Laat je kind meedenken over zijn traktatie. Wat vind hij leuk? Soms willen ze iets simpels en herkenbaars of precies hetzelfde wat een vriendje ook trakteerde… en dat is prima!
Mijn kleuter van 5 liet ik een aantal voorbeelden zien die ik zelf al voorgeselecteerd had (voorbeelden die eenvoudig te maken waren, niet te veel kosten en relatief gezond) en daaruit liet ik haar kiezen. Als ik haar op die leeftijd zelf had laten scrollen op Pinterest had ze de meest grote Unicorn waarschijnlijk uitgekozen. De keuze dus een beetje afbakenen maar wel de eigen keuze laten.
Kinderen stralen vaak het meest als ze hun traktatie zelf hebben gekozen of zelfs mee hebben mogen maken. Een bakje druiven met een vlaggetje dat ze zelf hebben gekleurd, doet écht niet onder voor een traktatie die van Pinterest komt.
Geen traktatiewedstrijd, alsjeblieft
Laten we eerlijk zijn: soms lijkt het wel een onderlinge oudercompetitie. Wie verzint de origineelste, gezondste, meest verantwoorde en tóch nog Instagramwaardige traktatie? Maar moeten we echt ons ouderschap bewijzen via een satéprikker met druiven en een pinguïnhoofdje van marshmallow? Trakteren is geen examen, het is een feestje. En daar hoort niet per se stress voor mama (of papa) bij.
Wat vaak vergeten wordt: niet elke ouder heeft de financiële ruimte om uit te pakken. En in een klas waar de ene traktatie bestaat uit een cadeautasje met speelgoedjes en de andere uit een doosje rozijnen, worden die verschillen soms zichtbaar. Een heldere richtlijn vanuit school kan daarbij helpen: bijvoorbeeld een maximum van één traktatie per kind, liefst gezond, en bij voorkeur iets kleins. Zo is het eerlijk en haalbaar voor iedereen.
Gezond trakteren: verplicht of vrije keuze?
Op steeds meer scholen zijn er duidelijke richtlijnen: traktaties moeten gezond zijn. Geen taart, geen chips, geen snoep. En eerlijk is eerlijk: dat is niet altijd makkelijk, maar wél begrijpelijk. In een tijd waarin kinderen dagelijks al veel prikkels én suiker krijgen, is het fijn als school daarin een bewuste lijn trekt.
Als je kind op zo’n school zit: houd je daar dan ook echt aan. Maak geen ‘gezonde’ traktatie die eigenlijk gewoon snoep in vermomming is. Een rijstwafel met chocolade en discodip is leuk, maar niet de bedoeling als er een beleid is. Kinderen merken heus wel wanneer iemand ‘smokkelt’ en het doet afbreuk aan de gezamenlijke afspraken.
Andere scholen laten het aan de ouders over. Ook daarin zit kracht, zolang we als ouders bewust kiezen. Denk na: wat zou mijn kind lekker vinden, en wat past bij de leeftijd/groep waarin je kind zit? Je hóeft geen wortel met hummus te trakteren, maar ook geen suikerbom van vijf lagen. Iets kleins, feestelijks en smakelijks dáár draait het om.
Houd het praktisch voor de leerkracht (en je kind)
Als juf waardeer ik het enorm wanneer traktaties kant-en-klaar mee naar school komen. Het lijkt misschien een leuk idee om in de klas samen te gaan knutselen of versieren met eten, maar in de praktijk is dat vaak lastiger dan gedacht, zeker in een volle klas.
Ik herinner me nog een traktatie waarbij ik 35 stukjes cake moest snijden, slagroom moest spuiten en alle kleuters zelf mochten versieren. Origineel? Zeker! Maar ook: rommelig, tijdrovend en eerlijk gezegd een beetje stressvol. Terwijl de rest van de klas wachtte, zat ik met spuitbussen in de aanslag een lokaal vol met strooisels en plakkerige tafels.
Daarnaast is het ook voor je kind belangrijk dat een traktatie praktisch is. Kunnen ze het zelf goed vasthouden? Makkelijk uitdelen? Dat maakt het voor hen extra leuk én geeft ze het gevoel dat het écht hún moment is.
Leuke én eenvoudige traktatie-ideeën (én wat ik zelf doe)
Of je nu gezond wilt trakteren of iets zoets kiest: het hoeft écht niet ingewikkeld te zijn. Op onze school zijn geen vaste traktatieregels, dus als ouder heb ik best veel vrijheid. Zelf vind ik het leuk om nét even iets persoonlijks toe te voegen, zonder dat het me uren kost.
Vaak maak ik op de computer of via ‘Canva’ een simpel printbaar ontwerpje: een vlaggetje met een foto of tekstje dat past bij het thema of bij mijn kind. Dat maakt zelfs de eenvoudigste traktatie meteen feestelijk. Eén van mijn meest simpele traktaties? Kant-en-klare cupcakes van de Albert Heijn. Ik had echt geen tijd (of eigenlijk: zin) om de avond ervoor 28 cakejes te bakken.
Wat ik toen deed? Een toefje botercrème erop: bij mijn dochter in prinsessenkleuren, bij mijn zoon in het bruin (zodat het net een berg zand leek met een graafmachine erop). Met een prikker van een prinses of graafmachine erin zag het er toch feestelijk én persoonlijk uit. En het mooiste: mijn kinderen vonden het geweldig, en ik had geen stress.
Hieronder wat ideeën die het altijd goed doen in de klas:
- Een bakje fruit met een vrolijk vlaggetje.
- Mandarijn met een gezichtje of kroontje erop.
- Mini-komkommertjes met wiebeloogjes.
- Banaan met een tekening of oogjes er op.
- Rauwkost of fruit in een bekertje met een leuke foto erop.
Iets minder gezond, maar leuk en haalbaar:
- Cupcake met een toef botercrème en leuke prikker
- Klein zakje voorverpakte snoepjes of koekjes met een persoonlijk kaartje eraan
- Mini (chocolade)reepje met sticker
- Koekje in een gekleurd servetje met lintje
- Doosje rozijntjes met een gepersonaliseerde wikkel
Of je nu veel tijd hebt of juist weinig: met een kleine creatieve touch maak je van elke traktatie iets persoonlijks. Door het in een mooie mand, etagère of dienblad te presenteren ziet het er al snel heel feestelijk uit. Ook als je gewoon trakteert op zakjes chips, een boodschappen krat met een dekentje, wat leuke lintjes of strikjes er aan… en voilà! En onthoud: het hoeft niet perfect!
Sommige ouders kiezen voor een niet-eetbare traktatie, zoals bellenblaas, stempels of stoepkrijt. Zelf ben ik daar eerlijk gezegd niet zo’n voorstander van. Trakteren is in mijn ogen juist een gezellig moment om even sámen iets te eten in de pauze, niet om cadeautjes uit te delen. Het hoeft niet groot of zoet te zijn, maar iets lekkers delen, hoe klein ook, maakt het echt een verbindend moment.
En weet je wat het mooiste is? Kinderen onthouden vooral dat ze mochten uitdelen, niet wát ze uitdeelden. Fijne verjaardag!
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel | Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Loslaten is een proces, geen moment
Kinderen maken in groep 8 een bijzondere ontwikkeling door. Ze staan met één been nog in de veilige wereld van de basisschool, en zetten tegelijkertijd voorzichtig hun eerste stappen richting de brugklas. Dat is niet zwart-wit. Het ene moment kunnen ze heel stoer zijn en het volgende weer klein en kwetsbaar (en soms ook mega chagrijnig). Dat is normaal.
Ook voor jou als ouder is dit een overgang. Je laat iets vertrouwds los: het dagelijkse schoolplein, de korte lijntjes met de leerkracht, de school van ‘we kennen elkaar allemaal’. Loslaten na groep 8 betekent niet dat je je kind nu helemaal loslaat, het betekent dat je rol verandert.
Help, straks is mijn invloed als ouder weg?
De overgang naar de middelbare school betekent ook dat je kind zelfstandiger wordt. En misschien voel je je daar als ouder soms onzeker over. Wat als ze niets meer van je aannemen? Wat als ze zich laten beïnvloeden door de verkeerde vrienden? Of wat als jouw mening straks niet meer telt?
Dat zijn heel normale zorgen. Maar weet: jouw invloed is groter dan je denkt. Alles wat je tot nu toe (bewust én onbewust) hebt meegegeven: normen, waarden, liefde, grenzen, humor zit in de rugzak van je kind. Zelfs als ze straks met hun ogen rollen of ‘ja, ja…’ mompelen, nemen ze dit ongemerkt mee. Pubers luisteren misschien niet altijd naar wat je zegt, maar wél naar wat je doet.
Jouw voorbeeld, hoe jij met anderen omgaat, hoe jij je keuzes maakt, dat weegt mee. Juist in de puberteit zoeken kinderen houvast in het vertrouwde. Je bent niet overbodig, maar je rol verandert. Van regisseur naar gids. Soms wat meer op de achtergrond, maar altijd van betekenis.
Psychologisch onderzoek toont aan dat kinderen niet alleen leren van onze woorden, maar vooral van onze houding en reacties op het leven.
Carol Dweck, ontwikkelaar van het growth mindset-model, laat zien dat kinderen opgroeien met meer veerkracht als ze volwassenen om zich heen zien die zelf ook blijven leren, fouten durven maken en doorgaan met vertrouwen. Door voor te leven dat geluk zit in kleine dingen, dat falen mag en dat je altijd kunt groeien, geef je je kind iets waardevols mee. Je hoeft het dus niet perfect te doen. Gewoon trouw zijn aan jezelf, mild zijn voor jezelf in moeilijke puber-momenten, en blijven geloven in de groei van je kind én jezelf, dat is misschien wel het krachtigste wat je kunt geven in de puberteit.
Praten over gevoelens helpt bij afscheid
Kinderen leren van jouw voorbeeld. Als jij laat zien dat afscheid nemen een beetje pijn mag doen, geef je toestemming aan hun eigen emoties. Je kunt iets zeggen als:
“Ik merk dat ik het ook een beetje spannend vind dat jij straks naar de middelbare school gaat. Maar ik weet zeker dat je ook daar je plekje zult vinden.”
Door gevoelens te benoemen, laat je zien dat het oké is om te voelen. Dat geeft vertrouwen.
Leer je kind dat loslaten ook vertrouwen is
Loslaten betekent niet dat je de controle verliest, het betekent dat je vertrouwen geeft. En vertrouwen kun je oefenen. De positieve psychologie leert ons dat kinderen floreren als ze zingeving ervaren, autonomie krijgen en leren omgaan met tegenslag. Auteurs zoals Stephen Covey (bekend van The 7 Habits of Highly Effective People) en Michael Pilarczyk (bekend van Master your mindset) benadrukken dat een gelukkig leven begint bij verantwoordelijkheid nemen voor je eigen keuzes.
Je kunt dat al jong aanleren door je kind te betrekken bij kleine beslissingen: Wat heb jij nodig om straks goed te starten op de middelbare school? Hoe zou jij om willen gaan met een tegenvaller? Dit soort vragen helpen je kind om in zichzelf te gaan geloven, niet omdat alles perfect gaat, maar omdat ze leren dat ze invloed hebben op hoe ze ergens mee omgaan.
Geef ruimte voor fouten, moedig aan om te reflecteren en benoem de kracht van doorzetten. Je geeft daarmee het mooiste mee wat er is: vertrouwen in hun eigen pad én de wetenschap dat jij altijd dichtbij bent, ook als je wat meer op afstand staat.
Een brok in je keel… én een hart vol TROTS!
Misschien betrap je jezelf op een brok in je keel bij de afscheidsmusical. Misschien denk je met weemoed terug aan je kind dat ooit zijn jas nog verkeerd om dichtdeed en nu klaarstaat om een nieuwe wereld in te stappen.
Geloof me, ook als juf kreeg ik vaak een brok in mijn keel. Bijvoorbeeld als ik tijdens de afscheidsmusical keek naar een kind dat acht jaar eerder nog verlegen als kleuter de school binnenstapte… met grote ogen, een knuffel onder de arm, en een hand stevig in die van papa of mama. En dan stond datzelfde kind daar: op het podium, stralend, vol zelfvertrouwen, klaar voor een nieuw hoofdstuk.
Of dat jongetje dat ik in groep 4 leerde kennen. Hij was rustig, hield van techniek, sleutelde graag, maar stond liever niet in het middelpunt. En toch, of juist daarom: was hij degene die bij de afscheidsavond het licht en geluid regelde. In de coulissen, gefocust, verantwoordelijk, en zó op zijn plek. Hij straalde niet in de spotlights, maar wél door ze aan te zetten! Geweldig toch?
Dat zijn momenten waarop je beseft: loslaten is ook oogsten. Alles wat je in die 8 basisschooljaren hebt gezaaid: liefde, grenzen en vertrouwen zie je terug in hoe een kind durft te staan, durft te dromen en durft te groeien.
Loslaten is niet makkelijk. Maar het is ook een teken van vertrouwen: in je kind, in wat komt, en in je eigen rol als ouder. Je hoeft het niet perfect te doen. Alleen aanwezig zijn, en af en toe een hand op de schouder leggen, is al genoeg.
Je kind is er klaar voor. En jij ook!
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel | Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.
Geraadpleegde bronnen:
Covey, S. R. (2004). The 7 habits of highly effective people. Free Press.
(Oorspronkelijk werk gepubliceerd in 1989)
Pilarczyk, M. (2016). Master your mindset: Leef je mooiste leven. Invictus Publishing.
Dweck, C. S. (2008). Mindset: De weg naar een succesvol leven (Nederlandse vertaling). Uitgeverij Business Contact.
Wat is het pre-advies?
Het pre-advies is een voorlopige inschatting die de leerkracht in groep 7 (of soms begin groep 8) geeft over welk type voortgezet onderwijs het beste aansluit bij de capaciteiten en ontwikkeling van je kind. Het wordt soms ook wel het ‘voorlopig advies‘ genoemd. Dit advies is nog niet definitief, maar geeft een eerste richting aan. In groep 8 wordt het definitieve schooladvies pas vastgesteld. Vaak stelt de leerkracht het voorlopig advies niet alleen op, meestal gebeurt dit samen met de Intern begeleider of bouwcoördinator.
Mijn ervaring als Intern Begeleider is dat in groep 7 het pre-advies vaak als eerste richting gegeven wordt en dat dit voorlopige advies regelmatig in groep 8 naar boven bijgesteld wordt omdat kinderen nog veel ontwikkelen en soms enorme sprongen maken in het laatste schooljaar.
Hoe wordt het pre-advies bepaald?
Leerkrachten baseren het pre-advies op verschillende factoren:
- LVS toetsen: De resultaten van de toetsen uit de afgelopen jaren worden meegenomen. Het gaat niet alleen om de meest recente toets, maar om de groei die je kind heeft laten zien.
- Dagelijkse schoolprestaties: Hoe presteert je kind in de klas? Hoe gaat het met rekenen, taal, spelling en begrijpend lezen? En hoe worden de methode-toetsen gemaakt?
- Zelfstandigheid en concentratie: Kan je kind zelfstandig werken? Zet het door bij moeilijke opdrachten? Hoe is de concentratie?
- Persoonlijke ontwikkeling: Sociale vaardigheden, zelfvertrouwen en emotionele ontwikkeling spelen ook een rol.
- Werkhouding en huiswerk: Hoe gaat je kind om met huiswerk? Is dit netjes op tijd af en ingeleverd?
- Taakaanpak: Hoe is de werkinstelling van je kind? Welke vakken ziet de leerkracht je kind echt opbloeien, is jouw kind een ‘doener’ die geniet van praktische opdrachten of bijt je kind zich vast in theoretische weetjes en feiten?
Wat als het pre-advies tegenvalt?
Het kan gebeuren dat je als ouder een hoger advies had verwacht. Dit kan teleurstellend zijn, maar het is goed om te beseffen dat het pre-advies slechts een voorlopige inschatting is. Sommige leerkrachten zijn ook nog ‘voorzichtig’ in het te hoog inschatten in groep 7.
Dit kun je doen als je het er niet mee eens bent:
- Ga in gesprek met de leerkracht: Vraag naar de onderbouwing van het advies. Welke factoren speelden een rol? Zijn er aandachtspunten waar je thuis aan kunt werken? Ziet de leerkracht mogelijkheden tot groei in groep 8?
- Bekijk de toetsresultaten samen: Soms helpt het om te zien welke groei je kind heeft doorgemaakt en waar nog ontwikkeling mogelijk is.
- Denk vooruit: Het advies is nog niet definitief. In groep 8 is er nog ruimte voor verbetering. Als je kind zich verder ontwikkelt, kan het definitieve advies vaak hoger uitvallen.
Wil je meer weten over de onderbouwing van het schooladvies of heb je vragen? Bespreek het met de leerkracht of de intern begeleider op school.
Hoe betrek je je kind bij het pre-advies?
Het is belangrijk dat je kind begrijpt wat het pre-advies betekent en dat het niet voelt als een vaststaand oordeel. Bespreek samen hoe het advies tot stand is gekomen en leg uit dat er nog ruimte is voor groei. Vraag je kind hoe het zich voelt over school en wat het zelf denkt over het advies. Dit helpt om eventuele zorgen of onzekerheden te bespreken. Betrek je kind ook bij het stellen van doelen: wat zou het willen verbeteren en hoe kan het daar samen met jou en de leerkracht aan werken? Zo krijgt je kind meer grip op zijn of haar eigen leerproces.
Wat als er niet uit komt wat er in zit?
Sommige kinderen kunnen meer dan ze laten zien, maar zijn onvoldoende gemotiveerd op school. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals verveling, een gebrek aan uitdaging of weinig interesse in de lesstof. Als ouder kun je helpen door samen te ontdekken wat je kind nodig heeft om gemotiveerd te blijven of weer gemotiveerd te raken. Bespreek met de leerkracht hoe je kind zich in de klas laat zien en of er mogelijkheden zijn voor extra uitdaging, zoals verdiepende opdrachten of plusklasactiviteiten.
Daarnaast kan het helpen om samen middelbare scholen te bezoeken en te oriënteren op verschillende schooltypen. Soms werkt een nieuwe omgeving of een andere onderwijsvorm, zoals tweetalig onderwijs of een technasium, motiverend. Door samen te kijken naar de toekomst en je kind actief te betrekken bij de keuzes, kan de motivatie groeien.
Sommige kinderen komen later tot bloei
Sommige kinderen bloeien pas later op en ontwikkelen zich sterker in het voortgezet onderwijs. Op veel middelbare scholen is er de mogelijkheid om op te stromen naar een hoger niveau als blijkt dat een kind toch meer aankan. Dit is vaak een betere route dan een kind te hoog plaatsen en vervolgens te laten afstromen.
Afstromen kan het zelfvertrouwen van een kind flink aantasten. Een kind kan het gevoel krijgen dat het gefaald heeft, terwijl het simpelweg op een te hoog niveau is gestart. Dit kan leiden tot minder motivatie en een negatief zelfbeeld. Daarnaast kan afstromen betekenen dat een kind opnieuw moet wennen aan een nieuwe klas en nieuwe docenten, wat sociale onzekerheid met zich mee kan brengen. Een sterke basis en een positieve leerervaring zijn uiteindelijk belangrijker dan meteen op het hoogste niveau beginnen, zeker in de toch al zo lastige puberfase 😉
Oriënteren op het voortgezet onderwijs
Rondom het pre-advies in groep 7 is het een goed moment om je alvast te oriënteren op het voortgezet onderwijs. Middelbare scholen organiseren open dagen, proeflessen en informatiemomenten waar je ook al in groep 7 samen met je kind een kijkje kunt nemen. Dit helpt niet alleen bij het krijgen van een goed beeld van de verschillende schooltypen, maar kan ook motiverend werken voor je kind. Vooral als je kind op dit moment niet zo gemotiveerd is op de basisschool kan oriëntatie helpend zijn. Door scholen te bezoeken, krijgt je kind een beter idee van wat het kan verwachten en waar het zich prettig zou voelen.
Tot slot
Het pre-advies in groep 7 is een belangrijk moment, maar niet het eindstation. Zie het als een tussenstap en een kans om te kijken waar je kind nu staat. Blijf in gesprek met de school en moedig je kind aan om het beste uit zichzelf te halen.
Niet elk kind haalt een hoog schooladvies en dat is helemaal prima. Wat het belangrijkste is, is dat je kind terechtkomt op een plek waar het zich fijn voelt en waar het onderwijs past bij zijn of haar leerstijl en tempo en interesse. Een kind dat op het juiste niveau zit, heeft meer kans op succes, zelfvertrouwen en plezier in leren. Bovendien zijn er in het voortgezet onderwijs altijd mogelijkheden om door te groeien. Hoe het definitieve schooladvies er ook uitziet, het belangrijkste is dat je kind op een schooltype komt waar het zich prettig voelt en zich optimaal kan ontwikkelen!
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.