Leestekens leren gebruiken

Carlijn

Zelfs voor volwassenen is het nog een hele klus: het juist gebruiken van leestekens. Waar hoort ook al weer een komma in de zin? En schrijf je wel alle afkortingen met puntjes? We vergissen ons er nog vaak in. Ook voor onze kinderen is het gebruiken van leestekens geen eitje. Squla zet daarom nog een keer alle regels op een rijtje.

Een punt zetten

Wanneer moet je een punt gebruiken? Het is goed om allereerst te beginnen met de regel dat ieder eind van de zin een punt krijgt. Ook afkortingen krijgen punten, als ze achteraan de zin staan: “De bouwmarkt verkoopt hout, tuinproducten, enz.”

Het is verwarrend dat niet alle afkortingen punten krijgen. Zo krijgen vaak afkortingen van organisaties geen punten. We spellen daarom gewoon: ‘CDA’, ‘NEC’, ‘EEG’ en ‘VARA’.

Wanneer gebruik je een komma?

Leg je kind uit dat we komma’s gebruiken om zinnen overzichtelijk te maken. Je kunt het uitleggen als: ‘Zonder een komma wordt een zin een brei van woorden.’ Niemand snapt een zin zonder komma’s. Wanneer gebruiken we komma’s?

  • Een komma gebruik je op een plaats in de zin waar je bij het hardop lezen even pauze neemt.
  • Bij een zin, die eigenlijk meerdere zinnen heeft, plaats je de komma voor en na de zin. Bijvoorbeeld: “Jan Peter, die altijd een appel meeneemt naar school, at vandaag een mandarijn.”
  • Als er twee persoonsvormen na elkaar komen. Bijvoorbeeld: “Toen ze thuis kwam, zag ze dat mama al een kopje thee voor haar had gezet.”
  • Als er een bijstelling wordt gebruikt (dit wordt vaak geleerd in de hogere groepen). Een voorbeeld: “Anna, het meisje met het blonde haar, heeft vandaag een paardenstaart.” 
  • Bij een opsomming. Hiermee bedoelen we: een lijst in een zin. Bijvoorbeeld: “Voor het avondeten kocht mama aardappels, groenten, vlees en een toetje.”

Uitroeptekens gebruiken

Een uitroepteken gebruiken we altijd aan het eind van een zin met een bevel of als je iets roept. “Hou daar mee op!” en: “Wat goed!” zijn voorbeelden van zinnen die een uitroepteken krijgen.

Misschien kent je kind het woord ‘bevel’ nog niet. Leg dit uit als een woord dat vertelt dat je iets moet doen. Niet over een tijdje, maar onmiddellijk. Waak er ook voor dat je kind niet achter elke zin een uitroepteken plaatst. Dit wordt vaak gedaan, omdat kinderen denken dat ze iedere zin kunnen uitroepen.

Vraagteken aan het eind van een vraag

Je kind kan het gebruik van een vraagteken onthouden aan de hand van de regel: ‘Een vraagteken komt aan het eind van een vraag.’

Een voorbeeld hiervan is: “Was jij de eerste in de les vandaag?”. Een voorbeeld waarbij geen vraagteken kan worden gebruikt, is: “De leraar vroeg me of ik de eerste was in de les”. Hoewel het woord ‘vragen’ in de zin wordt gebruikt, is het geen vragende zin.

Kinderen onthouden vragen aan de klank. Er wordt ze op school geleerd de zin lang af te sluiten en een hoge toon te plaatsen: “Was jij de eerste in de les vandaaaaaaaag?”

Puntkomma als scheiding

Een puntkomma zorgt voor een scheiding in de zin. Dit wordt pas in de bovenbouw geleerd. Sommige leerlingen op de middelbare school hebben nog moeite met de puntkomma. Het is daarom niet erg als er hier en daar nog foutjes worden gemaakt. Vaak wordt de puntkomma verward met de dubbele punt, omdat ze zo op elkaar lijken.

Een puntkomma scheidt twee zinnen. Je kunt je kind laten onthouden dat je een puntkomma ook zou kunnen vervangen door een punt. Een voorbeeld hiervan: “Ik ga het liefst op vakantie naar Zuid-Frankrijk; daar schijnt de zon altijd.”

Dubbele punt voor een opsomming of voor een zin

Een dubbele punt gebruiken we voor een opsomming, een verklaring of voor een zin die iemand gaat zeggen.

Bij een opsomming ziet dat er zo uit: “De voordelen van een nieuwe fiets zijn: je kunt er nog jaren op mee, hij ziet eruit als nieuw en de fiets is nu in de aanbieding.” Er komt geen komma voor het woord ‘en’.

Een dubbele punt kan ook komen als iemand een verklaring doet. Bijvoorbeeld: “Ik wil niet naar school: ik vind mijn klasgenoten niet aardig.”

Tot slot kan iemand ook iets gaan zeggen. Dit noemen we ook wel de directe rede. Een voorbeeld hiervan: “Ik zei: ‘Ik wil van de zomer niet naar Frankrijk’

Zijn er trucjes?

Voor veel vakken zijn er trucjes, maar voor de Nederlandse spelling geldt vaak dat er geleerd moet worden aan de hand van regels. Je kunt niet veel anders doen dan met je kind oefenen. Dit kan bijvoorbeeld met de oefeningen van Squla. Het gaat erom dat er een verband wordt gelegd tussen het leesteken en de bijbehorende regel.

Squla (default)

Geef je kind meer zelfvertrouwen en leerplezier met de leuke quizzen en games van Squla. Niet tevreden? 30 dagen geld terug garantie!

Nu van € 7,95 voor € 6,95 p/m