Wederkerend en wederkerig voornaamwoord

Tijdens de taallessen op de basisschool leert je kind zinnen ontleden en verschillende soorten voornaamwoorden herkennen. Naast bekende soorten zoals het bezittelijk en persoonlijk voornaamwoord, zijn er ook twee minder bekende vormen: het wederkerend voornaamwoord en het wederkerig voornaamwoord.
Deze twee lijken qua naam erg op elkaar, maar betekenen iets anders. Op deze pagina lees je wat het verschil is, wat wederkerigheid betekent, en hoe je kind de juiste vorm leert gebruiken met handige voorbeelden en uitleg op kindniveau.

Wat is een wederkerend voornaamwoord?

Doordat een wederkerend en wederkerig voornaamwoord qua naam veel op elkaar lijken, Een wederkerend voornaamwoord verwijst bijna altijd terug naar het onderwerp van de zin.

Het komt vooral voor bij wederkerende werkwoorden, zoals zich wassen, zich vergissen of zich schamen.

Je kind gebruikt een wederkerend voornaamwoord als de handeling van het werkwoord gericht is op de persoon die de handeling uitvoert.

Te beginnen met wederkerende voornaamwoorden. Het wederkerend voornaamwoord komt vooral voor bij wederkerende werkwoorden, zoals: ‘zich(zelf) wassen’, ‘zich(zelf) vergissen’. Deze voornaamwoorden verwijzen bijna altijd terug naar het onderwerp van een zin. Wat de juiste schrijfwijze van een wederkerend voornaamwoord is, hangt af van de vorm waarin de zin staat. Gaat het om de eerste, tweede of derde persoon en is het onderwerp enkelvoud of meervoud? De onderstaande tabel helpt je kind om het juiste wederkerend voornaamwoord te kiezen. 

Enkele voorbeelden in een zin

Je kunt je kind inmiddels helpen om te bepalen wat de juiste vorm van een wederkerend voornaamwoord is. Toch kan het zijn dat je er nog niet helemaal uitkomt. 

Daarom volgen hier nog een aantal voorbeeldzinnen. Hopelijk wordt het je op deze manier wel duidelijk wanneer je welk wederkerend voornaamwoord gebruikt.

  • Hij verveelt zich.
  • Ik vergiste me in de tijd.
  • Jij ergert je aan de herrie.
  • Wij haasten ons naar het station.

In al deze zinnen verwijst het wederkerend voornaamwoord (zich, me, je, ons) naar het onderwerp van de zin.

Wederkerend werkwoord en betekenis

Een wederkerend werkwoord is een werkwoord dat altijd een wederkerend voornaamwoord nodig heeft om compleet te zijn.

Je kunt het werkwoord dus niet goed gebruiken zonder dat voornaamwoord.

Voorbeeld:

Je zegt niet “Hij schaamt.” maar “Hij schaamt zich.”

→ Schaam is dus een wederkerend werkwoord.

Welke vormen zijn er?

Welk wederkerend voornaamwoord je gebruikt, hangt af van de persoon (ik, jij, hij) en van enkelvoud of meervoud.

In onderstaande tabel zie je de juiste vormen.

 

Enkelvoud

Meervoud

Eerste persoon

me, mij, mezelf, mijzelf

ons, onszelf

Tweede persoon

je, u, zich, jezelf, uzelf, zichzelf

je, u, zich, jezelf, uzelf, zichzelf

Derde persoon

zich, zichzelf

zich, zichzelf

Tip voor ouders:

Laat je kind de zin in de hij-vorm zetten.

Verandert het woord in zich? Dan is het een wederkerend voornaamwoord.

Bijvoorbeeld: Ik vergiste me → Hij vergiste zich.

Wat is een wederkerig voornaamwoord?

Zoals je hierboven kon lezen, zijn er behoorlijk wat woorden die tot de wederkerende voornaamwoorden gerekend worden. Wat dat betreft is het wederkerig voornaamwoord een stuk makkelijker.

Er zijn maar drie wederkerige voornaamwoorden:

  • Elkaar
  • Elkander
  • Mekaar

Een aantal voorbeelden 

Omdat er slechts drie wederkerige voornaamwoorden zijn, kost het je kind niet veel moeite om deze uit het hoofd te leren. Toch is het altijd makkelijk om deze woordsoort in zinsverband te zien, zodat je kind ze nog makkelijker herkent. Daarom staan hier een aantal zinnen met een wederkerig voornaamwoord op een rijtje.

  • Bart en Job helpen elkaar.
  • Inge en Gerjan zijn elkaars beste vrienden. 
  • De twee teams zijn aan elkander gewaagd. 
  • De meester liet Amber en Emma met mekander samenwerken.

Kort gezegd:

Bij wederkerende voornaamwoorden richt de handeling zich op jezelf.

Bij wederkerige voornaamwoorden richt de handeling zich op elkaar.

Wederkerigheid – betekenis

Het woord wederkerig komt van weder (terug) en keren (doen, handelen). Het betekent letterlijk: iets terugdoen of samen doen. Bij een wederkerig voornaamwoord is er dus sprake van een wederzijdse relatie of actie.

Voorbeeld:

Zij keken elkaar aan en begonnen te lachen.

→ Beide personen doen de handeling.

Verschil tussen wederkerend en wederkerig voornaamwoord

 

Wederkerend voornaamwoord

Wederkerig voornaamwoord

Betekenis

De handeling richt zich op het onderwerp zelf.

De handeling gebeurt tussen twee of meer personen.

Voorbeelden

Ik vergiste me. / Hij wast zich.

Zij helpen elkaar. / De vrienden groeten elkaar.

Aantal personen

Eén persoon voert de handeling uit.

Twee of meer personen voeren de handeling samen uit.

Voornaamwoorden

me, je, zich, ons, jezelf, zichzelf

elkaar, mekaar, elkander

Weet je kind het verschil nog niet helemaal zeker?

Dan helpt extra oefenen enorm. Op Squla leert je kind spelenderwijs:

  • Hoe wederkerende en wederkerige voornaamwoorden werken,
  • Hoe je ze herkent in zinnen,
  • En hoe je zelf zinnen kunt maken met de juiste vorm.

De quizzen zijn afgestemd op het niveau van je kind, zodat leren leuk, interactief en effectief blijft!

Veelgestelde vragen over wederkerende en wederkerige voornaamwoorden

Gerelateerde artikelen