Ryanne

04-02-2016 - Leestijd: 3 min

Een werkstuk maken in groep 6, 7, 8 (en hoe je je kind kunt helpen)

“Ik moet een werkstuk maken voor school.” Vroeg of laat komt deze zin de huiskamer in. Meestal voor het eerst in groep 6, en daarna weer in groep 7 en 8. Hoe helpt je je kind, zonder het zelf helemaal over te nemen? Een stappenplannetje voor helpende ouders.

1. De inspiratie en een onderwerp kiezen

Kies samen een onderwerp dat goed bij je kind past. Iets waar je kind al vanuit zichzelf in geïnteresseerd is. Vraag bijvoorbeeld over welk onderwerp je kind zelf meer wil weten. Probeer het onderwerp dan niet te groot maken. Zegt je kind bijvoorbeeld ‘dieren’ als je vraagt waar hij of zij meer over wil weten, dan kun je doorvragen naar welk dier in het bijzonder.

2. Waarom dit onderwerp voor het werkstuk?

Vraag je kind waarom hij of zij juist dit onderwerp heeft gekozen. Laat je kind die redenen daarna opschrijven. Probeer je kind ook te laten beschrijven wat hij of zij al weet van het onderwerp. En waar hij of zij nog naar benieuwd is.

3. Wat wil je kind nog weten over dit onderwerp?

Je kind kan opschrijven welke dingen hij of zij graag nog te weten wil komen over het onderwerp. Je kunt, als dit moeilijk is, eventueel helpen door vragen te stellen: wie, wat, wanneer, waar, waarom, hoe? Stel, het werkstuk gaat over dino’s. Waarom zijn ze uitgestorven? Wanneer was dat? Waar leefden ze? Wat zijn dino’s eigenlijk?

4. Informatie voor het werkstuk verzamelen

Help je zoon of dochter bij het zoeken naar informatie over het onderwerp. Probeer verder te kijken dan alleen online, dus denk ook aan boeken, films, kranten, tijdschriften, televisieprogramma’s. Je kind leert zo meteen hoe rijk en divers de beschikbare bronnen zijn.

5. Een indeling voor het werkstuk maken. Wat vertel je wanneer?

Maak samen een heldere indeling. Begin altijd met een inleiding, waarin staat wat het onderwerp is, en waarom juist dit onderwerp, en leg bijvoorbeeld uit wat er verder in het werkstuk nog aan bod komt. Maak daarna een paar hoofdstukken. Eindig met een conclusie (die mag ook persoonlijk zijn).
Helemaal chic is het om daarna nog de bronnen te noemen.

6. De inhoud: typen maar!

We zijn al bij stap 6 en nu pas gaat het echte typen beginnen. Op internet staat natuurlijk veel informatie die je rechtstreeks kunt copypasten. Daar leert je kind niet veel van, en de juf of meester ziet heus dat deze woorden niet zelfgekozen zijn. Druk je zoon of dochter op het hart om zo veel mogelijk in eigen woorden te typen. Het kost even wat meer tijd, maar het resultaat is dan wel origineel.

7. The finishing touch!

Voor sommige kinderen is dit verreweg het leukste deel van het werkstuk. De plaatjes uitzoeken, de regelafstand en het lettertype perfectioneren, de kleuren kiezen … en natuurlijk een geweldige voorkant maken! Hier gaat het bij de ouders soms ook mis. De nacht voor het inlevermoment zit vader nog tot laat achter de computer om alles zo mooi mogelijk te maken. Onzin natuurlijk! Het werkstuk is van je kind, dus ondersteun waar je kunt, maar maak er geen volwassen meesterwerk
van.

Succes!