Kies je groep
Peuters
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
Alle vakken
Kies je groep
Na de geboorte van onze oudste lag ze in de wieg en begon te huilen. Ojee… en nu?! schoot er door mijn hoofd. Ondanks vier jaar HBO-studie over opvoeding en kinderen én een Master… had ik geen idee of ik het nu wel of niet goed deed door haar op te pakken. In dit blog neem ik je mee in de struggles in het moederschap die ik ervaar en jij mogelijk herkent.
Onder de struggles die we in het moederschap ervaren, ligt vaak één belangrijke oorzaak: we willen het graag goed doen. De liefde die je voelt voor je eigen kind is niet in woorden uit te drukken en daar wil je het allerbeste voor doen. Bij mij gaf het bij mijn eerste dochter veel houvast om theorie te lezen, dus alle babyboeken van ‘Oei, ik groei…‘ tot aan ‘De blije baby…’ en een overload aan babyblogs en apps vond ik heerlijk om te lezen. En bij mijn tweede kind las ik eerlijk gezegd bijna niets meer…
Heb jij niks met lezen? Het één is niet beter dan het ander. Ik denk dat je met de intentie om het goed te willen doen al een heleboel intuïtief juist vanzelf heel goed doet. Maar dat de essentie ligt in vertrouwen op je intuïtie en groeien in je moederrol. En doet iemand anders het in je omgeving anders.. nou en!
De uitspraak “mother knows best” heeft me dit doen beseffen. Het is een bekende uitdrukking in het Engels en wordt vaak gebruikt in situaties waarin wordt gesuggereerd dat moeders door hun ervaring, zorgzaamheid en intuïtie vaak beter weten wat goed is voor hun kinderen (of soms zelfs voor anderen in hun omgeving). Ik merk dat ik nu ook vanuit mijn ogen als ‘juf’ ook anders kijk naar andere ouders, met meer zachtheid en begrip.
Het meest lastige vond ik wel om me niet druk te maken over wat anderen van mijn keuzes vonden. Kreeg ik veel betweterige adviezen of afkeuring? Nee hoor, eigenlijk helemaal niet! Toch maakte ik me in mijn hoofd er soms wél druk om. Wat zouden ze denken als ik haar nu meteen troost? Soms hielp het vooral mezelf om anderen uit te leggen waarom ik ervoor koos mijn baby niet te laten huilen. Eigenlijk deed ik die uitleg vooral voor mezelf, besef ik nu. Vaak zijn we in ons hoofd veel strenger voor onszelf en bang voor het oordeel van anderen. Wat er misschien niet eens is!
Een gedachte die mij hielp, komt van psycholoog Donald Winnicott. Hij schreef over de good enough mother: een ouder hoeft niet perfect te zijn, maar ‘goed genoeg’. Het is juist in de kleine dingen die fout gaan en het soms niet meteen weten dat een kind leert omgaan met de echte wereld. Je kind leert frustratie verdragen, veerkracht ontwikkelen en ziet dat fouten maken normaal is. Dat besef gaf mij zoveel rust. Ik hóef geen 10 te scoren als moeder, een 7 is vaak al meer dan genoeg en soms haalt mijn overprikkelende reactie een 4. So be it!
Laat ik je meteen uit de droom helpen… nope! Was het maar zo simpel. Dan zou iedereen voorafgaand aan een zwangerschap de PABO kunnen volgen en opvoeden zou easy zijn. Natuurlijk heb ik vanuit mijn werk als juf wel wat opvoed-skills meegenomen waar ik vaak aan denk:
1. Keuzevrijheid binnen grenzen: “Wil je rode of blauwe sokken aan?” Kinderen voelen zich gehoord en krijgen autonomie, terwijl jij toch de grenzen bepaalt. Ik vind autonomie heel belangrijk in de opvoeding. Autonomie betekent dat een kind ruimte krijgt om zelf keuzes te maken en invloed te ervaren op zijn of haar eigen leven. Het vergroot zelfvertrouwen, stimuleert motivatie en helpt bij het ontwikkelen van verantwoordelijkheid en voorkomt machtsstrijd!
2. Complimenten gericht op inzet. Leerkrachten weten: een kind groeit van complimenten, maar nog meer van waardering voor inzet en doorzettingsvermogen. Thuis kun je dat ook toepassen. In plaats van “Wat goed gedaan” kun je zeggen: “Wat heb je goed doorgezet, ook al was het moeilijk.” Dat bouwt zelfvertrouwen op.
3. De kracht van visualiseren. In het onderwijs zijn pictogrammen, stappenplannen of visuele dagschema’s heel normaal. Thuis kan dat ook heel helpend zijn. Denk aan een ochtendroutinekaartje (eerst aankleden, dan ontbijten, daarna tanden poetsen). Of een weekschema. Zo voorkom je honderd keer dezelfde discussie en geef je kinderen houvast. Zelf heb ik bijvoorbeeld pictogrammen op de kasten waar speelgoed in opgeborgen wordt, zo weten mijn kinderen precies wat waar hoort.
4. Eerst de relatie, dan de taak. Een gouden regel in de klas: een kind leert pas als het zich veilig en gezien voelt en goed in zijn vel zit. Thuis werkt dat net zo. Als je kind overstuur is, helpt het soms meer om eerst even verbinding te maken (“Ik zie dat je boos bent”) dan meteen in te grijpen met regels of straffen.
5. De kracht van herhaling en voorspelbaarheid. Op school wordt elke dag geoefend en herhaald, niet alleen omdat kinderen het anders niet begrijpen, maar ook omdat herhaling vertrouwen geeft. Thuis werkt dat net zo. Hoe vaak je ook zegt “handen wassen voor het eten”, herhaling hoort erbij. Uiteindelijk wordt het een automatisme.
6. Voorleven werkt beter dan vertellen. Als juf of meester weet je: kinderen leren het meest door te kijken. Thuis dus ook: als jij vriendelijk “dank je wel” zegt tegen de caissière, is de kans groot dat jouw kind dat vanzelf gaat overnemen.
Als jij gespannen, boos of verdrietig bent, zie je je kind vaak extra tegendraads doen… (alsof ze het ‘ruiken’). Dit ben ik in mijn moederschap al zo vaak tegengekomen. Zeker in de overgang van één naar twee kinderen heb ik enorm geworsteld met mijn eigen balans, overprikkeling en rust. Inmiddels kan ik zeggen dat ik hierin door vallen en opstaan veel heb geleerd. Het grootste verschil? Dat ik nu mijn eigen rust en balans op nummer 1 zet.
Moederschap is prachtig, intens en soms enorm uitputtend. Er is geen handleiding die je vertelt hoe je het moet doen. Wat mij helpt? Mild zijn voor jezelf en heel goed voor jezelf zorgen (nét als in het vliegtuig; daar moet je ook eerst het zuurstofmasker bij jezelf opzetten en dan pas bij je kind om het samen te overleven). En weten dat ook die zelfverzekerde moeder op Instagram soms ook radeloos is. Dus vooral onthouden: die andere moeders doen óók maar wat 😉
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht, intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO verdiepte ze zich in gedrag en begeleiding met de Master SEN (Special Educational Needs). Vanuit haar ervaring in de klas én als moeder van Fayenn (6) en Mace (3), schrijft ze onder de naam ‘Juf Shelby‘ over opvoeding, onderwijs en gedrag.
Geraadpleegde bronnen:
Van de Rijt, H., & Plooij, F. (2019). Oei, ik groei!
Lampe, S. (2014). Zo krijg je een blije baby: Alles over slapen, groeisprongen en voeding voor kleintjes tot 1,5 jaar (1e druk).
De Jong, L. (2021). Dear Good Morning: De succesformule om wél iedere dag fit en energiek op te staan.
Winnicott, D. W. (1965). The maturational processes and the facilitating environment. International Universities Press.
Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. American Psychologist, 55(1), 68–78.