Taal leren in groep 4

In groep 3 werd er bij taal veel aandacht besteed aan het ‘technische lezen’. In groep 4 gaat het vooral om het ‘begrijpend lezen’. Je kind zal dus niet alleen maar in staat zijn om te kunnen lezen, maar ook in staat zijn om te begrijpen wat er staat.

De basis van taal in groep 4

In groep 4 is lezen dus niet alleen lezen, maar ook begrijpen. Vanaf dit jaar gaan er vragen gesteld worden over de teksten die gelezen worden. Dit soort vragen zullen bij het vak taal gesteld worden, maar vooral bij het nieuwe vak begrijpend lezen. Naast het begrijpen van woorden en zinnen, is het ook belangrijk om leestekens te begrijpen en woordsoorten te herkennen. Hier zal ook mee aan de slag gegaan worden. Wat dit jaar vooral belangrijk en moeilijker zal zijn, is spelling.

Blogs over taal in groep 4

Hoe leert mijn kind in groep 4?

Omdat er in groep 4 woorden aan bod komen die je anders schrijft dan je ze uitspreekt, zullen kinderen een boel nieuwe regels en weetjes leren. Deze spellingregels/-weetjes worden gecategoriseerd in spellingcategorieen. Eind groep 3 hebben ze al de spellingcategorieën ‘woorden met sch-/schr-’ en ‘woorden met -ng/-nk geleerd’. Dit jaar zullen ze onder andere de spellingcategorieën ‘woorden met f- /v-’ (feest of veest), ‘woorden met s-/z-’ (saag of zaag), ‘woorden met een open of gesloten lettergreep‘ en ‘woorden met een -d op het einde’.

Wat leert mijn kind in groep 4?

  • Lezen (AVI-E4)
  • Schrijven (hoofdletters)
  • Spellen (niet-klankzuivere woorden)
  • Gebruik van hoofdletter, punt, vraagteken en uitroepteken
  • Luisteren (mening herkennen)
  • Spreken (deelnemen aan een gesprek)
  • Woordenschat uitbreiden

Niet-klankzuivere woorden

In groep 3 kregen kinderen vooral ‘klankzuivere woorden’, ook wel ‘luisterwoorden genoemd’. Dit zijn woorden die je precies uitspreekt zoals je ze schrijft. In groep 4 zullen kinderen verschillende spellingcategorieën omdat ze te maken krijgen met ‘niet-klankzuivere woorden’. Niet-klankzuivere woorden zijn woorden die je anders schrijft dan dat ze klinken. Deze worden verdeeld onder ‘regelwoorden’ en ‘weetwoorden’. Regelwoorden klinken anders dan dat je ze schrijft en hierop kun je een regel toepassen. Een voorbeeld is het woord ‘hond’. Je zegt ‘hont’ maar schrijft het met een -d omdat het in meervoud niet ‘honten’ maar ‘honden’ is. Weetwoorden schrijf je anders dan ze klinken, maar hebben geen specifieke regel. Deze woorden moet je dus zelf onthouden hoe ze geschreven worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij ij/ei woorden. Er is geen specifieke regel waarom ‘ijs’ met een ‘ij’ geschreven wordt in plaats van ‘ei’.

Cito-op-squla

Vanaf groep 3 bieden we quizzen die in samenwerking met Cito zijn ontwikkeld. Zo kan je kind spelenderwijs ervaring opdoen met de vraagstelling uit de toetsen van Cito.

Bestel nu

Speel en leer thuis in alle vakken van de basisschool

Tijdelijk met gratis Squla-koptelefoon cadeau!

Bestel nu