- VakkenKies je groepKies je groep
-
Rekenen
-
Taal
-
Begrijpend lezen
-
Engels
-
Toetsen
-
Vreemde talen
-
De wereld
-
Verkeer
-
Tekenen
-
Adaptief rekenen
-
Rekenen
-
Taal
-
Spelling
-
Begrijpend lezen
-
Engels
-
Aardrijkskunde
-
Topografie
-
Geschiedenis
-
Natuur en techniek
-
Toetsen
-
Vreemde talen
-
Muziek
-
Verkeer
-
Tekenen
-
Adaptief rekenen
-
- Groepen
- Toetsen
- Leerkracht
Als je kind niet naar school wil: 10 concrete tips voor een fijne start bij de kleuters
Juf Shelby
De eerste schooldag. Voor veel kleuters een grote stap. Maar ook ikzelf als ouder vind het een ‘dingetje’. Ondanks dat ik dit als kleuterjuf vaak genoeg heb meegemaakt. Sommige kinderen huppelen enthousiast naar binnen, terwijl anderen zich vastklampen, huilen of weigeren de klas in te gaan. Dit is normaal. Niet naar school willen zegt niets over falen van jou of je kind. Het zegt vooral dat er iets nieuws en groots gebeurt.
TIP 1: Begrijp wat er achter het gedrag zit
Niet naar school willen betekent bijna nooit dat je kind opzettelijk ‘dwars wil doen’. Niet naar school willen gaan is vaak scheidingsangst, spanning of onzekerheid. Alles is nieuw: de klas, de juf, de kinderen én het afscheid. Voor een kleuter voelt dat groot en overweldigend. Kleuters denken nog veel in het hier en nu. “Wat als mama nooit meer terugkomt?” voelt voor hen heel echt.
Dus benoem het gevoel:
“Je vindt het spannend om hier te blijven. Dat snap ik.”
Wat kun je zeggen als je kind niet wil?
“Ik ga nu weg, en ik kom je na het spelen weer ophalen.”
“Je vindt het lastig dat mama weggaat. Dat gevoel mag er zijn. Ik kom je straks weer halen.”
“Je hoeft het niet leuk te vinden, maar je kunt het wel.”
TIP 2: Houd het afscheid kort (hoe lastig ook)
Lang blijven hangen voelt liefdevol, maar vergroot vaak de spanning. Een kort, voorspelbaar afscheid werkt beter.
- Vast ritueel
- Kus + zwaai
- Duidelijk vertrek
Zeg liever niet: “Ik blijf nog even” als je toch weggaat, duidelijkheid en voorspelbaarheid zijn nu belangrijk.
TIP 3: Wees zelf rustig
Kinderen voelen feilloos jouw spanning. Probeer je eigen zorgen niet te laten overheersen.
Zeg niet:
“Het is ook wel héél spannend hè?”
Maar liever:
“Je kunt dit. En als het lastig is, helpt de juf je.”
Wat hierbij belangrijk is: jouw vertrouwen. Ook als het afscheid eruit ziet met tranen, gegil of een kind dat zich krijsend aan je been vastklampt.
Probeer te onthouden:
- Dit gedrag zegt niets over jou als ouder
- Dit zegt niets over hoe fijn school straks wordt
- Dit gaat bij bijna alle kinderen weer over
En misschien wel de belangrijkste: maak je niet druk om de blikken van andere ouders. Zij zien een momentopname, jij kent je kind. Iedere kleuter went op zijn eigen tempo en dat tempo is goed zoals het is. En ik denk dat iedere ouder ervaring heeft met een kind dat een driftbui heeft… dus meestal snapt iedere ouder dit gedrag bij een ander heel goed.
Door rustig te blijven en uit te stralen: “Dit komt goed”, geef je je kind precies wat het nodig heeft: veiligheid en vertrouwen.
TIP 4: Oefen vooraf en bereid voor
Kleuters verwerken veel via spel.
- Speel ‘schooltje’
- Lees prentenboeken over naar school gaan
- Laat een knuffel “ook naar school” gaan
Zo wordt school iets vertrouwds. Lees meer over de eerste schooldag in mijn blog ‘je kind voor het eerst naar school’.
TIP 5: Gebruik een persoonlijk ritueel (dit werkte bij mijn zoontje)
Toen mijn zoontje naar het kinderdagverblijf ging en het afscheid moeilijk vond, hebben we samen iets geprobeerd wat hem zichtbaar hielp.
We lazen thuis het boekje Anna mist mama. Dat boekje gaat precies over dat gevoel: mama missen, maar ontdekken dat mama altijd weer terugkomt.
Daarnaast tekenden we een hartje op zijn hand en een hartje op mijn hand. Ik zei tegen hem:
“Als jij mij mist, kijk je naar het hartje op je hand of je geeft er een kusje op. En ik heb er ook één. Zo zijn we toch een beetje bij elkaar.”
Voor hem werkte dit als een klein, veilig anker tijdens de schooldag. Het gaf troost, zonder dat hij iets mee hoefde te nemen in de klas.
TIP 6: Ga niet ‘onderhandelen’ bij tranen
Hoe moeilijk ook: tranen zijn geen teken dat je moet toegeven. De neiging om langer te blijven, toe te geven of nog één keer terug te komen is heel menselijk. Toch helpt dat meestal niet.
Wanneer je gaat onderhandelen (“Nog één knuffel dan…”, “Zal mama nog even blijven?”), wordt de boodschap voor je kind onduidelijk. Je kind voelt dan: misschien blijft mama toch. Dat vergroot de spanning in plaats van dat het geruststelt. Vaak stopt het huilen binnen enkele minuten nadat je weg bent. Probeer geen beloftes te doen zoals ‘vanmiddag mag je een snoepje als je niet huilt’.
Wat wél helpt:
- Erken het gevoel en benoem wat er komt: “Je bent verdrietig, dat snap ik. Ik geef jouw handje nu aan de juf en daarna zwaai in naar jou voor het raam.” (werkt vaak goed als ze zich vastklampen aan je)
- Blijf duidelijk en rustig: “Ik ga nu weg en ik kom je straks weer ophalen.”
- Houd vast aan het afgesproken afscheidsritueel.
TIP 7: Houd het ritme vast
Een dag overslaan omdat het zo verdrietig ging, lijkt lief, maar maakt het de volgende keer vaak moeilijker.
Regelmaat helpt het brein ontspannen.
Wanneer een kind net gestart is op school, kost dat enorm veel energie. Alles is nieuw: regels, geluiden, indrukken en sociale contacten. Juist daarom is het belangrijk om niet alleen schooldagen, maar ook de rest van de dag voorspelbaar te houden.
Probeer in deze periode:
- Het dagelijkse ritme zoveel mogelijk hetzelfde te laten
- Niet te veel extra activiteiten of afspraken te plannen
- Drukke middagen, speelafspraken of uitjes te beperken
- Te zorgen voor voldoende rustmomenten
Een rustige middag thuis, even spelen of samen een boekje lezen, kan veel meer doen dan nog een prikkelrijke activiteit “om af te leiden”.
Door het tempo laag te houden, geef je je kind de ruimte om alle indrukken te verwerken. Dat helpt niet alleen bij het wennen aan school, maar ook bij het loslaten van de spanning rondom het afscheid.
TIP 8: Zorg voor positieve herinneringen over school
Laat school niet alleen iets zijn wat ‘moet’, maar ook iets waar met plezier aan teruggedacht kan worden.
- Praat thuis over de leuke dingen van school: samen spelen, een boekje lezen, fruittijd, enzovoort.
- Kijk samen foto’s terug die gestuurd worden in de ouderapp en praat hierover na. Of kijk nog eens op de website van de school naar foto’s van de klas of juf.
- Besteed aandacht aan de dingen waar je kind enthousiast over was.
- Zelf gebruik ik de ‘Slaapklets’ boekjes van ‘Gezinnig’ om ’s avonds in bed spelenderwijs na te praten over de schooldag. Door middel van smileys en plaatjes bespreek je de dag na en vaak zit er ook een leuk ontspannen spelletje bij voor het slapen gaan.
TIP 9: Praat niet negatief over het moeilijke afscheid waar je kind bij is
Wanneer je thuis aan de eettafel in het bijzijn van je kind tegen je partner zegt:
“Het lukte vanmorgen wéér niet” of “Hij blijft maar huilen, niets helpt” dan kan dat onbedoeld het gevoel versterken dat er iets ‘mis’ is, of dat school iets is om bang voor te zijn. Je kind kan gaan denken: Zie je wel, ik kan dit niet.
Hetzelfde geldt voor gesprekken met andere ouders op het schoolplein. Let op je woorden als je kind erbij staat of speelt.
Een zin als:
“Hij vindt het nog spannend, maar iedere dag gaat het een beetje beter” geeft een veel positievere en veiligere boodschap dan hardop zeggen dat het niets uithaalt of alleen maar huilen is.
Wat jij zegt, wordt onderdeel van het verhaal dat je kind over zichzelf en school gaat geloven. We zijn ons daar vaak niet zo van bewust als ze nog baby zijn, maar kinderen begrijpen al heel jong wat je zegt, zelfs nog voordat ze het zelf zo kunnen benoemen. Ondanks dat ik dit als juf weet, betrap ik mezelf er soms echt nog op dat ik ‘over’ mijn kind praat waar het bij staat. Een valkuil die we als ouders vaak zo gewend zijn van de tijd dat ze nog baby waren.
TIP 10: Werk samen met school én zoek extra steun als het nodig is
Als kleuterjuf heb ik ook echt kinderen gehad die een aantal weken nodig hadden om te wennen. En meestal gaat het echt over (ook al breekt je moederhart op zo’n moment).
Leraren hebben vaak veel ervaring met dit gedrag en kunnen je kind op school extra steun geven. Blijft het gedrag weken hetzelfde, ga dan in gesprek met de leerkracht. Vraag samen te kijken naar kleine aanpassingen: iemand op het schoolplein, een vaste juf bij binnenkomst, of een mini-opdracht om mee te beginnen.
En als het verdriet of de angst lang aanhoudt of zich uit in klagen over buikpijn, vaste weigering of fysieke klachten, overweeg dan om dit ook te bespreken met de huisarts of jeugdarts. Soms kan extra begeleiding helpen om je kind zelfvertrouwen en copingvaardigheden te geven.
Ook mijn zoontje start binnenkort in groep 0
Over een paar weken gaat mijn eigen zoontje voor het eerst naar de kleuterklas. Als moeder kijk ik er eerlijk gezegd niet persé naar uit. Want ineens zijn ze zó groot. Waar je kind eerst vooral van jou was, deelt hij nu zijn wereld met school, een juf, nieuwe kinderen en nieuwe ervaringen. En natuurlijk ga ik zijn aanwezigheid thuis enorm missen.
Op het kinderdagverblijf heeft hij ook een periode nodig gehad om te wennen. Dat ging niet zonder tranen… Maar hij kwam erdoorheen. Hij vond zijn plek, zijn ritme, maakte vriendjes en had uiteindelijk weer plezier. En dat neem ik nu mee richting deze nieuwe stap. We zijn al aan het voorbereiden, lees ook mijn blog over wat er allemaal in de schooltas moet.
Deze blog is geschreven door Shelby Vos-van Andel, leerkracht, intern begeleider en gedragsspecialist in het basisonderwijs. Na het afronden van de PABO verdiepte ze zich in gedrag en begeleiding met de Master SEN (Special Educational Needs). Vanuit haar ervaring in de klas én als moeder van Fayenn (6) en Mace (3), schrijft ze onder de naam ‘Juf Shelby‘ over opvoeding, onderwijs en gedrag.