Alles wat je moet weten over de doorstroomtoets 2026

Juf Shelby

Voor veel leerlingen in groep 8 en hun ouders is het een spannende tijd: de overstap naar de middelbare school. De Cito-toets of eindtoets van groep 8 heet tegenwoordig de Doorstroomtoets, een nieuwe landelijke toets die een belangrijke rol speelt in het bepalen van het meest passende voortgezet onderwijsniveau.

Belangrijke data Doorstroomtoets groep 8

In 2026 wordt de doorstroomtoets afgenomen tussen 26 januari t/m 15 februari 2026. Dit is eerder dan de oude eindtoets. Door deze vroege toetsdatum hebben leerlingen en scholen meer tijd om het toetsadvies mee te nemen in het definitieve schooladvies. Het advies dat de leerkracht geeft, blijft leidend, maar de resultaten van de toets kunnen ondersteunen bij het bevestigen of naar boven bijstellen van dit advies. Houd de volgende data in de gaten:

  • 10 – 31 januari: Voorlopig schooladvies van de leerkracht.
  • 26 januari t/m 15 februari : Afname digitale doorstroomtoets.
  • 3 – 4 februari: Afname papieren toets of mix digitaal/papier.
  • Uiterlijk 24 maart*: Definitief schooladvies.
  • 25 – 31 maart: Centrale aanmeldweek. Aanmelding bij het voortgezet onderwijs.

    *Meestal is de uitslag (toetsadvies) op uiterlijk 15 maart bij de school binnen, vaak is het zo dat ouders het definitieve advies uiterlijk eind maart ontvangen.

Adaptieve doorstroomtoets

De school kiest zelf of de toets op papier of digitaal wordt afgenomen. Op sommige scholen mogen kinderen zelf kiezen, of wordt een combinatie gebruikt. De doorstroomtoets kan ook als adaptieve toets ingezet worden. Bij adaptief toetsen past de toets zich aan het niveau van je kind aan, dit zorgt voor een toets op maat. Adaptieve toetsen zijn altijd digitaal, papieren toetsen zijn dus niet adaptief. Adaptieve toetsen werken als volgt:

  • Goed resultaat? >> Vragen worden moeilijker.
  • Minder goed resultaat? >> Vragen worden eenvoudiger.

Welke doorstroomtoetsen zijn er?

De school kiest een doorstroomtoets die is goedgekeurd door het College van Toetsen en Examens (CvTE). De medezeggenschapsraad praat meestal mee over deze keuze.

  • AMN Doorstroomtoets: Digitaal en adaptief
  • Dia-toets: Digitaal
  • IEP Doorstroomtoets: Digitaal adaptief en op papier
  • Leerling in beeld (Cito): Digitaal en op papier
  • ROUTE 8 Doorstroomtoets: Digitaal en adaptief
  • DOE-toets: Digitaal en adaptief

Wanneer hoeft je kind de toets niet te maken?

Niet alle kinderen van groep 8 maken de doorstroomtoets. De volgende uitzonderingen zijn er:

  • Een uitstroomprofiel VSO-arbeidsmarkt of VSO-dagbesteding (volgens OPP).
  • Een IQ lager dan 75 is één van de situaties waarin ontheffing kan worden overwogen.
  • Minder dan vier jaar in Nederland, met onvoldoende beheersing van het Nederlands.

Speciale ondersteuning

Voor kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften (bijv. dyslexie) zijn aangepaste versies beschikbaar. De leerkracht kijkt welke opties er zijn en welke toets past bij jouw kind. Neem bij vragen contact op met de school om te bespreken wat het beste werkt voor jouw kind.

Wat meet de doorstroomtoets?

De doorstroomtoets test vaardigheden in rekenen, taal, en begrijpend lezen. Het doel is niet alleen om de huidige kennis van een leerling in kaart te brengen, maar ook om te kijken naar het potentieel. Dit helpt scholen en ouders om samen een goed beeld te krijgen van de onderwijsbehoeften van elk kind. Er zullen dus ook altijd vragen getoetst worden die moeilijker zijn dan het niveau groep 8.

De doorstroomtoets meet wat je kind in acht jaar basisschool heeft geleerd op het gebied van lezen, taal en rekenen. De uitslag van de doorstroomtoets geeft een onafhankelijk advies over welk brugklastype het beste past bij de talenten en mogelijkheden van je kind. Zo geeft de doorstroomtoets een onafhankelijke bevestiging van het schooladvies van de leerkracht.

Oefen nu voor de doorstroomtoets met Squla!

Squla (pages - bovenbouw - soft cta/blog cta)

Doelgericht oefenen met Squla.

Hoe kun je je kind voorbereiden?

Hoewel het belangrijk is om de spanning voor de toets te beperken, kan een goede voorbereiding bijdragen aan zelfvertrouwen. Als ouder kun je je kind ondersteunen door te zorgen voor:

  • Voldoende ontspanning, plan niet te veel activiteiten rondom de toetsperiode. Rust, reinheid en regelmaat. Zoek naar activiteiten waar je kind van ‘oplaad‘. Bespreek met je kind wat hem/haar rustig maakt en kies daar een afwisseling in. Schermtijd is even oké, maar welke dingen kunnen jullie nog meer inzetten voor ontspanning?
  • Praat ontspannen over de toets: bespreek met je kind hoe het voelt om de toets te moeten maken, is er spanning? Hoe was dat bij jou vroeger? Spanning is normaal en een toets is bedoeld om talenten en ontwikkelpunten in beeld te brengen. Leg de nadruk niet op een hoge score maar dat het een extra meetinstrument is naast het advies dat al gegeven is door de leerkracht.
  • Een rustige omgeving, zoek ‘ontprikkelende’ omgevingen op; ga lekker naar het bos, beweeg, ga naar buiten! Juist in tijden waarin je kind te maken heeft met (wellicht onbewuste) stressfactoren is het zo belangrijk om te focussen op rust en ontprikkeling.
  • Een gezond ritme: voeding is de motor van je hersenen. Denk aan voldoende voedingsstoffen en gezond eten.
  • Oefenen voor voorspelbaarheid: in groep 8 is ook in de klas geoefend met het maken van toetsen, toch kan het voor je kind een geruststelling zijn samen naar de vraagstelling en manier van toetsen te kijken. Squla heeft online oefenmateriaal beschikbaar dat specifiek gericht is op de vaardigheden die getoetst worden. Het platform biedt uitdagend en gevarieerd materiaal dat aansluit bij de doorstroomtoets, zodat je kind goed voorbereid en met vertrouwen de toets kan maken.

Advies: blijf positief en betrokken

De uitslag van de doorstroomtoets is een momentopname. Het belangrijkste is dat je als ouder blijft benadrukken dat het advies en de doorstroomtoets en de overgang naar de middelbare school een stap zijn in een proces, niet een eindstation. Door samen te werken met de school en vertrouwen te hebben in je kind, zet je een stevige basis voor een succesvolle schoolcarrière.

Hoger advies?

Krijgt je kind een hoger advies op de doorstroomtoets dan het voorlopige advies in januari? Dan moet de school het advies naar boven aanpassen, ook bij een halve schoolsoort. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken, mits de school dit goed onderbouwd. Het advies mag niet naar beneden worden aangepast.

Tot slot

De doorstroomtoets is slechts een momentopname en een hulpmiddel bij het bepalen van het schooladvies. Samen met de school en je kind werk je aan een mooie passende start in het voortgezet onderwijs!

Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel (juf Shelby) | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.

IEP toetsen in groep 6: schooljaar 2025/2026

Juf Shelby

Scholen dienen jaarlijks de ontwikkeling van kinderen te volgen en kiezen daar zelf een leerlingvolgsysteem (LVS) voor. IEP is een LVS dat steeds populairder wordt. In deze blog leg ik je alles uit over de IEP toetsen in groep 6. Wat houdt de toets in? Wat wordt er precies getoetst in groep 6? En wat zegt de uitslag van de toets? En natuurlijk het allerbelangrijkste: toetsen zijn er om de ontwikkeling van je kind te volgen, niet om druk op hen te leggen!

Wat is de IEP-toets?

IEP staat voor ‘Inzicht Eigen Profiel’ en is een toets die scholen gebruiken om de ontwikkeling van kinderen te volgen. De IEP-toets meet hoe goed een leerling bepaalde vaardigheden beheerst, zoals taal en rekenen. Maar IEP kijkt niet alleen naar ‘hoofd‘, maar ook naar ‘hart en handen‘. Ze werken vanuit de SLO doelen.

Het IEP Leerlingvolgsysteem legt de focus op groei, niet op prestatie. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Daarom vergelijken we kinderen niet met elkaar. (IEP, 2025)

Wat wordt er getoetst bij de IEP toetsen in groep 6?

De IEP-hoofd-toets in groep 6 richt zich vooral op:

Het doel is niet om kinderen te beoordelen, maar om inzicht te krijgen in hun ontwikkeling. De leerkrachten gebruiken de resultaten om hun onderwijs verder te verbeteren en om te kijken waar extra ondersteuning nodig is. Naast taal en rekenen zijn er ook IEP toetsen voor inzicht in sociaal-emotionele ontwikkeling, leeraanpak en creatief vermogen. Zo krijg je een compleet beeld van een leerling. Dit onderdeel noemt IEP Hart en Handen: 

IEP toets Taal groep 6

In groep 6 worden de IEP-taaltoetsen afgenomen, deze zijn ontworpen om de taalontwikkeling van leerlingen te meten. Deze toetsen sluiten aan bij het Referentiekader Nederlandse taal, wat betekent dat de uitslag aangeeft welk referentieniveau een leerling heeft behaald: <1F, 1F of 2F. De volgende onderdelen komen aan bod:

  • Technisch lezen
    Dit gaat over het correct en vlot kunnen lezen van teksten, waarbij het gaat om goed en mooi lezen.
  • Taalverzorging (Spelling)
    Dit onderdeel test hoe goed leerlingen de juiste spelling van woorden beheersen.
  • Lezen
    Naast technisch lezen wordt er ook gekeken naar begrijpend lezen: het vermogen om een tekst goed te begrijpen en de juiste informatie eruit te halen.
  • Schrijven
  • Woordenschat
    Dit onderdeel meet de uitbreiding van de woordenschat van leerlingen, wat essentieel is voor zowel lezen als schrijven.

IEP toets rekenen groep 6

In groep 6 worden de rekentoetsen afgenomen die aansluiten bij het Referentiekader rekenen. Deze toetsen geven inzicht in het behaalde referentieniveau van jouw kind, wat helpt te bepalen welke ‘rekenskills’ hij of zij heeft ontwikkeld.

Wat meet de IEP rekentoets?

In de rekentoetsen maken leerlingen zowel contextvragen als kale sommen. Contextvragen ook wel verhaaltjessommen genoemd testen hoe goed leerlingen rekenen kunnen toepassen in alledaagse situaties, terwijl kale sommen puur de rekenvaardigheid meten zonder extra context. Samen geven deze verschillende soorten vragen een volledig beeld van de rekenvaardigheid van je kind. De toetsen bevatten de volgende onderdelen:

  • Getallen
    Dit onderdeel test het begrip en het gebruik van getallen, zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, en het werken met grotere getallen.
  • Meten en Meetkunde
    Hier wordt gekeken naar de kennis van afmetingen, zoals lengtes, oppervlakten, volumes en het gebruik van meetinstrumenten.
  • Verbanden
    Het combineren van meerdere tussenstappen om iets uit te rekenen in één vraag.
  • Verhoudingen
    Verhoudingen zoals breuken, procenten en verhoudingstabellen.

De uitslag van de IEP toetsen

De uitslag van de toets geeft aan op welk niveau je kind bepaalde vaardigheden beheerst. Dit wordt vaak weergegeven met een schaal die laat zien of je kind zich ontwikkelt volgens de verwachtingen. Het is belangrijk om te onthouden dat ook een IEP toets slechts een momentopname is. Kinderen groeien allemaal op hun eigen tempo.

Bij IEP worden kinderen niet met elkaar vergeleken. IEP beweert ontwikkelgericht te volgen en niet prestatiegericht. Dat wil zeggen dat er dus gekeken wordt naar de groei die een kind doormaakt. Een lage score kan namelijk als je de toets analyseert soms best een hele grote persoonlijke groei van een kind zijn geweest.

Referentieniveaus vanaf groep 6

Referentieniveaus geven aan welk niveau een leerling heeft bereikt in taal en rekenen. Ze helpen scholen te bepalen of een leerling klaar is voor het voortgezet onderwijs en waar extra ondersteuning nodig is. De belangrijkste niveaus zijn:

  • 1F: Het fundamentele niveau dat vrijwel alle leerlingen minimaal moeten beheersen aan het einde van de basisschool. Dit niveau bereidt leerlingen voor op uitstroom naar vmbo-basis/kader.
  • 1S: Een hoger niveau dat vaak als streefniveau wordt gezien en waar een leerling naartoe kan werken.
  • 1S/2F: Verhoogde streefniveaus voor leerlingen in taal of rekenen. Dit niveau bereidt leerlingen voor op vmbo-tl, havo en vwo.

Vanaf groep 6 worden referentieniveaus gemeten bij de IEP-toetsen. In groep 3 begint men al met het werken naar het 1F-niveau, en bijna alle leerlingen behalen dit niveau aan het einde van de basisschoolperiode.

IEP hart en handen

Het IEP Leerling Volgsysteem (LVS) biedt naast de hoofdtoetsen ook aanvullende hulpmiddelen die inzicht geven in de sociaal-emotionele ontwikkeling, leeraanpak en creatief vermogen van je kind.

  • Sociaal-emotionele ontwikkeling: Het IEP LVS toont hoe je kind zich sociaal en emotioneel ontwikkelt. Het geeft inzicht in het zelfbeeld van de leerling, hoe hij of zij omgaat met sociale situaties en gevoelens, en het vermogen om zich in anderen in te leven.
  • Leeraanpak: Dit onderdeel meet hoe goed je kind het leren plant en organiseert, en in hoeverre hij of zij doorzet en gemotiveerd is. Leerlingen beantwoorden vragen over hoe ze werken tijdens de les en omgaan met opdrachten.
  • Creatief vermogen: Het creatief vermogen wordt gemeten met een test die door TNO is ontwikkeld. Leerlingen geven aan hoe eigenschappen als nieuwsgierigheid, vindingrijkheid en samenwerking bij hen passen. Ook de schoolcontext, zoals ruimte voor creativiteit, wordt meegenomen.

Deze profielen geven niet alleen een goed overzicht van de sterke persoonlijkheidskenmerken van je kind, maar bieden ook praktische handvatten voor verdere groei. Als leerkracht en gedragsspecialist ben ik blij dat er bij IEP ook aandacht is voor deze aspecten. Het betrekken van kinderen bij dit proces, door hen zelf te laten reflecteren op hun profiel, geeft hen bovendien een gevoel van eigenaarschap over hun eigen ontwikkeling. Dit maakt het leerproces maar ook het gesprek over ‘gedrag’ persoonlijker en gerichter.

Spanning voor de IEP toets?

Soms maken ouders en kinderen zich zorgen over toetsen. Dat is begrijpelijk, maar niet nodig. Toetsen zijn er om te leren en te groeien.

Wil je je kind helpen? Zorg dan vooral voor ontspanning:

  • Blijf positief: Moedig je kind aan zonder druk te leggen op de resultaten.
  • Zorg voor rust: Een goede nachtrust, maar ook op tijd opstaan (en de dag zonder ochtend-spits-stress beginnen) en een ontspannen sfeer thuis helpen enorm.
  • Maak leren leuk: Speelse taal- en rekenspelletjes kunnen helpen om vaardigheden te oefenen zonder dat het voelt als ‘moeten’.

Oefenen voor de toets is in principe niet nodig, omdat de toets bedoeld is om objectief te meten wat je kind kan. Wel kan het helpen om vertrouwd te raken met de vraagstelling, omdat LVS-toetsen anders geformuleerd zijn dan methodetoetsen. In de les of thuis oefenen met de belangrijkste lesstof van dat leerjaar, kan wel zinvol zijn. 

Ieder kind groeit op zijn eigen manier

Elk kind heeft zijn eigen tempo en talenten. De IEP-toets helpt scholen en ouders om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van een kind, zodat ze passende begeleiding kunnen bieden. Het allerbelangrijkste is dat je kind zich veilig en gemotiveerd voelt om te leren.

Dus, als de IEP-toets eraan komt: adem in, adem uit… en weet dat jouw kind op zijn eigen manier groeit en leert. En dat is precies zoals het zou moeten zijn!

Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) | Intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.

Geraadpleegde bronnen:

Bureau ICE. (z.d.). IEP Hart en Handen: Sociaal-emotionele ontwikkeling en leeraanpak in beeld. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-hartenhanden/
Bureau ICE. (z.d.). Webinar: Het IEP LVS in 30 minuten [Webinar]. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-lvs/
Ouderavond IEP toetsen (ouderbijeenkomst basisschool, bijgewoond oktober 2024)
SLO. (2010). Referentiekader taal en rekenen: Referentieniveaus voor taal en rekenen. Stichting Leerplanontwikkeling. https://www.slo.nl/publish/pages/5901/referentiekader_taal_en_rekenen_referentieniveaus.pdf

IEP toetsen in groep 7: schooljaar 2025/2026

Juf Shelby

Vanaf groep 3 volgen basisscholen de ontwikkeling van kinderen met behulp van een leerlingvolgsysteem (LVS). Steeds meer scholen kiezen daarbij voor het IEP LVS: een toetsinstrument dat niet alleen kijkt naar taal en rekenen, maar óók aandacht heeft voor sociaal-emotionele groei en leeraanpak. In deze blog neem ik je mee in wat de IEP toetsen in groep 7 precies inhouden. Wat wordt er getoetst? Wat zegt de uitslag? En hoe kun je je kind goed begeleiden zonder onnodige druk?

Wat is de IEP-toets?

IEP staat voor Inzicht Eigen Profiel. Het is een leerlingvolgsysteem (LVS) dat de cognitieve én persoonlijke ontwikkeling van je kind in kaart brengt. De IEP-toets meet hoe goed een leerling bepaalde vaardigheden beheerst, zoals taal en rekenen. Maar IEP kijkt niet alleen naar ‘hoofd’, maar ook naar ‘hart en handen’. Het IEP LVS sluit aan op de leerdoelen van het SLO.

Het IEP Leerlingvolgsysteem legt de focus op groei, niet op prestatie. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Daarom vergelijken we kinderen niet met elkaar. (IEP, 2025)

Wat wordt er getoetst bij de IEP toetsen in groep 7?

In groep 7 zijn de toetsen inhoudelijk uitgebreider dan in groep 6. Er wordt meer diepgang gevraagd in vaardigheden en er komt extra focus op het toepassen van de geleerde lesstof. De toetsen bereiden leerlingen bovendien al deels voor op de overgang naar groep 8 en de eindtoets. De IEP-hoofd-toets in groep 7 richt zich vooral op:

Het doel is niet om kinderen te beoordelen, maar om inzicht te krijgen in hun ontwikkeling. De leerkrachten gebruiken de resultaten om hun onderwijs verder te verbeteren en om te kijken waar extra ondersteuning nodig is. Naast taal en rekenen zijn er ook IEP toetsen voor inzicht in sociaal-emotionele ontwikkeling, leeraanpak en creatief vermogen. Zo krijg je een compleet beeld van een leerling. Dit onderdeel noemt IEP: Hart en Handen.

IEP-toets taal in groep 7

In groep 7 worden de IEP-taaltoetsen afgenomen, deze zijn ontworpen om de taalontwikkeling van leerlingen te meten. Deze toetsen sluiten aan bij het Referentiekader Nederlandse taal, wat betekent dat de uitslag aangeeft welk referentieniveau een leerling heeft behaald: <1F, 1F of 2F. De volgende onderdelen komen aan bod:

  • Technisch lezen
    Dit gaat over het correct en vlot kunnen lezen van teksten, waarbij het gaat om goed en mooi lezen. In groep 7 zijn dit ook langere teksten.
  • Taalverzorging (Spelling & grammatica)
    Dit onderdeel test hoe goed leerlingen de juiste spelling van woorden beheersen, in groep 7 wordt ook grammatica getoetst.
  • Lezen
    Naast technisch lezen wordt er ook gekeken naar begrijpend lezen: het vermogen om een tekst goed te begrijpen en de juiste informatie eruit te halen. In groep 7 zijn de teksten moeilijker en vragen meer tekstbegrip.
  • Schrijven
    Steeds vaker wordt dit geïntegreerd met begrijpend lezen, zoals het herschrijven of samenvatten van teksten.
  • Woordenschat
    Dit onderdeel meet de uitbreiding van de woordenschat van leerlingen, wat essentieel is voor zowel lezen als schrijven. In groep 7 komen weer moeilijkere woorden aan bod bij de toets.

IEP-toets rekenen in groep 7

In groep 7 worden de rekentoetsen afgenomen die aansluiten bij het Referentiekader rekenen. Deze toetsen geven inzicht in het behaalde referentieniveau van jouw kind, wat helpt te bepalen welke ‘rekenskills’ hij of zij heeft ontwikkeld.

Wat meet de IEP rekentoets?

In de rekentoetsen maken leerlingen zowel contextvragen als kale sommen. Contextvragen ook wel verhaaltjessommen genoemd testen hoe goed leerlingen rekenen kunnen toepassen in alledaagse situaties, terwijl kale sommen puur de rekenvaardigheid meten zonder extra context. Samen geven deze verschillende soorten vragen een volledig beeld van de rekenvaardigheid van je kind. De toetsen bevatten de volgende onderdelen:

  • Getallen
    Dit onderdeel test het begrip en het gebruik van getallen, zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen en het werken met grotere getallen. In groep 7 komen hier ook meer deelsommen, breuken en kommagetallen bij.
  • Meten en Meetkunde
    Hier wordt gekeken naar de kennis van afmetingen, zoals lengtes, oppervlakten, volumes en het gebruik van meetinstrumenten.
  • Verbanden leggen
    Het combineren van meerdere rekenonderdelen in één vraag (bijvoorbeeld een meetprobleem oplossen met breuken).
  • Verhoudingen
    Verhoudingen zoals breuken, procenten en verhoudingstabellen. In groep 7 komt dit in samengestelde vragen aan bod (dus meerdere rekenstappen toepassen om tot het antwoord te komen).

De uitslag van de IEP toetsen in groep 7

De uitslag van de toets geeft aan op welk niveau je kind bepaalde vaardigheden beheerst. Dit wordt vaak weergegeven met een schaal die laat zien of je kind zich ontwikkelt volgens de verwachting. Het is belangrijk om te onthouden dat ook een IEP toets slechts een momentopname is. Kinderen groeien allemaal op hun eigen tempo.

In groep 7 neemt de leerkracht de uitslag vaak mee als onderdeel van het opstellen van het pre-advies. Ook wordt er vaak in groep 8 gekeken naar de uitslagen van de toetsen in groep 7. Hangt hier dan alles van af? Nee, zeker niet! Er spelen veel meer factoren mee bij het opstellen van een advies. Lees hier meer over in mijn blog over het pre-advies in groep 7.

Bij IEP worden kinderen niet met elkaar vergeleken. IEP beweert ontwikkelgericht te volgen en niet prestatiegericht. Dat wil zeggen dat er dus gekeken wordt naar de groei die een kind doormaakt. Een lage score kan namelijk als je de toets analyseert soms best een hele grote persoonlijke groei van een kind zijn geweest.

Referentieniveaus in groep 7

Referentieniveaus geven aan welk niveau een leerling heeft bereikt in taal en rekenen. Ze helpen scholen te bepalen of een leerling klaar is voor het voortgezet onderwijs en waar extra ondersteuning nodig is. De belangrijkste niveaus zijn:

  • 1F: Het fundamentele niveau dat vrijwel alle leerlingen minimaal moeten beheersen aan het einde van de basisschool. Dit niveau bereidt leerlingen voor op uitstroom naar vmbo-basis/kader.
  • 1S: Een hoger niveau dat vaak als streefniveau wordt gezien en waar een leerling naartoe kan werken.
  • 1S/2F: Verhoogde streefniveaus voor leerlingen in taal of rekenen. Dit niveau bereidt leerlingen voor op vmbo-tl, havo en vwo.

Vanaf groep 6 worden referentieniveaus gemeten bij de IEP-toetsen. In groep 3 begint men al met het werken naar het 1F-niveau, en bijna alle leerlingen behalen dit niveau aan het einde van de basisschoolperiode.

IEP hart en handen

Naast hoofd (taal en rekenen), biedt het IEP LVS inzicht in de sociaal-emotionele ontwikkeling, de leeraanpak en het creatief vermogen van kinderen – ook in groep 7:

  • Sociaal-emotionele ontwikkeling: Het IEP LVS toont hoe je kind zich sociaal en emotioneel ontwikkelt. Het geeft inzicht in het zelfbeeld van de leerling, hoe hij of zij omgaat met sociale situaties en gevoelens, en het vermogen om zich in anderen in te leven.
  • Leeraanpak: Dit onderdeel meet hoe goed je kind het leren plant en organiseert, en in hoeverre hij of zij doorzet en gemotiveerd is. Leerlingen beantwoorden vragen over hoe ze werken tijdens de les en omgaan met opdrachten.
  • Creatief vermogen: Het creatief vermogen wordt gemeten met een test die door TNO is ontwikkeld. Leerlingen geven aan hoe eigenschappen als nieuwsgierigheid, vindingrijkheid en samenwerking bij hen passen. Ook de schoolcontext, zoals ruimte voor creativiteit, wordt meegenomen.

Deze profielen geven niet alleen een goed overzicht van de sterke persoonlijkheidskenmerken van je kind, maar bieden ook praktische handvatten voor verdere groei. Als leerkracht en gedragsspecialist ben ik blij dat er bij IEP ook aandacht is voor deze aspecten. Het betrekken van kinderen bij dit proces, door hen zelf te laten reflecteren op hun profiel, geeft hen bovendien een gevoel van eigenaarschap over hun eigen ontwikkeling. Dit maakt het leerproces maar ook het gesprek over ‘gedrag’ persoonlijker en gerichter.

Spanning voor de IEP toets?

Soms maken ouders en kinderen zich zorgen over toetsen, met name met het zicht op het voortgezet onderwijs en het ‘schooladvies’ in groep 8 ligt er sneller een gevoel van druk op de toetsen in groep 7. Dat is begrijpelijk, maar niet nodig. Toetsen zijn er om te leren en te groeien. Blijf in gesprek met je kind en laat merken dat je trots bent op inzet, niet alleen op cijfers.

Wil je je kind helpen? Zorg dan vooral voor ontspanning:

  • Blijf positief: Moedig je kind aan zonder druk te leggen op de resultaten. Zeg dus niet dat de toetsen in groep 7 bepalend zijn voor het advies, maar focus op dat het de groei laat zien in wat je kind ieder jaar meer geleerd heeft. Maar ook inzicht geeft in welke onderdelen wellicht nog wat oefening nodig hebben.
  • Zorg voor rust: Een goede nachtrust, maar ook op tijd opstaan (en de dag zonder ochtend-spits-stress beginnen) en een ontspannen sfeer thuis helpen enorm.
  • Maak leren leuk: Speelse taal- en rekenspelletjes kunnen helpen om vaardigheden te oefenen zonder dat het voelt als ‘moeten’.

Is oefenen voor de toets nodig?

Oefenen voor de toets is in principe niet nodig, omdat de toets bedoeld is om objectief te meten wat je kind kan. De IEP-toetsresultaten in groep 7 zijn bedoeld als tussentijdse peiling van de ontwikkeling. De uitslagen laten zien op welk referentieniveau je kind functioneert. Wel kan het helpen om vertrouwd te raken met de vraagstelling, omdat LVS-toetsen anders geformuleerd zijn dan methodetoetsen.

Kennismaken met de toets-vraagstelling met Squla

In de les of thuis oefenen met de belangrijkste lesstof van dat leerjaar, kan wel zinvol zijn. Daarnaast kan je kind met het vak “toetsen oefenen” alvast kennis maken met de vraagstelling van IEP. De quizzen bieden extra oefening of dagen juist uit en zorgen voor meer inzicht. 

Ruimte voor ieders tempo: omgaan met verschillen in groep 7

De overgang van groep 6 naar groep 7 is een belangrijke fase in de ontwikkeling van je kind. In deze groep wordt de lesstof merkbaar moeilijker: nieuwe onderwerpen volgen elkaar snel op en er wordt steeds meer zelfstandigheid gevraagd. De analyse van de toets kan duidelijk maken welke onderdelen je kind eventueel extra ondersteuning nodig heeft.

Wat ik als leerkracht regelmatig merkte, is dat sommige leerlingen: met name degenen die richting een praktische leerroute zoals VMBO-BB vaker tegen de grenzen van hun leervermogen aanlopen. Dit is absoluut geen tekortkoming, maar een signaal dat de aangeboden lesstof soms minder goed aansluit bij hun praktische manier van leren. Dat kan bij kinderen zorgen voor onzekerheid, zeker in een klas waar de verschillen in tempo en niveau zichtbaarder worden én kinderen in de pre-puberfase komen (hallo onzekerheid!). Juist daarom is het belangrijk om ontwikkeling breed te blijven bekijken en oog te houden voor de unieke talenten van ieder kind.

Elk kind heeft zijn eigen tempo en talenten. De IEP-toets helpt scholen en ouders om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van een kind, zodat ze passende hulp kunnen bieden. Het allerbelangrijkste is dat je kind zich veilig en gemotiveerd voelt om te leren.

Blijf als ouder vooral ondersteunen zonder te sturen op prestaties. Want of je kind nu uitblinkt in taal, rekenen of creativiteit: het is de persoonlijke groei die telt!

Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) | Intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.

Geraadpleegde bronnen:

Bureau ICE. (z.d.). IEP Hart en Handen: Sociaal-emotionele ontwikkeling en leeraanpak in beeld. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-hartenhanden/
Bureau ICE. (z.d.). Webinar: Het IEP LVS in 30 minuten [Webinar]. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-lvs/
Ouderavond IEP toetsen (ouderbijeenkomst basisschool, bijgewoond oktober 2024)
SLO. (2010). Referentiekader taal en rekenen: Referentieniveaus voor taal en rekenen. Stichting Leerplanontwikkeling. https://www.slo.nl/publish/pages/5901/referentiekader_taal_en_rekenen_referentieniveaus.pdf

IEP toetsen in groep 8: schooljaar 2025/2026

Juf Shelby

Vanaf groep 3 volgen basisscholen de ontwikkeling van kinderen met behulp van een leerlingvolgsysteem (LVS). Steeds meer scholen kiezen daarbij voor het IEP LVS: een toetsinstrument dat niet alleen kijkt naar taal en rekenen, maar óók aandacht heeft voor sociaal-emotionele groei en leeraanpak. In deze blog neem ik je mee in wat de IEP toetsen in groep 8 precies inhouden. Wat wordt er getoetst? Wat zegt de uitslag? En hoe kun je je kind goed begeleiden zonder onnodige druk?

Wat is de IEP-toets?

IEP staat voor Inzicht Eigen Profiel. Het is een leerlingvolgsysteem (LVS) dat de cognitieve én persoonlijke ontwikkeling van je kind in kaart brengt. De IEP-toets meet hoe goed een leerling bepaalde vaardigheden beheerst, zoals taal en rekenen. Maar IEP kijkt niet alleen naar ‘hoofd’, maar ook naar ‘hart en handen’. Het IEP LVS sluit aan op de leerdoelen van het SLO.

Het IEP Leerlingvolgsysteem legt de focus op groei, niet op prestatie. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Daarom vergelijken we kinderen niet met elkaar. (IEP, 2025)

Wat wordt er getoetst bij de IEP toetsen in groep 8?

In groep 8 zijn de toetsen inhoudelijk uitgebreider dan in groep 7. Er wordt meer diepgang gevraagd in vaardigheden en er komt extra focus op het toepassen van de geleerde lesstof. De toetsen bereiden leerlingen bovendien al deels voor op de overgang naar het voortgezet onderwijs en de eindtoets. De IEP-hoofd-toets in groep 8 richt zich vooral op:

Het doel is niet om kinderen te beoordelen, maar om inzicht te krijgen in hun ontwikkeling. De leerkrachten gebruiken de resultaten om hun onderwijs verder te verbeteren en om te kijken waar extra ondersteuning nodig is. Naast taal en rekenen zijn er ook IEP toetsen voor inzicht in sociaal-emotionele ontwikkeling, leeraanpak en creatief vermogen. Zo krijg je een compleet beeld van een leerling. Dit onderdeel noemt IEP: Hart en Handen.

IEP-toets taal in groep 8

In groep 8 worden de IEP-taaltoetsen afgenomen, deze zijn ontworpen om de taalontwikkeling van leerlingen te meten. Deze toetsen sluiten aan bij het Referentiekader Nederlandse taal, wat betekent dat de uitslag aangeeft welk referentieniveau een leerling heeft behaald: <1F, 1F of 2F. De volgende onderdelen komen aan bod:

  • Technisch lezen
    Dit gaat over het correct en vlot kunnen lezen van teksten, waarbij het gaat om goed en mooi lezen. In groep 8 zijn dit ook langere teksten.
  • Taalverzorging (Spelling & grammatica)
    Dit onderdeel test hoe goed leerlingen de juiste spelling van woorden beheersen, in groep 8 wordt ook grammatica getoetst.
  • Lezen
    Naast technisch lezen wordt er ook gekeken naar begrijpend lezen: het vermogen om een tekst goed te begrijpen en de juiste informatie eruit te halen. In groep 8 zijn de teksten moeilijker en vragen meer tekstbegrip.
  • Schrijven
    Steeds vaker wordt dit geïntegreerd met begrijpend lezen, zoals het herschrijven of samenvatten van teksten.
  • Woordenschat
    Dit onderdeel meet de uitbreiding van de woordenschat van leerlingen, wat essentieel is voor zowel lezen als schrijven. In groep 8 komen weer moeilijkere woorden aan bod bij de toets.

IEP-toets rekenen in groep 8

In groep 8 worden de rekentoetsen afgenomen die aansluiten bij het Referentiekader rekenen. Deze toetsen geven inzicht in het behaalde referentieniveau van jouw kind, wat helpt te bepalen welke ‘rekenskills’ hij of zij heeft ontwikkeld.

Wat meet de IEP rekentoets?

In de rekentoetsen maken leerlingen zowel contextvragen als kale sommen. Contextvragen ook wel verhaaltjessommen genoemd testen hoe goed leerlingen rekenen kunnen toepassen in alledaagse situaties, terwijl kale sommen puur de rekenvaardigheid meten zonder extra context. Samen geven deze verschillende soorten vragen een volledig beeld van de rekenvaardigheid van je kind. De toetsen bevatten de volgende onderdelen:

  • Getallen
    Dit onderdeel test het begrip en het gebruik van getallen, zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen en het werken met grotere getallen. In groep 8 komen hier ook meer deelsommen, breuken en kommagetallen bij.
  • Meten en Meetkunde
    Hier wordt gekeken naar de kennis van afmetingen, zoals lengtes, oppervlakten, volumes en het gebruik van meetinstrumenten.
  • Verbanden leggen
    Het combineren van meerdere rekenonderdelen in één vraag (bijvoorbeeld een meetprobleem oplossen met breuken).
  • Verhoudingen
    Verhoudingen zoals breuken, procenten en verhoudingstabellen. In groep 8 komt dit in samengestelde vragen aan bod (dus meerdere rekenstappen toepassen om tot het antwoord te komen).

De uitslag van de IEP toetsen in groep 8

De uitslag van de toets geeft aan op welk niveau je kind bepaalde vaardigheden beheerst. Dit wordt vaak weergegeven met een schaal die laat zien of je kind zich ontwikkelt volgens de verwachting. Het is belangrijk om te onthouden dat ook een IEP toets slechts een momentopname is. Kinderen groeien allemaal op hun eigen tempo.

In groep 8 neemt de leerkracht de uitslag mee als onderdeel van het opstellen van het schooladvies. Ook wordt er vaak in groep 8 gekeken naar de uitslagen van de toetsen in groep 7. Hangt hier dan alles van af? Nee, zeker niet! Er spelen veel meer factoren mee bij het opstellen van een advies. Lees hier meer over in mijn blog over het pre-advies in groep 7.

Bij IEP worden kinderen niet met elkaar vergeleken. IEP beweert ontwikkelgericht te volgen en niet prestatiegericht. Dat wil zeggen dat er dus gekeken wordt naar de groei die een kind doormaakt. Een lage score kan namelijk als je de toets analyseert soms best een hele grote persoonlijke groei van een kind zijn geweest.

Referentieniveaus in groep 8

Referentieniveaus geven aan welk niveau een leerling heeft bereikt in taal en rekenen. Ze helpen scholen te bepalen of een leerling klaar is voor het voortgezet onderwijs en waar extra ondersteuning nodig is. De belangrijkste niveaus zijn:

  • 1F: Het fundamentele niveau dat vrijwel alle leerlingen minimaal moeten beheersen aan het einde van de basisschool. Dit niveau bereidt leerlingen voor op uitstroom naar vmbo-basis/kader.
  • 1S: Een hoger niveau dat vaak als streefniveau wordt gezien en waar een leerling naartoe kan werken.
  • 1S/2F: Verhoogde streefniveaus voor leerlingen in taal of rekenen. Dit niveau bereidt leerlingen voor op vmbo-tl, havo en vwo.

Vanaf groep 6 worden referentieniveaus gemeten bij de IEP-toetsen. In groep 3 begint men al met het werken naar het 1F-niveau, en bijna alle leerlingen behalen dit niveau aan het einde van de basisschoolperiode.

IEP hart en handen

Naast hoofd (taal en rekenen), biedt het IEP LVS inzicht in de sociaal-emotionele ontwikkeling, de leeraanpak en het creatief vermogen van kinderen – ook in groep 8:

  • Sociaal-emotionele ontwikkeling: Het IEP LVS toont hoe je kind zich sociaal en emotioneel ontwikkelt. Het geeft inzicht in het zelfbeeld van de leerling, hoe hij of zij omgaat met sociale situaties en gevoelens, en het vermogen om zich in anderen in te leven.
  • Leeraanpak: Dit onderdeel meet hoe goed je kind het leren plant en organiseert, en in hoeverre hij of zij doorzet en gemotiveerd is. Leerlingen beantwoorden vragen over hoe ze werken tijdens de les en omgaan met opdrachten.
  • Creatief vermogen: Het creatief vermogen wordt gemeten met een test die door TNO is ontwikkeld. Leerlingen geven aan hoe eigenschappen als nieuwsgierigheid, vindingrijkheid en samenwerking bij hen passen. Ook de schoolcontext, zoals ruimte voor creativiteit, wordt meegenomen.

Deze profielen geven niet alleen een goed overzicht van de sterke persoonlijkheidskenmerken van je kind, maar bieden ook praktische handvatten voor verdere groei. Als leerkracht en gedragsspecialist ben ik blij dat er bij IEP ook aandacht is voor deze aspecten. Het betrekken van kinderen bij dit proces, door hen zelf te laten reflecteren op hun profiel, geeft hen bovendien een gevoel van eigenaarschap over hun eigen ontwikkeling. Dit maakt het leerproces maar ook het gesprek over ‘gedrag’ persoonlijker en gerichter.

Spanning voor de IEP toets?

Soms maken ouders en kinderen zich zorgen over toetsen, met name met het zicht op het voortgezet onderwijs en het ‘schooladvies’ in groep 8 ligt er sneller een gevoel van druk op de toetsen in groep 8. Dat is begrijpelijk, maar niet nodig. Toetsen zijn er om te leren en te groeien. Blijf in gesprek met je kind en laat merken dat je trots bent op inzet, niet alleen op cijfers.

Wil je je kind helpen? Zorg dan vooral voor ontspanning:

  • Blijf positief: Moedig je kind aan zonder druk te leggen op de resultaten. Zeg dus niet dat de toetsen in groep 8 allesbepalend zijn voor het advies, maar focus op dat het de groei laat zien in wat je kind ieder jaar meer geleerd heeft. Maar ook inzicht geeft in welke onderdelen wellicht nog wat oefening nodig hebben.
  • Zorg voor rust: Een goede nachtrust, maar ook op tijd opstaan (en de dag zonder ochtend-spits-stress beginnen) en een ontspannen sfeer thuis helpen enorm.
  • Maak leren leuk: Speelse taal- en rekenspelletjes kunnen helpen om vaardigheden te oefenen zonder dat het voelt als ‘moeten’.

Is oefenen voor de toets nodig?

Oefenen voor de toets is in principe niet nodig, omdat de toets bedoeld is om objectief te meten wat je kind kan. De IEP-toetsresultaten in groep 7 en 8 zijn bedoeld als tussentijdse peiling van de ontwikkeling. De uitslagen laten zien op welk referentieniveau je kind functioneert. Wel kan het helpen om vertrouwd te raken met de vraagstelling, omdat LVS-toetsen anders geformuleerd zijn dan methodetoetsen.

Kennismaken met de toets-vraagstelling met Squla

In de les of thuis oefenen met de belangrijkste lesstof van dat leerjaar, kan wel zinvol zijn. Daarnaast kan je kind met het vak “toetsen oefenen” alvast kennis maken met de vraagstelling van IEP. De quizzen bieden extra oefening of dagen juist uit en zorgen voor meer inzicht. 

Ruimte voor ieders tempo: omgaan met verschillen in groep 8

Wat ik als leerkracht regelmatig merkte, is dat sommige leerlingen in groep 8: met name degenen die richting een praktische leerroute zoals VMBO-BB vaker tegen de grenzen van hun leervermogen aanlopen. Dit is absoluut geen tekortkoming, maar een signaal dat de aangeboden lesstof soms minder goed aansluit bij hun praktische manier van leren. Dat kan bij kinderen zorgen voor onzekerheid, zeker in een klas waar de verschillen in tempo en niveau zichtbaarder worden én kinderen in de pre-puberfase komen (hallo onzekerheid!). Juist daarom is het belangrijk om de unieke talenten van een kind te blijven benadrukken als leerkracht en als ouder.

De IEP Eindtoets en het schooladvies

In groep 8 maken leerlingen een eindtoets. Steeds meer scholen kiezen hierbij voor de IEP Eindtoets. Deze wordt afgenomen nádat het schooladvies al is gegeven. Dat is een bewuste keuze: het advies van de school, gebaseerd op het beeld van de leerling over meerdere jaren, staat centraal. De IEP Eindtoets bevestigt of het advies passend is of dat er aanleiding is om het naar boven te heroverwegen.

De toetsresultaten kunnen namelijk een signaal zijn: als een leerling hoger scoort dan verwacht, kan de school, in overleg met ouders het schooladvies nog naar boven toe aanpassen. Andersom mag dat niet: een lagere toetsuitslag heeft géén negatieve invloed op het al gegeven advies. Dat haalt gelukkig al wat meer ‘druk’ van de eindtoets af.

Overstap naar het voortgezet onderwijs

De overgang naar het voortgezet onderwijs is een grote stap voor kinderen én ouders. Het schooladvies geeft richting aan die stap. De IEP Eindtoets biedt aanvullende informatie, maar uiteindelijk is het belangrijk dat een kind op een plek terechtkomt waar het zich prettig voelt en zich verder kan ontwikkelen op zijn of haar eigen manier.

IEP helpt hierbij door niet alleen cognitieve scores te tonen, maar ook inzicht te geven in persoonlijke leerkenmerken. Een leerling die misschien op 1F scoort, maar met een sterke motivatie en zelfstandigheid, kan zich goed ontwikkelen binnen het VMBO. Andersom kan een kind dat op 2F scoort, maar onzeker is of weinig zelfvertrouwen heeft, juist wel baat hebben bij extra ondersteuning in het begin van de brugklas. Deze informatie wordt vaak ook meegenomen in de overdracht van de leerkracht van groep 8 naar het voortgezet onderwijs.

Blijf als ouder vooral ondersteunen zonder te sturen op prestaties. Want of je kind nu uitblinkt in taal, rekenen of creativiteit: het is de persoonlijke groei die telt!

Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) | Intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.

Geraadpleegde bronnen:

Bureau ICE. (z.d.). IEP Hart en Handen: Sociaal-emotionele ontwikkeling en leeraanpak in beeld. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-hartenhanden/
Bureau ICE. (z.d.). Webinar: Het IEP LVS in 30 minuten [Webinar]. Geraadpleegd op 10 april 2025, van https://www.toets.nl/iep-lvs/
Ouderavond IEP toetsen (ouderbijeenkomst basisschool, bijgewoond oktober 2024)
SLO. (2010). Referentiekader taal en rekenen: Referentieniveaus voor taal en rekenen. Stichting Leerplanontwikkeling. https://www.slo.nl/publish/pages/5901/referentiekader_taal_en_rekenen_referentieniveaus.pdf

Wat wordt er getoetst bij de LVS-toetsen in groep 7?

Juf Shelby

Groep 7 is een belangrijk schooljaar als voorloper op groep 8 en de Cito Leerling in Beeld (LIB)-toets (voorheen bekend als de Cito-toets) speelt daarin een belangrijke rol. In deze toets wordt de voortgang van je kind getest op gebieden zoals rekenen, taal, en begrijpend lezen.

Om een schooladvies te kunnen geven wordt o.a. gekeken naar de ontwikkeling die kinderen in de groepen 3 tot en met 7 hebben gemaakt. In dit artikel lees je wat de LIB-toets inhoudt, waarom deze belangrijk is, en hoe je je kind op een ontspannen manier kunt helpen bij de voorbereiding.

Wat zijn de ‘Leerling in Beeld’ (LIB)-toetsen?

De Leerling in Beeld (LIB)-toetsen zijn de vernieuwde versie van de bekende Cito-toetsen. In groep 7 toetst LIB de vakken rekenen, begrijpend lezen en taalverzorging. Deze toetsen helpen scholen om de voortgang van je kind te volgen en inzicht te krijgen in wat je kind al kan en waar nog ontwikkelingskansen liggen.

De LIB-toetsen zijn bedoeld om te meten wat je kind al kan en waar nog ontwikkeling mogelijk is. Daarom bevat de toets ook bewust opgaven die nog niet helemaal binnen de verwachte kennis van je kind vallen. In grafieken zie je de groei van je kind, niet alleen op het moment van toetsing, maar ook over de afgelopen jaren.

Wanneer zijn de Leerling in Beeld (LIB) toetsen in groep 7?

De Leerling in Beeld toetsen vinden twee keer per schooljaar plaats in groep 7.

  • De M-toets (Midden) wordt afgenomen in januari/februari.
  • De E-toets (Eind) in mei/juni.

Deze toetsen helpen leerkrachten om de voortgang en het niveau van je kind te volgen als voorbereiding op het voortgezet onderwijs. Omdat deze toetsen twee keer per schooljaar worden afgenomen, krijg je niet alleen een momentopname, maar ook inzicht in de groei van je kind gedurende het schooljaar.

Op basis van de toetsresultaten ontstaat in groep 7 een “verwacht toetsadvies” (vmbo, havo of vwo), dat leerkrachten gebruiken als indicatie voor het pre-advies in groep 8. Dit advies is niet bindend, maar helpt wel om een goed beeld te vormen van het best passende vervolgonderwijs.

Onderdelen van de Cito-toets (Leerling in Beeld)


De Leerling in Beeld (LIB)-toets in groep 7 is opgebouwd uit verschillende onderdelen die inzicht geven in de vaardigheden en ontwikkeling van je kind. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste vakken en wat ze meten:

1. Rekenen

Dit onderdeel test zowel ‘kale sommen’ (bijvoorbeeld 547 + 238) als praktische verhaaltjessommen. Het richt zich op:

  • Rekenvaardigheden: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen.
  • Verhoudingen en breuken: inzicht in verhoudingen, procenten en breuken.
  • Meetkunde: werken met figuren, lengtes meten en afstanden berekenen.
  • Inzicht en probleemoplossend vermogen: toepassen van wiskundige kennis in praktische situaties.

2. Taalverzorging

Dit onderdeel test:

  • Werkwoordspelling: correcte vervoeging van werkwoorden.
  • Niet-werkwoordspelling: spelling van andere woorden volgens de regels.
  • Leestekens: het juiste gebruik van leestekens in zinnen.

3. Begrijpend Lezen

Begrijpend lezen is een essentieel onderdeel dat je kind helpt teksten te begrijpen en juiste conclusies te trekken. Er komen verschillende soorten vragen voorbij, zoals tekstopgaven en evaluatie-opgaven, met afwisselende teksten. Vaardigheden die hierbij getest worden zijn:

  • Tekstbegrip: de hoofdgedachte van een tekst achterhalen.
  • Conclusies trekken: verbanden leggen en logische conclusies trekken.
  • Informatie verwerken: tabellen, grafieken en schema’s lezen.
  • Zoeken en interpreteren: snel de juiste informatie vinden in naslagwerken of op internet.
  • Samenvatten: de kern van een tekst goed kunnen verwoorden.

4. Technisch lezen: AVI en DMT

Lezen vormt de basis voor alle vakken. Technisch lezen wordt gemeten met twee toetsen:

  • AVI: deze toets is een individuele afname, waarbij je kind de tekst op een leeskaart hardop voorleest. De leerkracht of begeleider noteert het tempo en eventuele leesfouten. Na de afname volgt een AVI-leesniveau. Dit geeft aan welke boeken het best passen bij het leesniveau van de leerlingen. 
  • DMT: tijdens de Drie-Minuten-Toets (DMT) leest je kind binnen één minuut zoveel mogelijk losse woorden op leeskaarten met oplopende moeilijkheidsgraad. Het aantal goed gelezen woorden in een minuut wordt genoteerd.

De vakgebieden taal, rekenen en lezen vormen het basispakket van de LIB-toetsen dat de meeste scholen gebruiken. Sommige scholen kiezen voor een uitgebreider pakket met extra onderdelen zoals Engels, woordenschat, begrijpend luisteren, sociaal-emotioneel functioneren, en executieve functies.

Hoe kan ik mijn kind voorbereiden op de LIB-toets?

Een goede voorbereiding voor de LIB-toets helpt je kind zelfvertrouwen op te bouwen. De toets laat zien wat je kind al kan en waar het nog kan groeien. Hier is een praktische checklist voor een ontspannen en effectieve voorbereiding:

  • Zorg voor zelfvertrouwen: moedig je kind aan om de toets te zien als een kans om te laten zien wat het kan. Fouten maken is oké; ze helpen juist om te leren. Leg dus geen extra nadruk op het feit dat dit een ‘belangrijk moment’ is.

  • Oefen met de vraagtypes van de LIB-toets: laat je kind kennismaken met de soorten vragen die tijdens de toets kunnen komen, zoals rekenen, taalverzorging, en begrijpend lezen. Dit bouwt vertrouwen op en zorgt dat de toets zelf geen verrassing is.

  • Gebruik oefenplatforms zoals Squla: platformen zoals Squla bieden oefeningen voor de LIB-toets waarmee je kind de vraagtypes op eigen niveau kan oefenen. Dit helpt om zich goed voor te bereiden en de stof beter te beheersen. Klik hier om een gratis proefmaand te starten.

  • Herhaling: door spelenderwijs de onderwerpen van groep 7 op Squla te herhalen, maakt je kind de nieuwe stof sneller eigen.
  • Maak het leuk: oefenen hoeft niet saai te zijn. Gebruik bijvoorbeeld speelse oefeningen, quizzen of leerzame spellen om het leerproces boeiend te houden.

Hoe helpt Squla bij de voorbereiding op de Cito-toetsen?


Squla biedt een rustige, doelgerichte manier om je kind goed voor te bereiden op de LIB-toetsen. Squla maakt het oefenen leuk en effectief door:

  • Aansluiting op de schooldoelen: de oefeningen zijn afgestemd op de officiële SLO-leerdoelen van de basisschool, zodat je kind precies oefent wat het nodig heeft voor de toets.

  • Niveau past zich aan: de moeilijkheidsgraad wordt automatisch aangepast op basis van hoe je kind presteert. Zo oefent je kind altijd op het juiste niveau, wat vertrouwen geeft en frustratie voorkomt.

  • Oefenvragen zoals in de toets: Squla biedt vragen die lijken op de vraagstelling van Cito, IEP en Route 8, zodat je kind vertrouwd raakt met het soort vragen dat het kan verwachten.

  • Leren met plezier: dankzij verhalen, quizzen en speelse oefeningen blijft het leerproces leuk en afwisselend, wat de motivatie hoog houdt.

Tot slot: het totaalplaatje van je kind

De Leerling in Beeld-toetsen in groep 7 geven inzicht in de ontwikkeling van je kind, maar ze vormen slechts een deel van het grotere geheel. Een goede voorbereiding kan helpen om met meer zelfvertrouwen de toetsen te maken, maar uiteindelijk is een kind veel meer dan alleen een toetsresultaat. Naast rekenen en taal spelen ook sociale, creatieve en emotionele vaardigheden een grote rol in de schoolcarrière.

In groep 7 vormen de toetsen een onderdeel van het pre-advies, maar de leerkracht kijkt altijd naar het totale plaatje. De toetsresultaten bieden objectieve informatie, maar zijn slechts één van de vele factoren die meewegen in de beoordeling.

Wat écht telt, is de groei die je kind doormaakt, zowel in kennis als in persoonlijke ontwikkeling!

Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.

Wat wordt er getoetst bij de LVS-toetsen in groep 6?

Juf Shelby

Als jouw kind in groep 6 zit, heeft hij of zij dit schooljaar kennisgemaakt met veel nieuwe lesstof. Soms kun je ook aan je kind merken dat de lesstof moeilijker wordt en dat ze zich bewuster worden van onderlinge verschillen.
In groep 6 wordt de Leerling in Beeld (LIB) toets (voorheen bekend als de Cito-toets) op veel scholen afgenomen. In deze toets wordt de voortgang van je kind getest op gebieden zoals rekenen, taalverzorging en begrijpend lezen. In dit artikel lees je wat de LIB-toets inhoudt, waarom deze belangrijk is, en hoe je je kind op een ontspannen manier kunt helpen bij de voorbereiding.

Grotere onderlinge verschillen in groep 6

Ieder kind ontwikkelt zich in zijn of haar eigen tempo en op zijn of haar eigen niveau. Nu je kind in de bovenbouw van de basisschool zit, worden die verschillen steeds groter. Sommige kinderen stromen eind groep 8 door naar het VWO, terwijl anderen naar het VMBO-BB gaan. Om je een beeld te geven van die grote verschillen: kinderen die naar het VMBO-BB uitstromen, verlaten de basisschool soms met een niveau van eind groep 6 op bepaalde vakgebieden. Hierdoor kan het zijn dat deze kinderen vanaf groep 6 meer moeite krijgen met de theoretische lesstof en lager scoren op toetsen. Dat is absoluut geen probleem, maar ons schoolsysteem is zo ingericht dat alle niveaus in de basisschool bij elkaar in de klas zitten. Op reken- en taaltoetsen zie je helaas dan ook minder de praktische talenten van sommige kinderen in beeld gebracht. 

‘Het doel van LVS-toetsen is dan ook niet om een zo hoog mogelijke score te halen maar om de ontwikkeling van het kind te meten.’ (Cito)

Helaas wordt dit doel, ook door ons als ouders 😉 nog wel eens vergeten. LVS-toetsen geven de leerkracht inzicht in de aanleg en leerpotentie van een kind, evenals in de motivatie en de manier van leren. Hierdoor kan de leerkracht het onderwijs of de extra ondersteuning beter afstemmen op de behoefte van je kind.

‘Thuis kun je in groep 6 soms merken dat je kind onzekerder wordt over zijn leerprestaties, op deze leeftijd gaan kinderen onderlinge verschillen steeds meer opmerken.’ – juf Shelby

Soorten LVS-toetsen

Elke basisschool is verplicht om te werken met een goedgekeurd leerlingvolgsysteem voor taal en rekenen. Er zijn meerdere aanbieders van leerlingvolgsystemen (LVS). De leerlingvolgtoetsen van het Boom LVS en het Cito LVS en IEP voldoen aan alle wettelijke verplichtingen. Net als in groep 3 t/m 5 wordt er bij de Cito LVS-toetsen voor groep 6 twee keer per jaar getoetst.

  • Halverwege het schooljaar in januari/februari: de M6 toetsen
    (M staat voor Midden)
  • Aan het einde van het schooljaar in mei/juni: de E6 toetsen
    (E staat voor Eind) 

Wat zijn de ‘leerling in beeld’ (LIB)-toetsen?

De Leerling in Beeld (LIB)-toetsen zijn de vernieuwde versie van de bekende Cito-toetsen. In groep 6 toetst LIB de vakken rekenen, begrijpend lezen en taalverzorging. Deze toetsen helpen scholen om de voortgang van je kind over meerdere jaren te volgen en inzicht te krijgen in wat je kind al beheerst en waar nog kansen voor ontwikkeling liggen.

De LIB-toetsen zijn bedoeld om te meten wat je kind al kan en waar nog ontwikkeling mogelijk is. Daarom bevat de toets ook bewust opgaven die nog niet helemaal binnen de verwachte kennis van je kind vallen (soms zelfs met leerstof die ze nog niet hebben gehad!). De uitslag wordt weergegeven in grafieken, die laten de groei van je kind zien, niet alleen op het moment van toetsing, maar ook de lijn over de afgelopen jaren.

De resultaten van de toets kunnen leraren helpen om gerichte ondersteuning te bieden en te bepalen of extra hulp of verrijking nodig is.

Onderdelen van de Cito-toets (Leerling in Beeld)

De Leerling in Beeld (LIB)-toets in groep 6 is opgebouwd uit verschillende onderdelen die inzicht geven in de vaardigheden en ontwikkeling van je kind. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste vakken en wat ze meten:

1. Rekenen

Dit onderdeel test kale sommen (bijvoorbeeld 54 + 23) maar ook praktische verhaaltjessommen. De focus ligt op:

  • Rekenvaardigheden: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen.
  • Verhoudingen en breuken: eerste kennismaking met procenten en breuken.
  • Meetkunde: werken met figuren, lengtes meten en afstanden schatten.
  • Inzicht en probleemoplossend vermogen: toepassen van rekenkennis in praktische situaties.

2. Taalverzorging

Dit onderdeel test:

  • Leestekens: het juiste gebruik van leestekens in zinnen.
  • Niet-werkwoordspelling: spellingregels toepassen.
  • Werkwoordspelling: correcte vervoeging van werkwoorden, deze toets wordt pas aan het eind van groep 6 afgenomen.

3. Begrijpend lezen

Begrijpend lezen is een belangrijk onderdeel dat je kind helpt teksten te begrijpen en juiste conclusies te trekken. Begrijpend lezen wordt ook vaak meegewogen door de leerkracht voor het schooladvies. Er komen verschillende soorten vragen voorbij, zoals tekstopgaven en evaluatie-opgaven, met afwisselende teksten. Vaardigheden die hierbij getoetst worden zijn:

  • Tekstbegrip: de hoofdgedachte van een tekst achterhalen.
  • Conclusies trekken: verbanden leggen en logische conclusies trekken.
  • Informatie verwerken: tabellen, grafieken en schema’s lezen.
  • Zoeken en interpreteren: snel de juiste informatie vinden in naslagwerken of op internet.
  • Samenvatten: de kern van een tekst goed kunnen verwoorden.

4. Technisch lezen: AVI en DMT

Lezen vormt de basis voor alle vakken. Technisch lezen wordt gemeten met twee specifieke testen:

  • AVI: deze toets is een individuele afname, waarbij je kind de tekst op een leeskaart hardop voorleest. De leerkracht of begeleider noteert het tempo en eventuele leesfouten. Na de afname volgt een AVI-leesniveau. Dit geeft aan welke boeken het best passen bij het leesniveau van de leerlingen. 
  • DMT: tijdens de Drie-Minuten-Toets (DMT) leest je kind binnen één minuut zoveel mogelijk losse woorden van drie leeskaarten met oplopende moeilijkheidsgraad. Het aantal goed gelezen woorden in een minuut wordt genoteerd.

Rekenen, taal en lezen vormen het basispakket van de LIB-toetsen dat de meeste scholen gebruiken. Sommige scholen kiezen voor een uitgebreider pakket met extra onderdelen zoals Engels, woordenschat, begrijpend luisteren, sociaal-emotioneel functioneren, en executieve functies.

Wat wordt er getoetst bij spelling in groep 6?

De spellingtoets van Cito bestaat net als in groep 5 uit dictee-opgaven. De leerkracht leest de zin voor, daarna leest de leerkracht één woord uit de zin opnieuw voor: dat is het woord dat de kinderen opschrijven.

In groep 6 wordt getoetst of kinderen woorden kunnen schrijven van twee of meer lettergrepen en komen de eerder geleerde spellingsregels uit groep 4 en 5 nog steeds aan bod. Wel komen er soms meerdere spellingsregels in één woord voor. Bijvoorbeeld in het woord ‘talloze’ (de regel s/z en de categorie open/gesloten lettergreep). Woorden met open/gesloten lettergreep (bomen/bommen) komen regelmatig in dictees van groep 6 voor en vinden veel kinderen lastig.

Nieuwe spellingsregels voor het eerste deel van groep 6 zijn:

Nieuw in eind groep 6 zijn o.a. de volgende categorieën:

  • Woorden met ‘s (bijv. ‘s morgens)
  • Leenwoorden met ‘zj’ geschreven als ge (bijv. Giraf, horloge)

Wat wordt er getoetst bij rekenen in groep 6?

In groep 6 hebben kinderen met twee nieuwe domeinen van rekenen kennisgemaakt. De rekendoelen zoals in mijn blog over LVS-toetsen in groep 5 worden nu met grotere getallen aangeleerd (duizendtallen). En ook het optellen en aftrekken worden grotere sommen: 2015-165= …

Er komen ook nog steeds verhaaltjes sommen voor die steeds moeilijker worden. Bijvoorbeeld: Jarno bezorgt bij 125 huizen reclamefolders. In één pakket zitten 8 folders. Hoeveel folders bezorgd Jarno?

Ook moeten kinderen nu meerdere stappen doorlopen om een opgave op te lossen. Bijvoorbeeld: Het boek heeft 190 bladzijden. Menno is op bladzijde 130. In een uur leest Menno 15 bladzijden. Hoeveel uur heeft Menno nodig om het boek uit te lezen?

Nieuw: verhoudingen

Hierbij leren kinderen om te rekenen met breuken en procenten. Kinderen moeten verhoudingen herkennen, benoemen, schrijven en gebruiken. Bijvoorbeeld: Joep bezorgt 160 kranten, 3 van de 4 kranten bezorgt hij in de Tuinbuurt. Hoeveel kranten bezorgt hij totaal in de tuinbuurt?

Meten en meetkunde

Bij dit onderdeel gaat het om de basiskennis van verschillende grootheden zoals lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud, snelheid, tijd, gewicht en geld. Doelen die in groep 6 aan bod komen zijn:

  • Omtrek berekenen van rechthoekige figuren
  • Kiezen van een lengtemaat (mm, cm, dm, m, km) bij een situatie
  • Herleidingen van maten (bijv. van meters naar centimeters)
  • Meetinstrumenten aflezen zoals een maatbeker, weegschaal of liniaal
  • Begrip van gram en kilogram
  • Aangeven of je een vanaf het vooraanzicht, zijaanzicht of bovenaf naar een figuur kijkt
  • Analoge en digitale klok en rekenen met tijdmaten zoals uur, kwartier, minuut en seconde

Nieuw is ook het omgaan met tabellen, diagrammen en grafieken. Daarbij is aandacht voor lezen en interpreteren van gegevens uit tabellen of het lezen van gegevens uit cirkeldiagrammen of staafdiagrammen.

Hoe kan ik mijn kind voorbereiden op de LIB-toets?

Een goede voorbereiding voor de LIB-toets helpt je kind zelfvertrouwen op te bouwen. De toets laat zien wat je kind al kan en waar het nog kan groeien. Hier is een praktische checklist voor een ontspannen en effectieve voorbereiding:

  • Herhaling: Een extra oefening met de vele nieuwe onderwerpen van groep 6 kan soms nét even de boost geven om de lesstof beter te beheersen.
  • Gebruik oefenplatforms zoals Squla: Squla biedt oefeningen voor de LIB-toets waarmee je kind de vraagtypes op eigen niveau kan oefenen. Dit helpt om zich goed voor te bereiden en de stof beter te beheersen. Klik hier om een gratis proefmaand te starten.
  • Oefen met de vraagtypes van de LIB-toets: Laat je kind kennismaken met de soorten vragen die tijdens de toets kunnen komen, zoals rekenen, taalverzorging, en begrijpend lezen. Dit bouwt vertrouwen op en zorgt dat de toets zelf geen verrassing is.
  • Zorg voor zelfvertrouwen: Moedig je kind aan om de toets te zien als een kans om te laten zien wat het kan. Fouten maken is oké; ze helpen juist om te leren. Leg dus geen extra nadruk op het feit dat dit een ‘belangrijk moment’ is.
  • Maak het leuk: Oefenen hoeft niet saai te zijn. Gebruik bijvoorbeeld speelse oefeningen, quizzen of leerzame spellen om het leerproces boeiend te houden.

Moeite met de LVS vraagstelling?

De vraagstelling van de LVS-toets is vaak anders dan de vragen in methodetoetsen die je kind gedurende het jaar krijgt. Om je kind kennis te laten maken met de vraagstelling kunnen er voorbeeldvragen worden geoefend. Bekijk alle oefenstof van Squla in groep 6, inclusief de oefentoetsen, of doe de demo.

Hoe helpt Squla bij de voorbereiding op Cito toetsen?

Squla biedt een rustige, doelgerichte manier om je kind goed voor te bereiden op de LIB-toetsen. Squla maakt het oefenen speels en effectief door:

  • Aansluiting op de schooldoelen: de oefeningen zijn afgestemd op de officiële SLO-leerdoelen van de basisschool, zodat je kind precies oefent wat het nodig heeft voor de toets.
  • Niveau past zich aan: de moeilijkheidsgraad wordt automatisch aangepast op basis van hoe je kind presteert. Zo oefent je kind altijd op het juiste niveau, wat vertrouwen geeft en frustratie voorkomt.
  • Oefenvragen zoals in de toets: Squla biedt vragen die lijken op de vraagstelling van Cito, en IEP toetsen, zodat je kind vertrouwd raakt met het soort vragen dat het kan verwachten.
  • Leren met plezier: dankzij verhalen, quizzen en speelse oefeningen blijft het leerproces leuk en afwisselend, wat de motivatie hoog houdt.

Tot slot: het totaalplaatje van je kind

De Leerling in Beeld-toetsen in groep 6 geven inzicht in de ontwikkeling van je kind, maar een kind is zoveel meer dan alleen een toetsresultaat. Naast rekenen en taal telt ook hoe je kind zich sociaal, creatief en emotioneel ontwikkelt. Een goede voorbereiding kan helpen om met zelfvertrouwen de toets te maken, maar uiteindelijk draait het op school om veel meer dan alleen cijfers.

Leerkrachten kijken naar het totale plaatje: hoe een kind groeit, samenwerkt, doorzet en nieuwe dingen ontdekt. De toetsresultaten zijn slechts één hulpmiddel om te bepalen waar extra ondersteuning of juist verrijking nodig is, maar ze zeggen niet alles over de unieke talenten en kwaliteiten van je kind.

Dit blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Als Intern begeleider is ze onder andere verantwoordelijk voor het analyseren van LVS-toetsen, het begeleiden van leerkrachten bij de toetsafname en het bespreken van toetsen met ouders.

Wat wordt er getoetst bij de LVS- toetsen in groep 4?

Juf Shelby

Groep 4 is een belangrijk schooljaar. Waar in groep 3 de basis wordt gelegd, gaan kinderen in groep 4 die basis verder uitbouwen. Ze lezen steeds zelfstandiger, rekenen met grotere getallen en leren teksten beter begrijpen. Om deze ontwikkeling goed te volgen, maken kinderen in groep 4 verschillende LVS-toetsen.

In dit blog leg ik je uit welke toetsen er in groep 4 worden afgenomen, wat deze toetsen meten en hoe je je kind op een rustige en helpende manier kunt ondersteunen.

Om de ontwikkeling te volgen wordt je kind in groep 4 getoetst. Deze resultaten worden ook vergeleken met de toetsen van groep 3. In dit blog lees je wat er zoal aan bod komt in de toetsen van groep 4 en hoe de opgaven samengesteld zijn. (meer…)

Wat wordt er getoetst bij de LVS-toetsen in groep 3?

Juf Shelby

Groep 3 is een bijzonder jaar. Het jaar waarin je kind rond de kerst ineens korte zinnen kan lezen, ineens dingen bij elkaar kan optellen en je kind grote sprongen maakt in zijn ontwikkeling. Tegelijk roept dit schooljaar bij veel ouders vragen op: welke toetsen krijgt mijn kind eigenlijk? Wat meten die LVS-toetsen precies? En hoe serieus moet ik die uitslagen nemen?

In groep 3 heeft je kind in korte tijd veel geleerd, zowel bij lezen als bij rekenen. Scholen gebruiken een leerlingvolgsysteem (LVS) om de ontwikkeling van kinderen over meerdere jaren te volgen. Dat gebeurt niet alleen met toetsen, maar ook met observaties, gesprekken en dagelijkse lesmomenten.

Veelgebruikte LVS-systemen in Nederland zijn:

  • LIB (Leerling In Beeld) van Cito
  • Boom LVS
  • IEP toetsen (Inzicht Eigen Profiel)

Binnen deze systemen worden toetsen afgenomen, zodat leerkrachten kunnen zien:

  • waar een kind staat,
  • hoe de groei verloopt,
  • en welke extra ondersteuning of meer uitdaging nodig is.

👉 Belangrijk om te weten: toetsen zijn hulpmiddelen, geen doel om zo perfect mogelijk te maken. Er ligt gelukkig bij toetsaanbieders steeds vaker de focus op niet alleen de leerprestaties maar ook het welbevinden van je kind. Toetsen geven een score, maar vertellen nooit het hele verhaal van jouw kind.

Cito Leerling in Beeld (LIB)

Cito spreekt tegenwoordig niet meer alleen over “Cito-toetsen”, maar over Leerling in Beeld. Dit is een compleet toetssysteem waarin:

  • cognitieve ontwikkeling,
  • groei (vaardigheidsscores),
  • én sociaal-emotioneel functioneren
    samenkomen.

Veel scholen werken inmiddels met digitaal adaptieve toetsen. Dat betekent dat de toets zich aanpast aan het niveau van het kind: gaat het goed, dan worden de vragen iets moeilijker; is het lastig, dan worden ze eenvoudiger. Zo ontstaat een betrouwbaarder beeld zonder onnodige frustratie voor je kind.

Boom toetsen groep 3

Een andere aanbieder van toetsen is Boom LVS. Dit bestaat uit volgtoetsen voor de kernvaardigheden rekenen-wiskunde, begrijpend lezen en spelling, en de technische vaardigheden hoofdrekenen en technisch lezen.

Het Boom LVS is continu genormeerd. Dat betekent dat er geen vaste toetsmomenten zijn voorgeschreven. De leerkracht kiest niet alleen het best passende toetsmoment, maar ook de toets die het best past bij het niveau van de leerlingen. Boom adviseert 1x per jaar te toetsen, maar indien nodig zijn er mogelijkheden voor een extra afname. De LIB toetsen zijn overigens ook in andere periodes af te nemen dan de adviesperiodes. 

‘Door de toetsen af te nemen, die je inzicht geven in de aanleg en leerpotentie, de motivatie of de leeraanpak van het kind, kun je als school de verwachtingen die je hebt afzetten tegen de leeropbrengsten. Zo krijg je helder of je uit het kind haalt wat erin zit, en weet je wat je kunt doen om het aanbod verder aan te scherpen of andere accenten te leggen.’
Boom, informatiebrochure)

(meer…)

Alles over de LVS Cito-LIB-toetsen 2026

Juf Shelby

Toetsweken… voor veel ouders en kinderen voelt het als een spannende periode.
Toch zijn de LIB-toetsen van Cito helemaal niet bedoeld om kinderen “af te rekenen”, maar juist om hun groei in beeld te brengen. In deze blog leg ik je stap voor stap uit wat deze toetsen meten, wat begrippen zoals vaardigheidsscore, functioneringsniveau en referentieniveaus betekenen én waarom één lagere score echt geen reden is voor paniek.

Wat is het Leerlingvolgsysteem (LVS) eigenlijk?

Alle basisscholen zijn verplicht om de ontwikkeling van leerlingen te volgen. Veel scholen gebruiken hiervoor Leerling in Beeld (LIB) van Cito.
Deze toetsen:

  • volgen de voortgang van je kind
  • laten zien waar extra uitleg of juist extra uitdaging nodig is
  • helpen scholen om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren

Cito kijkt bij groei niet naar het landelijk gemiddelde, maar vergelijkt je kind met leerlingen van een vergelijkbaar niveau. Dat geeft een eerlijker beeld. Met de toetsen van het Leerlingvolgsysteem (LVS) volg je de gehele basisschooltijd de vorderingen van je kind.

Volgens Cito (2025) draait het bij Leerling in Beeld (LIB) om de groei van elk kind. In de rapportages is in één oogopslag te zien of de persoonlijke groei naar verwachting is, of juist boven of onder verwachting.
Voor scholen is het volgen van de resultaten belangrijk om de ontwikkeling per leergebied en per groep te analyseren. De rapportages helpen scholen om gericht te sturen op onderwijskwaliteit.

Welke LIB-toetsen worden afgenomen?

Scholen zijn verplicht om de vorderingen van leerlingen jaarlijks te volgen. Dit kan met LIB toetsen van Cito, maar ook met die van andere aanbieders zoals BOOM of IEP. Scholen bepalen zelf welke toetsen ze afnemen. Per leerjaar kan dit verschillen. De meest gebruikte LIB toetsen zijn:

Taal en lezen:

  • Spelling (groep 3 t/m 8)
    Werkwoordspelling en leestekens: een dictee over de spelling van werkwoorden in de tegenwoordige en verleden tijd voor groep 6, 7 en 8.
  • DMT: dit is een leestoets om in 1 minuut zoveel mogelijk woordjes op tempo te lezen. Er worden drie kaarten met woordrijtjes afgenomen, vandaar de naam drie-minuut-toets. De DMT toets wordt vaak gebruikt als meetinstrument bij vermoedens van dyslexie. Kinderen met leesproblemen hebben namelijk veel moeite met het lezen van losse woorden zonder de context van een zin.
  • AVI: dit is een leestoets met teksten/verhaaltjes die binnen een bepaalde tijd en een maximum aantal fouten gelezen moet worden. Hierna zijn kinderen in te delen op leesniveau, bijvoorbeeld: AVI M3 (midden groep 3). Hierna kun je ook gericht boekjes kiezen op het leesniveau. Of oefenen met het lezen van één AVI niveau hoger.
  • Begrijpend lezen: deze leestoets heeft vragen over de inhoud van diverse soorten teksten (gericht op het begrip van teksten) voor eind groep 3 t/m 8.

Rekenen en Wiskunde

Optionele toetsen:

  • Rekenen basisbewerkingen (hoofdrekenen)
  • Woordenschat
  • Engels
  • Begrijpend luisteren
  • Sociaal-emotioneel functioneren

Afnamemomenten

Er zijn twee of drie toetsmomenten in een schooljaar. Zo kan de leerkracht goed zien hoe de groei verloopt door het jaar heen. De afkortingen geven het moment van toetsafname weer:

  • B = Begin schooljaar: oktober (meestal alleen in groep 8 als extra ondersteuning voor het schooladvies)
  • M = Midden van het schooljaar (jan-feb)
  • E = Einde van het schooljaar (mei-jun)

Hoe werkt de toetsscore?

Een score zoals 35 van de 40 goed zegt weinig. Daarom zet Cito ruwe scores om naar een genormeerde score:

  • I of A-score: hoogste 20% van de leerlingen
  • V of E-score: laagste 20% van de leerlingen

A t/m E en I t/m V

Alle Cito-toetsen zijn landelijk genormeerd. Deze normen zijn bedoeld om de vaardigheid van kinderen te vergelijken met die van andere leerlingen in Nederland in dezelfde jaargroep. Deze score kan op 2 manieren ingedeeld worden.

Als een kind bijvoorbeeld aan het eind van groep 4 op de toets Spelling het vaardigheidsniveau A of I behaalt, dan betekent dit dat deze leerling op dat tijdstip tot de 20% hoogst scorende leerlingen behoort.

Vaardigheidsscore (VS)

De vaardigheidsscore toont de ontwikkeling van je kind over meerdere toetsmomenten.

Waarom is dit belangrijk?

  • Toetsen verschillen in inhoud en moeilijkheid.
  • Daardoor kun je “aantal goed” niet vergelijken tussen toetsmomenten.

Met de VS kan dat wél.

Voorbeeld:

  • Spelling M4: VS = 65
  • Spelling E4: VS = 72
    → je ziet een duidelijke groei.

Een A-I score zegt hoe je kind scoort in vergelijking met het landelijk gemiddelde van leeftijdsgenootjes. Maar het is veel interessanter om te zien hoe je kind ten opzichte van zichzelf gegroeid is. En laat dat nu precies zijn wat je als ouder en leerkracht wilt weten! In het leerlingprofiel zie je de vorderingen die jouw kind gemaakt heeft in een grafiek, eigenlijk veel mooier dan alleen een getalletje toch?

Persoonlijke groei in een grafiek

Het leerlingrapport van de LIB toetsen is volgens Cito op groei gericht, minder op alleen leerprestaties. Je ziet direct of de groei naar verwachting is, of juist boven of beneden verwachting. De leerkracht krijgt rapportages op diverse niveaus:

  • Leerlingniveau: van ieder kind individueel (deze rapportage krijg je als ouder ook te zien)
  • Groepsniveau: alle scores van de hele groep bij elkaar (geeft de leerkracht inzicht wat er in de groep aan leerkansen liggen)
  • Schoolniveau: geeft de IB-er/KC-er, directie en bestuur inzicht in wat er aan onderwijskwaliteit schoolbreed verbeterd kan worden.

Functioneringsniveau (FN)

Het functioneringsniveau (FN) geeft aan met welk gemiddelde leerjaar de vaardigheidsscore van je kind te vergelijken is. Een FN M4 betekent dat het kind functioneert op midden groep 4-niveau. Dit is een indicatie, geen oordeel. Een FN onder of boven het jaargroepniveau betekent vooral dat de leerkracht weet hoe hij of zij het onderwijs kan afstemmen.

Referentieniveaus (groep 6–8): 1F, 1S en 2F uitgelegd

Vanaf eind groep 6 laat Cito zien welke referentieniveaus je kind behaalt op taal en rekenen. Scholen gebruiken deze referentieniveaus om te bepalen of een leerling op koers ligt voor het voortgezet onderwijs en om gerichte ondersteuning te bieden indien nodig. In het basisonderwijs zijn de belangrijkste niveaus:

  • 1F – Fundamentniveau (basis die elke leerling aan het einde van groep 8 nodig heeft)
  • 1S – Streefniveau (iets hoger; passend voor veel leerlingen)
  • 2F – Streefniveau taal voor leerlingen die richting vmbo-tl/havo/vwo gaan
  • 3F/4F – Deze worden pas in het voortgezet onderwijs gemeten

Belangrijk om te weten is dat er vanaf groep 3 al wordt begonnen met het werken aan de doelen om uiteindelijk het 1F-niveau te behalen. Deze doelen bereiden leerlingen stap voor stap voor op het behalen van de 1F-doelen. In de praktijk behalen bijna alle leerlingen dit niveau voor het verlaten van de basisschool. Daarom wordt er in het basisonderwijs ook gewerkt aan hogere referentieniveaus. Voor taal is dat niveau 2F en voor rekenen niveau 1S. Dit worden ook wel streefdoelen genoemd, omdat ze voor alle leerlingen nagestreefd worden, maar niet door iedereen worden behaald aan het einde van het basisonderwijs. Lees meer over referentieniveaus in mijn blog: Wat zeggen de referentieniveaus 1F, 1S en 2F over je kind? Juf Shelby legt het uit

Help, een lage score! Wat nu?

Eén lage score zegt niet dat je kind het niet kan of dat er iets “mis” is.

Toetsen:

  • zijn momentopnames
  • meten nooit álles wat een kind kan
  • zijn slechts één van de vele bronnen die de leerkracht gebruikt

De juf of meester kijkt naar:

  • werkhouding
  • inzet
  • zelfstandigheid
  • leerstrategieën
  • sociale ontwikkeling
  • én toetsresultaten

Een Cito-score bepaalt nooit alleen het niveau of schooladvies. Een toets is geen afrekeninstrument. Maak je dus niet te veel zorgen over één lagere score. Het belangrijkste is dat je kind zich blijft ontwikkelen. Leg er dus niet al te veel prestatiedruk op. Een toets laat de verbeterpunten van je kind zien, maar ook wat juist zijn of haar sterke kanten per vakgebied zijn. Zodat je kind extra ondersteund of extra uitgedaagd kan worden. Het resultaat van een toets is dan ook echt niet allesbepalend. De juf of meester ziet veel meer van je kind in de dagelijkse omgang en baseert zijn oordeel niet alleen op toetsscores. Geen stress dus van een lage score!

Oefenen voor de Cito-toets, do or don’t?

Cito zelf geeft aan:
“Oefenen mag, maar niet om hogere scores te behalen. Wel om vertrouwd te raken met vraagsoorten.”

Oefenen voor de toets is in principe niet nodig, omdat de toets bedoeld is om objectief te meten wat je kind kan. Wel kan het helpen om vertrouwd te raken met de vraagstelling, omdat LVS-toetsen anders geformuleerd zijn dan methodetoetsen. In de les of thuis oefenen met de belangrijkste lesstof van dat leerjaar, kan dan ook zinvol zijn. Wil je weten wat er per leerjaar getoetst wordt? Lees dan mijn blogs over wat er per groep getoetst wordt.

Oefenen met de vraagstelling

Wat dus vooral helpend kan zijn is het kennismaken met de vraagstelling in Cito-toetsen door bijvoorbeeld te oefenen met de Cito-voorbereidingen van Squla. Toetsen maken namelijk vaak gebruik van meerkeuze vragen, wat kinderen bij het dagelijks rekenen niet zo gewend zijn. Het is dan goed om voor te bereiden hoe je omgaat met dat soort vragen.

Heeft je kind moeite met de LVS-toetsen? Dat is niet zo gek. Methodetoetsen sluiten vaak aan op de stof waarmee je kind in de weken daarvoor geoefend heeft. LVS-toetsen gaan over leerstof van een langere periode en dat kan best verwarrend zijn. Op Squla oefent je kind met de lessstof van het desbetreffende schooljaar zodat hij of zij niet verrast wordt op het toetsmoment.

Speciale aanpassingen

Ouders vragen regelmatig of er aanpassingen mogelijk zijn voor kinderen met bijvoorbeeld dyslexie, TOS of een visuele of auditieve beperking. De school bepaalt zelf welke versie van de toets wordt ingezet. De ondersteuning verschilt tussen de papieren en digitale versie. In de digitale toets is er bijvoorbeeld audio-ondersteuning, ook bij leesteksten. Daarnaast zijn de volgende aangepaste versies beschikbaar:

  • zwart-witversie (ook met audio te gebruiken, alleen op papier)
  • vergrote zwart-witversie (ook met audio te gebruiken, alleen op papier)
  • verklankte versie (zowel op papier als digitaal)

Wil je weten welke aanpassing het beste bij jouw kind past? Bespreek dit met de school.

Geen stress!

Toetsen zijn dus bedoeld om de ontwikkeling van je kind in beeld te brengen en zijn echt niet allesbepalend. Het laat de groei van je kind zien, maar blijft ook een momentopname. Leg er dus niet te veel druk op. Focus vooral op het proces (de inzet van je kind) in plaats van op het resultaat. Heel veel succes deze toetsperiode!

Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel – Juf Shelby | Bachelor of Education PABO | Master SEN (MSEN) intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs.

Geraadpleegde bronnen:
Cito leerlingprofiel

Wat zeggen de referentieniveaus 1F, 1S en 2F over je kind? Juf Shelby legt het uit

Juf Shelby

In deze blog neem ik je mee in wat referentieniveaus zijn, bij welke toetsen ze worden weergegeven en hoe je deze uitslagen kunt interpreteren zonder onnodige zorgen. Vooral wanneer er termen voorbij komen die je niet dagelijks gebruikt: 1F, 1S, 2F… Wat betekent dat allemaal? Waar zie je het terug? En vooral: wat zegt het over je kind?

Wat zijn referentieniveaus?

Referentieniveaus zijn landelijke afspraken over de basisvaardigheden die kinderen aan het einde van hun schoolloopbaan moeten beheersen op het gebied van taal en rekenen. In de wet staat dat alle toetsaanbieders van de eindtoets de referentieniveaus moeten meten.

Ze zijn bedoeld om duidelijkheid te geven: wat moet een kind minimaal kunnen (fundamentniveau) en welk niveau streeft het onderwijs na (streefniveau).

We werken in het basisonderwijs met:

  • 1F – fundamentniveau (basis die elke leerling aan het einde van groep 8 nodig heeft)
  • 1S – streefniveau (iets hoger; passend voor veel leerlingen)
  • 2F – streefniveau taal voor leerlingen die richting vmbo-tl/havo/vwo gaan
  • 3F/4F – deze worden pas in het voortgezet onderwijs gemeten

Een referentieniveau zegt iets over wat een kind op dit moment laat zien, niet over zijn of haar volledige potentie.

1F is dus het fundamentele niveau voor taal en rekenen dat (bijna) alle kinderen aan het einde van de basisschool zouden moeten beheersen voordat ze naar het voortgezet onderwijs gaan.

Waar zie je referentieniveaus terug?

De school kiest zelf welke toetsaanbieder ze gebruiken om de ontwikkeling te volgen. Bekende toetsaanbieders zijn: Cito Leerling in Beeld, BOOM, Route-8, DIA-toetsen, AMN en IEP. Deze toetsen meten in de middenbouw en bovenbouw of een kind richting het 1F doel groeit.

Je ziet dus niet: “je kind is nu 1F”
maar wel:

  • Is het op weg naar 1F?
  • Ontwikkelt het boven verwachting (richting 1S/2F)?
  • Ontwikkelt het onder niveau en is extra ondersteuning nodig?

IEP geeft in het LVS (Leerlingvolgsysteem) per onderdeel aan of een leerling “toewerkt naar 1F” of naar een hoger niveau. Cito laat in Leerling in Beeld zien hoe de groeilijn zich verhoudt tot de 1F-groeilijn in een grafiek.

1. Cito – Leerling in Beeld (LVS)

Cito geeft binnen het leerlingvolgsysteem aan waar een kind staat ten opzichte van de referentieniveaus.

  • In rapportages op leerling-, groeps- en schoolniveau zie je de groei en hoe die zich verhoudt tot de landelijke normen.
  • De referentieniveaus worden vanaf eind groep 6 zichtbaar in de “Leerling in Beeld” toetsen.
  • Je ziet bijvoorbeeld:
    “Je kind beheerst nu 1F voor lezen” of
    “Het werkt toe naar 2F voor taalverzorging”.

Voor jou als ouder geeft dit inzicht in:

  • Hoe je kind zich ontwikkelt,
  • Of de basis voldoende stevig is,
  • En waar mogelijk extra aandacht nodig is.

2. IEP-toetsen (Bureau ICE)

Ook de IEP Doorstroomtoets en het IEP-LVS werken met referentieniveaus.

Bij de IEP-toetsen zijn voor het einde van groep 8 belangrijk:

  • Taal: 1F en 2F
  • Rekenen: 1F en 1S

De IEP-uitslag laat direct zien welk niveau je kind heeft gehaald. Dit wordt vervolgens gebruikt bij het schooladvies, maar het advies is altijd een combinatie van toetsen, observaties, werkhouding en ontwikkeling.

Wat zegt een referentieniveau over je kind?

1. Het geeft aan waar je kind staat in de leerlijn

Een kind dat 1F beheerst, heeft de basisbeginselen van rekenen of taal voldoende onder de knie. Een kind dat 1S of 2F haalt, zit daarboven en kan vaak meer uitdaging aan.

2. Het is géén etiket of eindstation

Een referentieniveau is een momentopname. Het zegt niets over motivatie, werkhouding, creativiteit, doorzettingsvermogen of de groei die gaat komen. Veel kinderen maken groeisprongen met name in de bovenbouw.

3. Het helpt de school om passend onderwijs te bieden

De leerkracht gebruikt deze informatie om:

  • Te bepalen welke instructie een kind nodig heeft,
  • Te zien of er extra ondersteuning nodig is,
  • En samen met jou te bespreken waar je kind naartoe kan groeien.

4. Het zegt niets over wie je kind ís

Referentieniveaus zijn een waardevol hulpmiddel om te zien hoe een kind zich ontwikkelt in taal en rekenen. Maar een toets vertelt nooit het hele verhaal. Een referentieniveau zegt iets over vaardigheden, niet over waarde.

Een kind kan super goed zijn in begrijpend luisteren, samenwerken, creatief denken, bouwen, tekenen, sporten, of sociaal contact, allemaal dingen die niet met een opgavenboekje te toetsen zijn.

Hoe interpreteer je de uitslag als ouder?

  • Onder 1F?
    Dat betekent dat de basis nog niet stevig genoeg is. De school kijkt dan wat er nodig is aan extra begeleiding.
  • 1F behaald?
    Je kind beheerst de basis. Dat is prima en passend voor veel leerlingen.
  • 1S of 2F?
    Je kind laat zien dat het bovengemiddeld presteert op dat onderdeel. Dit is een hoger niveau, bedoeld voor kinderen die doorstromen naar voornamelijk de havo of het vwo. 
  • Verschillen tussen de vakken?
    Dat is normaal. Het ene kind is sterker in taal en het andere in rekenen.
  • Dalingen of stijgingen?
    Bekijk altijd de groei over langere tijd. Eén mindere toets zegt vaak heel weinig.

Wat kun je als ouder doen?

  • Praat met je kind over wat het al wel kan.
  • Vraag op school naar wat de score betekent in de dagelijkse lessen.
  • Focus op groei, niet op het niveau alleen.
  • Ondersteun spelenderwijs thuis met lezen, rekenen en woordenschat. Met Squla kun je heel doelgericht op bepaalde onderwerpen oefenen van taal of rekenen.
  • Vraag gerust om extra uitleg of een vervolggesprek als de uitslag je onzeker maakt.

Taal en rekenen oefenen met Squla: doelgericht en leuk

Een fijne manier om thuis gericht aan de slag te gaan met taal en rekenen is door gebruik te maken van Squla. Belangrijke kenmerken:

  • Doelgericht oefenen: In de bovenbouw (groepen 6 t/m 8) stelt Squla dagelijks een leerpad samen waarmee je kind werkt aan een helder doel.
  • Adaptief niveau: Het oefenmateriaal past zich aan het niveau van je kind aan: is iets te moeilijk, dan wordt het iets eenvoudiger; gaat het goed, dan komt er uitdaging bij.
  • Verloop naar toetsen: Voor groep 8 is er specifiek materiaal om bekend te raken met het type vragen dat voorkomt bij de eindtoetsen.
  • Motivatie + plezier: Omdat de oefeningen zijn vormgegeven als spel of quiz, blijft je kind vaak gemotiveerder.

Het kind achter het cijfer

Als juf zag ik het vaak: Kinderen groeien vaak met sprongen, bloeien op door vertrouwen en leren het meest wanneer ze zich gezien voelen en lekker in hun vel zitten. Ook per leerjaar kunnen er grote verschillen zijn. Waar sommige kinderen in groep 6 nog lang niet op weg lijken te zijn naar 1F, werd het vaak in groep 8 ruim behaald. Blijf vooral kijken naar je kind in zijn totaliteit, jouw kind met zijn talenten, zijn inzet en zijn unieke manier van leren.

Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht, intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO verdiepte ze zich in gedrag en begeleiding met de Master SEN (Special Educational Needs). Vanuit haar ervaring in de klas én als moeder van Fayenn (6) en Mace (3), schrijft ze onder de naam ‘Juf Shelby‘ over opvoeding, onderwijs en gedrag.