De groeimindset: van comfortzone naar leerzone

Froukje Postma

Een goed begin is het halve werk. Dat geldt zeker voor de start van een nieuw schooljaar. Nu de scholen weer beginnen, is het fijn als kinderen het schooljaar vanuit een positieve mindset kunnen starten en dat gevoel het hele jaar kunnen vasthouden. In de campagne ‘Gefailiciteerd, weer wat geleerd’ wil Squla kinderen stimuleren de wereld om hen heen te ontdekken, zélfs als daar een foutje bij hoort. Een boodschap waar ook ouders iets van kunnen leren. Hoe kunnen zij dit stimuleren bij hun kinderen? We vroegen kinderpsycholoog en opvoedkundige Tischa Neve om haar mening en om tips. Die wilde ze maar al te graag met ons delen.

Mensen die mijn visie al langer kennen, weten dat ik de boodschap van Squla van harte ondersteun: leren draait om het durven maken van fouten. Als je de wereld aan het ontdekken bent, kan er weleens iets misgaan. Net als Squla vind ik dat een felicitatie waard: het zijn juist de fouten die je verder brengen en waarvan je kunt leren.

Het is belangrijk dat kinderen echt beseffen dat fouten maken mag, en dat het leerproces verloopt met vallen en opstaan. Want alleen zo gaan kinderen van ‘Dat kan ik toch niet’, naar ‘Dat kan ik nog niet’. Een houding die ook wel bekend staat als de ‘groeimindset’. Dit is een mindset die uitgaat van het vertrouwen dat je altijd kunt groeien, als je maar doorzet en in jezelf gelooft, ook als het even tegenzit. Zo heeft oefenen altijd zin en door van je fouten te leren, kun je groeien en kom je verder in het leven. Dit vertrouwen helpt om tegenslagen te verwerken.

Van comfortzone naar leerzone

De meeste kinderen hebben van nature een drang om te onderzoeken, om spelenderwijs te leren. Ze zien overal kansen en mogelijkheden, pakken elke uitdaging aan en stappen snel uit hun comfortzone. Dit raken kinderen al snel kwijt als zij te veel worden gewezen op dingen die niet goed gaan. Juist is het belangrijk dat kinderen op een positieve manier ervaren dat niet alles in éen keer goed gaat. Hierin speelt de omgeving van familieleden, leerkrachten en vriendjes een grote rol. Als we daarentegen de groeimindset koesteren en kinderen leren de wereld te ontdekken – door te exploreren wat wel of juist niet werkt – helpen we hen onbevangen in het leven te staan en met tegenslagen om te gaan. Zodat zij de vrijheid voelen om vanuit hun comfortzone in de leerzone te stappen en te ontdekken wat hun talenten zijn. Want hoe fijn is het als onze kinderen leren dat het maken van fouten iets is wat bij het leven hoort en wat zij juist moeten omarmen? Het verhoogt hun motivatie, hun doorzettingsvermogen en hun prestaties.

Van curling naar vangnet

Ouders kunnen veel doen om kinderen hierbij te helpen. Hierbij is het de kunst om een goed evenwicht te vinden tussen wat je zelf kunt doen om te helpen en waar je jouw kind de vrijheid geeft om nieuwe dingen te ontdekken. Bijvoorbeeld door hen af en toe dingen te laten doen die moeilijk voor ze zijn of waar ze eigenlijk geen zin in hebben. We willen onze kinderen graag laten opgroeien tot veerkrachtige mensen die kunnen omgaan met tegenslagen, die weten dat ze soms moeten doorzetten of kiezen voor een nieuwe strategie om iets te bereiken. Alles uit handen nemen en teleurstellingen wegpoetsen, helpt kinderen juist niet om veerkrachtig in het leven te staan. Wat kun je wel doen om je kinderen op weg te helpen, zonder dat je een ‘curling ouder’ wordt die – net als spelers op een curlingbaan – de weg voor hun kinderen helemaal vrij willen maken?

Een paar tips & tricks

  • Voorleven:leer je kinderen dat fouten maken oké is door te laten zien hoe je zélf omgaat met fouten en dat te benoemen, bijvoorbeeld door te benadrukken dat dit een mooi moment is om van te leren. Haal daarmee jezelf niet naar beneden door bijvoorbeeld te zeggen ‘wat ben ik toch onhandig’ of jezelf een ‘sukkel’ te noemen. 
  • Doorvragen: vraag je kind wat je van zo’n ervaring kunt leren als zich weer zo’n situatie voordoet. Stel vragen als: Wat kun je anders doen? En sta samen, als iets wél lukt, stil bij de vraag: Hoe is dat je gelukt? Hoe heb je dat aangepakt? Zo zet je jouw kind aan het denken over de strategie die het heeft toegepast. Bij fouten kun je kijken naar wat niet werkt, maar als iets goed is gegaan, is het goed om te kijken naar wat wél werkt. 
  • Vergelijken: vergelijk je kind niet met anderen, maar leer het naar zichzelf te kijken en de stappen en vooruitgang die het maakt.
  • Leg de lat niet te hoog: als we de ‘prestatielat’ te hoog leggen, springt het kinderbrein al snel op rood en worden kinderen sneller bang om fouten te maken.
  • Wees een vangnet: Neem je kind niet alles uit handen, maar geef het de kans met tegenslagen om te gaan. Probeer het niet over te nemen en, maar luister en stel vragen. Zo kun je als vangnet fungeren, zonder ze al proberen op te vangen als ze dreigen te vallen.

De rol van school

Ook leerkrachten doen er goed aan vooral te kijken naar wat goed gaat en kinderen niet met elkaar te vergelijken. Zodat niet alleen de ‘plus-kinderen’ – de zonnetjes, sterretjes en maantjes – alle aandacht krijgen, maar élk kind de kans krijgt om te shinen. Door hen te laten floreren in de dingen waarin ze goed zijn. Misschien zijn ze niet goed in sport, maar blinken ze uit in muziek of dans. Bouw daarnaast de groeimindset in je les in en herhaal steeds opnieuw dat fouten maken iets is om van te leren. Zo’n mindset helpt kinderen om plezier te krijgen in het leren en dus óók in het leven. Dit kun je stimuleren door alle strategieën in te zetten om kinderen te laten groeien en hen hiermee vertrouwd te maken. Bijvoorbeeld door te kijken naar hoe een ander kind iets doet, door hulp te vragen, een pauze te nemen, te herhalen, te blijven oefenen en door te zetten. Vooral door fouten te maken, leer je. En vervolgens richten op wat wél lukt. Het gaat erom dat zij leren genieten van het proces en de weg ernaar toe, in plaats van te focussen op het eindresultaat. 

Zelfreflectie

Daarnaast is zelfreflectie tijdens de opvoeding cruciaal. Wanneer we als ouders aan onze kinderen mee willen geven dat het oké is om foutjes te maken, dan is het natuurlijk ook belangrijk om zelf het goede voorbeeld te geven. We raken allemaal wel eens verstrooid of gefrustreerd vanuit de wens om alles goed te willen doen, ook al kan dat niet altijd. Kinderen zien alles en zijn grote ‘copycats’ van ons eigen gedrag. Stressen om onze eigen fouten, is dus zeker een factor die meeweegt in het groeiproces. Door middel van zelfreflectie kunnen we bewuster omgaan met onze eigen reacties op fouten en daarmee ook op die van onze kinderen.

Meer over Tischa

Tischa Neve (1970) is kinderpsycholoog, opvoedkundige, auteur van meerdere (opvoed)boeken en moeder van een zoon en pleegdochter. Ze coacht ouders en professionals en geeft (online)trainingen en lezingen op het gebied van opvoeden via haar bureau Groot & Klein. Daarnaast treedt ze regelmatig op als opvoedkundige in tv-programma’s en schrijft ze voor o.a. NRCOuders van NuJ/M Ouders en Psychologie Magazine. Ze is auteur van verschillende boeken, waaronder ’Pubers zijn leuk’ en ’Inspiratieboek voor leuker en makkelijker opvoeden’ en maakt de podcast ‘Even over mijn kind’ waarin ze met ouders opvoedvragen bespreekt. Ze werkt regelmatig met Squla samen en verzorgde vorig jaar samen met Squla een training over de groeimindset bij ouders.