Zo leer je je kind de lengtematen

Carlijn

Lengtematen zijn een belangrijk onderdeel van het rekenen. Kinderen beginnen er al mee als ze aan de watertafel in groep twee bekertjes water staan over te gieten. Door de jaren heen wordt het steeds moeilijker, omdat het steeds meer theoretisch wordt. In groep 5 komen kinderen voor het eerst in aanraking met millimeters, decimeters, hectometers en kilometers. Het gaat zeker gebeuren dat jouw zoon of dochter om hulp vraagt. Voor ouders zijn de maten zo vanzelfsprekend, dat het soms moeilijk is om het goed uit te leggen. Hoe kun je je kind het beste helpen met rekenen en lengtematen?

Tip 1: Laten meten met de handen

Het is niet heel nauwkeurig, maar het geeft wel een praktisch beeld van de lengtematen: meten met de handen. Hoeveel handen kun je naast elkaar leggen op tafel? Als je weet hoe breed de tafel is, kun je je kind een idee geven van hoe lang bijvoorbeeld een meter is. Zo kan een tafel bijvoorbeeld 15 handen zijn.

Om te laten zien dat er verschillende lengtematen zijn, kun je ook je onderarmen gebruiken. Op die manier wordt duidelijk dat je hetzelfde op verschillende manieren kunt meten, maar je dan wel moet omrekenen.

Tip 2: Hoe groot is?

Aansluitend op de eerste tip kun je je kind leren hoe dik, breed of groot iets ongeveer is. Je kunt het menselijk lichaam hiervoor gebruiken. Leer je kind bijvoorbeeld dat een millimeter even dik is als een nagel en dat een centimeter ongeveer de breedte van een nagel is.

Een decimeter is ongeveer de lengte van het puntje van de duim tot het begin van de pols. Een meter is een hele grote stap. Dit werkt prima voor kleinere maten, maar op een gegeven moment komen ook de grotere maten in het spel.

Een decameter is 10 meter: ‘10 hele grote stappen’. Je kunt dit aantonen door de afstand van de voordeur tot de achterdeur te laten zien, als je in een rijtjeswoning woont. Een hectometer is tien keer zoveel: de afstand van jullie huis naar een buurjongen.

Om een besef te geven van kilometers, leg je een punt in de buurt vast. Dat kan bijvoorbeeld school of de supermarkt zijn. Dankzij Google Maps kun je dit ook weergeven op een kaart, waardoor er ook al enig kaartenbesef ontwikkeld wordt.

Tip 3: Pak het meetlint erbij

Laat elke lengtemaat zien op een meetlint of op de rolmaat. Toon aan dat 10 kleine streepjes (millimeters) in een centimeter passen. Dan wordt het logisch dat er 10 centimeters in een decimeter passen: oftewel 10 keer 10 millimeter. In een meter zitten dan ook 10 decimeters. Door dit aan te leren, kun je je kind een schema aanleren.

Tip 4: Kan het dametje met de centimeter meten?

Uit onderzoek van David Mitchell blijkt dat geheugenstrategieën en ezelsbruggetjes goed werken voor kinderen. Bij lengtematen wordt vaak het ezelsbruggetje ‘Kan het dametje met de centimeter meten’ gebruikt. Hierbij pak je de eerste letters van de woorden:

Kan (=km) het (=hm) dametje (=dam) met (=m) de (=dm) centimeter (=cm) meten (=mm)

Het kan helpen dit zinnetje in kleur op te schrijven. Iedere lengtemaat krijgt dan een aparte kleur. Hang het papiertje op, op een zichtbare plek. Denk bijvoorbeeld aan de koelkastdeur, naast het bed van je kind of op het toilet. Daardoor wordt het gemakkelijk om het zinnetje uit het hoofd te leren.

Het is belangrijk te onthouden dat iedere stap naar rechts x10 is, en iedere keer naar links :10 is. Nog een keer: Rechts is keeR, Links is deLen. Let op de letters in dit ezelsbruggetje.

Tip 5: Moet ik vermenigvuldigen of delen?

Je kunt pijltjes toevoegen aan het schema, maar op sommige kinderen heeft dit een negatief effect. Het ziet er al snel veel te moeilijk uit, of je kind snapt misschien niet zo goed waar die pijlen ook alweer voor staan. Daarom kun je je kind ook de volgende regels leren:

  • Als ik moet omrekenen naar een kleinere maat, wordt het getal groter. In het woord ‘groter’ zit de letter r, net als in ‘keer’. Dus moet ik ‘keer’ doen. De komma gaat naar rechts en er komen nullen bij.
  • Als ik moet omrekenen naar een grotere maat, wordt het getal ‘kleiner’. Daarin zit de letter ‘l’, net als in ‘delen’. Ik moet dus delen. Er gaan nullen af en de komma verschuift naar links.

Tip 6: Leer ook grammen en liters

Hetzelfde idee werkt ook voor grammen en liters. In plaats van het woord ‘meter’ gebruik je dan het woord ‘gram’ of ‘liter’. De voorstelling van het gewicht, de hoeveelheid of de lengte blijft in alle gevallen hetzelfde. Het is goed om te weten dat op school bijna nooit met kiloliters, hectoliters en decaliters wordt gerekend.

Zorg ervoor dat eerst het begrip rond de lengtematen duidelijk is, alvorens te beginnen aan grammen en liters. Kinderen verschillen, dus het verschilt ook per kind hoelang het duurt voordat lengtematen vanzelfsprekend zijn.

Squla (default)

Geef je kind meer zelfvertrouwen en leerplezier met de leuke quizzen en games van Squla. Niet tevreden? 30 dagen geld terug garantie!

Nu van € 7,95 voor € 6,95 p/m