Leren klokkijken

Leren klokkijken in het kort: kinderen leren klokkijken stap voor stap. Eerst ontwikkelen ze tijdsbesef, daarna leren ze hele uren, halve uren, kwartieren en minuten aflezen op de analoge en digitale klok. Op de basisschool begint dat meestal al in groep 1 en 2 en loopt het door tot en met groep 6. In die jaren leert je kind niet alleen hoe laat het is, maar ook hoe lang iets duurt en hoe je tijd beter kunt plannen.
Je kind ziet al op jonge leeftijd overal klokken: aan de muur, op de oven, op een wekker, tablet of telefoon. Daardoor komt klokkijken al vroeg in beeld. Op de basisschool wordt daar vanaf de onderbouw aandacht aan besteed. Dat is niet vreemd, want klokkijken is een belangrijke vaardigheid in het dagelijks leven. Je kind heeft het nodig om te begrijpen wanneer iets begint, hoe lang iets duurt en hoeveel tijd er nog over is.

Op deze pagina lees je alles wat je moet weten over leren klokkijken. Je vindt uitleg over de analoge klok en de digitale klok, voorbeelden van hele uren, halve uren, kwartieren en minuten, en praktische manieren om thuis te oefenen. Ook zie je per groep wat kinderen meestal leren over tijd en klokkijken.

Hoe leert je kind klokkijken?

Klokkijken leer je niet in één keer. Het is een vaardigheid die over meerdere schooljaren wordt opgebouwd. Eerst leert je kind dat tijd bestaat en dat tijd voorbijgaat. Daarna komen de begrippen die bij klokkijken horen, zoals vroeg, laat, morgen, gisteren, dag, nacht, voor, over en half. Pas als die basis duidelijk is, wordt het aflezen van de klok stap voor stap uitgebreider.

GroepWat leert je kind over klokkijken?
Groep 1 en 2Tijdsbesef, dagindeling en tijdsbegrippen zoals morgen, gisteren, vroeg en laat
Groep 3 Hele uren op de analoge klok, en vaak een eerste kennismaking met digitale tijden
Groep 4Halve uren en kwartieren op de analoge en digitale klok
Groep 5Minuten aflezen, werken met vijf en tien minuten, en de klok nauwkeuriger lezen
Groep 6Volledig klokkijken, tijdsduur berekenen, plannen en soms ook seconden

Sommige kinderen hebben klokkijken snel door. Andere kinderen vinden vooral de taal rondom tijd lastig. Denk aan uitdrukkingen als half 4, kwart voor 5 of vijf over half 7. Dat is heel normaal. Juist daarom wordt klokkijken op school in kleine stappen aangeboden.

Waarom is leren klokkijken belangrijk?

Klokkijken is meer dan alleen weten hoe laat het is. Het helpt je kind ook bij:

  • het begrijpen van een dagritme;
  • op tijd komen;
  • plannen en organiseren;
  • inschatten hoe lang iets duurt;
  • zelfstandig werken op school en thuis.

Wie goed leert klokkijken, begrijpt beter wanneer een activiteit begint en eindigt. Dat maakt een kind zelfstandiger. Het helpt ook bij rekenen, omdat klokkijken verband heeft met tellen, getalbegrip en het rekenen met minuten en uren.

Analoog klokkijken

Hoewel kinderen tegenwoordig vaak digitale tijden zien op een scherm, beginnen veel methodes nog steeds met de analoge klok. Dat is logisch, want de analoge klok maakt tijd zichtbaar. Je kind ziet letterlijk hoe de wijzers bewegen en hoe tijd voorbijgaat.

Onderdelen van de analoge klok

Voordat je kind zelf leert klokkijken, is het belangrijk dat de basis duidelijk is. De analoge klok bestaat uit:

  • de kleine wijzer: die wijst de uren aan;
  • de grote wijzer: die wijst de minuten aan;
  • soms een secondewijzer: die telt de seconden.

Daarnaast leert je kind wat het betekent als de wijzers boven, onder, links of rechts staan. Ook begrippen als voor, over en half horen daarbij.

Hele uren aflezen

Bij hele uren is de grote wijzer altijd eenvoudig te herkennen: die staat op de 12. De kleine wijzer wijst dan het uur aan.

Voorbeelden:

  • kleine wijzer op de 1 = één uur
  • kleine wijzer op de 7 = zeven uur
  • kleine wijzer op de 10 = tien uur

Hele uren zijn meestal de eerste echte kloktijden die kinderen leren aflezen op de analoge klok.

Halve uren aflezen

Als je kind de hele uren begrijpt, volgen meestal de halve uren. Halve uren zijn in het Nederlands vaak even wennen, omdat we vooruitkijken naar het volgende uur.

Bij een half uur staat de grote wijzer op de 6. De kleine wijzer staat dan tussen twee cijfers in.

Voorbeeld:

  • staat de kleine wijzer tussen de 3 en de 4 en de grote wijzer op de 6, dan is het half 4

Dat betekent dus 3:30 en niet 4:30. Juist dit stukje taal maakt klokkijken voor veel kinderen lastig. Daarom helpt het om vaak hardop te oefenen.

Kwartieren aflezen

Na de halve uren komen de kwartieren. Ook hierbij let je goed op de grote wijzer.

  • staat de grote wijzer op de 3, dan is het kwart over
  • staat de grote wijzer op de 9, dan is het kwart voor

Voorbeelden:

  • kleine wijzer net na de 2 en grote wijzer op de 3 = kwart over 2
  • kleine wijzer bijna bij de 5 en grote wijzer op de 9 = kwart voor 5

Klokkijken met 5 en 10 minuten

Daarna leert je kind de klok in kleinere stapjes lezen, zoals met vijf en tien minuten. Dat is een belangrijke tussenstap voordat het de volledige analoge klok leert aflezen.

Voorbeelden:

  • grote wijzer op de 2 = 10 minuten over
  • grote wijzer op de 10 = 10 minuten voor
  • grote wijzer op de 1 = 5 minuten over
  • grote wijzer op de 11 = 5 minuten voor

Zo leert je kind onder andere tijden herkennen als:

  • vijf over 3
  • tien voor 8
  • vijf voor half 7
  • vijf over half 8

De volledige analoge klok

Als hele uren, halve uren, kwartieren en minuten duidelijk zijn, kan je kind de volledige analoge klok aflezen. Dan gaat het niet alleen meer om vaste ankerpunten, maar om elk willekeurig tijdstip op de wijzerklok.

Dat vraagt oefening. Je kind moet dan tegelijk letten op:

  • waar de grote wijzer staat;
  • waar de kleine wijzer staat;
  • of het om voor, over of half gaat;
  • welk uur al geweest is en welk uur eraan komt.

Juist die combinatie maakt analoog klokkijken voor veel kinderen lastiger dan digitaal klokkijken.

Lastige tijden: voor, over en half

Veel kinderen struikelen niet over de wijzers zelf, maar over de manier waarop wij tijd benoemen. Daarom is het handig om deze voorbeelden vaak samen te oefenen.

TijdZo zeg je het
1:00één uur
2:15kwart over 2
3:30half 4
4:45kwart voor 5
6:25vijf voor half 7
7:35vijf over half 8
9:50tien voor 10

Zegt je kind bij 1:10 bijvoorbeeld vijf voor kwart over één? Dan begrijpt het de tijd eigenlijk al best goed, maar gebruikt het nog niet de gebruikelijke benaming. In dat geval is extra oefenen vooral een kwestie van taal en routine.

Klokkijken op de digitale klok

Klokkijken op de digitale klok hoort ook bij de rekenlessen. Op een digitale klok wordt tijd weergegeven met cijfers in plaats van wijzers. Daardoor oogt die klok vaak overzichtelijker, maar ook hier moet je kind leren begrijpen wat het ziet.

Hoe werkt een digitale klok?

Een digitale klok laat meestal eerst de uren zien en daarna de minuten. Tussen die twee staat een dubbele punt.

Voorbeelden:

  • 08:00 = acht uur
  • 14:30 = half 3 in de middag
  • 19:15 = kwart over 7 in de avond

Je kind leert dus niet alleen de cijfers aflezen, maar ook de vertaalslag maken naar de manier waarop we tijd in het Nederlands uitspreken.

Hele uren, halve uren en kwartieren op de digitale klok

Net als bij de analoge klok begint digitaal klokkijken meestal met de basis:

  • 11:00 = elf uur
  • 14:30 = half 3
  • 19:15 = kwart over 7
  • 16:45 = kwart voor 5

Die koppeling tussen digitale tijd en gesproken tijd is belangrijk. Vooral tijden met :30 en :45 vragen oefening, omdat kinderen dan moeten omrekenen naar half of kwart voor.

Minuten aflezen op de digitale klok

Zodra de basis bekend is, leert je kind ook precieze minuten aflezen. Dan komen tijden in beeld zoals:

  • 09:55
  • 11:17
  • 23:47

Bij zulke tijden moet je kind niet alleen de cijfers herkennen, maar ook begrijpen hoe die tijd gezegd wordt. 09:55 is bijvoorbeeld vijf voor tien. En 23:47 is dertien minuten voor twaalf of, afhankelijk van wat geoefend wordt, simpelweg 23 uur en 47 minuten.

De 24-uurs klok

Op de digitale klok krijgt je kind vaak ook te maken met de 24-uursnotatie. Dat betekent dat de klok doorloopt van 00:00 tot 23:59.

Voorbeelden:

  • 07:00 = zeven uur ’s ochtends
  • 13:00 = één uur ’s middags
  • 18:30 = half 7 ’s avonds
  • 00:00 = het begin van een nieuwe dag

Voor sommige kinderen is juist deze overstap even wennen. Daarom helpt het om analoge en digitale tijden naast elkaar te oefenen.

Wat is het verschil tussen een analoge en digitale klok?

Het belangrijkste verschil zit in de manier waarop de tijd wordt weergegeven.

Een analoge klok gebruikt wijzers. Je kind moet dus kijken waar de grote en kleine wijzer staan. Een digitale klok gebruikt cijfers. Je kind leest dan direct uren en minuten af.

Voorbeeld:

  • op een analoge klok staat de kleine wijzer bij de 8 en de grote wijzer op de 12;
  • op een digitale klok staat dan 08:00.

De analoge klok helpt kinderen vaak om tijd beter te begrijpen als iets dat voorbijgaat. De digitale klok is meestal handiger om een exact tijdstip snel af te lezen. Daarom is het goed dat kinderen beide leren.

Hulpmiddelen bij leren klokkijken

Niet ieder kind leert even makkelijk klokkijken. Gelukkig zijn er verschillende hulpmiddelen die kunnen helpen.

Een oefenklok maken

Je kunt zelf een oefenklok maken van karton of papier. Teken een klok, zet de cijfers erop en maak draaibare wijzers. Door tijden samen in te stellen, ziet je kind hoe de wijzers bewegen en wat dat betekent.

Analoog en digitaal combineren

Een handig hulpmiddel is een oefenklok waarop je zowel de analoge als digitale tijd laat zien. Zet bijvoorbeeld bij de 1 ook 01:00 en 13:00. Zo leert je kind sneller de koppeling tussen een wijzerstand en een digitale tijd.

Hardop oefenen

Klokkijken wordt makkelijker als je het koppelt aan herkenbare momenten. Denk aan:

  • “We eten om half 6.”
  • “Je training begint om kwart over 4.”
  • “Over tien minuten gaan we weg.”

Zo merkt je kind dat klokkijken niet alleen een schoolonderwerp is, maar iets wat de hele dag terugkomt.

Klokkijken in groep 1 t/m 6

Klokkijken komt op veel basisscholen meerdere jaren terug. Hieronder lees je wat je kind meestal per groep leert.

Groep 1 en 2: besef van tijd

In groep 1 en 2 draait het vooral om spelenderwijs leren. Toch wordt hier al een belangrijke basis gelegd voor leren klokkijken. Je kind leert dat tijd bestaat en dat tijd voorbijgaat. Het ontdekt dat sommige activiteiten kort duren en andere langer.

Ook leert je kind tijdsbegrippen zoals:

  • gisteren
  • vandaag
  • morgen
  • vroeg
  • laat
  • dag
  • nacht

Daarnaast maakt je kind kennis met een dagritme en met het idee dat een klok iets vertelt over tijd.

Groep 3: hele uren

In groep 3 leren veel kinderen de hele uren aflezen. Daarbij leren ze het verschil tussen de kleine en grote wijzer. Ze zien dat de grote wijzer bij hele uren op de 12 staat en dat de kleine wijzer het uur aanwijst.

Voorbeelden die dan geoefend worden zijn:

  • 1 uur
  • 5 uur
  • 8 uur
  • 10 uur

Vaak worden hiervoor afbeeldingen van klokken gebruikt, zodat kinderen de link leggen tussen de wijzers en de tijd.

Groep 4: halve uren en kwartieren

In groep 4 wordt klokkijken meestal uitgebreider. Dan komen de halve uren en kwartieren aan bod, zowel op de analoge als op de digitale klok.

Je kind leert bijvoorbeeld:

  • half 3
  • kwart over 4
  • kwart voor 7

Bij halve uren ontdekt je kind dat de grote wijzer op de 6 staat en dat de kleine wijzer tussen twee cijfers in staat. Bij kwartieren leert het kijken naar de 3 en de 9 op de klok.

Groep 5: minuten aflezen

In groep 5 verschuift de aandacht vaak naar preciezer klokkijken. Je kind oefent dan met vijf minuten, tien minuten en uiteindelijk met losse minuten. Ook de digitale klok wordt uitgebreider geoefend.

Voorbeelden zijn:

  • vijf over 8
  • tien voor 11
  • 09:25
  • 14:50

Aan het einde van deze fase kan je kind meestal zowel eenvoudige analoge tijden als veel digitale tijden goed aflezen.

Groep 6: volledig klokkijken, tijdsduur en plannen

In groep 6 wordt de kennis verder verdiept. Je kind leert dan niet alleen nauwkeurig klokkijken, maar ook werken met tijdsduur. Hoe lang duurt iets? Hoeveel minuten zitten er tussen twee tijdstippen? Hoe laat moet je vertrekken als je ergens om 15:00 moet zijn?

Soms komen ook seconden aan bod. Daarnaast leert je kind tijd steeds vaker praktisch gebruiken, bijvoorbeeld bij plannen, zelfstandig werken en het indelen van taken.

Korte oefeningen met klokkijken

Met deze kleine oefeningen kan je kind meteen aan de slag.

Oefening 1 – Hele uren

De grote wijzer staat op de 12 en de kleine wijzer op de 7. Hoe laat is het?
Antwoord: zeven uur

Oefening 2 – Halve uren

De grote wijzer staat op de 6 en de kleine wijzer tussen de 4 en 5. Hoe laat is het?
Antwoord: half 5

Oefening 3 – Kwartieren

De grote wijzer staat op de 9 en de kleine wijzer bijna op de 3. Hoe laat is het?
Antwoord: kwart voor 3

Oefening 4 – Digitale klok

Op de digitale klok staat 14:30. Hoe zeg je dat?
Antwoord: half 3

Oefening 5 – Minuten

Op de digitale klok staat 09:55. Hoe zeg je dat?
Antwoord: vijf voor 10

Door zulke korte oefeningen regelmatig te herhalen, wordt klokkijken steeds vertrouwder.

Klokkijken oefenen met online spellen

Je kind kan klokkijken oefenen met een rekenboek, een oefenklok of werkbladen, maar online oefenen werkt vaak extra motiverend. Op Squla oefent je kind klokkijken met quizzen en games voor de wijzerklok en de digitale klok. Door te werken met beelden, duidelijke voorbeelden en uitleg bij het antwoord, wordt de stap van kijken naar begrijpen kleiner.

Online oefenen is vooral handig voor kinderen die baat hebben bij herhaling. Ze zien meerdere kloktijden achter elkaar, krijgen directe feedback en leren spelenderwijs wat goed gaat en waar nog extra oefening nodig is. Dat maakt klokkijken overzichtelijker en vaak ook leuker.

Gerelateerde artikelen