Ryanne

24-04-2016 - Leestijd: 5 min

8 ezelsbruggetjes: handige trucjes om lastige onderwerpen te onthouden

Die lastige onderwerpen net even wat makkelijker onthouden, meestal door iets totaal anders te bedenken. Dat is het nut van ezelsbruggetjes. Wij geven 8 superhandige trucjes om belangrijke stof op de basisschool te onthouden. Handig voor kinderen én voor ouders!

Ezelsbruggetje #1: TV-TAS

De waddeneilanden die bovenaan Nederland liggen zijn soms zo lastig uit elkaar te houden. Een slim trucje is om de afkorting ‘TV-TAS’ te gebruiken:

Texel;
Vlieland;
Terschelling;
Ameland;
Schiermonnikoog.
Dan moet je alleen wel onthouden van de eerste t voor Texel staat en de tweede t voor Terschelling.
Wistjedat ezelsbruggetje waddeneilanden

Ezelsbruggetje #2: nooit ngk

Je hoort ngk, maar je schrijft nk. Bijvoorbeeld bij bank of pink. Hoe gek het ook is: tussen de n en de k schrijven we nooit een g. Je kunt dat onthouden door dit rijmpje: de N en de K zitten op de bank te kussen en niemand mag ertussen!
Voorbeeld NGK ezelsbruggetje

Ezelsbruggetje #3: links en rechts

“Hier naar rechts!”, zegt je moeder achter je, terwijl je voor haar fietst. En hoppa, daar ga je met flinke vaart naar rechts. Dacht je. Een auto toetert, je moeder roept. “RECHTS, ZEI IK TOCH!” Voor eens en altijd komt daarom hier de gouden tip: hou je handen omhoog met de ruggen naar je toe en strek je wijsvinger en duim. Links is de hand waar je de letter L ziet (van wijsvinger naar duim). En dan is de andere hand dus rechts. Tip: oefen dit heel vaak thuis, en niet pas als je op die fiets zit!

Ezelsbruggetje #4: hoeveel dagen heeft welke maand?

Ezelsbruggetje maanden van het jaar
Heeft de maand 30 of 31 dagen? Maak van je hand een vuist met je duim erin (die doet niet mee aan dit ezelsbruggetje). Begin met tellen boven op de knokkel van je wijsvinger. Dat is januari. Het dal ernaast is februari. De knokkel van je middelvinger is maart, etc. Ben je bij juli, de knokkel van je pink aangekomen – het einde van je hand? Dan begin je van voor af aan. Augustus is dan dus weer de bult van je wijsvinger. Alle bulten hebben 31 dagen. En alle dalen hebben 30 dagen, op februari na. Die is dwars en heeft er 28 of 29 (in een schrikkeljaar).

Ezelsbruggetje #5: Meneer Van Dale wacht niet meer op antwoord

De meeste ouders van nu zijn er groot mee geworden: Meneer Van Dale wacht op antwoord. Maar dit misschien wel bekendste ezelsbruggetje gaat al een tijd niet meer op. De volgorde waarin je een opgave uitrekent is namelijk een beetje veranderd. Als een som meerdere rekenkundige bewerkingen bevat dan gebruik je deze volgorde:

1. (haakjes)
2. machtsverheffen en worteltrekken, zijn gelijk aan elkaar
3. vermenigvuldigen en delen, zijn gelijk aan elkaar
4. optellen en aftrekken, in de volgorde van de opgave

Staan er meerdere machtsverheffingen en/of wortels in een som? Of meerdere vermenigvuldigingen en delingen? Dan hou je de volgorde van de som aan.
Bijvoorbeeld: 72 x 2 : 8 = (eerst vermenigvuldigen en dan delen) 18.

Voorbeeld som Hoe moeten we van die onvoldoende afkomen

Je kunt dus beter dit ezelsbruggetje onthouden: Hoe Moeten We Van Die Onvoldoendes Afkomen?

Ezelsbruggetje #6: de d’s en de t’s

Wanneer komt er nou wel een t achter dat werkwoord en wanneer niet? Voor de tegenwoordige tijd is er een handig ezelsbruggetje. Vervang het werkwoord waar je over twijfelt door het werkwoord lopen. Dan hoor je vanzelf of er een t achter moet.

Voorbeelden:

Word(t) jij ook zo moe van die spellingsregels? -> Loop jij ook zo … -> geen t achter word

Dit is de laatste keer dat je kind hier moe van word(t) -> je kind hier moe van loopt -> wel een t

Word ook lid! -> Loop ook … -> geen t

Ezelsbruggetje #7: winter- en zomertijd

Ezelsbruggetje zomertijd wintertijd
Kun je nu een uurtje langer of juist korter slapen wanneer de wintertijd ingaat? Onthoud: wintertijd, je wint-er-tijd mee! Je slaapt een uurtje extra, want de klok gaat achteruit. In de zomertijd gaat de klok vanzelfsprekend een uurtje vooruit.
Nog een handig ezelsbruggetje: als de zomertijd ingaat, dan is het VOORjaar. De klok gaat dan dus VOORuit. Dat vergeet je niet meer!

Ezelsbruggetje #8: DROL

Het leukste zijn natuurlijk ezelsbruggetjes met vieze woorden. Dus als uitsmijter hebben we een drol. Hoe onthoud je nou naar welke kant je die dichte kraan moet opendraaien? En die fles cola die maar niet opengaat – ben je met al je kracht wel de goede kant op aan het duwen? Dat weet je door DROL: dicht rechts, open links. Moet je wel weten wat rechts en links is natuurlijk, maar dat wist je door ezelsbruggetje #6!

Hoe spreek je Squla uit?

Hoe spreek je Squla eigenlijk uit: met een u-klank of een oe-klank? Ons eigen ezelsbruggetje: denk aan het Engelse woord school, dat spreek je uit als ‘skoel’. Daar plak je een a achter (bijvoorbeeld van ‘Aaa, nu begrijp ik het!’). En voilà: zo zeg je Squla!

Deze hebben we zelf bedacht, maar de beste ezelsbruggetjes zijn ook zelf verzonnen. Voor jou zijn ze heel logisch en werken ze heel goed, maar probeer je ze te uit te leggen, kijkt iedereen je aan van: huh? Je kind heeft ongetwijfeld ook zulke logica om moeilijke lesstof te onthouden. Wat is ons brein toch handig!