Eerste hulp bij spellingproblemen: zo help jij je kind!

Juf Shelby

Heeft jouw kind moeite met spelling en wil je hem of haar graag helpen met oefenen? Lang werd gedacht dat het simpelweg het lezen en overschrijven van woordjes zou helpen bij het onthouden van de spellingregels. Uit onderzoek (SLO, 2009) blijkt echter dat dit helemaal niet zo effectief is. In dit blog leg ik uit wat spellingproblemen zijn en geef ik je 6 tips om thuis spelling te oefenen.

Hoe leren kinderen spelling?

Er zijn verschillende manieren om spelling te leren:

  • Woorden lezen/overschrijven;
  • De juiste klank of letter kiezen op een open plek in het woord;
  • Het woord mondeling spellen;
  • Een woord enkele seconden zien, daarna op opschrijven en vervolgens de spelling controleren.

Welke manier denk jij dat voor jouw kind het beste werkt? Ik zal je verklappen wat er onderzocht is op dit gebied. Uit onderzoek van Bosman en de Groot (1991) blijkt dat de laatste manier de meest succesvolle is voor zowel goede als zwakke spellers. Met deze manier schrijven kinderen woorden over, moeten ze het zich herinneren en krijgen ze direct een correctie op fouten. Zo wordt het woord mét de juiste schrijfwijze beter onthouden. Daarnaast blijkt het verklanken van woorden (het woord hakken in klankgroepen) voordat je het opschrijft een effectieve manier.

Bijvoorbeeld:
Bomen: Bo-men (ik hoor een lange klank (oo) aan het einde van de eerste klankgroep, dus ik schrijf maar één teken: bomen met één m)

Wanneer heeft je kind een spellingprobleem?

Kinderen met spellingproblemen hebben moeite met het fonologisch verwerken van taal. Dit betekent dat ze moeite hebben om gesproken taal te koppelen aan geschreven taal. Ze schrijven dan letterlijk op wat ze horen. Herken je dit bij je eigen kind? Dit is vaak de oorzaak:

Meestal proberen kinderen alle woorden en hun schrijfwijze ‘los’ te onthouden. Maar dat is veel te veel om te onthouden. Daarom worden op school spellingregels aangeleerd om bij meerdere woorden toe te passen. Toch hebben kinderen dan ook vaak moeite om alle spellingregels te onthouden (en toe te passen). Uitzonderingen op een spellingregel, of woorden waarvoor weinig of geen regels bestaan (ei/ij, au/ou) zijn dan extra moeilijk. Wil je graag weten wat jouw kind precies lastig vindt? Doe dan de spellingtest op Squla en ontvang een uitgebreide foutenanalyse per mail.

Wanneer er na zeer intensieve oefening (bijv. 6 maanden intensief oefenen) er geen verbetering is, of wanneer kinderen meerdere jaren achtereenvolgens onvoldoende scoren op spellingtoetsen kan er wellicht een andere oorzaak zijn van de spellingproblemen zoals dyslexie of dysorthografie.

Tip 1: stap voor stap spelling oefenen

Oefen met dezelfde regels van school. Vaak heeft elke lesmethode een woordenlijst met spellingregels die in dat schooljaar aan bod komen. Of vraag aan de leerkracht welke spellingcategorie jouw kind lastig vindt.

  • Stap 1: lees het woord hardop.
  • Stap 2: dek het woord af met een papiertje of je hand.
  • Stap 3: hak het woord in stukjes.
  • Stap 4: wat is het spellingprobleem (welke spellingregel hoort daarbij?).
  • Stap 5: schrijf het woord op.
  • Stap 6: controleer of het woord goed geschreven is.

Tip 2: spellingregels leren

Met een spellingregel (zoals bij d/t: maak het woord langer, hond > honden) kun je veel woorden op de juiste manier leren schrijven. Kinderen leren spellingregels in de klas, maar ieder jaar komen er nieuwe regels bij. Vaak zit het probleem bij oudere kinderen bij het niet goed toepassen van de spellingregels. Op Spelling.nl kun je lezen hoe de regels in elkaar steken. Bijvoorbeeld bij weet-, luister- en werkwoorden.

Tip 3: maak een spiekschrift

Het werkt vaak goed om een spiekschriftje te maken met die regels: Noteer of plak de spellingregel zoals die in de klas is geleerd is op een bladzijde en schrijf er woordjes onder die bij deze regel horen. Het spiekboekje kun je gebruiken bij het maken van spellingopdrachten om zo de regels goed te leren en ook toe te passen.

Tip 4: spelenderwijs oefenen

Met Squla TaalExtra kun je spelenderwijs spelling oefenen. De oefenmethode TaalExtra is er voor kinderen die spellingproblemen, maar niet per se dyslexie hebben. Je kind volgt een persoonlijke leerroute, waarbij stap voor stap de spellingregels worden behandeld en uitgelegd.

Tip 5: oefendictees

Een dictee is een manier van spelling die veel toegepast wordt in het onderwijs. Als je dit thuis wilt oefenen; richt je dan vooral op het doel ‘oefenen’ van woorden. Je hebt namelijk twee soorten dictees. Een oefendictee (gericht op het aanleren van de juiste manier van schrijven) en een controledictee (gericht op het controleren van de spelling). Focus dus thuis vooral op oefendictees.

Probeer bij het oefenen zowel visueel als auditief te dicteren (dus laten zien en horen). Je laat het woord eerst zien en horen en daarna pas opschrijven. Vervolgens controleren jullie samen of het goed geschreven is.

Tip 6: geef opbouwende kritiek

Niet goed kunnen spellen betekent niet dat je kind dom is. Toch voelen kinderen dit wel vaak zo. Bij een spellingdictee is je prestatie heel zwart/wit: het woord is goed of fout. Focus daarom tijdens het oefenen op wat er wél goed gaat. ‘De eerste woorden heb je knap geschreven, kijk nog eens even naar het derde woordje (ruimte tot verbetering laten).

Geef ook complimenten over het proces.
‘Je hebt heel hard geoefend en je goed ingezet bij deze moeilijke opdracht’.
‘Gisteren vond je deze spellingregel nog lastig, maar nu heb je al wel 3 woordjes die erbij horen goed geschreven!’

Zo oefenen jullie gezellig samen spelling op een positieve manier!

Bronnen:
Huizenga, 2016, Taal & didactiek – Spelling, Noordhoff uitgevers
Stichting leerplan ontwikkeling (SLO), 2009, Spelling in het basisonderwijs http://taalunieversum.org/sites/tuv/files/downloads/slo_spelling_in_het_basisonderwijs_2010.pdf (PDF)
Malmberg, 2019, Taal Actief 4 – Malmberg Uitgeverij


Dit blog is geschreven door Shelby Vos, intern begeleider en leerkracht in het basisonderwijs.

Weg met die frustraties. Met deze 7 tips wordt het schrijven leuk!

Sarah

Schrijven is zo leuk! Je kan je eigen verhalen vertellen, een brief schrijven aan je opa of stiekeme liefdesbriefjes geven aan Eva waar je zo hotel-de-botel op bent. Maar eh. Wat als schrijven niet zo makkelijk gaat? Dan kan het nogal eens uitmonden in propjes papier die woedend door de kamer vliegen. In dit blog geef ik je een paar tips om met je kind aan de slag te gaan, zodat gefrustreerde propjes verleden tijd zijn.

Zo maak je van schrijven een succesverhaal

  1. Geef je kind een aantal ​steekwoorden​, bijvoorbeeld ‘auto’, ‘onderweg’, ‘dierentuin’ en ‘ijsje’. Laat je kind een kort verhaaltje schrijven waarin deze woorden verwerkt moeten worden.  Zo ontstaan er bijzondere fantasieverhalen!

    Tip: laat je kind een passende tekening bij het verhaal maken, zo komt het verhaal pas echt tot leven.
  2. Er is niets leukers dan echte post! Stimuleer je kind om een penvriend(in) te zoeken of bijvoorbeeld met opa en oma te schrijven. Zo leert een kind om boeiende ​brieven​ te schrijven, maar is het ook iedere keer een feestje om een brief terug te krijgen (en die dan weer zélf te lezen).
  3. Is jouw kind meer visueel ingesteld? Ga samen op avontuur en laat hem foto’s ​maken met jouw telefoon of een (wegwerp)camera. Print de foto’s uit en laat hem vervolgens een verhaaltje schrijven over wat er op de foto staat. 

    Tip: maak een een stripverhaal met de foto’s waarbij je kind zélf de ondertekst moet verzinnen en schrijven!
  4. Thuis hebben wij een letterbord en een old school houten letterbak. Op deze manier zijn ze nog niet heel afhankelijk van de techniek van het schrijven maar wel van het verzinnen van woorden, zinnen of verhalen en het bij elkaar zoeken van de juiste letters. Dat zorgt voor minder frustraties, want te gekke verhaaltjes zijn met deze letters zo geschreven!
  5. Heeft je kind een mooie tekening gemaakt? Stimuleer hem om in het kort op de achterkant een zin te schrijven over wat de tekening voorstelt. Naam erbij en tadaa! Een gepersonaliseerd kunstwerk is een feit.

    Tip: verzin samen met je kind een eigen handtekening met zijn initialen óf achternaam.
  6. Wie heeft dit spel niet gespeeld en daar vervolgens heel hard om gelachen? Het doorgeefverhaal! Iedere speler heeft pen en papier nodig.
    1. Iedereen schrijft een persoon aan de bovenkant van een stuk papier. Het leukste is als je daar nog wat bijschrijft, bijvoorbeeld ‘een vrolijke bakker’, ‘een oude dame’, ‘het leukste hondje van de straat’ …’ etc. Vouw het papiertje met de persoonsomschrijving naar achteren, zodat het niet meer te lezen is en geef het papier door.
    2. De volgende schrijft dan een plaats op, waar een persoon zich kan bevinden. Schrijf ook hierbij extra bijvoeglijke naamwoorden. Bijvoorbeeld: ‘in een saaie winkel’, ‘op een drukke straat’, ‘in het donkere bos’, etc. Vouw wat je geschreven hebt weer naar achteren, zodat het niet meer te lezen is en geef het papier door.
    3. Als derde wordt er omschreven op welke manier de persoon een uitspraak doet. Begin met: ‘zegt’, ‘schreeuwt’, ‘roept’ of ‘fluistert’ en zet daar eventueel ook nog een emotie of een andere toevoeging bij. Bijvoorbeeld: ‘zegt heel verdrietig’, ‘roept boos,’ ‘fluistert jaloers’, ‘zegt met een hoge piepstem’.
    4. Als vierde wordt er een uitspraak opgeschreven. Bijvoorbeeld: “Hè, hè, even zitten!”, “Oh, wat ruikt het hier lekker!”, “Nou zeg, wat doe jij nou?”.
    5. En dan… leest iedereen de gekke en vaak hele grappige combinatie voor. Het wordt nog leuker als je er een beetje bij toneelspeelt. Maak gebruik van je stem, mimiek en lichaamstaal om het verhaaltje zo leuk mogelijk voor te lezen. Dikke pret gegarandeerd
  7. Scheerschuimschrijven​! Als een kind nog jong is en de motoriek nog niet helemaal goed ontwikkeld, dan is schrijven in scheerschuim een hele leuke en goede oefening. Spuit een flinke dot scheerschuim op een tafel en laat het kind daar letters of woorden in schrijven. Jij noemt een woord op, het kind ‘schrijft’. Bij lekker weer is schrijven met stoepkrijt of zand ook een leuke optie.

Schrijven maakt alles leuker

Met deze tips vind je binnenkort misschien zomaar liefdesbriefjes van jouw kind tussen je boterhammen of scoort hij een 10 op zijn moeilijkste vak met een zelfgeschreven… spiekbriefje! En hartje – Eva – hartje? Die zit hand in hand met hem op de bank. Zo zie je maar weer waar schrijven goed voor is 😉

Deze 10 fouten maken kinderen het vaakst bij spelling. Maakt jouw kind ze ook?

Juf Shelby

Spelling is een vak waar je kind vanaf groep 3 mee in aanraking komt. Voor veel kinderen is spelling erg moeilijk en onlogisch. Waar jij als ouder niet snapt dat de b en de d door elkaar worden gehaald, ziet een kind soms écht geen verschil tussen de twee letters. Welke spellingfouten worden veel gemaakt? En over welke woorden wordt er vaak getwijfeld door kinderen? Je leest het in deze blog.

De 10 meest voorkomende spellingfouten

De Nederlandse taal kent veel logische en onlogische spellingregels. Sommige regels zijn eenvoudig, maar anderen zorgen voor veel verwarring voor je kind. Vanaf groep 4 wordt er vaak voor het eerst expliciet aandacht besteed aan ‘regels’ hoe je iets schrijft. En leert je kind dat er ook bepaalde ‘weetwoorden’ zijn waarvan je niet kunt horen hoe je ze schrijft. Dit zijn veel voorkomende fouten:

  • Weetwoorden met au of ou: dauw of kou.
  • Weetwoorden met ei of ij: peilen of pijlen.
  • Wanneer schrijf je ch of g: licht of ligt. Voorbeelden zijn:
    nieuwschierig in plaats van nieuwsgierig, gragt of gracht, dagt in plaats van dacht.
  • Woorden met ‘d’ of ‘t’ aan het einde: lind of lint
    Zodra kinderen de regel van een woord langer maken kennen, zie je in groep 8 nog wel fouten bij moeilijkere varianten zoals: gebaat bij of gebaad bij. Dit heeft ook weer te maken met de regel van ‘t Kofschip X voor werkwoordspelling die in de bovenbouw geleerd wordt en vaak erg lastig is.
  • Woorden met de ‘b’ aan het eind van een woord: krab of krap.
  • Werkwoordspelling: wanneer schrijf je word of wordt? Vanaf eind groep 6 maken kinderen pas voor het eerst kennis met de regels van werkwoordspelling en in groep 7 en 8 zit het wekelijks in het lesprogramma.
  • Verdubbeling van de medeklinker is één van de meest lastige spellingregels: bijvoorbeeld: klopen in plaats van kloppen. Of een moeilijke variant voor de bovenbouw: trompeteren in plaats van trompetteren.
  • De zogenaamde verenkelingsregel of ook wel open lettergreep genoemd is ook heel moeilijk voor kinderen. Dan moet je denken aan woorden zoals reegen in plaats van regen. Of koopen waar kopen moet staan. Hier worden zelfs in groep 8 nog fouten mee gemaakt.
  • Leestekens: heel vaak vergeten kinderen op de juiste plaats een komma, vraagteken of uitroepteken te noteren. En vooral de punt aan het einde van de zin wordt regelmatig vergeten. Zelfs in de bovenbouw zijn kinderen hier nog slordig in, wat onnodig foutjes bij een dictee kost!
  • Hoofdletters: meestal worden ze aan het begin van de zin wel geschreven, maar de regel voor hoofdletters bij namen, plaatsen, landen en feestdagen die kinderen vanaf de middenbouw leren wordt bij zinnendictees vaak vergeten toe te passen. Een veel voorkomende slordigheidsfout!

Twijfelwoorden

Woorden en regels waar veel kinderen over twijfelen zijn bijvoorbeeld:

  • Boederij of boerderij.
  • Polisie of politie.
  • Jou of jouw in het juiste verband gebruiken.
  • Wand of want, welke variant gebruik je wanneer?
  • Een twijfel is ook vaak bij woorden waarbij je de ‘t’ niet hoort maar wel schrijft: ‘ondekken’ in plaats van ontdekken. Die ‘t’ hoor je immers niet.
  • Het woord ‘enige’ gaat ook heel vaak mis: enege.
  • Werkwoordspelling van het werkwoord ‘vinden’.
    Hij vind of hij vint in plaats van: hij vindt.
    Overigens wordt in de onderbouw nog geen nadruk gelegd op werkwoordspelling. En zijn dit soort foutjes dan ook nog niet erg.
  • Vaak fout geschreven woorden zijn: ‘misschien’, ‘wanneer’, ‘sowieso’ en ‘juffrouw’. Veel voorkomende varianten zijn: mischien/meschien, waarneer, zowiezo, jufvrouw.

Manieren om spelling te leren

Spelling wordt als het ware opgebouwd op de basisschool. In de onderbouw begint het eerst nog bij het woord opsplitsen in klanken of klankgroepen en letterlijk op schrijven wat je hoort. Overigens is dit een hele belangrijke voorwaarde om goed te kunnen spellen!

Bij het goed schrijven van woorden zijn er verschillende manieren om te werk te gaan. De manieren die mogelijk zijn om tot de juiste schrijfwijze te komen, noem je spellingstrategieën.

De 5 spellingstrategieën die je kind leert

Deze spellingstrategieën leren kinderen op school (Huizenga, 2016).
De directe spellingstrategie: Het woord is vaak genoeg geschreven en er hoeft niet meer over de regel nagedacht te worden. Dit is als de spelling echt goed beheerst wordt. Dit is dus eigenlijk het eindpunt van spellingonderwijs. En er zijn vijf indirecte spellingstrategieën die kinderen op school leren.

  1. Klankclusterstrategie: een woord wordt opgedeeld in klankgroepen. Bepaalde klankgroepen worden namelijk altijd met dezelfde lettercombinaties geschreven:
    Ooj schrijf je als ooi, uuw wordt uw. Veel voorkomende klankgroepen zijn aai, ooi, oei, uw, eeuw, ieuw, eer, oor, eur, nk.
  2. Woordbeeldstrategie: dit is een visuele strategie; je weet hoe je een bepaald woord schrijft. Bij deze strategie wordt er een beroep gedaan op het woordgeheugen. De koppeling maken naar de betekenis is ook erg belangrijk. Bijvoorbeeld een ‘wand’ (muur) is met een ‘d’, en een ‘want’ als handschoen is met een ‘t’.
  3. Analogiestrategie: dit doe je als je een woord schrijft wat lijkt op een ander woord doordat ze dezelfde klankvorm hebben: schrapen – slapen – apen
    Of woorden kunnen schrijven die een overeenkomst hebben in betekenis:
    vertrouwelijk – trouwen – trouw
  4. Hulpstrategie: een (zelfbedacht) geheugensteuntje, hulpregel of ezelsbruggetje gebruiken.
  5. Regelstrategie: bij het schrijven van een woord een spellingregel toepassen. Veel voorkomende spellingregels: verlengingsregel, verenkelingsregel, verdubbelingsregel.
    TIP: maak een spiekboekje bij de regel!

Benieuwd welke foutjes jouw kind nog maakt? Doe de spellingtest!

Geraadpleegde bronnen:
Huizenga, 2016, Taal & didactiek – Spelling, Noordhoff uitgevers
Malmberg, 2019, Taal Actief 4 – Malmberg Uitgeverij
Praktijkvoorbeelden uit de klas en van een dyslexiebehandelaar ontvangen.

Dit blog is geschreven door Shelby Vos, intern begeleider en leerkracht in het basisonderwijs.

Spelen met spelling. Onze 9 tips.

Sarah

Ai, soms gaat spellen best moeizaam en dan is het ineens helemaal niet zo leuk meer! En laten we eerlijk zijn: die-hard oefenen is gewoon saai. Maar het kan leuker als je er een spelletje van maakt. Met deze 9 tips kun je samen aan de slag en is jouw kind zo een spelkampioen!

Spel(l)en maar! Onze tips:

  1. Speel een potje ​Halli Galli​ met klanken: je zet een bel midden op tafel en vraagt je kind om zich te focussen op een bepaalde klank: bijvoorbeeld de ‘cht’ klank. Jij roept vervolgens een woord (bijv. ‘zacht’, ‘goed’ of ‘school’). Als de ‘cht’ klank voorkomt in het woord, moet hij zo snel mogelijk op de bel slaan. Zit de​ ​klank​ ​niet​ ​in​ ​het​ ​woord,​ ​dan​ ​mag​ ​de​ ​bel​ ​niet​ ​aangeraakt​ ​worden.  Wie o wie krijgt de meeste punten?!
  2. Dobbelen is leuk! Voor dit ​Dobbelspel ​heb je alleen een dobbelsteen, pen en papier nodig. Stap één is samen verzinnen welke klank er bij welk cijfer hoort. Bijvoorbeeld: 1 = een woord met een ei, 2 = een woord met een –ng, etc. Gooi de dobbelsteen en kijk wat voor woord jullie moeten opschrijven. Je kunt zelf ook mee doen, zo kunnen jullie elkaar na het opschrijven van een woord steeds controleren. 

    Tip: Kies hier klanken waar je kind moeite mee heeft, máár ook klanken die je kind al goed onder de knie heeft. Op die manier blijft het leuk, uitdagend en is het goed voor het zelfvertrouwen van je kind!
  3. Wat is er nu leuker dan gezellig samen een potje kwartetten? Probeer dit klankenkwartetspel eens! Hiermee oefent je kind spelenderwijs met de klank-woordkoppeling tijdens een leuk potje kwartet. Wie roept als eerste ‘kwartet‘?
  4. Heb je een echte creatieveling in huis, die houdt van knutselen? Dan kunnen jullie samen een poster maken met woorden waarin de moeilijke klanken zitten. Neem bijvoorbeeld ​‘au’​ en ‘​ou’ . Laat je kind twee posters maken: één voor de ‘au’ en één voor de ‘ou’. Zoek in tijdschriften, kranten of op het internet plaatjes van woorden met de ‘au’ of met de ‘ou’ en plak ze op de juiste poster. Schrijf vervolgens het juiste woord onder het plaatje. Hang de poster op een leuke plek in huis, bijvoorbeeld op een deur, de w.c. of op een prikbord. Iedere keer als je kind de poster ziet wordt hij weer even herinnert aan de klank!
  5. Speel samen het klassieke ​slangen- en ladderspel​, maar dan met de woorden-variant. Wie bereikt als eerste de top?
  6. Nu de herfst is aangebroken, is er niets gezelligers dan samen onder een dekentje een boek lezen. Het lezen van boeken stimuleert het taalgevoel van je kind en door woorden en zinnen regelmatig te zien, wordt je kind sneller beter in het spellen van die woorden! Help je kind door samen een boek van zijn AVI-niveau te lezen, maar lees hem ook een wat moeilijker boek voor. Zo vergroot de woordenschat en stimuleer je de wil om zelf ook zulke mooie boeken te kunnen lezen (of misschien wel schrijven!).
  7. Op ​Squla vind je veel gratis werkbladen om met spelling, lezen en taal te oefenen. Waaronder het ouderwetse ganzenbord in een nieuw (spelling)jasje.
  8. Wat bij ons thuis héél goed werkte was een old school houten letterbak. Het spellen van hun eigen naam en de zoektocht naar de juiste letters werkte voor mijn kinderen top.

    Welke letters heb je nodig voor het woord ‘boom’ en hoe schrijf je eigenlijk ‘auto’? Met de o’tjes ou of de a’tjes au? En voor ik het wist wilden ze hele verhalen schrijven en speurden we samen naar de juiste letters!
  9. Een ander succes is een zelfgeschreven verhaal, met bijvoorbeeld letters uit de letterbak of letters geknipt uit tijdschriften, op het kopieerapparaat leggen. Daar hebben ze wel even wat hulp bij nodig, maar zo hebben ze uiteindelijk het resultaat op één papier, zonder knip, plak en lijmresten. Leuk voor op de koelkast of extra trots boven hun bed!

En nog zoveel meer…

Zo zijn er nog talloze andere spelletjes te verzinnen. Het internet staat er bomvol mee! Er gaat een wereld voor je open. Deze spelletjes helpen om je kind te leren begrijpen waarom een woord zo gespeld wordt. Zo breng je samen het plezier in leren terug en speel je er tegelijkertijd op los!

Met deze 7 tips, wordt lezen leuk!

Sarah

De koude wintermaanden zijn ideaal om rustig op de bank onder een dekentje of in bed, lekker weg te dromen in een fijn verhaal. Dat kun je samen doen, maar het is ook een ideaal rustmoment voor je  kind, in plaats van een filmpje op tv. Maar als jouw kind moeite heeft met lezen, is het helemaal niet zo chill en wordt het juist een grote frustratie. We zetten een aantal tips voor je op een rijtje, zodat je kind straks niet meer uit de boeken weg te slaan is.

Tips om van lezen een feestje te maken!

Spelling, taal en lezen hebben vaak met elkaar te maken. Kinderen die moeite hebben met het een, vinden het andere vaak ook lastig. En dat levert in plaats van plezier een hoop frustraties op. We geven je tips om het lezen leuker en makkelijker te maken. 

  1. Ga het wereld wijde web op en zoek op internet naar een werkblad ‘racelezen’. Bij ​racelezen​ leest een kind 3 keer, zo snel mogelijk, een A4 vol met woorden op. Dit helpt om sneller te leren lezen en spellingsregels te automatiseren. Bovendien werkt het motiverend voor kinderen om te zien dat ze steeds iets meer woorden kunnen voorlezen.  

    Tip: lukt het jouw kind om keer op keer een beetje sneller te lezen?
  2. Zet eens een ​luisterboek​ op, hiermee stimuleer je de woordenschat en het leesplezier van jouw kind. Bij menig winkel kun je inmiddels luisterboekjes kopen, vaak is dat een Disneyverhaal dat ze zelf mee kunnen lezen terwijl ze naar het verhaal vanaf de cd luisteren. Zo hoort je kind niet alleen de woorden, maar ziet hij ze ook! Of beluister luisterboeken bijvoorbeeld via Storytel. Ook op Spotify staan inmiddels genoeg luisterboeken. Bij ons is op Spotify “De gouden boekjes” favoriet en op Storytell doen “Dolfje Weerwolfje”, “Pim en Pom” en “De Griezelbus”, het heel goed. Ze ontspannen ervan voor het slapen gaan, máár ze zijn ook vreselijk handig tijdens lange autoritten!
  3. Verwerk het lezen in een ​andere activiteit​. Gaan jullie een nieuw spel doen? Laat je kind dan de spelregels voorlezen. Gaan jullie een cake bakken? Een kind kan het boodschappenlijstje oplezen in de supermarkt en het recept lezen tijdens het bakken. En zitten jullie in de auto? Vraag je kind om te lezen wat er op de verkeersborden staat (deze tip vereist wat snelheid!).
  4. Vergeet het ​voorlezen​ niet, bijvoorbeeld voor het slapen gaan. Net als bij een luisterboek helpt dit bij de woordenschat en het leesplezier. Varianten hierop zijn om-de-beurt-lezen​, waarbij jullie om de beurt een regel lezen, of laat je kind jou voorlezen in de plaats van andersom. Kies voor thema’s die aansluiten bij de interesses van je kind, bij een gespreksonderwerp dat jullie gehad hebben of bij het seizoen. Wie geniet er nou niet van een mooi sint- of kerstverhaal of een spannend avontuur in een sneeuwstorm?
  5. Ga naar de bieb! Iedere bibliotheek heeft een ​Makkelijk Lezen Plein​ voor kinderen die niet van lezen houden of hier moeite mee hebben. Op die plek staan leuke boeken zo gepresenteerd dat het makkelijker wordt om leuk leesmateriaal te vinden en het leesplezier te vergroten!
  6. Bingo! Speel een week lang een potje ​leesbingo. Lees 15 minuten op de de wc, met twee verschillende sokken aan of fluisterend. Nog leuker om hier een wedstrijdje van te maken met broertjes of zusjes. Door het lezen in grappige opdrachten te verpakken, motiveer je jouw kind.
  7. Bij ons thuis staat een letterbord in de keuken. Ik wilde mijn kinderen meer met taal laten spelen. Om en om mogen ze bedenken wat ze erop gaan schrijven. In het begin waren het (uiteraard) teksten als “Mama heeft een poepdrol op haar hoofd”. Maar hé, taal is taal. Gelukkig was de lol daar snel vanaf en werden de teksten mooier, grappiger of werden er boodschappen voor elkaar achtergelaten. Maar ook kreten als “Over 10 nachtjes komt Sinterklaas!” kwamen voorbij. Bijzonder en leuk om een inkijkje in de belevingswereld van je kind(eren) te krijgen.

De gouden tip

Misschien een inkoppertje maar: geef het goede voorbeeld. Installeer je op de bank met een boek en lees. Wedden dat jouw kind in no time naast je kruipt en vraagt wat je leest? En waar het over gaat? Desnoods lees je een (geschikt) stukje voor of je verzint wat. Zien lezen, doet lezen!

Vijf manieren om je kind beter te leren spellen

Carlijn

Het is belangrijk voor je kind om al vroeg te beginnen met het aanleren van correct Nederlands. Er zijn een aantal manieren om kinderen beteren te leren spellen. Deze manieren kunnen worden toegepast op elke taal ter wereld. Deze tips zijn afkomstig van de Amerikaan Richard Gentry. Hij promoveerde op dit onderwerp. In dit blog sommen wij 5 tips voor jou op. Zo kan je samen met jou kind aan de slag en wordt hij of zij een kei in spellen!

Manier 1: Spelling interessant maken

De meeste kinderen vinden spelling maar saai en frustrerend. Er zijn zoveel moeilijke regels om te onthouden. Je kunt als ouder het spellen interessanter maken door samen films over spelling te kijken. Denk bijvoorbeeld aan Spellbound en Akeelah and the Bee. Dit zijn films die gaan over Amerikaans spellingwedstrijden. Je kunt thuis zo’n mini-spellingwedstrijd organiseren.

Kortom: zorg ervoor dat spelling meer gaat leven. De associatie met aan een tafeltje zitten en schrijven komt dan wat meer op de achtergrond te staan. Misschien kun je een mini-spellingwedstrijd nog leuker maken door daadwerkelijk een prijs aan de wedstrijd te binden.

Manier 2: Woorden opschrijven (in de lucht)

Voor veel ouders is het moeilijk voor te stellen dat zoon of dochter zal vragen hoe een woord gespeld wordt, maar dat moment gaat een keer komen. Vraag hem of haar eerst zelf een poging te doen en maak duidelijk dat het niet erg is om fouten te maken. Het woord hoeft niet per se op papier opgeschreven te worden.

Vaak wordt nog wel eens geoefend met het spellen in de lucht. Je kind maakt dan de beweging met de vinger, in de lucht. Dit helpt om de spelling te onthouden. Op deze manier staat er minder druk op het schrijven op papier. Wel is het goed om op een gegeven moment toch echt het schrijven op papier te oefenen.

Manier 3: Spelend leren

Spelend leren is leuker leren. Het blijft beter hangen dan eindeloos de spellingsregels opdreunen. Oefen door woordspelletjes te doen. Zo kun je bijvoorbeeld kaartjes schrijven en doorknippen. De letters moeten dan bij elkaar gepuzzeld maken. Bij spelling met een d of een t aan het eind zou je bijvoorbeeld de eindletters weg kunnen knippen. Je maakt dan twee kaartjes met een d en een t erop. Deze kunnen achter het woord gelegd worden.

Zo zijn er nog talloze andere spelletjes te verzinnen. Google maar eens naar dit soort spelletjes. Er gaat een wereld voor je open. Deze spelletjes helpen om je kind te leren begrijpen waarom een woord zo gespeld wordt.

Heb je iets minder inspiratie? Doe samen eens een kruiswoordpuzzel of een woordzoeker. Veel kinderen vinden dit leuk, omdat het resultaat meteen verschijnt. Leuk voor het slapengaan!

Manier 4: Het woordenboek en apps

Laat je kind ook zelf uitzoeken hoe een woord gespeld moet worden. Doe dit door woorden samen op te zoeken in het woordenboek. Probeer in eerste instantie gebruik te maken van een fysiek woordenboek. Dan leert je kind ook meteen hoe hij of zij een woordenboek gebruikt. Je mag natuurlijk helpen, maar laat je kind het eerst zelf proberen.

Je kunt ook een online woordenboek of een app gebruiken. Het gaat erom dat je niet voorzegt hoe iets gespeld moet worden, maar dat er echt een opzoekopdracht aan verbonden is.

Manier 5: Boeken lezen

Boeken lezen is één van de beste manieren om goed te leren spellen. Daarin hebben ouders een belangrijke rol: ze moeten een goed voorbeeld geven. Tegenwoordig wordt vaak het argument gegeven dat kinderen al veel lezen van computerschermpjes, maar dit is niet ten voordele van de spelling.

Dat zit zo: appjes van vrienden en berichten op Facebook zijn niet altijd correct gespeld. Hierdoor kan je kind foutieve spelling overnemen. Door boeken te lezen, worden woorden geleerd die 100% goed gespeld zijn. Laat je kind voor het slapengaan een leuk boek uitzoeken. Bied variatie in boeken van eigentijdse schrijvers.

Schrijf je ‘trein’ of ‘trijn’? Je kind leert het met TaalExtra nu ook op tablet en mobiel!

Ryanne

Schrijf je ‘boom’ of ‘doom’? En is het ‘gauw’ of ‘gouw’? Voor kinderen die hier moeite mee hebben is er TaalExtra. Deze spellingmethode is ontwikkeld in samenwerking met experts op het gebied van spelling en lezen en helpt kinderen om weer op niveau te komen. Goed nieuws: oefenen kan vanaf nu niet alleen via de computer, maar ook via de app op tablet en mobiel! (more…)

D en E scores op de LVS-toetsen, maar geen dyslexie. Wat nu?

Juf Shelby

‘Gelukkig’ geen diagnose dyslexie. Toch heeft jouw kind wel moeite met lezen of spelling… wat kun je dan doen? Vanuit mijn ervaring als leerkracht en intern begeleider van groep 5 t/m 8 geef ik je in dit blog een aantal praktische tips. (more…)

Een vergoed dyslexie-onderzoek via de gemeente

Juf Shelby

Als intern begeleider op een basisschool ben ik verantwoordelijk voor de aanvraag van vergoed dyslexieonderzoek voor leerlingen. In dit artikel leg ik je uit hoe zo’n aanvraag verloopt. De procedure hieronder is gebaseerd op de handreikingen van het NKD (Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie, 2018) (more…)

Hoe wordt dyslexie op basisscholen gesignaleerd?

Juf Shelby

Vanuit mijn functie als intern begeleider ben ik nauw betrokken bij de leesontwikkeling. In dit blog lees je wat er op school vanaf de kleuterklas tot een mogelijk dyslexieonderzoek gedaan wordt. Deze aanpak is gebaseerd de handreikingen voor EED voor scholen, opgesteld door het NKD (Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie) en het Expertisecentrum Nederlands. (more…)