- VakkenKies je groepKies je groep
-
Rekenen
-
Taal
-
Begrijpend lezen
-
Engels
-
Toetsen
-
Vreemde talen
-
De wereld
-
Verkeer
-
Tekenen
-
Adaptief rekenen
-
Rekenen
-
Taal
-
Spelling
-
Begrijpend lezen
-
Engels
-
Aardrijkskunde
-
Topografie
-
Geschiedenis
-
Natuur en techniek
-
Toetsen
-
Vreemde talen
-
Muziek
-
Verkeer
-
Tekenen
-
Adaptief rekenen
-
- Groepen
- Toetsen
- Leerkracht
Onbepaald voornaamwoord
Waar voornaamwoorden vaak naar iets concreets verwijzen, zoals personen, dieren of dingen, gaat dit voor het onbepaald voornaamwoord niet op. Deze woordsoort verwijst juist naar personen of zaken die niet bepaald zijn. ‘Alles’, ‘iedereen’, ‘allemaal’ en ‘iets’ zijn voorbeelden van onbepaalde voornaamwoorden. Omdat het onbepaald voornaamwoord één van de vele voornaamwoorden is waar je kind mee te maken krijgt, kan dit voor verwarring zorgen. Hierdoor ontleedt je kind een zin mogelijk op de verkeerde manier. Wil jij je kind helpen om het onbepaald voornaamwoord onder de knie te krijgen? Op deze pagina lees je er alles over.
Alle onbepaalde voornaamwoorden op een rijtje
Er zijn verschillende woorden die tot de onbepaalde voornaamwoorden gerekend worden. Als je kind een zin op de juiste manier wil ontleden, is het belangrijk dat hij weet welke woorden tot de onbepaalde voornaamwoorden gerekend worden. Laat je kind daarom de volgende onbepaalde voornaamwoorden uit het hoofd leren. Dit helpt hem namelijk bij het ontleden van zinnen.
- alle
- alles
- andere(n)
- elk(e)
- ieder
- iedereen
- iemand
- iets
- niemand
- niets
- sommige(n)
- vele(n)
Enkele voorbeeldzinnen
Je weet inmiddels welke woorden er tot de woordsoort onbepaald voornaamwoord gerekend worden. Laat je kind deze woorden vooral uit zijn hoofd leren, want dit komt van pas bij het ontleden van zinnen. Om het allemaal nog wat duidelijker te maken, volgen hier enkele voorbeeldzinnen waarin een onbepaald voornaamwoord staat.
- Alle kinderen waren vandaag vrij.
- Het werd alles of niets.
- Hij had voor ieder iets lekkers meegenomen.
- Iedereen ging de verkeerde kant op.
- Heb ik jou iets gevraagd?
- Niemand wist het antwoord op de vraag.
- Ze konden er helemaal niets van zien.
- Sommige mensen lusten geen spruitjes, anderen zijn er juist gek op.
- Vele handen maken licht werk.
Met of zonder -n
Sommige onbepaalde voornaamwoorden kunnen zowel met als zonder -n aan het einde geschreven worden. Weet je kind niet precies wanneer een onbepaald voornaamwoord de uitgang -n krijgt en wanneer niet? Dan kan dit resulteren in de verkeerde spelling van het woord. Gelukkig kun je je kind een trucje leren om het woord op de juiste wijze te schrijven. Als een onbepaald voornaamwoord verwijst naar een persoon, volgt er een -n. Verwijst het woord naar een dier of ding? Dan komt er geen -n achter. Kijk maar eens naar de volgende voorbeeldzinnen.
- Velen gingen dit jaar met de auto op vakantie. → ‘Velen’ verwijst naar personen.
- De koeien vielen in de sloot. Vele zijn er slecht aan toe. → ‘Vele’ verwijst naar een dier.
- Joep en ik zijn nog op het feestje, maar alle anderen zijn al naar huis. → ‘Anderen’ verwijst naar personen.
- Sommige huizen zijn al heel oud, andere zijn net gebouwd. → ‘Andere’ verwijst naar een ding.