- VakkenKies je groepKies je groep
-
Rekenen
-
Taal
-
Begrijpend lezen
-
Engels
-
Toetsen
-
Vreemde talen
-
De wereld
-
Verkeer
-
Tekenen
-
Adaptief rekenen
-
Rekenen
-
Taal
-
Spelling
-
Begrijpend lezen
-
Engels
-
Aardrijkskunde
-
Topografie
-
Geschiedenis
-
Natuur en techniek
-
Toetsen
-
Vreemde talen
-
Muziek
-
Verkeer
-
Tekenen
-
Adaptief rekenen
-
- Groepen
- Toetsen
- Leerkracht
Logopedie bij peuters en kleuters: wanneer is het nodig?
Juf Shelby
De taalontwikkeling van peuters en kleuters maakt tussen de 3 en 4 jaar een enorme sprong. In deze blog neem ik je mee in wanneer uitspraakfoutjes normaal zijn, hoe je daar thuis mee omgaat en wanneer het verstandig is om hulp te zoeken bij een logopedist.
Uitspraakfoutjes: wat is normaal en wat niet?
Peuters weten vaak heel goed wat ze willen zeggen, maar hun mondspieren en spraakplanning zijn nog volop in ontwikkeling. Het brein kiest dan automatisch de “makkelijke route” en daarom is het ook normaal dat er soms uitspraakfoutjes zijn.
Normale uitspraakfoutjes (rond de 3 jaar)
- klanken weglaten (“toel” i.p.v. “stoel”)
- klanken vervangen (“tonijn” i.p.v. “konijn”)
- moeilijke woorden vereenvoudigen (vliegtuig → “viegtuig”)
Wanneer worden uitspraakfoutjes een aandachtspunt?
- Je kind is moeilijk te verstaan, ook voor bekende volwassenen
- Dezelfde foutjes blijven lang hetzelfde, zonder verbetering
- Je kind raakt gefrustreerd omdat hij/zij niet begrepen wordt
Corrigeren: hoe doe je dat thuis (zonder druk)
Corrigeer vooral indirect, door het goede voorbeeld te geven.
Indirect verbeteren doe je door:
- het woord goed terugzeggen, zonder te veel nadruk
Kind: “Ik zie een tat”
Jij: “Ja, ik zie ook een kat.” - veel praten, benoemen en voorlezen
- rust en plezier rondom taal houden zoals taalspelletjes, rijmpjes en liedjes.
Beter niet:
- verbeteren met “nee, dat zeg je verkeerd”
- je kind dwingen het woord te herhalen
- lachen om uitspraakfoutjes
Wanneer is logopedie tussen de 3 en 4 jaar wél aan te raden?
Mijn eigen zoontje (3 jaar) heeft langere tijd slecht gehoord vanwege vele oorontstekingen. Dit vertraagde zijn spraak-taalontwikkeling. Eerst heb ik het nog even de tijd gegeven, want ik weet dat jonge kinderen tussen de 2 en 3 jaar soms ineens een sprong maken in hun taalontwikkeling.
Toch merkte ik dat zijn verstaanbaarheid van bepaalde klanken achterbleef en hij soms moeilijk te verstaan was voor anderen. Daarom hebben we een intake bij de logopediste aangevraagd. Hij gaat nu bijna naar groep 1 en de logopedie is inmiddels afgerond. Met wat fijne tips en begeleiding weet hij bijvoorbeeld nu veel beter hoe hij klanken zoals de ’t’ en de ‘l’ goed moet maken met zijn mond.
Wanneer trek je aan de bel bij de logopedist?
- Je kind is voor veel mensen niet goed verstaanbaar
- De uitspraak blijft duidelijk achter bij leeftijdsgenootjes
- Je kind praat weinig of vermijdt praten
- Er is sprake van frustratie, boosheid of terugtrekgedrag
- Je voelt als ouder zorgen: “Dit zit me niet lekker”
Vroegbehandeling
Vroegbehandeling betekent dat je een kind al op jonge leeftijd (vaak tussen de 2 en 5 jaar) extra ondersteuning geeft bij zijn ontwikkeling, bijvoorbeeld bij spraak en taal zodra je merkt dat het niet vanzelf voldoende op gang komt.
Je wacht dus niet tot groep 3 of tot een achterstand “duidelijk groot” is.
Je grijpt in op het moment dat het brein nog volop in ontwikkeling is. De taalontwikkeling tussen 2 en 5 jaar is namelijk enorm. Het brein is in deze periode extra gevoelig voor taalprikkels. Dat betekent dat ondersteuning in deze fase vaak sneller effect heeft dan wanneer je later start.
Vroegbehandeling betekent niet dat er iets “ernstigs” aan de hand is. Het betekent dat je je kind helpt op het moment dat het leren nog spelenderwijs gaat. Soms adviseert het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal om vroegbehandeling te starten.
Wat levert vroeg starten met behandelen op?
- Minder frustratie bij je kind
- Meer zelfvertrouwen in praten
- Minder kans op achterstand in groep 1 of 2
- Snellere vooruitgang omdat het brein nog volop in ontwikkeling is
Kinderen die moeilijk verstaanbaar zijn, kunnen zich terugtrekken of boos worden omdat ze niet begrepen worden. Als je daar op tijd bij bent, voorkom je dat praten iets spannends of vervelends wordt.
Wat doet een logopedist met jonge kinderen?
Logopedie betekent niet dat er “iets mis” is met je kind. Het betekent dat je je kind extra ondersteuning geeft, precies op het moment dat zijn brein daar het meest ontvankelijk voor is. Dit doet een logopedist:
- Spelenderwijs werken (spelletjes, plaatjes benoemen, bewegen)
- Oefenen van klanken en mondmotoriek in spelvorm of beweging
- Werken aan verstaanbaarheid, woordenschat en zinsbouw
- Ouders handvatten geven voor thuis
Wat kun je thuis doen bij spraak- en taalproblemen?
1. Praat mét je kind, niet alleen tegen je kind
Stel open vragen:
“Wat gebeurde er toen?”
“Waarom was dat grappig?”
Geef je kind ruim de tijd om te antwoorden. Langere stiltes zijn helemaal niet erg. Soms hebben peuters en kleuters net iets langer nodig om hun zinnen te vormen.
2. Herhaal op de juiste manier
Corrigeer niet streng, maar geef het goede voorbeeld.
Zegt je kind: “Ik zie een tat.”
Dan zeg jij: “Ja, dat is een kat.”
Zo hoort je kind de juiste klank, zonder dat praten spannend wordt.
3. Lees elke dag voor
Voorlezen is misschien wel de krachtigste stimulatie van taal die er is.
Wijs aan, stel vragen, laat je kind stukjes navertellen. Herhaling is hierbij goud waard: hetzelfde boek tien keer lezen is juist helpend.
4. Maak taal leuk
Zing liedjes, doe rijmpjes, speel klankspelletjes.
Taal mag speels zijn. Hoe meer plezier, hoe meer groei.
Digitale oefenmomenten kunnen daarbij een fijne aanvulling zijn. Met bijvoorbeeld Squla Junior kunnen peuters en kleuters spelenderwijs (samen met jou) extra oefenen met woordenschat, luisteren en taalbegrip. Zie het als een extra herhaling naast het echte gesprek en het voorlezen.
5. Benoem wat je doet
Tijdens het aankleden, koken of wandelen:
“Ik pak je jas.”
“We snijden de appel in stukjes.”
Zo koppel je woorden direct aan handelingen.
Taal leer je niet van een filmpje (maar van een boek op schoot)
Een filmpje lijkt soms zo leerzaam. Er wordt gesproken, er gebeurt van alles, en je kind kijkt gefascineerd. Maar taalontwikkeling werkt anders.
Kinderen leren taal vooral door interactie: door een gezicht dat reageert. Door een stem die vertraagt, een vraag die terugkomt. Of door samen lachen om een gek plaatje.
Een filmpje praat tegen je kind. Zonder interactie.
Een boek praat mét je kind, met interactie!
Bij voorlezen gebeurt er meer dan je denkt:
- Je kind hoort nieuwe woorden in een betekenisvolle context.
- Het ziet plaatjes die helpen bij begrip.
- Het mag reageren, vragen stellen, aanwijzen.
- Het krijgt jouw volle aandacht en dát is de krachtigste taalprikkel die er is!
Onderzoek laat steeds weer zien: kinderen die dagelijks worden voorgelezen, ontwikkelen een grotere woordenschat, betere zinsbouw én meer leesplezier op latere leeftijd.
Praktische voorleestips van juf Shelby
Lees elke dag, al is het maar 10 minuten.
Kwaliteit gaat boven kwantiteit.
Lees interactief.
Stel vragen als:
- “Wat denk jij dat er nu gaat gebeuren?”
- “Zie jij waar de hond verstopt zit?”
- “Waarom kijkt hij zo boos?”
Herhaal boeken gerust 20 keer.
Herhaling zorgt voor groei in woordenschat. Jonge kinderen houden juist van voorspelbaarheid.
Wijs aan tijdens het lezen.
Door woorden te koppelen aan plaatjes versterk je begrip.
Speel het verhaal na.
Met knuffels, poppetjes of gewoon met je stem.
Boekentips voor peuters en kleuters
- Rupsje Nooitgenoeg: perfect voor woordenschat rondom eten en dagen van de week.
- Kikker is Kikker: fijne, duidelijke zinnen en herkenbare emoties. (alle boeken uit de serie van Kikker zijn bij peuters en kleuters goed te gebruiken)
- De boeken van Anna van Kathleen Amant: de verhalen zijn herkenbaar en gaan over dagelijkse thema’s zoals naar school gaan, zindelijk worden, jarig zijn.
- De Gruffalo: rijk taalgebruik en herhalende zinsstructuren.
- Coco kan het!: prachtig verhaal voor zelfvertrouwen én taal.
Kies boeken met:
- herhaling
- rijm
- duidelijke illustraties
- herkenbare thema’s
Het begint met verbinding
Je kind leert taal grotendeels in de interactie met jou als ouder. Van een boek op schoot, jouw stem, nabijheid en samen lachen om een gekke zin. Want uiteindelijk groeit taal het hardst waar een kind zich veilig en gezien voelt.
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht, intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO verdiepte ze zich in gedrag en begeleiding met de Master SEN (Special Educational Needs). Vanuit haar ervaring in de klas én als moeder van Fayenn (6) en Mace (3), schrijft ze onder de naam ‘Juf Shelby‘ over opvoeding, onderwijs en gedrag.